De tortuur is de trouwe dienares van de Italiaanse rechtspleging en men staat ontzet over de variaties in martelingen en martelwerktuigen, die de mensen hebben uitgedacht. Ze worden enkel geëvenaard door de variaties die men kende bij de terechtstellingen zelf. Wat voor breinen zijn dat geweest, die zó toegaven aan sadisme, wat voor ogen hebben de doodstrijd van medemensen zo gretig aangezien?Vraagt het uw kinderen, als zij meikevers vangen en vliegen de poten uitrukken; dan weet gij het. Schavot, galg en rad waren de saaiste methoden; men kon ook in de modder worden verstikt, opengereten, vergiftigd, aan de grond gespiest, gekookt, geroosterd, doodgewaakt, ingemetseld of levend begraven worden, al naar het misdrijf dat moest worden gestraft. Keizer Frederik liet opstandelingen van de rotsen in zee werpen, genaaid in een zak samen met een hond, een aap, een kip en een adder, “opdat ze bij het verdrinken nog levend door de beangste en uitgehongerde dieren zouden worden verscheurd en opgevreten.”
Dante Alighieri heeft zijn verschrikkelijke helse straffen zó op de aardse straffen kunnen modelleren, en de uitvoerigheid waarmee hij ze beschrijft, stempelt hem enkel tot kind van zijn tijd.
Bron: Hoofdstuk Vier, De Burgers, uit Duecento (1951)
Droom van Italië gaat over de liefde die West-Europese kunstenaars eeuwenlang voelden voor Italië, het land van licht, warmte, kunst en cultuur. Aan de hand van een kleine vijftig meesterwerken van onder andere Maarten van Heemskerck, Claude Lorrain, Poussin, Corot, Turner en Feuerbach schetst Henk van Os voor het eerst de ontwikkeling die zich in het dromen over Italiëheeft voorgedaan.
Ezzelino (letterlijk: “kleine Attila“) da Romano (1194-1259) was zo wreed dat veel van zijn tijdgenoten hem meer vreesden dan de duivel. In Die Kultur der Renaissance in Italien en Duecento van respectievelijk Jacob Burckhardt en Hélène Nolthenius wordt hij in het eerste hoofdstuk al genoemd. Burckhardt schrijft dat niemand van de Italiaanse tirannen in de veertiende en vijftiende eeuw Ezzelino in de omvang van zijn wreedheid heeft geëvenaard, ook Cesare Borgia niet. Was het dan zo erg? In Ducento schrijft Hélène Nolthenius: “Waar Ezzelino vaste voet aan de grond kreeg, werden burgers bij horden onthoofd, verbrand en verminkt. Nooit was de rampzalige markt van Treviso zo ontredderd als toen Ezzelino haar in 1252 brandschatte en geen mens aan zijn razernij ontkwam.” De Duitse schrijver Joseph von Eichendorff schreef in 1828 het toneelstuk Ezzelin von Romano.












