Maandelijks archief: juli 2010

Romantische Strasse [ 1 ]

drie middeleeuwse stadjes in Beieren:
Rothenburg o/d Tauber, Dinkelsbühl en Nördlingen

Dit weekend alweer drie weken geleden, vervolgden we na ons bezoek in Würzburg de Romantische Strasse en bezochten drie schitterende middeleeuwse stadjes: het wereldberoemde Rothenburg ob der Tauber en het minder bekende Dinkelsbühl en Nördlingen. Rothenburg is op afstand het mooiste stadje. Nördlingen is uniek vanwege de stadsmuur met weergang die compleet bewaard gebleven is. En Dinkelsbühl is heel kleurig en vrolijk.

Rothenburg postzegel 1969Rothenburg ob der Tauber
Hoch über dem Taubertal, wo sich Romantische Straße und Burgenstraße kreuzen, erhebt sich die unvergleichliche Silhouette der ehemaligen Freien Reichsstadt. Die wechselvolle Geschichte der Stadt spiegelt sich in den Aufführungen des Historischen Festspiels ‘Der Meistertrunk’ und im ‘Schäfertanz‘ wider. Komplettiert wird der volle Veranstaltungskalender durch die lustigen Schwänke der Hans-Sachs-Gilde, die Reichsstadtfesttage, den berühmten Reiterlesmarkt und natürlich durch das Toppler Theater – die Freilichtbühne im Nordhof des Reichsstadtmuseums.

Rothenburg
enkele highlights in Rothenburg gefotografeerd op zaterdagmiddag toen het stadje bijna uit haar voegen barstte van de toeristen.

Dinkelsbühl
Die deutsche Stiftung Denkmalschutz beschreibt die kleine Stadt an der Romantischen Straße mit ihren stattlichen Kirchenbauten, prächtigen Handelshäusern und der reichen Fachwerkarchitektur als eine der am besten erhaltenen spätmittelalterlichen Stadtgebilde Deutschlands. Zu den wichtigsten Sehenswürdigkeiten zählen das Münster St. Georg, eine der schönsten spätgotischen Hallenkirchen Deutschlands. Das Haus der Geschichte Dinkelsbühl - von Krieg und Frieden veranschaulicht die Vergangenheit der ehemaligen Reichsstadt. Am Abend geht der Nachtwächter durch die beleuchtete Altstadt.

Dinkelsbühl
Ook in Dinkelsbühl is de laat-middeleeuwse stadskern goed geconserveerd gebleven

Nordlingen postzegel 1996Nördlingen
Nördlingen im Herzen des Meteoritenkraters Ries gelegen, besitzt noch ein mittelalterliches Stadtbild mit einer fast völlständig erhaltenen und rundum begehbaren Stadtmauer/Wehrgang – die einzige dieser Art in Deutschland. Das historische Stadtbild wird von seinem Wahrzeichen, der spätgotischen Hallenkirche St. Georg mit ihrem 90 m hohen Glockenturm “Daniel“, der an 365 Tagen im Jahr bestiegen werden kann, geprägt.

Nördlingen
We keken in Nördlingen naar de WK achtste finale Duitsland-Engeland op een groot scherm op het terras van Hotel Sonne (linksboven en linksonder) waar Goethe en de keizer nog hebben gelogeerd. Toen ik bovenop de Daniël stond, de 90 meter hoge kerktoren, hoorde ik een enorm gejuich opstijgen van het terras vlak onder de toren: een doelpunt voor Duitsland!
romantische strasse
De Romantische Strasse begint in Würzburg en loopt naar Füssen over een lengte van ruim 360 km. Hierboven is het noordelijke deel van de route weergegeven.

romantischestrasse.de

uit je dak [ 2 ]

Barok en Rococo in Beieren en Tirol

KaltenbrunnOp onze reis door Beieren en Tirol bezochten we een paar paleizen, kerken en kloosters uit de barok en het rococo. Na het bezoek in de residentie in Würzburg zagen we achtereenvolgens de Pfarrkirche St. Nikolaus in Grossaitingen onder de rook van Augsburg en diezelfde middag ook Wieskirche dat evenals de residentie in Würzburg (1981) op de Unesco werelderfgoedlijst staat (sinds 1983). Het wordt beschouwd als het mooiste rococokerkje ter wereld. Daarna bezochten we het klooster Sankt Mang in Füssen. In Tirol woonden we op zondagmorgen een mis bij in de Wallfahrtskirche Kaltenbrunn in het Kaunertal. Tenslotte zagen we tijdens de terugreis nog de kloosterkerk van Ottobeuren die deel uitmaakt van de Oberschwabische Barockstrasse door Baden-Württemberg.

Ottobeuren
fresco in en met Basiliek van Ottobeuren

De geest van de barok en het daaruit voortgekomen rococo is eigenlijk tegengesteld aan die van het funktionalisme. Sinds de Oostenrijkse architect Adolf Loos in 1908 Ornament und Verbrechen publiceerde, zijn we geneigd te denken dat minder áltijd meer is. Krullen, toeters en bellen zijn gepast bij een draaiorgel, maar ongepast in de bouwkunst. Toch heeft de ornamentele kaalslag in de architectuur van de twintigste eeuw, die door De Stijl en Bauhaus zijn ingezet, ook laten zien dat minder niet per se meer hoeft te zijn. In de stedelijke omgeving betekent minder meestal saai. En eentonig, goedkoop en fantasieloos bovendien. In het modernisme zijn de krullen zo strak getrokken dat de hoek van negentig graden is overgebleven. Ook in de designwereld is ‘strak en zakelijk’ de mantra geworden. IKEA en HEMA hebben het Bauhaus met zoveel succes naar de gewone man weten toe te brengen, dat de elite zich soms opzettelijk profileert met neo-barok. De tentoonstelling NEO die de late Frans Haks in het Centraal Museum maakte, liet daar iets van zien.

fresco in St. Nikolaus, GrossaitingenZelf merk ik dat ik in de loop der jaren opener ben gaan staan voor de geest van barok en rococo. Als student aan de kunstacademie was ik geneigd om deze stijlperiode te diskwalificeren als kitsch, als armzalige horror vacui of als ziekelijke verkwisting van het absolutisme over de ruggen van het gewone volk. Ik denk er nu niet echt anders over maar wel genuanceerder. Ik herkende Michaela’s verontwaardiging over de pracht en praal in de Beierse kerken. Allemaal over de ruggen van de arme boeren. De nuance die ik nu bijvoorbeeld maak, is dat diezelfde boeren op lange winteravonden zonder televisie blij waren als ze houtsnijwerk voor hun parochiekerkje mochten snijden. En meneer pastoor was natuurlijk ook blij, vooral wanneer de notabelen uit de gemeenschap het bladgoud betaalden voor de vergulding van de boerenkrullen. Barok en rococo in Beieren en Tirol is een traditie die je niet los kan denken van de levensomstandigheden van de boerenbevolking en het aanwezige grote geld dat zich van oudsher rond de portemonnee van Jakob Fugger in Ausburg heeft opgehoopt. Er is geld en er is vakmanschap. Ideeënboer Jeff Koons wist dat laatste ook toen hij door Beierse ambachtslieden houten beelden liet snijden, waaronder Ushering in Banality dat in 1988 door het Stedelijk Museum in Amsterdam werd aangekocht.

Rococo charmeert mij meer dan barok, maar soms is het moeilijk onderscheid te maken. Veel rococo wordt daarom laat-barok genoemd. Rococo is lichter, speelser én erotischer dan barok. Dat laatste komt vooral door het weelderige rocaille, een asymmetrisch schelpmotief met vaak tamelijk suggestieve kwabben. Het stucwerk van Antonio Giuseppe Bossi in de zgn. ‘witte zaal’ van de Würzburger Residenz overtreft voor mij, wat rocaille betreft, alles. Het plafond is met een spons getamponeerd in zeeblauwe tinten terwijl het witte rocaille als schuim tegen de muren en het plafond is opgeklotst. Als je goed kijkt kun je in dit ‘rocailleschuim’ van alles ontdekken: vogels, prieeltjes, spinnewebben… en alles maagdelijk wit. Kenners onderscheiden deze (Würzburger) rococo weer van de (Friderizianische) rococo in Potsdam.

Wieskirche
de volledige plafondschildering in Wieskirche

WieskircheDe kroon op de ruimte in het rococo is de plafondschildering. In Würzburg waar we onze reis begonnen, heb je meteen de grootste ter wereld, die Tiepolo en zijn assistenten binnen een jaar (1751/52) maakten. Het interieur en de fresco’s van de kerken in Grossaitingen, Wieskirche en Ottobeuren werden ook rond 1750 voltooid, behalve die van de Wallfahrtskirche Kaltenbrunn in Tirol zijn iets ouder (1720-1730) en behoren tot de laat-barok. Maar ook hier vormt de plafondschildering die de hemel openbreekt de bekroning van de ruimte. Ook de plafondschildering in de keizerzaal van het klooster Sankt Mang die we bezochten, werd rond 1750 geschilderd, overigens door Franz Georg Hermann die ook de fresco’s in de keizerzaal van het klooster in Ottobeuren schilderde. Een frescoschilder die een plafond onder handen neemt, moet altijd rekening houden met perspectief. We kijken als honden en katten omhoog en zien veel neusgaten voorbijkomen…

Wieskirche
fragment van de plafondschildering in Wieskirche met de hemelpoort

Wieskirche [ de.wikipedia.org ]

uit je dak [ 1 ]

de grootste aaneengesloten plafondschildering ter wereld
van Giovanni Battista Tiepolo in de Würzburger Residenz

Onze reis naar Italiëzou geen klassieke Grand Tour worden (met Rome als einddoel) zoals veel kunstenaars deze in het verleden ondernamen. Met Venetiëals finishplaats kozen we eerder voor het eerste traject van Goethes Italiëreis van 1786, al vertrokken we niet uit Karlsbad maar uit Würzburg. Daar hadden we een goede reden voor. In de residentie van Würzburg zijn meesterwerken van Giovanni Battista Tiepolo te zien die algemeen beschouwd wordt als de laatste grote Venetiaanse schilder en een van de grootste frescoschilders die ooit geleefd hebben. Een prima voorproefje van wat ons in Venetiënog te wachten zou staan.

Karl Philipp von Greiffenclau, de prinsbisschop van Würzburg liet Tiepolo in 1750 uit Venetië komen omdat hij per se de beste frescoschilder ter wereld de opdracht wilde geven voor de beschildering het plafond van de Kaisersaal in zijn paleis. Hij betaalde een fortuin voor de Venetiaan die in zijn tijd een superstar was, maar liefst dertien maal het jaarsalaris van zijn bouwmeester Johann Balthasar Neumann. De fraaie plafonds die Neumann had geschapen, mocht Tiepolo met zijn trompe-l’œil fresco’s weer openbreken. Want de hemel die moest gezien worden in de tijd van de late barok en rococo. Geen strak blauwe hemel, want dat is te makkelijk, maar een zwerk vol roze suikerspinnen waaraan trossen putti‘s hangen met gepoederde billetjes. Dat was de droom van de achttiende eeuwse jet set: een geïdealiseerde hemel voor hén alleen die hier op aarde was neergedaald. In plaats van de verrezen Christus werd nu de zegevierende zonnegod Apollo in het centrum van de hemel geplaatst. De verwereldlijking begon bij degenen in de hoogste posities en zij spiegelden zich bij voorkeur aan de luierende goden van het heidense pantheon.

Tiepolo
plafondschildering in het trappenhuis van de prinsbisschoppelijke residentie in Würzburg

De romeinse goden en godinnen hebben vanaf hun hangplek op de wolken geen oog voor de wereld beneden hen. En bijna precies zo was het met de aristocratie in het galante tijdperk, ware het niet dat ze het gepeupel hard nodig hadden voor hun paleizen. Bij een rondgang door de imposante en recent gerestaureerde residentie drong het weer eens tot mij door dat aan het einde van de achttiende eeuw de adelijke koppen wel moesten rollen. Ze hadden het nog bonter gemaakt dan Tiepolo‘s frescos. residentie WürzburgTot 1789 leek de achttiende eeuw wel een feestje van de happy few waar het gewone volk part nog deel aan had. De tweede verdieping van de westelijke vleugel met de beroemde Kaisersaal in het midden is een lange galerij van pronkkamers. Vorig jaar werd de residentie na een restauratie van tien jaar weer geopend en alles ziet er nu weer puntgaaf uit. Wat vroeger alleen door aristocratische ogen gezien mocht worden, mag tegenwoordig door iedereen voor acht Euro gezien worden. Had ik 250 jaar eerder geleefd, dan had ik nog niet eens toegang gekregen in de lage gang achter de pronkkabinetten die voor het personeel bestemd was. Om telkens op hun lage positie te worden gewezen, waren de toegangsdeuren tot deze ‘schaduwgangen’ zo laag gemaakt dat je, zelfs in een tijd waarin mensen korter waren dan tegenwoordig, moest bukken en je dienblad recht moest houden.

Tiepolo's Welt & Reich
Na een langdurige restauratie gaf de Bayerische Schlösserverwaltung in 2006 en 2009 twee boeken uit met daarin veel foto’s van de fresco tijdens en na de restauratie
Neumann postzegel
ter gelegenheid van de 300e geboortedag van Johann Balthasar Neumann gaf de Deutsche Post in 1987 een postzegel uit met het trappenhuis in de Würzburger Reisdenz
Tiepolo postzegel
ter gelegenheid van de 300e geboortedag van Giovanni Battista Tiepolo gaf de Deutsche Post in 1996 een postzegel uit met het plafondfresco in de Kaisersaal van de Würzburger Reisdenz

residenz-wuerzburg.de