Maandelijks archief: oktober 2011

filmarchitect

Otto Hunte (1881-1960) filmarchitect van Fritz Lang

Vorige week vergaapte ik mij weer eens aan de fantastische decors in The Lord of the Rings van Peter Jackson. Een week eerder had ik gekeken naar Die Nibelungen (1924) van Fritz Lang en het viel mij op dat de decors uit deze bijna 90 jaar oude film nog altijd indrukwekkend zijn. Fritz Lang werkte met de filmarchitect Otto Hunte en assistenten Erich Kettelhut en Karl Vollbrecht.

Otto Hunte
Otto Hunte
ontwerp voor Die Nibelungen 1924

Voor Die Nibelungen ontwierpen Hunte en Kettelhut de decors en Vollbrecht voerde de ontwerpen uit op de reusachtige filmset. De samenwerking tussen de regisseur, de filmarchitect/art director en zijn assistenten was vruchtbaar. Otto Hunte en Erich Kettelhut ontwierpen ook de architectonische visioenen bij de peperdure productie Metropolis uit 1926.

Otto Hunte
Otto Hunte
ontwerp voor Metropolis 1926
Otto Hunte (1881-1960) studierte in Hamburg Architektur und Malerei und war bis 1918 als Maler tätig. Ab 1919 war er bei der Produktionsgesellschaft von Joe May als Kostüm- und Bühnenbildner beschäftigt. Er entwarf die Kostüme für die Zweiteiler Die Spinnen und Das indische Grabmal und gestaltete gemeinsam mit Karl Vollbrecht, Martin Jacoby-Boy und Erich Kettelhut die Filmsets der Abenteuerfilmreihe Die Herrin der Welt.In den 1920er Jahren arbeitete er gemeinsam mit den Kollegen Erich Kettelhut, Karl Vollbrecht, Emil Hasler und Victor Trivas. Hunte zeichnet für die Bauten der meisten Filme Fritz Langs in Deutschland mitverantwortlich. Ausgehend vom expressionistischen Stil, insbesondere der Licht-Schatten-Gestaltung, fand er mehr und mehr zu dem filmischen Stoff adäquaten Raumgestaltungen. Seine wichtigste Arbeit waren die Bauten zu Metropolis. Er war der Leiter des Teams. Mit Erich Kettelhut und Karl Vollbrecht schuf er Bilder die heute noch die Architekturdiskussion beeinflussen.
 
Bron: de.wikipedia.org

linke soep

gisteren gezien op ARD: Sekunden vor einem neuen Krieg
Russische en Amerikaanse tanks tegenover elkaar bij Checkpoint Charley

AchtungGeert Mak keerde tijdens zijn reis door Europa telkens terug naar Berlijn. In de vorige eeuw stond de Duitse hoofdstad telkens weer in het brandpunt van de wereldgeschiedenis. In 1918, 1933, 1945, 1961 en 1989. Mak noemt Berlijn “de hoofdstad van de twintigste eeuw”. Al snel na de bezetting door de geallieerden wordt Berlijn de frontstad in de koude oorlog waar het communisme en het kapitalisme elkaar recht in de ogen kijken. De Amerikaanse, Engelse en Franse bezettingszones worden samen als West-Berlijn een eilandje achter het ijzeren gordijn en raken afgesloten van de Westerse wereld. In 1948 en 1949 moet West-Berlijn via een luchtbrug bevoorraad worden, want de Sovjet Unie geeft de westerse grootmachten geen doorgang. Voor Moskou is West-Berlijn een angel in het vlees die verwijderd moet worden. In 1958 eist Chroesjtsjov dat de westerse bezettingsmachten West-Berlijn verlaten, zodat Berlijn een ‘vrije stad’ kan worden, maar zijn ultimatum wordt door het Westen genegeerd. Intussen blijft de DDR leeglopen. West-Berlijn is een open wond in het communistische systeem en maakt de Sovjet Unie pijnlijk duidelijk dat het kapitalisme voor de eigen bevolking aantrekkelijker en dus superieur is. In 1961 wordt uit wanhoop dan maar een muur opgetrokken. De koude oorlog is op zijn heetst geworden.

Al snel na de bezetting door de geallieerden wordt Berlijn de frontstad in de koude oorlog
waar het communisme
en het kapitalisme elkaar
recht in de ogen kijken.

De episode die in de documentaire van de ARD belicht wordt, vindt tien weken na de oprichting van de versperringen en de muur plaats bij Checkpoint Charley. Op 27 oktober 1961 komen hier de Amerikaanse en Russische tanks tegenover elkaar te staan. Zestien uur lang blijven de Amerikanen en de Russen elkaar in het vizier houden en staan ze gevechtsklaar. Het zullen de spannendste en heetste uren van de koude oorlog worden. Wanneer een van de soldaten zijn zenuwen niet meer onder bedwang zou kunnen houden, zou hij wellicht de Derde Wereldoorlog kunnen ontketenen. Beide partijen zijn doordrongen van het risico van een nucleaire oorlog en daarom wordt er geen schot gelost. De soldaten in de tanks kijken de dood in de ogen. En het kapitalisme en het communisme kijken elkaar in de bek.

checkpoint charley
de confrontatie op Checkpoint Charlie
27 oktober 1961

Het incident ontstond vanuit een provocatie van de Sovjet Unie. Deze wilde de westerse geallieerden vlak na de oprichting van de muur geen vrije doorgang door de sovjetzone meer geven. Daarmee werd een bepaling uit het verdrag geschonden dat de Sovjet Unie in 1945 medeondertekend had. Daarin was afgesproken dat de geallieerden elkaar te allen tijde vrije doorgang door de eigen bezettingszone zouden geven. De Amerikanen moesten hun tanden wel laten zien en Moskou verwachtte dat ook van Washington. Beiden wisten ook dat West-Berlijn een enclave was, waar enkele tienduizenden Amerikaanse, Franse en Engelse soldaten gestationeerd waren, tegen ruim een half miljoen Russische soldaten alleen al in Oost-Berlijn. Meer als even hun tanden laten zien, zat er voor de Amerikanen dan ook niet in. Wereldberoemd is het beeld van de Amerikaanse tank die woest optrekt naar de Russische bezettingszone en vlak voor een Vopo die nog niet eens met zijn ogen knippert, verend tot stilstand komt. Deze Vopo komt een halve eeuw later in de documentaire op de ARD aan het woord. Ook al remde de tank vlak vóór hem, hij had toch bijna de loop van de tank in zijn gezicht gekregen.

De Sovjet Unie had de open wond achter het ijzeren gordijn weten dicht te schroeien en kon nu niet meer verder leegbloeden.

Tenslotte spraken Moskou en Washington met elkaar af dat ze zich tegelijkertijd terug zouden trekken en dat gebeurde. Wel bleven de tanks aan beide zijden nog een paar weken in de buurt liggen. Voor het geval dat. Maar nu de Amerikanen en de Russen elkaar op gelijke hoogte in de ogen hadden gekeken, was het machtsevenwicht in Berlijn bepaald. De Sovjet Unie had de open wond achter het ijzeren gordijn weten dicht te schroeien en kon nu niet meer verder leegbloeden. De Verenigde Staten moesten de Sovjet Unie als hun gelijke accepteren, ook al had de bevolking achter het ijzeren gordijn laten zien dat het kapitalisme aantrekkelijker was dan het communisme. Het heetste moment was voorbij en nu kon het in Berlijn gaan vriezen tussen Oost en West.

checkpoint charley tegenwoordig
Checkpoint Charlie 2011
Der 27. Oktober 1961 war ein Tag, so die damaligen Schlagzeilen, an dem “die Welt den Atem anhielt”. Die Dokumentation rekonstruiert die dramatischen Ereignisse aus der Sicht von Menschen, die sie hautnah erlebt haben. Mitten im geteilten und besetzten Berlin standen sich am Grenzübergang Checkpoint Charlie 16 Stunden lang amerikanische und sowjetische Panzer gegenüber, in Gefechtsbereitschaft, mit scharfer Munition. Dieser Tag gilt als der gefährlichste Beinahe-Zusammenstoß des Kalten Krieges. Wenn einer der beteiligten Panzerfahrer die Nerven verloren und das Feuer eröffnet hätte, wären die Folgen unvorstellbar gewesen. Beide Supermächte verfügten zu diesem Zeitpunkt bereits über atomare Bewaffnung. Zum Hintergrund: Nach dem Beginn des Mauerbaus am 13. August 1961 versucht die SED-Führung unter Walter Ulbricht, die DDR mit allen Mitteln aufzuwerten. Anfang Oktober kommt es zur kalkulierten Provokation gegenüber den drei westalliierten Schutzmächten USA, Großbritannien und Frankreich: An den Übergangsstellen in den Ostsektor sollen sich ihre politischen und militärischen Vertreter von Angehörigen der ostdeutschen Volkspolizei kontrollieren lassen, also auch am Checkpoint Charlie. De facto hätte dies den Vier-Mächte-Status Berlins, der die Bewegungsfreiheit ihrer Repräsentanten in allen vier Sektoren garantiert, in Abrede gestellt und die DDR als handlungsfähigen Staat anerkannt. Zu diesem Zeitpunkt vor allem für die USA eine Unmöglichkeit. Die Politik der Provokationen eskaliert, bis sich am 27. Oktober tatsächlich amerikanische und sowjetische Panzer gegenüber stehen.
 
Bron: programm.ard.de

Grimmig Symbool (over de Berlijnse Muur)

toewijding

gisteren gezien: Door geloof gedreven en Aan God gehecht
over Moderne Devotie in het Stedelijk Museum Zwolle t/m 11 maart 2012

Geert GroteBroeders des Gemenen Levens. Ik moet er ergens in 1973 voor het eerst van gehoord hebben. Het kwam uit de mond van meester Bos, de bovenmeester van de protestants christelijke school CNS II. Meester Bos had een roeping als predikant gemist en sprak vol vuur over Geert Grote, die hij als een voorloper beschouwde van de grote reformator. Die Geert Grote, dat was een katholieke man ja, maar daar kon hij niets aan doen, want vóór 1517 werd je nu eenmaal katholiek geboren en begraven. Zo ging dat. Maar in zijn hart was hij al protestants, want hij verzette zich tegen de pracht en praal van de rooms-katholieke kerk. Hij stichtte een religieuze gemeenschap die zich de Broeders (of de Zusters) des Gemenen Levens noemde. Die broeders bleken vooral de jongens in de klas aan te spreken. Op het schoolplein werd je vrolijk en vriendschappelijk tegen je schenen getrapt of kreeg je een stomp in je maag terwijl de dader zich dan voorstelde als je bloedeigen broeder uit het gemene leven. Meester Bos zag met gemengde gevoelens hoe het gemene leven zich op het schoolplein ontwikkelde en probeerde onze aandacht af te leiden met een andere man uit Deventer. “De venter ging over de brug van Deventer en toen was de vent er.” Vent! Gewaagd voor een bovenmeester met een brilmontuur uit 1951. Maar hij begreep ons plezier in taal. Dat was mijn eerste kennismaking met Geert Grote.

Gisteren volgde mijn tweede ‘ontmoeting’ met Geert Grote. Samen met Michaela bezocht ik de tentoonstelling in het Gemeentemuseum in Zwolle. Door geloof gedreven is een mooie titel voor een tentoonstelling, maar een mooiere was geweest Modern! Devoot? zoals het Nederlands Dagblad kopte boven een bespreking van deze tentoonstelling. De vier kunstenaars op deze tentoonstelling laten zich eerder door religieuze tradities inspireren (de christelijke traditie in het bijzonder), dan dat hun werk helemaal drijft op het christelijk geloof. Wanneer je de devotie en het geloof in vraag gaat stellen, laat je in het hart van de bezoeker de ruimte. Vormt het christelijk geloof met zijn specifieke beeldtaal een aanleiding voor het werk of is dat geloof de kern vanwaaruit gewerkt wordt?

Rinke Nijburg, Skin Flowers, houtskool, pastel, verfstift en pen op papier, 150 x 110 cmRinke Nijburg koos als uitgangspunt voor een paar van zijn werken de wonden van Christus. 5475 moeten het er zijn geweest. Deze boekhoudkundige benadering van het lijden van Christus heeft iets kinderlijks en is bijna ridiculiserend. Kinderen kunnen met uitgestrekte armen soms een gebaar maken om aan te geven hoeveel (zoveel!) pijn de tandarts deed. Het lijden van Christus langs de meetlat. 5475 wonden. Je kunt ze tellen als de knoopjes van een gebedssnoer en je tijd offeren door stil te staan bij het lijden van de Heer.

“Wanneer men alle 5475 wonden wil invoelen komt men daar nooit helemaal mee klaar. Compassie schiet altijd tekort. En dat is nu juist wat de Moderne Devotie zo goed begreep: dat de pelgrim onderweg altijd in slaap valt, de leerling vergeet zijn huiswerk te maken. Dat men altijd tekort schiet. Alleen het eigen lijden kan de mens helemaal invoelen. Men bedenke dat de Man van Smarten zijn wonden in een etmaal kreeg toegediend. Kan iemand die in een maand tijd zo„n 5475-wonden-tekening wil maken al die duizenden wonden invoelend tekenen?”
 
Bron: Rinke Nijburg over de 5475 wonden van Christus stedelijkmuseumzwolle.nl

Luther zag dergelijke devotie als sensatie. Rozenkransen, relieken en andere vormen van katholieke devotie waren in de ogen van de kerkhervormer uiterlijk vertoon, paapse fratsen, kermisattracties voor het volk. Hij kieperde het allemaal overboord. De kerk van de Reformatie leverde zelfs nog geen schrale voedingsbodem voor beeldend kunstenaars. De dienst van het Woord bleef over. Hedendaagse beeldende kunstenaars die zich door het christelijk geloof willen laten inspireren, moeten daarom wel terugkeren naar de rijke beeldtaal van de rooms-katholieke kerk. En wanneer je daarin gaat wroeten, komt de kermisachtige devotie vanzelf mee naar boven. De vraag naar devotie, moet ze sereen zijn of mag ze zich vermengen met aardse oppervlakkigheden, blijft daardoor actueel. Mag ze speels zijn en zoals wij destijds op het schoolplein, af en toe zelfs plagerig? Of is toewijding per definitie iets ernstigs?

Als het om toewijding aan Christus gaat, want daarover gaat het in het christelijk geloof, dan geven we Christus het laatste woord: “Maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in de waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders. God is geest en wie Hem aanbidden moeten aanbidden in geest en waarheid.” (Christus tot de Samaritaanse vrouw, Johannes 4 : 23-24)

Lazzaro Bastiani
Lazzaro Bastiani Christus en de Samaritaanse vrouw bij de waterput
Maar de ure komt en is nu,
dat de waarachtige aanbidders
de Vader aanbidden zullen
in geest en in de waarheid.

Johannes 4 : 23-24

stedelijkmuseumzwolle.nl | rinkenijburg.blogspot.com