Maandelijks archief: februari 2017

the shop around the corner

High Street (1938) met litho’s van Eric Ravilious

Een van de fijnste ontdekking op het gebied van midcentury modern illustratie is voor mij High Street van de Engelse schilder, illustrator, ontwerper Eric Ravilious (1903-1942). Helaas stierf hij al op 39-jarige leeftijd tijdens een missie van de RAF. Maar vlak vóór en aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, had hij een zeer eigen stijl ontwikkeld die veel invloed zou hebben op het midcentury modern van de jaren veertig. Een klassieker werd High Street met 24 litho’s van verschillende etalages in High Street.

Eric Ravilious
omslag van High Street (1938)
Eric Ravilious
illustratie en titelblad in High Street (1938)
Eric Ravilious
uit: High Street (1938)
Many of the shops illustrated in High Street were already anachronistic, with their narrow specialisations, when chain and department stores were beginning to impose uniformity in retailing, and also with their old-fashioned stock, such as paraffin lamps and ceramic hot water bottles. Only two of the 24 High Street shops are still to be found at their original addresses: clerical outfitter J Wippell and cheesemonger Paxton and Whitfield. But Ravilious’s lithographs in the original book, and the excellent reproductions in the new facsimile, provide nostalgic insights into 1930s retailing, now that the majority of people serve themselves in supermarkets or virtually, via internet shopping.
 
Bron: fpba.com
Eric Ravilious
uit: High Street (1938)

High Street [ vam.ac.uk ]

nieuwe rook [ 2 ]

postmodern spiegelpaleis of rookgordijn?
over betekenis in het werk van Neo Rauch

Neo Rauch BegleiterIn het eerste deel schreef ik over mijn dubbele standpunt tegenover het werk van de hedendaagse Duitse schilder Neo Rauch. Het werk trekt mij als een magneet aan, maar het voelt als sirenengezang. Het bedwelmt als een stevige joint, maar tegelijkertijd voel ik een akelige leegte, hoewel er op zijn schilderijen echt van alles te zien is. Het is als met een avontuurlijke droom. Je wordt van de ene in de andere hoek geslingerd en bij het wakker worden, voel je je total loss. Je verlangt naar een kop koffie en bent blij dat je de hele film weer vergeten kan. Maar je kunt de nachtelijke avonturen ook duiden.

De voorstellingen van Neo Rauch hebben veel van dromen. Dat wordt versterkt doordat ze fragmentarisch zijn en ten dele onvoltooid. Rauch maakt in zijn schilderijen de rafelranden van ons bewustzijn zichtbaar. Daarin sluit hij zich aan bij de traditie van het surrealisme. Deze kunststroming ontstond ongeveer honderd jaar geleden vanuit het dadaïsme en de pittura metafisica. De kunstenaars van het surrealisme voelden zich aangetrokken tot de droom waarmee ze twee kanten op konden: aan de ene (psychologische) kant leek in de droom het geheim van ons bestaan versleuteld. Aan de andere (existentiële) kant benadrukte de droom de absurditeit van het bestaan.

Neo Rauch
Neue Rollen
Neo Rauch schildert met olieverf maar zijn schilderijen hebben de uitstraling van gouache. Dat komt door zijn voorliefde voor heldere kleuren vaak in grote vlakken, die we ook bij de reclameschilders van de jaren vijftig zien. De zogenaamde flat colors zijn kenmerkend voor de midcentury look.

Een van de surrealisten die telkens bij mij naar boven komt als ik naar het werk van Neo Rauch kijk, is Max Ernst (1891-1976). Misschien komt dat omdat Ernst ook een Duitser is en Duitsers hebben de neiging om de diepte in te gaan. Deze Einladung zum Tanz is bij mij aan het juiste adres. Zowel Ernst als Rauch hebben het vermogen om op een heel natuurlijke wijze een andere werkelijkheid zichtbaar te maken. Een deel van de magie zit in vaak de verhalende, maar meestal cryptische titel. Je krijgt een voorzet die uitnodigt om er een interpretatie in te knallen. Tegelijkertijd is het ook allemaal Spielerei. Toch werkt de titel bij mij vaak als een aanwijzing, een soort gids om een vreemde wereld binnen te treden.

Zowel Max Ernst als Neo Rauch hebben het vermogen om op een heel natuurlijke wijze een andere werkelijkheid zichtbaar te maken.

Neo Rauch leidt de beschouwer een parallelle wereld binnen en de vraag die steeds in mij opkomt, “betekent dit eigenlijk nog wel iets?”, zegt zowel iets over zijn werk als over mij. Ik zoek dus naar betekenis, wil vaste grond onder mijn voeten vinden en niet wegzakken in een moeras van interpretaties. Als er helemaal geen betekenis achter zijn werk zou zitten, dan is het gewoon wat het is, puur oppervlakte zonder diepte. De sluier van Maya. Je kunt je eraan vergapen, maar ook je schouders bij ophalen. Wat moet je er eigenlijk mee? Net als na de onsamenhangende droom die ‘s morgens een chaos in je hoofd heeft achterlaten, kun je dan het beste overgaan tot de orde van de dag.

Maar dat doe ik niet. Het werk van Neo Rauch heeft mij bedwelmd en ik blijf er betekenis achter zoeken. Niet de betekenis van zijn werk, maar de betekenis die het voor mij heeft. Dat zijn verschillende zaken. Ik kan het werk van Neo Rauch indelen bij het neo-surrealisme. Dat is prettig, want dan zit het keurig opgeborgen in een vakje. Betekenis heeft het dan nog niet gekregen, maar het is een begin. Betekenis krijgt het voor mij als ik kan gaan zien hoe het werk van Neo Rauch zich verhoudt tot de geschiedenis van de schilderkunst en hoe deze weer is ingebed in de geschiedenis. De geschiedenis, dat is niet alleen onze tijd, dat is ook het verleden en ook de tijd die nog moet komen.

Wat zeggen zijn schilderijen over de tijd waarin wij nu leven? Wanneer ik daarop een antwoord wil vinden, moet ik vooral gaan kijken naar het verleden. Het heden komt des te scherper in beeld als we ons op het verleden richten. Want dan kunnen we gaan zien waarin onze tijd anders is dan de tijd van onze voorouders.

Men zegt dat we in een postmoderne tijd leven. Daar is heel veel over te zeggen. Wat voor mij het meest wezenlijke daarvan is, is dat dit een tijd is waarin niet meer in een Groot Verhaal geloofd wordt. Postmodernisme impliceert relativisme én pluralisme: er is niet één Waarheid maar er zijn vele waarheden, omdat iedere tijd, iedere cultuur en ieder mens een “eigen waarheid” zouden hebben. De schilderkunst, met name de historische, had veelal de functie had om een Groot Verhaal te illustreren. Tot 1700 was dat het Verhaal van de Bijbel met zijn uniforme christelijke Waarheid. Daarnaast putten schilders ook uit de antieke wereld, waarbij de Metamorfosen van Ovidius een belangrijke bron was. Deze twee bronnen droogden na 1800 op en er kwamen andere grote verhalen. De negentiende eeuw werd de tijd van de nationale mythen. Natiestaten fundeerden hun legitimiteit in historische gebeurtenissen. Deze werden door historieschilders geïllustreerd, vaak op enorme doeken soms nog groter dan die van Neo Rauch.

Postmodernisme impliceert relativisme én pluralisme: er is niet één Waarheid maar er zijn vele waarheden, omdat iedere tijd, iedere cultuur en ieder mens een “eigen waarheid” zouden hebben.
Neo Rauch
Ordnungshüter 2008

Met de komst van het modernisme in de tweede helft van de negentiende eeuw werd het realisme steeds belangrijker. Het gaat in het realisme eerder om iets kleins dan om iets groots. Het alledaagse gaat de plaats innemen van grote historische gebeurtenissen. De Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw is een groot voorbeeld voor de realisten, met het bosje asperges van Adriaen Coorte als dé openbaring van het gewone. Realisme kijkt naar de dingen om ons heen en heeft de oppervlakte lief. Het zoekt niet naar een wereld achter de verschijnselen. In een tijd waarin de metafysica is doodverklaard, is dit ons zeer vertrouwd. De hemel ligt in scherven op de aarde. Het is deze wereld en niets anders.

Het modernisme was allerminst nog het einde van de Grote Verhalen omdat het in de kern een utopie volgde, de hemel op aarde van het modernisme. Alles helder, overzichtelijk en functioneel. Dat utopische modernisme zou tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw blijven bestaan. Daarna zouden we gaan spreken van het postmodernisme. Tenslotte kunnen we ook niet meer in het laatste Grote Verhaal, het utopische modernisme, geloven. Wat overblijft is de aandacht voor het kleine, het meest nabije en het persoonlijke.

Neo Rauch was in de DDR opgegroeid met het Grote Verhaal van het socialisme en de officiële kunst maakte zich dienstbaar aan dat verhaal. Studenten aan de kunstacademies achter het ijzeren gordijn werkten tot in de jaren tachtig vanuit een kunstideaal dat haaks stond op het pluralisme en postmodernisme in de vrije westerse wereld. De nadruk in het socialistische kunstonderwijs lag op het ontwikkelen van technische vaardigheden, want dat was de motor achter het socialistisch realisme. Neo Rauch valt in de eerste plaats op door zijn technische vaardigheid, een kwaliteit die hij deelt met reclameschilders. Uiteindelijk is socialistisch realisme natuurlijk niets anders dan propaganda voor de Partij. Na de Wende kon Neo Rauch zich bevrijden de socialistische tunnelvisie, maar bleef hij de DDR-look koesteren. Een film als Good Bye Lenin (2003) maakte DDR-parafernalia in het Westen enorm populair en dat was uiteraard gunstig voor de bekendheid van zijn werk.

Je kunt Neo Rauch gemakkelijk verwijten dat hij koketteert met zijn DDR-verleden, dat hij retro combineert met ostalgie. Maar hij doet dat binnen een traditie die niets met het socialistisch realisme te maken heeft. Hij sluit zich aan bij het surrealisme uit de jaren twintig en dertig. Zijn voorstellingen zijn bewust fragmentarisch, een soort geschilderde collages, tonen een gebroken spiegel. Terwijl de traditionele historieschilderkunst ons een ongebroken spiegel laat zien waarin één Verhaal, één Boodschap naar voren komt, weet je bij Rauch niet wat hij ons wil zeggen.

Gelaagdheid lijkt in de hedendaagse kunst een voorwaarde te zijn geworden en dat heeft alles te maken met het postmodernisme dat sterk geneigd is om eenduidigheid af te wijzen en meerduidigheid omarmt. Voorstellingen die kant noch wal raken, kunnen zo met allerhande verschillende interpretaties “diepte” krijgen. Staat er een guillotine op het schilderij (wat bij Neo Rauch vaker voorkomt) dan ontlokt dat allerlei soorten interpretaties die kunnen variëren van historische interpretaties tot interpretaties in het veld van de persoonlijke mythologie (zoals de stoomtrein in het werk van Giorgio de Chirico). Trekt Neo Rauch nu bewust een rookgordijn op waarin ieder zijn eigen demonen en idolen ziet opdoemen of zit er toch nog iets achter deze rook?

Trekt Neo Rauch nu bewust een rookgordijn op waarin ieder zijn eigen demonen en idolen ziet opdoemen of zit er toch nog iets achter deze rook?

Acht jaar geleden was in het Drents Museum in Assen de tentoonstelling Realisme uit Leipzig – Drie generaties Leipziger Schule te zien. Op dit moment loopt in Museum De Fundatie in Zwolle (tot 14 mei 2017) de tentoonstelling Werner Tübke – meesterschilder tussen Oost en West. Werner Tübke (1929-2004) behoort tot de eerste generatie van deze school. Neo Rauch (1960) is van derde generatie die de zogenaamde Neue Leipziger Schule genoemd wordt.

volg de meester [ 125 ]

kopieën n.a.v. Peter Paul Rubens

Samen met Michelangelo, Titiaan en Caravaggio behoort Rubens tot de meest invloedrijke schilders uit de geschiedenis. Toch heeft hij door zijn barokke stijl altijd ver van mij afgestaan. Dat is de laatste jaren aan het veranderen. Mijn ingang tot Rubens gaat via het impressionisme. Dat is minder vreemd dan het lijkt. Je kunt van de impressionisten een duidelijke lijn trekken via Delacroix, Fragonard en Watteau naar de Antwerpse meester.

Aan het begin van de achttiende eeuw was er aan de Franse Académie royale de peinture et de sculpture een strijd tussen de volgelingen van Poussin en de volgelingen van Rubens. De classicistische Poussin stond voor de uitgebalanceerde tekening en de koele, ingehouden kleuren, terwijl Rubens juist voor gloeiende kleuren en heftige taferelen. Je zou achter deze strijd de eeuwige dialectiek tussen het apollinische en dionysische kunnen zien.

In de achttiende en negentiende eeuw zouden poussinistes en rubenistes telkens in afwisselende perioden de wind mee en tegen hebben. Een van de grootste en invloedrijkste pousenistes was Jacques-Louis David die met zijn neoclassicisme tussen 1780 en 1820 de norm zou worden in Frankrijk. Maar voor de Romantiek was zijn stijl veel te rationeel en afstandelijk. In de jaren twintig van de negentiende eeuw zou Eugène Delacroix breken met het neoclassicistische kunstideaal. Hij greep daarbij letterlijk terug op Rubens.

Rubens
onderschilderingen voor Venus en Adonis (ca. 1614)

Rubens heeft in Nederland niet erg veel invloed gehad. Onze nuchtere en calvinistische voorouders vonden hem te theatraal, te Italiaans en vooral te katholiek. Het realisme van Vermeer met een sterke nadruk op het alledaagse sprak boven de grote rivieren veel meer aan dan de theatrale barok van Rubens. We begrijpen elkaar in onze afwijzing van Rubens.

Als schilder kun je echter moeilijk om Rubens heen. Zijn kleurgebruik is fenomenaal, zijn techniek virtuoos en zijn schilderkunstige intelligentie verbluffend. Dat ben ik nu steeds meer aan het ontdekken in het navolgen van Rubens. Ik doe het wel op mijn eigen manier op geprepareerd zwaar papier met een imprimatura van rauwe omber.

Rubens
onderschilderingen voor Venus en Adonis (ca. 1610) en De Vereniging van Water en Aarde (1618)
CCCP 1977
40 jaar geleden gaf de Sovjet-Unie een postzegel uit met het meesterwerk De Vereniging van Water en Aarde (1618) dat in het Hermitage hangt.

volg de meester [ 1-125 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

volg de meester [ 124 ]

olieverfschets n.a.v. Peter Paul Rubens

Maandag schreef ik dat de blik van de martelaar tijdens zijn/haar laatste beproeving nauwelijks nog voorkomt in de moderne beeldcultuur. Zaterdagavond zag ik een uitzondering in de film Silence. Liam Neeson speelt hierin een Portugese priester die afvallig is geworden doordat hij zijn ultieme beproeving niet doorstaan heeft. De Japanners martelen voor zijn ogen zijn vrienden en verleiden hem zo zijn geloof af te zweren. Neemt hij afstand van Christus, dan zullen zijn vrienden in leven blijven. Het moment van geestelijke verscheuring door dit duivelse dilemma is door cinematograaf Rodrigo Prieto vastgelegd. Overigens is het in onze tijd moeilijk voor te stellen waarom het een duivels dilemma is. Wanneer we anderen kunnen helpen, lijkt het afzweren van geloof op het loslaten van een denkbeeld en is dat eerder een plicht dan omgekeerd.

Liam Neeson
twee olieverfschetsen: rechts de profeet Daniël in de leeuwenkuil (Rubens) en links Liam Neeson in Silence (Scorsese)

volg de meester [ 1-124 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

volg de meester [ 123 ]

kopie naar de heilige Sebastiaan van Peter Paul Rubens (ca. 1614)

In Mr. Turner (2014) bekijkt de knorrige William Turner samen met enkele leden van de Royal Academy een schilderij waarop de martelaar Sebastiaan staat afgebeeld, waarbij een engeltje de pijlen uit zijn lijf trekt. “Het is bijna niet om aan te zien”, merkt zijn collega Benjamin Robert Haydon droog op. Oude meesters schilderden voorstellingen die vandaag de dag zelfs door World Press Photo niet getoond zouden worden. De gruwelijkheid van de voorstelling werd door stichtende woorden bedekt en verzacht door de standvastigheid van de martelaar, al dan niet met extatische blik naar de hemel. Voor een schilder gold een voorstelling van de martelaar Sebastiaan vaak als een meesterproef waarin hij kon laten zien dat hij de anatomie van het menselijk lichaam beheerste. Ik schilderde Sebastiaan tot nu toe zonder de pijlen. Die komen pas op het laatst, snel en pijnloos.

Rubens
de heilige Sebastiaan na de derde sessie

Sebastiaans ouders waren christenen. Hijzelf bekeerde zich in het geheim, omdat de christenen toen nog door de Romeinen vervolgd werden, en hielp de mensen die leden onder die vervolgingen. Als soldaat onder Diocletianus (284-305) zou hij wonderen hebben verricht en hield hij lange redevoeringen. Hij wist de tweeling Marcus en Marcelianus te overreden de marteldood te sterven. Hij viel hierdoor in ongenade bij de keizer, nadat die ontdekte dat hij christen was. Soldaten arresteerden hem en doorzeefden hem op het Marsveld met pijlen. Volgens een ander verhaal werd hij naakt aan een boom of paal gebonden.
(Bron: nl.wikipedia.org)

volg de meester [ 1-123 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

volg de meester [ 122 ]

de laatste hoop
olieverfschetsen van portretten van Peter Paul Rubens

Net als de meeste andere schilders van religieuze onderwerpen was ook Rubens vertrouwd met de klassieke blik van de Gekruisigde: kin iets omhoog, mond half open en de blik omhoog gericht naar de Laatste Hoop. Zijn trouwste volgelingen, de martelaren, staan op een brandstapel, zijn met pijlen doorboord of worden omringd door wilde dieren. Ik waagde mij aan een paar olieschetsen naar aanleiding van twee schilderijen van Rubens: de heilige Sebastiaan en Daniël in de leeuwenkuil, beide geschilderd rond 1615.

Rubens
details van de heilige Sebastiaan (ca 1614)
en Daniël in de leeuwenkuil (1615)

In onze tijd is het lastig om deze pose zonder ironie te interpreteren. We zijn snel geneigd om deze uitdrukking sentimenteel te vinden in de zin van vals en een beetje lachwekkend. De “bidprentjes-look” komen we in de schilderkunst na 1900 nauwelijks nog tegen.

Gene TierneyMaar de vroege film heeft een voorliefde voor het dramatische. Omdat de acteurs op het witte doek tot 1929 nog niet konden spreken, werden hun poses vaak overdreven. De smachtende of lijdzame blik komt als groteske figuur in de zwijgende film nog vrij veel voor. Daarna verdwijnt deze, maar sporadisch keert deze blik terug zoals op de foto van Gene Tierney gemaakt ergens in de jaren veertig.
 
Kunnen we er eigenlijk nog in geloven?
 

volg de meester [ 1-122 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

Scorsese’s biecht

zaterdagavond met Michaela gezien in Focus Arnhem: Silence (2016)

SilenceWie hecht aan het (voor)oordeel dat het boeddhisme opener, vreedzamer en toleranter is dan het christendom, kan de nieuwste film van Martin Scorsese beter niet kijken. Het verhaal speelt zich af in het Japan omstreeks het midden van de 17e eeuw toen christenen vervolgd werden door boeddhisten. Zij zagen het christendom, dat door Portugese jezuïeten geïntroduceerd was, als iets gevaarlijks en waren vastbesloten het uit te roeien.

De Japanners die zich tot het christendom bekeerd hadden, waren levende getuigenissen van hun Voorbeeld. Ze vormden met elkaar een hechte gemeenschap, gedroegen zich nederig en waren de andere Japanners niet tot last. Toch moesten ze van de Japanse inquisiteurs hun geloof afzweren. Deden ze dat niet, dan werden ze voor de ogen van de anderen gemarteld. Boeddhisme zoals we het nog niet kenden.

Silence is gebaseerd op de roman Chinmoku (1966) van de Japanse schrijver Shusaku Endo. In 1971 werd het boek voor het eerst verfilmd. De verfilming die nu in de bioscoop draait, is eerder een auteursfilm dan een verfilming. Het is misschien wel de meest persoonlijke film van Martin Scorsese en heeft iets van een biecht. De regisseur hoopt dit jaar zijn 75e verjaardag te vieren en Silence is mogelijk zijn testament. Samen met zijn vaste scenarist Jay Cocks (The Age of Innocence, Gangs of New York) schreef hij het draaiboek.

Silence gaat over de volharding. Wat is het christelijk geloof je waard? Anders gezegd: blijf je in elke omstandigheid trouw aan God? Dat laatste interpreteren we in onze postchristelijke tijd heel anders dan in de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Voor de Jezuïeten en de tot het christendom bekeerde Japanners was God niet een “concept” maar een Persoon die in Christus mensgeworden en onze persoonlijke Verlosser is. De Japanse boeddhisten keken hier in de zeventiende eeuw op eenzelfde manier naar als de meesten van ons tegenwoordig. De christelijke god is in de boeddhistische, maar ook in de postmoderne visie, een constructie, een godsbeeld. Niets meer en niets minder.

Silence
still uit Silence
De christelijke god is in de boeddhistische, maar ook in de postmoderne visie, een constructie, een godsbeeld.

Dat maakt het lastig om naar Silence te kijken vanuit de ogen van de twee Portugese priesters en de Japanse christenen. Wij kijken in de eenentwintigste eeuw eigenlijk met de ogen van de boeddhistische Japanners in de zeventiende eeuw. Waarom komen jullie je godsbeeld aan ons opdringen? Vanuit deze heilige verontwaardiging kan de blijdschap en de innerlijke revolutie van de bekeerde Japanners niet worden (mee)gevoeld en begrepen. De Japanse heersers voelden zich door het christendom bedreigd, kozen voor isolationisme en besloten de bekeerde Japanners tot afvalligheid te dwingen. Hun priesters moesten daarin voorgaan, want de priesters waren immers hun leiders.

In de postkoloniale tijd zijn we geneigd de kerstening van vreemde volkeren (dus ook van de Japanners) door onze blanke voorouders af te keuren. Tegelijkertijd vinden we het vanzelfsprekend dat niet-Westerse migranten hun godsdienst hier verspreiden. In de 17e eeuw verspreidden de Europeanen het christendom over de wereld. De Japanners in Silence bekeerden zich uit vrije wil omdat ze in Christus de Waarheid leerden kennen. De Waarheid werd in het Japan van de 17e eeuw niet getolereerd. En ook het postmodernisme heeft het er moeilijk mee.

Het zeventiende-eeuwse Japan confronteert ons op verschillende manieren: de overtuiging dat openheid voor andere culturen en godsdienstvrijheid iets fundamenteels is, botst hier op een andere overtuiging, namelijk dat het boeddhisme een zeer tolerante levensbeschouwing is die alle vormen, en dus verschillen, overstijgt. Maar in Silence toont het boeddhisme een onverdraagzaamheid die we bepaald niet met het boeddhisme associëren. Christenen moeten hun geloof afzweren en weer Japanners worden. Boeddhisme first! Je voelt je er ongemakkelijk bij: het isolationistische Japan van 1640 bleek vele malen erger dan het huidige Amerika van Trump: een andere godsdienst werd verboden en de gelovigen werden op uiterst wrede wijze vervolgd.

De Waarheid werd in het Japan van de 17e eeuw niet getolereerd. En ook het postmodernisme heeft het er moeilijk mee.

Hoofdpersoon Padre Rodrigues, die net als Petrus zijn Heer niet verloochenen wil, komt in Silence soms over als een koppige man die vasthoudt aan zijn eigen gelijk. Zo zien de boeddhisten het in ieder geval. Een mens die niet wil loslaten. Dat het verraad van de Ander, want dat betekent het afzweren van het christelijk geloof, iets totaal anders is dan een boeddhistisch “loslaten”, een “go with the flow”, maakt Silence voor mij niet genoeg duidelijk. In navolging van Christus krijgt Padre Rodrigues een verschrikkelijke beproeving.

De inquisiteur plaatst hem voor een duivels dilemma: door afvalligheid kan hij het leven van zijn vrienden sparen. Of hij moet toezien hoe zij op een wrede wijze gedood worden “als hij zich koppig en egoïstisch vastklampt aan een denkbeeld”. Deze ultieme beproeving brengt hem in de godverlatenheid waarin Silence eindigt. Scorsese lijkt ons te willen zeggen: in deze leegte komt de zwijgende God dichterbij en tenslotte moeten wijzelf misschien ook zwijgen over God en dat geheim meenemen in ons graf.

Silence [ imdb.com ]