Maandelijks archief: juli 2008

tragisch kunstenaarsleven

gisteren met Michaela gezien: Camille Claudel (1988)
met Isabelle Adjani als Claudel en Gérard Depardieu als Rodin

Camille Claudel DVDMooie biopic over het leven van de Franse beeldhouwster Camille Claudel (1864-1943) en haar verhouding met de zesentwintig jaar oudere Auguste Rodin. (1840-1917) Rodin is zoals veel kunstenaars een notoire vreemdganger. Onlangs zag ik dat beeld weer eens bevestigd in de biopics Frida over het leven van Frida Kahlo en Diego Riveira, in Modigliani over de relatie tussen Amadeo Modigliani en Jeanne Hébuterne en in Sylvia over Sylvia Plath en Ted Hughes. Zo is er nog een hele rij te noemen waarin natuurlijk ook Picasso niet ontbreekt. Het scenario is voor de film meestal gedramatiseerd en de beelden zijn aangedikt: het slachtoffer is net iets zieliger gemaakt, de relatie net iets hartstochtelijker; de modellen zijn net iets te lekker en het kunstenaarsleven is net iets teveel bohémien. Maar in vergelijking met de biopics Frida of Modigliani is Camille Claudel een sobere en realistische film, die vooral steunt op het voortreffelijke spel van Adjani en Depardieu.

Camille ClaudelIn 1882 – Camille Claudel is dan 18 jaar en heeft haar eerste beeldhouwwerk tentoongesteld op de Salon – vraagt Boucher aan Rodin, op dat moment 42 jaar oud, of hij zijn taak wil overnemen om het werk van Camille en haar vriendinnen te beoordelen. Rodin is erg gecharmeerd van Camille en haar talent en vraagt of zij zijn leerlinge wil worden. Na enige tijd is zij niet alleen meer zijn leerlinge maar zijn rechterhand, Muze en maîtresse geworden. Rodin kan niet meer zonder haar, getuige de brieven die van hem bekend zijn. Tot 1892 werkt Camille zij aan zij met Rodin in zijn atelier. Naast de beroemde werken van Rodin, als De kus, De Denker, De Burgers van Calais of Balzac, ontstaat uit de handen van Camille het beeld “Sakountala“.
 
In 1893 besluit ze voor zichzelf te gaan werken omdat ze met Rodin samen niet genoeg tijd en energie heeft voor haar eigen creativiteit. Bovendien verwijt ze Rodin haar gebruikt te hebben. Vanaf 1893 ontstaan haar eigen beelden, als La petite Châtelaine, Clotho, “L’Age Mur” l’Implorante, l’Abandon en La Valse.
 
Camille’s ergenis voor Rodin wordt langzaam omgezet in haat en ze wil niets meer met hem en zijn wereld te maken hebben. Ze gaat zich isoleren, wordt achterdochtig en wantrouwt steeds meer mensen. Weinig mensen zijn haar tot steun, zelfs haar eigen familie niet. Haar moeder vindt haar een schande, haar zus is inmiddels getrouwd, haar broer Paul is te druk met zijn eigen leven, alleen haar vader staat achter haar beslissing om kunstenares te zijn. Maar haar vader is oud en sterft op 2 maart 1913. Nu is Paul (als man) hoofd van de familie en besluit dat het schandaal van de familie, zijn zus Camille, het beste naar een krankzinnigeninrichting kan, ze is immers paranoïde…… En zo wordt Camille, niet eens op de hoogte gebracht van de dood van haar vader, op maandag 10 maart 1913 overmeesterd in haar atelier om voor de rest van haar leven achter tralies te verblijven. Paul verontschuldigt zich in zijn dagboek, dat hij als waar katholiek een goede taak heeft volbracht en dat het niet aan vrouwen is om geniaal te zijn. Hij als man is nu aan de beurt!
 
In de 30 jaar opsluiting, komen moeder en zus niet een keer op bezoek, Paul slechts enkele keren. In de medische dossiers komt naar voren dat Camille inderdaad paranoïde was maar in 1915 genezen was verklaard en de inrichting mocht verlaten. Dit weigeren haar moeder en Paul en dus moet Camille noodgedwongen blijven. Haar brieven naar het thuisfront zijn aangrijpend en getuigen van een gezonde, maar zeer verdrietige geest. Wanneer Camille op 19 oktober 1943 in alle eenzaamheid haar laatste adem uitblaast, zijn haar moeder en zus al enige tijd overleden. Paul neemt niet de moeite naar haar begrafenis te gaan. Sterker, hij laat haar niet eens bijzetten in het familiegraf in Villeneuve-sur-Fère, ook niet nadat hij in de jaren 50 een brief heeft ontvangen waarin hem verzocht wordt te bepalen wat er met de overblijfselen van zijn zus dient te gebeuren. Pauls kinderen treffen deze brief in de nalatenschap van hun vader aan en wisten niet eens dat zij een tante hadden. Postuum hebben zij een gedenkteken laten plaatsen bij het familiegraf.
 
Bron: nl.wikipedia.org

vriendschap & deugd

het zomernummer van Filosofie Magazine is gewijd aan vriendschap
Je bent bevriend met iemand omdat hij/zij deugt.

Paul van Tongeren

zomernummer Filosofie Magazine„Wat betekent vriendschap voor u?„, vroeg onderzoekster Claire Bidart aan een grote groep mensen. Hun antwoorden kwamen opvallend met elkaar overeen: een vriend, vonden ze, is „iemand die je kunt vertrouwen„. Aan vrienden kun je alles vertellen, ze zullen nooit misbruik van je maken als je je kwetsbaar opstelt. De echte vriend, weet je, zal je geheimen bewaren. Je rekent er ook op dat hij geen overhaast oordeel geeft over wat je hem vertelt. Zelfs met de moeilijkste en vreemdste verhalen kun je terecht bij een vriend.
 
Terecht kunnen bij vriend, daar gaat het om. En daar zijn geen vaste uren voor te geven: vriendschap kent geen kantoortijden. Je moet alti­jd kunnen rekenen op een begripvolle ontvangst, juist ook op onverwachte momenten en in een moeilijke situatie. Bij verdriet bijvoorbeeld: „Na mijn scheiding kon ik tijdelijk terecht bij mijn beste vriendin„, zei iemand. Deze vrouw woonde heel klein, maar ze bood haar vriendin toch aan om tijdelijk bij haar te logeren. Veel ondervraagden noemden die moeilijke omstandigheden zelfs een test om de echte vrienden te scheiden van de onechte: „Toen werd pas duidelijk wie mijn echte vrienden zijn„.
 
Bron: filosofiemagazine.nl

Coen Simon : we kunnen toch vrienden blijven? | filosofiemagazine.nl

Green with envy

Michaela kocht twee Grant Green klassiekers van het Blue Note Label
Green Street (1961) en Feelin’ the spirit (1962)

Op het album Green Street staan behalve het bekende ‘Round about Midnight van Theolonious Monk en het minderbekende Alone Together drie composities van de toen vijfentwintigjarige Grant Green, waaronder twee uitvoeringen van Green with Envy.

A severely underrated player during his lifetime, Grant Green is one of the great unsung heroes of jazz guitar. Like Stanley Turrentine, he tends to be left out of the books. Although he mentions Charlie Christian and Jimmy Raney as influences, Green always claimed he listened to horn players (Charlie Parker and Miles Davis) and not other guitar players, and it shows. No other player has this kind of single-note linearity (he avoids chordal playing). There is very little of the intellectual element in Green’s playing, and his technique is always at the service of his music. And it is music, plain and simple, that makes Green unique.
 
Green’s playing is immediately recognizable perhaps more than any other guitarist. Green has been almost systematically ignored by jazz buffs with a bent to the cool side, and he has only recently begun to be appreciated for his incredible musicality. Perhaps no guitarist has ever handled standards and ballads with the brilliance of Grant Green. Mosaic, the nation’s premier jazz reissue label, issued a wonderful collection The Complete Blue Note Recordings with Sonny Clark, featuring prime early ’60s Green albums plus unissued tracks. Some of the finest examples of Green’s work can be found there.
 
Bron: playjazzguitar.com

greenstreetGreen Street

Bezetting
Grant Green (jazzgitaar)
Ben Tucker (bas)
Dave Bailey (drums)
opgenomen op 1 april 1961
Blue Note BST-84071 (origineel)
Blue Note B2-32088 (huidige versie)

Tracks
1. NO. 1 GREEN STREET (Grant Green)
2. „ROUND ABOUT MIDNIGHT (T. Monk)
3. GRANT’s DIMENSIONS (Grant Green)
4. GREEN WITH ENVY (Grant Green)
5. ALONE TOGETHER (Dietz-Schwartz)
6. GREEN WITH ENVY (Grant Green)
7. ALONE TOGETHER (Dietz-Schwartz)

Grant Green Pages