Maandelijks archief: december 2011

big bones

zondag gekeken naar O’Hanlon’s helden – de bottenoorlog
De opgraving van de eerste Amerikaanse mammoet (1806) van C.W. Peale

Remond o'HanlonZondagavond reisde Redmond O’Hanlon twee van zijn negentiende eeuwse helden achterna en deed zelf wat veldwerk in Colorado en Montana. In die staten deden de twee beroemde paleontologen Othniel Charles Marsh en Edward Drinker Cope in het laatste kwart van de negentiende eeuw opgravingen. Beter gezegd, daar vochten ze een strijd uit die de geschiedenis is ingegaan als de bottenoorlog.

Voordat de Verenigde Staten een supermacht waren, wisten ze Europa in de negentiende eeuw al te overtreffen op het gebied van de paleontologie. Voor het zelfbewustzijn van deze betrekkelijk jonge natie was dit erg belangrijk. Paleontologie, en in het bijzonder de spectalculaire paleontologie die zich bezig hield met big bones, de overblijfselen van uitgestorven grote reptielen, had onmiskenbaar een politiek aspect. In Amerika wilde men alles groter hebben dan in Europa. Om hun gebrek aan geschiedenis te compenseren, gingen de Amerikanen hun wortels zoeken in de natuurlijke historie. Deze overtrof de geschiedenis van de menselijke beschaving op onbevattelijke wijze. Het Parthenon mocht dan 2500 jaar oud zijn, dinosauriërs waren 150 tot 200 miljoen jaar oud! De paleontologen trokken erop uit om de overblijfselen van de draken uit de oertijd op te graven. Van alle prehistorische monsters die we kennen uit de reconstructies van Jurassic Park werden de overblijfselen in de Verenigde Staten gevonden. Amerika was het land van de oneindige mogelijkheden en rekte zijn eigen geschiedenis met honderden miljoenen jaren op! Bovendien was Amerika het land van de big bones

Marsh and Cope
Othniel Charles Marsh (1831-1899)
en Edward Drinker Cope (1840-1897)

Redmond O’Hanlon reist in de voetsporen van Edward Drinker Cope naar Montana. Wanneer hij een Amerikaanse zeearend ziet vliegen, stelt O’Hanlon vast dat het symbool van de Amerikaanse trots wetenschappelijk gezien een afstammeling van de dinosauriër is. “Geen commentaar!” reageert zijn Amerikaanse metgezel die weet hoe gevoelig deze kwestie in zijn land ligt. In 2005 bleek uit onderzoek dat 40% van de bevolking de evolutietheorie steunde, terwijl 40% deze verwierp en 20% van de ondervraagden twijfelden. Nergens heeft het creationisme zoveel aanhang als in de Verenigde Staten. En nergens anders wordt de dino commercieel zo geëxploiteerd. Rare jongens die Amerikanen. Je zag het O’ Hanlon soms denken.

Nergens heeft het creationisme zoveel aanhang als in de Verenigde Staten. En nergens anders worden dinosauriërs commercieel zo geëxploiteerd.

Charles Willson PealeNa publicatie van Darwin‘s boek in 1859 nam de paleontologie een hoge vlucht. Koortsachtig begon men uit de rotslagen overal bewijsstukken uit te hakken. Toch waren big bones niet nieuw in Amerika. In 1801 werd door een paar boerenknechten in een mergelgroeve bij Newsburgh (NY) een enorm skelet ontdekt. Zoveel mogelijk botten werden verzameld en in een schuur bij elkaar gezet. Toen de schilder Charles Willson Peale hiervan hoorde, ging hij er onmiddellijk samen met zijn zoon Rembrandt Peale op af. Hij kocht de opgravingsrechten van de boer en leende vijfhonderd dollar om gravers in te huren. Thomas Jefferson, de derde president van de VS, was ook de uitvinder van de emmerhoosmolen en leende deze uit aan zijn vriend Charles Willson Peale om de ondergelopen groeve leeg te hozen. Peale maakte er vijf jaar later een groot olieverfschilderij van dat tegenwoordig in The Peale Museum in Baltimore hangt.

Charles W. Peale
Charles Willson Peale 1806
de opgraving van de mastodont in 1801

Bot voor bot werd vervolgens opgegraven en toen de puzzel gelegd was, bleek het een skelet van een mastodont, het eerste dat in Amerika was opgegraven en het meest volledige dat toendertijd in de wereld was gevonden. De mastodont van Peale was al een heel vroege episode uit de jacht op grote botten die in het laatste kwart van de negentiende eeuw pas goed op gang kwam.

Charles W. Peale
Charles Willson Peale 1806
opgraving van de mastodont (detail)
mastodont 1801The Peale’s Barber Farm Mastodon Exhumation Site is largely defined by a small, spring-fed pond—the flooded remains of the August 1801 excavation site, a marl bog– which is ringed with natural growth. The exhumation and subsequent reconstruction of mastodon skeletal remains from this and two other Orange County, New York sites, an endeavor conducted in the summer of 1801 under the direction of the noted artist and scientist, Charles Willson Peale (1741-1827), garnered considerable attention on the national–and international–stage. This effort provided for the creation of the world’s first fully articulated prehistoric skeleton, a mastodon, and offered scientists a model of this extinct mammal for comparative analysis with other species. Today the one remaining mastodon skeleton first assembled is exhibited at the Hessisches Landemuseum in Darmstadt, Germany.
 
Bron: flickr.com

programma.vpro.nl/ohanlonshelden | Bone wars [ en.wikipedia.org ]

“hoogste en zuiverste schoonheid”

geluisterd en gekeken naar het Vioolconcert in D van Beethoven
door Thomas Zehetmair en de Radio Kamer Filharmonie

Thomas ZehetmairOp 10 september j.l. speelde de Radio Kamer Filharmonie o.l.v. Thomas Zehetmair tijdens de zaterdagmatinee het Vioolconcert in D opus 61 van Ludwig van Beethoven. Vorige week werd het ‘s avonds laat uitgezonden in het programma nps podium. Ik pakte na het luisteren het XYZ der Muziek (eerste druk 1936) van Casper Höweler erbij. Zijn beschrijving van Beethovens vioolconcert komt tegenwoordig nogal hijgerig op ons over. Na 75 jaar klinkt Höweler’s taal ouderwets. Maar het vioolconcert uit 1806 dat hij beschrijft, is nog veel ouder en spreekt voor ons ook een taal die we zelf niet meer spreken. Een zin als “…ondoorgrondelijke dragers van hoogste en zuiverste schoonheid, wier zeldzaam geheim wel nooit ontraadseld zal worden.” staat in feite dichter bij Beethovens tijd als de onze. Beethoven leefde in de tijd van het geniale en het sublieme en wij leven in een tijd van relativisme en vervlakking.

Na vier zachte paukenslagen op de centrale toon D van het eerste deel zet de hobo het vredige hoofdthema in, begeleid door de overige houtblazers. Wij zijn dan ingesteld op de toonsoort D groot, maar nu intoneren de violen die wonderlijke Dis, die bovendien zo eigenaardig oplost in een Cis, een verrassing die nog herhaaldelijk terugkeert. Nu worden gewone toonladders of gedeelten daarvan en dito drieklanken door de toverstaf van het ritme tot wonderen van melodische schoonheid. Eerst dan heft de solist aan, in een snelle stijging naar een kort triolenthema, dat bijna dadelijk weer verzinkt, nogmaals omhoog stuwt, en dan in een zachte, gedragen wijs zingt van onuitsprekelijke tederheid en gelukzaligheid. Het gehele stuk door worden eenvoudige middelen, in een overgeleverd vormschema, tot ondoorgrondelijke dragers van hoogste en zuiverste schoonheid, wier zeldzaam geheim wel nooit ontraadseld zal worden. Misschien nog wonderlijker is, dat in dit moeilijk te spelen stuk een sfeer van eenzaamheid en wijze rust de boventoon heeft. Hier is het virtuoze volkomen vergeestelijkt.
 
Bron: Casper Höweler in het XYZ der Muziek, 1936
Vioolconcert in D van Beethoven
met solist Thomas Zehetmair
Hier is het virtuoze volkomen vergeestelijkt.

Casper Höweler over
het vioolconcert in D van Beethoven

Lange tijd leidde het Vioolconcert van Beethoven een slapend bestaan. Vrijwel geen violist waagde zich aan de voor die tijd reusachtig moeilijke solopartij. Pas toen een halve eeuw na Beethovens dood de meesterviolist Joseph Joachim er zijn licht op liet schijnen is het een en al glorie met dit werk. Een statisticus heeft eens berekend dat het tegenwoordig gemiddeld elke dag wel ergens wordt gespeeld… De uitmuntende Oostenrijkse violist Thomas Zehetmair soleert en dirigeert tegelijk.
 
Bron: npspodium.nps.nl

Het vioolconcert in D groot, Op. 61 van Ludwig van Beethoven is één van de bekendste en meest gespeelde vioolconcerten uit het late classicisme. Het werd in 1806 geschreven en ging op 23 december van dat jaar in première in het Theater an der Wien in Wenen. Beethoven schreef het stuk voor zijn collega Franz Clement, die het stuk ook voor het eerst uitvoerde samen met Beethoven als dirigent. Echter werd de eerste druk van het stuk in 1808 aan Beethovens vriend Stephan von Breuning opgedragen. Het concert werd niet goed ontvangen en werd in de jaren daarna weinig meer uitgevoerd. (Bron:nl.wikipedia.org)

de christofobie van het avondland

vrijdag hield Antoine Bodar zijn afscheidsrede in Tilburg
als hoogleraar Christendom, Cultuur en Media

Antoine BodarNadat ‘s morgens de Commissie Deetman haar eindrapport over seksueel misbruik binnen de katholieke kerk had gepresenteerd, hield Antoine Bodar ‘s middags aan de Universiteit van Tilburg zijn afscheidsrede als hoogleraar Christendom, Cultuur en Media. In navolging van het essay de zelfhaat van het avondland van de toenmalige kardinaal Joseph Ratzinger en nu dus paus Benedictus XVI, richtte Bodar zich in zijn afscheidsrede op het avondland. Europa verkeert opnieuw in een crisis en onheilstijdingen en diagnoses als die van Oswald Spengler razen weer over het continent. Voor Bodar is de onzekere en stormachtige tijd waarin we ons nu bevinden een moment om het anker uit te werpen en weer contact te maken met de grond die onze gedeelde Europese identiteit draagt: het Christendom.

Dierbaar Europa is de titel van zijn afscheidsrede waarin hij het geestelijke aspect van de huidige crisis onder de loep neemt. Als hoogleraar Christendom, Cultuur en Media kijkt hij daarbij vooral ook naar de rol van de media. Hij ziet een toenemende christofobie in de media. In tegenstelling tot islamofobie die in bepaalde opiniërende kringen politiek incorrect is, is christofobie correct.

In tegenstelling tot islamofobie die in bepaalde opiniërende kringen politiek incorrect is,
is christofobie correct.

Atheïsten, ongelovigen en agnosten die het hart vormen van weldenkend Nederland zijn volgens Bodar ‘de telgen van de Europese cultuur’. Maar, zegt hij “Het is als met kinderen jegens hun ouders. Een periode zich tegen hen afzetten kan behoren tot volwassenwording. Maar kinderen, die ook op den duur niet willen weten van hun ouders, zijn niet volwassen geworden.” Hierin sluit hij aan bij het essay van kardinaal Ratzinger/paus Benedictus XVI:

Er bestaat hier een merkwaardige en alleen als pathologisch aan te duiden zelfhaat van het avondland, dat zich weliswaar vol begrip en op prijzenswaardige wijze openstelt voor waarden van buiten, maar van zichzelf een afkeer heeft en van zijn eigen geschiedenis alleen nog maar het gruwelijke en het vernietigende ziet en het grote en reine niet meer kan waarnemen.
 
Bron: Joseph Ratzinger in de zelfhaat van het avondland
Lessing
kruisridder die huiswaarts keert
(schilderij van Carl Friedrich Lessing, 1835)
De kruistochten maken net als de V.O.C. geen deel uit van gedeelde trots maar van gedeelde schaamte. Het omzetten van deze schaamte (over onze ‘ouders’) in een persoonlijk berouw, zou een remedie kunnen zijn tegen zelfhaat.
Het is als met kinderen jegens hun ouders. Een periode zich tegen hen afzetten kan behoren tot volwassenwording. Maar kinderen, die ook op den duur niet willen weten van hun ouders, zijn niet volwassen geworden.

Antoine Bodar in “Dierbaar Europa”

Antoine Bodar moet zich er goed bewust van zijn geweest dat hij zijn afscheidsrede zou uitspreken op de dag waarop de Commissie Deetman haar eindrapport over seksueel misbruik binnen de katholieke kerk zou presenteren. In het slot van Dierbaar Europa wijst hij erop dat het berouw deel moet uitmaken van onze Europese identiteit.

Zich herinneren dat Europa in oorsprong een christelijke cultuur is betekent zich bewust zijn van de bronnen waaruit die is voortgekomen – de Joodse Bijbel, de Griekse wijsbegeerte, het Romeinse recht. Maar het betekent beslist ook de wijze waarop christenen met niet-christenen in Europa zijn omgegaan opdat niet meer kan geschieden wat niet op grond van het christendom maar wel uit naam van het christendom aan slechts, minderwaardigs en erger in het verleden is geschied. Laat het berouw daaromtrent voortaan ook deel uitmaken van de identiteit van dit continent, opdat Europa aan eenieder dierbaar is.
 
Bron: Antoine Bodar in Dierbaar Europa

Dierbaar Europa [ refdag.nl ]