Maandelijks archief: september 2013

a terrible beauty is born

vier schilderijen uit 1907

In 1907 presenteerde Picasso zijn Demoisselles d’Avignon. Dit schilderij symboliseert nog altijd de doorbraak van de moderne schilderkunst en wordt als een icoon beschouwd. Deze status dankt het schilderij aan de bruutheid waarmee het de klassieke schilderkunst omverwerpt. Er is nauwelijks diepte in de voorstelling, de modellering ontbreekt nagenoeg en de verf ligt rauw en vaak onvermengd op het doek. Dit is het werk van een wilde, een fauve zoals de Franse journalist en kunstcriticus Vauxcelles de werkwijze van een stel jonge schilders in 1905 had genoemd. Het was bewuste provocatie. Om de schok die de moderne schilderkunst veroorzaakte na te voelen, kun je het beste een traditioneel en modern schilderij uit 1907 naast elkaar plaatsen.

1907 schilderijen
Frank Cowper staat bekend als de laatste Pre-Raffaeliet. In 1907 schilderde hij een zinnebeeldig portret van de IJdelheid. In datzelfde jaar schilderde Pablo Picasso bovenstaand zelfportret.

De avant garde koos moedwillig voor het primitieve. In de geest van Nietzsche zocht ze niet naar het apollinische en harmonische dat de klassieke schilderkunst vanaf de Renaissance gekenmerkt had, maar naar dissonantie en het dionysische. De geschriften van Nietzsche die in 1890 een hype veroorzaakten, inspireerden een hele generatie jonge kunstenaars. Ze zetten zich af tegen de oude garde en de objectiverende geest van de negentiende eeuw. Er kwam een brede herwaardering voor het archaïsche op gang. Zo kregen de dames uit Avignon Afrikaanse maskers op. Picasso’s rauwe portret werd als authentieker ervaren als het gekunstelde portret van Cowper.

Entartete KunstRauwheid werd per definitie “mooier” of “beter” en “gepolijst” en “gekunsteld” werden louter negatieve kwalificaties. Deze visie op esthetiek bepaalde de richting van veel moderne schilderkunst. De nazi’s zouden deze in 1938 als “entartet” bestempelen. De brede acceptatie van de moderne en abstracte schilderkunst na 1945 is met name te danken aan deze afwijzing. Na de oorlog was elk klassiek en gepolijst naakt bij voorbaat al verdacht, terwijl de “entartete” moderne kunst vrij was van elke verdenking. Alles is beeldvorming.

1907 schilderijen
Henri Matisse (1869-1954) en William Orpen (1878-1931) waren tijdgenoten, maar Orpen ging in tegenstelling tot Matisse niet mee in de radicale moderne schilderkunst na 1900. Hij greep liever terug op Chardin.

Moderne Kunst [ nl.wikipedia.org ]

galerie 1913

zes schilderijen uit 1913 tussen traditie en vernieuwing

MalewichAan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog had de avant garde de klassieke schilderkunst vernietigende slagen toegediend. Het fauvisme (vanaf 1905), het kubisme (vanaf 1906) en het expressionisme van die Brücke (1905-1913) en der Blaue Reiter (1911-1914) groeven de fundamenten van de klassieke schilderkunst uit. Mimesis en de ruimtelijke illusie werden overboord gezet. In 1911 schilderde Kandinsky het eerste abstracte schilderij. Zijn landgenoot Malewich volgde in 1913 met een zwart vierkant. De klassieke schilderkunst was om zeep geholpen.

Natuurlijk was de klassieke schilderkunst in 1913 niet dood. Schilders die rond het midden van de negentiende eeuw geboren waren, zoals de Rus Ilya Repin (1844-1930) en de Amerikaan John Singer Sargent (1856-1925) gingen gewoon door met waar ze goed in waren, al hadden ze zich niet afgesneden van de moderne ontwikkelingen. Ze werden op hun manier beïnvloed door de heldere kleuren en de spontaniteit van het impressionisme.

Ilya Repin
Ilya Repin 1844-1930
Singer Sargent
John Singer Sargent 1856-1925

Sir Laurens Alma Tadema was in 1912 overleden en in 1913 was de Victoriaanse schilderkunst voorbij. Toch schilderde John William Waterhouse, een van de laatste Victorianen, nog tot aan zijn dood in 1917 alsof er niets gebeurd was.

John William Waterhouse
John William Waterhouse 1849-1917

Vooral de Spanjaard Joaquin Sorolla y Bastida (1863-1923) had het impressionisme opgepikt en schilderde rond 1900 levendige en stralende strandtaferelen, tegenovergesteld aan de druilerige grijze schilderijen van de Haagse School. Je hoefde dus geen fauvist te zijn om het bruin van de negentiende eeuw uit te wissen.

Joaquin Sorolla
Joaquin Sorolla 1863-1923

De Zweedse schilder Anders Zorn (1860–1920) schilderde net als zijn Spaanse tijdgenoot Joaquin Sorolla y Bastida meestal badende naakten met een impressionistische blik. Anders dan bij Sorolla wisselen bij Zorn binnen- en buitenscenes elkaar af. Naakten in een warme vuurgloed duiken in zijn werk telkens op. Zorn was ook een getalenteerd portretschilder en portretteerde o.a. de Amerikaanse president Taft in 1909.

Anders Zorn
Anders Zorn 1860–1920

De Ierse schilder Sir William Orpen (1878–1931) behoorde tot de jonge generatie. Hij was beïnvloed door John Singer Sargent en het impressionisme. Als jonge schilder ging hij aan het begin van de twintigste eeuw niet mee met de avant garde maar greep soms terug naar schilders uit de achttiende eeuw.

William Orpen
Sir William Orpen 1878–1931

Jijé

De Belgische striptekenaar Joseph Gilain (1914-1980)

JijéHet Belgische stripblad Robbedoes bestond van 1938 tot 2005 en was een van de langstlopende stripbladen uit de geschiedenis. De Franstalige versie Spirou bestaat overigens nog altijd. Van 1978 tot 1980 had ik een abonnement op Robbedoes maar de gouden jaren van het legendarische blad waren toen al voorbij. Wel werden in die tijd soms klassiekers uit de jaren vijftig geplaatst, zoals Guus Slim van Maurice Tillieux, Guust van André Franquin, Joris Jasper van MiTacq en Blondie en Blinkie van Jijé.

De gouden periode van Robbedoes begon kort na de oorlog dankzij een opeenhoping van Belgisch talent. André Franquin (Guust), Maurice De Bevere (Morris) (Lucky Luke), Eddy Paape (Flip Flink), Will Maltaite (Baard en Kale), Peyo (Pierre Culliford) (de Smurfen) en Jean Roba (Bollie en Billie) waren allemaal tussen 1920 en 1930 geboren en behoorden tot een gezegende generatie. Het jonge talent werd aangevoerd door Jijé, die vóór de oorlog al voor Robbedoes getekend had.

Robbedoes 2004Jijé (Joseph Gilain) (1914-1980) was de jongste van “de Grote Drie” van de Belgische strip. Hij zou in 1980 overlijden, drie jaar vóór Hergé (1907-1983) en zeven jaar vóór Edgar P. Jacobs (1904-1987). Direct na zijn overleden in juli 1980 verscheen een speciale uitgave van Robbedoes met een omslag in zwart wit. In het binnenwerk werden herinneringen opgehaald aan de tekenaar van Robbedoes en Kwabbernoot, Blondie en Blinkie en Jerry Spring. Jijé zou niet alleen een vaderfiguur zijn voor de tekenaars van uitgeverij Dupuismaar ook voor Jean Giraud (1938-2012) die door hem werd ingewijd in de westernstrip. Op 13 januari zal het honderd jaar geleden zijn dat Joseph Gillain werd geboren. Van Hergé en Edgar P. Jacobs verschenen al verschillende postzegels. Hopelijk komt Jijé in 2014 op de Belgische postzegel!

Jerry Spring
in 2004 verscheen er een briefkaart ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de westernstrip Jerry Spring

Jijé [ nl.wikipedia.org ]