Maandelijks archief: juli 2006

het verhaal ging … [10]

Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Hippomenes en Atlanta
Hippomenes liet een gouden appel vallen opdat Atalanta de appel zou oprapen. Hij passeerde haar en ontving een luid applaus, maar ze haalde hem weer in en vertraagde opnieuw bij het zien van de tweede appel en raakte achterop, maar haalde Hippomenes tenslotte toch opnieuw in. Bij het ingaan van de laatste ronde riep hij: «Godin, bescherm mij; Venus, jij gaf mij dit geschenk…» en hij wierp zijn laatste hoop ver weg, zodat zij verder achterop kwam…
Guido Reni
Guido Reni, 1672
Ik zag haar aarzelen en heb haar ingegeven de appel op te rapen. Het meisje werd verslagen en de winnaar kreeg zijn prijs. Zeg me, Adonis, had ik geen dank verdiend? Maar nee, hij gaf me die niet! En dat bracht me tot razernij… Gekwetst door dit gebrek aan eerbied stelde ik een voorbeeld dat maakt dat niemand nog met mij durft spotten. Ik zou ze krijgen!»
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek

airworld

Airworld, Design en Architectuur voor de Luchtvaart
Stedelijk Museum Amsterdam , 21 juli -tot 5 november

Vanmorgen bleef mijn oog dankbaar haken aan onderstaande foto in de krant. Voor dit soort tijdsbeelden bezwijk ik telkens weer. Het is die onbeheerste baldadigheid van de sixties die omstreeks 1970 smakeloze vormen had aangenomen. De opblaasbanken (waarom is in dit interieurontwerp hier eigenlijk niet voor gekozen, zo ligt als een veertje), het meubilair overtrokken met opart-motieven waarin je halucinerend met je Martini in kunt wegdrijven. De opstand van hoge laarzen-blootbeen-minirokje bekroond met kashmir-blouse en startrek-kapsel. In het midden een onbegrijpelijke borreltafel met lederen stootrand en een draaitrap met bordeeltreden. [C] Het feest is compleet.

1970
interieurontwerp uit 1970 voor de lounge van een Boeing 747

Dan die levende paspoppen. Meneer links op de voorgrond [A] lijkt op een laptopje te werken, maar dit is 1970. Hij neemt slechts analoog wat rapporten door in zijn zakenkoffertje. Dan achter hem de onvermijdelijke Aziaat [C], die elke multinational moet koesteren. De dames op de voorgrond rechts [B], hebben sinds 1968 [D] nog niets aan hun garderobe gedaan, maar ik vind het prima zo. En dan het motief [E] van die bank, gelukkig zijn er behulpzame en begrijpende stewardessen, die weten dat op 10 kilometer hoogte alles design is, ook de kotszakjes.

1970
De gestroomlijnde dames van Lufthansa die in de seventies het luchtruim doorkruisten
Saarinen
TWA-Terminal op Kennedy Airport, New York (1956-62)
Al bijna een eeuw is de luchtvaartindustrie een belangrijke speler op het gebied van architectuur en vormgeving. Voor veel architecten en ontwerpers is het een eer om iets te ontwerpen voor deze bedrijfstak, van steward(essen)kleding tot bewegwijzering, van terminal tot servies of bestek. „Airworld„ geeft een goed beeld van de historie van de luchtvaart, met de nadruk op de ontwikkelingen die design en architectuur hebben doorgemaakt. Het is voor het eerst dat dit thema zo breed vanuit een design- en architectuurperspectief wordt belicht. De tentoonstelling „Airworld. Design en Architectuur voor de Luchtvaart„ is samengesteld door het Vitra Design Museum (Weil am Rhein). Het Stedelijk voegde affiches uit de eigen collectie toe en objecten die typerend zijn voor de Nederlandse situatie.
 
Bron: stedelijk.nl

het verhaal ging … [9]

Deze maand lees ik de Metamorphosen van Ovidius
vandaag: Minerva en Arachne
Nadat Minerva naar het zingen had geluisterd, het lied van de muzen had geprezen en hun wraak had goedgekeurd, dacht zij: “Ik prijs nu wel een ander, maar ik wil zelf ook worden geëerd; ik laat niet straffeloos met mij spotten.” Daarmee bedoelde zij wat er gebeurd was met Arachne in Lydië.
Het meisje blonk niet uit door stand of afkomst maar door haar vakmanschap.

Minerva had gehoord dat die haar in de weefkunst naar de kroon stak. Het meisje blonk niet uit door stand of afkomst maar door haar vakmanschap. Haar vader, Idmon, was wolverver in Colophon waar hij natte wol met Lydisch purper bewerkte. Haar moeder behoorde net als haar man tot het volk, maar was al overleden.

Minerva en Arachne
Ludovico Dolce, Metamorphosen 1558
Hoewel Arachne in alle eenvoud geboren was in het dorpje Hypaepa (waar ze nog altijd woonde), was ze in alle steden bekend geworden om haar vaardigheid. Bergnimfen daalden van de met wijnranken begroeide Tmolus af om met verbazing naar haar werk te kijken en waternimfen lieten er graag even de Pactolus-stroom voor in de steek.
 
Niet alleen het bekijken van de bewerkte stoffen was heerlijk, maar ook het gadeslaan van het vervaardigen van de stoffen was een feest, hoe ze de ruwe strengen tot een kluwen opwond of vingervlug begon te kaarden, hoe ze een lange zachte draad uit een wolk van wol trok, steeds opnieuw, hoe ze handig met de duim de gladde spoel deed gaan, hoe ze patronen weefde alsof ze les zou gehad hebben van Minerva, het was een wonder om naar te kijken! Maar zelf ontkende Arachne dat ze les zou hebben gekregen van Minerva; ze voelde zich beledigd met zo’n lerares en ze riep: “Ze mag zich met mij komen meten en als ze van mij wint, mag ze alles met me doen wat ze wil.”
 
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius

Kroon’s mythologisch woordenboek