Maandelijks archief: december 2015

twee zussen

gisteren gezien op DVD: Il y a longtemps que je t’aime (2008)

Il y a longtemps que je t'aimeZeven jaar geleden zagen wij Il y a longtemps que je t’aime niet in de bioscoop en gisterenavond keken we de DVD thuis op de bank. Klein menselijk drama grijpt mij dikwijls naar de strot. Het leven van gewone mensen komt nu eenmaal dichterbij dan dat van James Bond en kan, mits scenario en spel overtuigen, onder de huid te kruipen. Kristin Scott Thomas en Elsa Zylberstein spelen de sterren van de hemel. Het decor is eens niet Parijs, maar het provinciale Nancy. Deze film van Philippe Claudel viel terecht in de prijzen: twee Golden Globes, twee Césars, een BAFTA en de European Film Award.

Wanneer Léa Fontaine (Elsa Zylberstein) haar oudere zus Juliette (Kristin Scott Thomas) oppikt in een wachtruimte, is dat de eerste keer dat de twee elkaar zien in vijftien jaar. Juliette is zojuist vrijgekomen na een gevangenisstraf van vijftien jaar. Léa heeft amper herinneringen aan de tijd die ze samen als kind doorbrachten en Juliette verdween achter slot en grendel vóór haar zusje de kindertijd ontgroeide. Nu wil de jongste van de twee haar oudere zus opnieuw leren kennen door haar voorlopig onderdak te bieden bij haar thuis.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Il y a longtemps que je t’aime [ imdb.com ]

De lieveling van de dictator

naar aanleiding van Henk van Os over Ilya Repin
in de catalogus Repin – het geheim van Rusland (Groninger Museum)

In onze achterkamer hangt een reproductie van Die Toteninsel van Arnold Böcklin. Er zijn vijf versies van. Een van die versies werd in 1936 gekocht door Hitler. Hij hing het eerst op in de Berghof in Berchtesgaden en nam het in 1940 mee naar Berlijn waar hij het een plek gaf op zijn werkkamer in de Neue Reichskanzlei. Daar ging het tijdens de Slag om Berlijn in april 1945 verloren. Die Toteninsel is besmet geraakt. Het Wagneriaanse sprak de Führer aan. Moeten wij Die Toteninsel met Wagner en al die andere nazi-troep erbij dus maar niet in de vuilverbrander van de geschiedenis gooien?

Die Toteninsel
Die Toteninsel van Arnold Böcklin
Alte Nationalgalerie Berlin

Dictators lijden door megalomanie vaak aan een slechte smaak. Hitler en Stalin hielden bijvoorbeeld allebei van pompeuze gebouwen, en Stalin wilde daar het liefst nog een toefje slagroom bovenop. Net als in het Derde Rijk, keerde de officiële staatskunst van de Sovjet-Unie zich in de jaren twintig al af van de avant garde, die in de vrije westerse wereld juist als uiterst chique en smaakvol ervaren werd. Stalin hield de Russische kunstenaar voor dat hij een voorbeeld moest nemen aan de Drie Groten: Rembrandt, Rubens en Repin. Voor het kunstonderwijs in de Sovjet Unie werden deze schilders het equivalent van Rust, Reinheid en Regelmaat, de 3 R’en uit de didactiek. De Russische Revolutie bracht uiteindelijk dus geen revolutionaire kunst maar reactionaire kunst voort.

Natuurlijk is het onzin om een kunstenaar of een bepaalde kunst af te wijzen, omdat het ooit de lieveling van een dictator was. Wat mij betreft had Stalin het goed gezien dat Rembrandt, Rubens en Repin drie groten zijn en het is vergeeflijk dat hij Repin als de grootste van het drietal zag. Ook Hitler wist het Wagneriaanse Toteninsel van Böcklin op waarde te schatten. Ik kijk er zelf graag naar en zelfs naar Rubens, omdat er onder zijn baroksaus zoveel moois ligt.

Moeten wij Die Toteninsel met Wagner en al die andere nazi-troep erbij dus maar niet in de vuilverbrander van de geschiedenis gooien?

Toch werd de agenda van alle westerse kunst na 1945 vooral bepaald door de afkeer van het modernisme onder Hitler en Stalin. Realistische kunst was besmet geraakt en abstracte kunst kreeg de schijn mee onbezoedeld te zijn. Als Hitler en Stalin van abstractie hadden gehouden, was de kunst na 1945 waarschijnlijk een heel andere weg ingeslagen.

volg de meester [ 99 ]

kopie van de heilige Sebastiaan (ca. 1618)
en de dood van Dido (ca. 1634) door Rubens

De marteldood van de heilige Sebastiaan en de dood van Dido komen in eerste instantie een beetje belachelijk op ons over. We zijn tegenwoordig ver verwijderd van deze Shakespeariaanse wijze van sterven, de ogen smachtend ten hemel gericht. Maar voor onze voorouders uit de 17e eeuw was dit normaal. Als er dan toch gestorven moest worden, dan liefst een beetje plechtig. Het theatrale leidt van het eigenlijke sterven af. Hier klinken geen rochels, maar gevleugelde woorden.

De heilige Sebastiaan
de marteldood van de heilige Sebastiaan (detail)
Hier klinken geen rochels,
maar gevleugelde woorden.

Deze theatraliteit is een van de vele redenen waarom veel kunst uit het verleden ons niet meer aanspreekt. Doe normaal man! Juist in Nederland is er altijd een duidelijke afkeer geweest van het theatrale en een voorliefde voor het gewone en alledaagse. De Vlaming Rubens, overigens geboren in Duitsland, had geen moeite met het theatrale. Hij volgde gewoon de Italiaanse mode, om preciezer te zijn: de Venetiaanse. Buiten het nuchtere Nederland vierde hij er in heel Europa successen mee. Meer dan enig andere schilder staat hij voor de barok.

De dood van Dido
de dood van Dido (detail)
Dit schilderij werd waarschijnlijk door leerlingen van Rubens geschilderd. De meester zelf zou de dikke tranen op haar wangen geen kwestie van slechte smaak hebben gevonden. Het hoorde gewoon bij de theatraliteit.

In de twintigste eeuw kreeg de barok een negatieve toon en werd het een synoniem voor overdadigheid en soms zelfs voor kitsch. Als het teveel theater wordt, met cherubijntjes, draperieën en bloemenregens dan heb ik er grote moeite mee. Maar als je er doorheen kunt kijken, valt er van de barok veel te genieten. Vooral bij Rubens. Professor Max Doerner die in de jaren twintig een standaardwerk over schildertechnieken schreef, prees Rubens om zijn superieure techniek die de Vlaamse en Italiaanse techniek in zich verenigt.

Rubens
heilige Sebastiaan en de dood van Dido
in uitvoering (olieverf op geprepareerd papier)

Nu ik voor het eerst beter naar Rubens ben gaan kijken, zie ik steeds meer zijn betekenis voor de schilderkunst. Hij leende veel van de Venetiaanse schilders, maar gaf daar een eigen draai aan. Via Watteau, Fragonard en Delacroix loopt er een lijn van Rubens naar de impressionisten. Bij Rubens is alles kleur. Die theatrale dood, het is maar een bijzaak…

Rubens
werkplek

volg de meester [ 1-99 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan