Na de indringende veteranenportretten op de tentoonstelling De Eindeloze Oorlog en het lezen van het boek over De Eerste Wereldoorlog, schoot me te binnen dat Geert Mak in In Europa schrijft over de overlevenden van de Eerste Wereldoorlog. Ik heb het weer eens opgezocht:
Bron: In Europa (blz. 167, derde alinea)

Bijna negentig jaar na de Grote Oorlog is er op het web volop documentatie te vinden over de gruwelijke gevolgen van die oorlog. Bij degenen die lichamelijk en psychisch verminkt waren, ging de oorlog gewoon verder. Op deze franstalige site geen prachtige koppen van oude mannen met psychische littekens, zoals de portretten van Martin Roemers op de tentoonstelling De Eindeloze Oorlog, maar mannen uit de twintiger jaren en vaak nog in hun twintiger jaren, die het overleefd hadden als kannonenvoer en met een kapotgesmeten gezicht oud moesten worden.

En nu is daar een derde boek over de oorlog bijgekomen: 
De Eerste Wereldoorlog is een wereldbrand die in nevelen gehuld blijft. De vaststelling komt ironisch genoeg van John Keegan zelf, de historicus die er volgens velen tot dusver het best in is geslaagd die krankzinnige strijd tussen naties inzichtelijk te maken. Keegan, vermaard om een superieure reeks militair-historische studies, concentreert zich in dit boek met name op het grootste mysterie van het drama: de koppige voortzetting van de loopgravenoorlog. Wat hield de naties en hun legers gaande? Waarom waren de generaals niet vindingrijker in wat achteraf moet worden aangemerkt als een halfcriminele onderneming? Keegan beantwoordt deze vragen en geeft een genuanceerde beschrijving van de verschrikkingen aan het front.
Neo Rauch schildert zijn complex verhalende beeldtaal in typische bleke kalkachtige kleuren op grote formaten. Ogenschijnlijk vertrouwde beelden worden geherdefinieerd. Zijn schilderijen, waarbij archetypisch menselijke figuren en desolate utopische locaties beeldbepalend zijn, ademen een hallucinerende sfeer. Verstilde industriële landschappen, statische alledaagse taferelen, kleur- en compositievarianten maken deel uit van zijn filmische wereldbeeld. Zijn realistische beeldtaal laat zich karakteriseren als een fictieve mengeling van motieven uit voormalige DDR-reclame en Amerikaanse comic-strips, met duidelijke verwijzingen naar de Pop-art. Rauchs werk is tegelijk verleidelijk en prikkelend, houdt wel afstand en dwingt daarmee de kijker tot nauwkeurige beschouwing. (Bron: 












