uit: Een verlangen naar ontroostbaarheid
en met gezond verstand –
zodat de liefde
hen niet werkelijk
in hun identiteit bedreigt
Maar sommigen leren het nooit, of willen het niet leren – ze kunnen zich niet verzoenen met de basisprincipes van de liefdeseconomie, waarin objecten geacht worden verwisselbaar en vervangbaar te zijn – ze willen alleen maar dat ene, zetten roekeloos hun hele vermogen in en worden dan ook bedreigd met een verpletterend, onherstelbaar verlies. Meer zelfs: ze verliezen onvermijdelijk, hun inzet zelf betekent reeds hun verlies, hun liefde is hun dood. (…)
uit: Een verlangen naar ontroostbaarheid
Een verlangen naar ontroostbaarheid bevat twaalf essays over wezenlijke onderwerpen als leven en dood, kunst, schrijven, spreken en lezen, over „de kleur van klanken„, over „fictie„ in de literatuur en „het dagboek en de dood„. Wittgenstein is een van de telkens terugkerende namen, Freud een andere; Friedrich Nietzsche is de vrijwel onzichtbare toeschouwer. Zoals Herman de Coninck schrijft in het Nieuw Wereldtijdschrift:
„Patricia de Martelaere is de enige filosofe in dit taalgebied die van filosofie niet alleen iets onacademisch, iets begrijpelijks, maar ook iets aangrijpends kan maken. Denken is een ramp. De essays van De Martelaere zijn rampenplannen.„“De essays van De Martelaere ontwijken niets en zijn daardoor op een glorieuze manier pijnlijk. Ze zijn briljant omdat ze nergens vaag zijn, terwijl ze toch de meest gevoelige onderwerpen behandelen.”
Carel Peeters in Vrij NederlandBron: meulenhoff.nl
Een verlangen naar ontroostbaarheid bevat twaalf essays over wezenlijke onderwerpen als leven en dood, kunst, schrijven, spreken en lezen, over „de kleur van klanken„, over „fictie„ in de literatuur en „het dagboek en de dood„. Wittgenstein is een van de telkens terugkerende namen, Freud een andere; Friedrich Nietzsche is de vrijwel onzichtbare toeschouwer. Zoals Herman de Coninck schrijft in het Nieuw Wereldtijdschrift:
(Wenen, 28 juli 1902 – Londen, 17 september 1994) was een Oostenrijks-Britse filosoof die algemeen wordt beschouwd als een van de grootste wetenschapsfilosofen van de 20e eeuw. Daarnaast was hij een belangrijk sociaal en politiek filosoof, een onversaagd verdediger van de liberale democratie en de principes van sociale kritiek waar deze op is gebaseerd, en een onwrikbaar tegenstander van autoritarianisme. Hij is het bekendst geworden door zijn weerlegging van het klassieke model van wetenschap als een proces van observatie en inductie, zijn pleidooi voor falsifieerbaarheid als criterium om wetenschap van non-wetenschap te scheiden en zijn verdediging van de ‘open maatschappij’.













