Maandelijks archief: december 2011

casinokapitalisme

gezien op DVD: Inside Job (2010) van Charles Ferguson

Inside JobInside Job van Charles Ferguson zou je ook An Inconvenient Truth Part II kunnen noemen. Dat de vastgoedzeepbel door de financiële sector geblazen werd, mag genoegzaam bekend zijn. Ook de documentaire The Flaw van David Sington laat zien waar en hoe het mis ging. Maar in Inside Job is er, vooral in de twee laatste delen Accountability en Where We Are Now, aandacht voor de verstrengeling tussen de bancaire wereld van Lower Manhattan en het congres in Washington. Deze ongezonde relatie tussen volksvertegenwoordigers en het grootkapitaal noemen we corruptie.

Inside Job
Part I: How We Got Here
Part II: The Bubble (2001-2007)
Part III: The Crisis
Part IV: Accountability
Part V: Where We Are Now

Sinds de kredietcrisis in het najaar van 2008 een wereldwijde catastrofe werd, is het beleid in Washington nauwelijks veranderd, ondanks onophoudelijke druk van Europa en de rest van de wereld om de financiële sector te reguleren en de bonussen terug te dringen. Dat komt door de enorme invloed van Wallstreet op het beleid in Washington . Elk congreslid heeft gemiddeld vijf lobbyisten uit de bancaire wereld om zich heen. Inside Job leert ons dat dit vaak hoogleraren economie zijn die een riante beloning van de banken krijgen om congresleden ervan te overtuigen dat overheidsbemoeienis slecht is voor de vrije markt. Ze maken daarbij vaak gebruik van theorieën uit de jaren zeventig zoals de Efficient-market hypothesis en de wisdom of the crowd.

Why should a financial engineer be paid four times to 100 times more than a real engineer? A real engineer build bridges. A financial engineer build dreams. And, you know, when those dreams turn out to be nightmares, other people pay for it.

Andrew Sheng
chairman of the Hong Kong SFC

Het zijn zeker niet alleen de republikeinen die onder invloed staan van de machtige financiële instellingen. Ook de democraten zijn in de greep van het grote geld. De regering van Obama had het beleid anders wel kunnen ombuigen. De ongemakkelijke waarheid die Inside Job laat zien, is dat de mammon van Wallstreet nog steeds regeert in de Verenigde Staten en daarmee nog steeds de wereldeconomie in zijn greep houdt. De miljardairs blazen hun zeepbellen en onttrekken er astronomische bedragen aan. Wanneer de zeepbel uiteenspat, hebben ze hun miljarden al op het droge en laten ze de anderen de rekening betalen. Uiteindelijk zijn de armen de dupe van dit onverantwoorde casinokapitalisme.

Inside Job [ imdb.com ] | Inside Job [ sonyclassics.com ]

vrije geesten

zaterdagavond gezien op Nederland 2: Beeldverhaal afl. 6 Mr. Natural

Underground comic tekenaars blijven zichzelf en doen geen enkele concessies als het om hun artistieke vrijheid gaat. Liever armoede lijden en onbekend blijven in vrijheid dan carrière maken en rijk worden onder dwang. De Amerikaanse underground tekenaar Jerry Moriarty is er duidelijk over. Carrière maken is niets voor hem en wat moet hij overigens met al dat geld?

Jerry Moriarty
Jerry Moriarty

Peter Pontiac, de nestor van de Nederlandse underground, erkent dat woede een van zijn grootste drijfveren is. Naarmate hij ouder is geworden, is de woede over de hypocrisie in de maatschappij niet minder geworden.

De Underground-strip is een alternatieve stroming die in Amerika ontstond en in Nederland navolging kreeg. Maar bestaat underground nog wel? Jean-Marc van Tol praat in deze aflevering o.a. met Jerry Moriarty (Amerikaanse undergroundtekenaar), Peter Pontiac (tekenaar), Evert Geradts (tekenaar en oprichter undergroundblad ‘Tante Leny presenteert‘)

programma.vpro.nl

Big Jim & Hank the Knife

wat ben je groot! – Herinneringen aan 1975

Big JimEen vriendje van mij had in 1975 een Big Jim pop. Die zag er tamelijk opgeblazen uit, maar het was toch geen opblaaspop. Als je Jim uit de doos haalde, droeg hij alleen een boxer short. De fabrikant wilde wel graag dat Jim aangekleed werd, dus bestond er een hele garderobe voor Jim. Zo had je een judopak(je) voor Jim, een tennistenue(tje), een kaki safaripak(je) en een commandopak(je). Er was zelfs een wit kostuum(pje) leverbaar voor een romantisch rendez-vous(tje) met Barbie bij het buurmeisje. Aan mij was dat allemaal niet besteed. Want ik had Hank.

Mijn held Hank the Knife was altijd strak gekleed in een zwart pak, droeg een penose zonnebril en een six string bass. Dat zwarte pak was voor mij vertrouwd, want ik kwam immers uit Veenendaal. Vlak voor mijn twaalfde verjaardag werd Hank mijn held. Guitar King was in het voorjaar van 1975 de hitparade binnengevlogen en voor mij was het onmiddellijk duidelijk dat er een band was tussen Hank, de Guitar King en mijzelf.

The Guitar King - Stan the Gunman
The Guitar King en Stan the Gunman (1975)

Als je Hank net als Jim in een doos met alleen een boxer short aan had moeten verkopen, was je er gegarandeerd mee blijven zitten. Hank was in werkelijkheid een schriel mannetje. Maar zijn gangster imago en zijn riffs maakte op mij als kersverse twaalfjarige veel meer indruk dan het luie biologische kapitaal van Jim. Kleren maken de man. En woorden de guitar king en the gunman.

Hank the Knife & The Jets kwamen in april 1975 met een dijk van een single: Guitar King. Ik hoorde het nummer voor het eerst in d’Olde Heerd. Pé Hawinkels zat aan de bar toen Guitar King op de radio werd uitgezonden. Ik vond het lekker stampende muziek. De bas dreunde in je lichaam. Het was natuurlijk wel vaker vertoond, maar toch vond ik het spannend: een bas in de hoofdrol. stak zonder zijn ogen af te wenden van het boek dat hij las, zijn vinger op en zei: “Hoor je? Arnhem.”
 
Thomas Verbogt in: Herfst in het oosten