Maandelijks archief: april 2016

kameleon

gelezen in: Nationalisme, naties en staten (2012)
onder redactie van Leo Wessels en Toon Bosch

NationalismeNadat ik het college Vaderlandsliefde – over nationalisme en nationaal gevoel van Joep Leersen enkele malen op CD beluisterd had, wilde ik ook eens een goed boek lezen over nationalisme. Ik meen dit gevonden te hebben in Nationalisme, naties en staten, een schitterend verzorgd boek van ruim 700 bladzijden dat in 2012 voor het eerst verscheen bij Uitgeverij VanTilt en dat vorig jaar herdrukt werd.

Nationalisme, naties en staten is opgebouwd uit zes delen die ieder een periode uit de Europese geschiedenis behandelen en die door verschillende historici zijn geschreven: Arnold Labrie nam met de eerste drie delen (nationalisme tot 1848) het leeuwendeel voor zijn rekening. Matthijs Lok schreef het vierde deel (1848-1914), Patrick Dassen het vijfde deel (1914-1945) en André Gerrits het laatste deel (Europa na 1945).

In de ruim dertig pagina’s tellende inleiding schrijft de redactie (Leo Wessels en Toon Bosch) dat nationalisme geen ideologie is als het liberalisme of socialisme. Het is een kameleontisch verschijnsel. Het is noch rechts noch links, noch progressief noch conservatief. Het past zich telkens opnieuw aan bij veranderende omstandigheden. Wessels en Bosch schrijven: “In de negentiende eeuw treffen we actieve pleitbezorgers van een nationalistisch gedachtegoed aan onder traditionalisten, klerikalen, monarchisten, republikeinen, liberalen, socialisten, utopisten, sociaal-darwinisten, kortom: representanten van een waaier van stromingen en opvattingen die zo ongeveer het hele ideologische fundament bestrijkt.”

Nationalisme is geen ideologie
als liberalisme of socialisme,
maar een kameleon.

Uit de colleges van Joep Leersen had ik dat al geleerd: nationalisme is door zijn conceptuele vaagheid een moeilijk te vatten fenomeen. Maar het gaat waarschijnlijker dieper dan de ideologieën waarmee het zich verbindt. Nationalisme kwam aan het begin van de negentiende eeuw tot rijpheid toen twee stromingen bij elkaar kwamen: het zogenaamd “civic nationalism” van Rousseau en het “ethnic nationalism” van Herder. Beide “bronrivieren” van het nationalisme vermengden zich aan het begin van de negentiende eeuw en zouden daarna zelden nog in een onvermengde vorm voorkomen. In Frankrijk en de Verenigde Staten zou het “civic nationalism” vaker present zijn, terwijl in Duitsland, Italië en Midden-Europa het “ethnic nationalism” zou gaan domineren.

Völkerschlachtdenkmal Leipzig
Völkerschlachtdenkmal Leipzig (1913) van nationalistisch Denkmal tot Mahnmal tegen het fascisme.
Nationalisme is na 1945 in een kwade reuk komen te staan. Dat geldt in het bijzonder voor het “staatsnationalisme” van het Duitse Keizerrijk (1871-1918). De vele monumenten die tijdens het Keizerrijk gebouwd zijn, tonen het gesloten exclusieve karakter van het zogenaamde “ethnic nationalism”
[ credits: wikimedia ]

Na 1945 zou nationalisme als een spook uit het verleden gezien worden. Nationalisme werd gezien als de oorzaak van de twee wereldoorlogen die bijna waren uitgelopen op Europese zelfvernietiging. Het naoorlogse kosmopolitisme was een direct gevolg van het nationalisme van de negentiende en twintigste eeuw tot aan 1945. Het uitbannen van oorlog stond gelijk aan het uitbannen van nationalisme.

Sinds 1990 steekt nationalisme in Europa weer de kop op. Het begon in de jaren negentig in het voormalige Joegoslavië, maar breidde zich uit naar andere delen van Europa. Nationalisme bindt zich nu aan rechts populisme maar is niet hetzelfde. Rechts populisme speelt weliswaar in op anti-Europa sentimenten en op nationale gevoelens. Maar deze nationale gevoelens zijn op zich niet rechts. In de revoluties van 1848 ging nationalisme samen met liberalisme en vanuit de positie van de koning was dat juist links. Vaderlandse gevoelens, waaronder trots op Nederland, zijn dus geen exclusief rechtse gevoelens. Nationalisme is een kameleon die in staat is zich aan elke ideologie aan te passen.

Nationalisme, naties en staten [ vantilt.nl ]

nationaal zelfbewustzijn

de postzegel als spiegel van het nationale zelfbewustzijn

Herdenkingspostzegels zijn een aardige toegang tot het verleden van een land. Omdat postzegels op post naar het buitenland het visitekaartje van een land zijn, representeert de postzegel vaak ook het nationale zelfbewustzijn.

1848-1948
Herdenkingspostzegels van de Hongaarse Opstand tegen Oostenrijk in 1848

Nederlandse postzegels (en tot 2002 de Nederlandse bankbiljetten) zijn een mooi voorbeeld van de spiegel van nationaal zelfbewustzijn. Terwijl de meeste landen historische figuren postzegels of bankbiljetten tonen, is Nederland er eerder trots op dat het veel terughoudender is met het etaleren van nationale helden. Op de laatste Nederlandse bankbiljetten stonden bijvoorbeeld een snip, een zonnebloem en een vuurtoren.

Sinds 2002 staan er vensters en bruggen op de Eurobiljetten omdat historische figuren te veel discussie zouden veroorzaken tussen de Europese lidstaten. Geen vent (of vrouw) maar vorm (lees: compromis). Is dit wat Victor Orbán bedoelde met een bloedeloos en tam geheel waarin de Europese cultuur met al haar facetten wordt omgebogen?

Kossuth
Hongaarse postzegel met Lajos Kossuth (1806-1894), de eerste premier van Hongarije
Deze postzegel uit 1964 volgt de bekende lijn van sovjet agitprop: wapperende vlaggen, opgestoken vuisten en heldhaftige koppen.

Patriottische gevoelens staan in het huidige Europa onder verdenking van eng nationalisme en rechts populisme. De beroemde historicus Johan Huizinga schreef in 1935: “Een nationaal gevoel dat zich niet spiegelen kan in de roerloosheid van het verleden, mist de grondslag van zijn wezen”. Nationaal gevoel kan heel goed samengaan met een sterk zelfbewustzijn. Het neoliberale geloof in het autonome individu blijkt voor het zelfbewustzijn een illusie omdat het “ik” wordt voortgebracht door een “wij” met een gedeeld nationaal verleden. Vanuit dit zelfbewustzijn, dat de losse individuen op elkaar betrekt als volk, kunnen we anders gaan kijken naar nationale gevoelens, voordat deze bij voorbaat al bestempeld worden als “rechts xenofoob populisme”.

Een nationaal gevoel dat zich niet spiegelen kan in de roerloosheid van het verleden, mist de grondslag van zijn wezen.

Johan Huizinga, 1935

De Verenigde Staten zijn inmiddels honderd jaar de voorvechter van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren. Woodrow Wilson stond aan de wieg van de Volkerenbond die later zouden evolueren in de Verenigde Naties. Amerika laat op zijn postzegels ook zien dat het voorstander is van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren.

champion of liberty 1958
Champion of liberty 1958

In 1958 bracht het een serie postzegels uit onder de noemer “Champion of Liberty”. Niet alleen de Zuid-Amerikaanse vrijheidsstrijder Simon Bolivar werd met een zegel vereerd, ook de Hongaarse vrijheidsstrijder Lajos Kossuth werd afgebeeld op een Amerikaanse postzegel. Daar zal de Hongaarse gemeenschap in de Verenigde Staten wel voor gelobbyd hebben. Het was een signaal naar de Sovjet Unie: “Jullie mogen de Hongaarse Opstand van 1956 wel onderdrukt hebben, maar vergeet niet dat Amerika en de vrije wereld achter het Hongaarse volk staan”.

Tegenwoordig spreken we vaak over framing: de inkadering van het beeld bepaalt de boodschap. Op postzegels moet alle informatie geconcentreerd zijn op een klein stukje papier. In de visuele communicatie is de postzegel de equivalent van de oneliner: kort, bondig en kernachtig.

vrijheid volgens de Hongaren

Een historische speech van de Hongaarse premier Viktor Orbán
Vandaag, 168 jaar sinds de grote onafhankelijkheidsoorlogen der Europese volkeren, is Europa ons gemeenschappelijke huis nog steeds niet vrij. Dames en Heren. Europa is niet vrij. Want vrijheid begint met het uitspreken van de waarheid. In het hedendaagse Europa is het verboden de waarheid te spreken. Een muilkorf blijft een muilkorf, ook al is hij van zijde gemaakt.

HongarijeIn zijn speech van 15 maart j.l. verwees de Hongaarse premier Victor Orbán naar het revolutiejaar 1848. Hij sprak “Vandaag, 168 jaar sinds de grote onafhankelijkheidsoorlogen der Europese volkeren, is Europa ons gemeenschappelijke huis nog steeds niet vrij.” Wat gebeurde er op 15 maart 1848? Iedere Hongaar weet dat, want 15 maart is in Hongarije wat 5 mei voor ons is: Bevrijdingsdag. Dan wordt de Hongaarse Revolutie, de opstand van de Hongaren tegen de Oostenrijkers herdacht. Deze werd weliswaar neergeslagen maar van 1867 tot 1918 maakte Hongarije deel uit van de zogenaamde dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije en kreeg het alsnog relatieve zelfstandigheid.

Vandaag, 168 jaar sinds de grote onafhankelijkheidsoorlogen der Europese volkeren, is Europa ons gemeenschappelijke huis nog steeds niet vrij.

Viktor Orbán op 15 maart 2016

In 1920 werd Hongarije voor het eerst een onafhankelijke staat, nadat met het Verdrag van Trianon het grondgebied tot 29% was teruggebracht. Het multinationale monstrum Oostenrijk-Hongarije was uiteengevallen in verschillende landen: Oostenrijk, Hongarije, Tsjecho-Slowakije, Polen en Joegoslavië. Zuid-Tirol, Trentino en Triëst gingen naar Italië en Transsylvanië en Boekovina naar Roemenië.

Oostenrijk-Hongarije in 1910
Oostenrijk-Hongarije in 1910
De dubbelmonarchie (1867-1918) was een multinationaal monstrum, waar naast Duitsers en Hongaren minstens acht grote minderheden samenleefden. Mede doordat de Verenigde Staten het zelfbeschikkingsrecht van volkeren ging propageren moest het na de Eerste Wereldoorlog wel uiteenvallen.

Hongarije bleef tussen de wereldoorlogen zelfstandig maar in maart 1944 werd het door nazi-Duitsland bezet en een jaar later door de Sovjet Unie. Na de Tweede Wereldoorlog zat Hongarije 45 jaar lang gevangen achter het IJzeren Gordijn. De Hongaarse Opstand van 1956 werd door de Sovjet Unie met harde hand neergeslagen en daarna duurde het tot 1989 voordat de Hongaren bevrijd werden van het communistische juk.

Der Ausgleich 1867
In 1867 ontstond met Der Ausgleich de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Het Koninkrijk Hongarije (wit) omvatte Slowakije, grote delen van Roemenië, Slovenië en Kroatië en vanaf 1908 ook Bosnië-Herzegovina.

Pas In 1990 waren er voor het eerst sinds bijna vijftig jaar weer parlementsverkiezingen. De Hongaren weten net als de Polen en zoveel andere volkeren in Midden-Europa wat bezetting is. Ze hebben zich vrijwillig bij de Europa aangesloten, maar laten een heel ander geluid horen dan de Europese kernlanden Duitsland en Frankrijk. Vanuit West-Europa wordt Oost-Europa maar al te gemakkelijk het verwijt van xenofobie gemaakt. Het begrip voor de “xenofobe” stem van Oost-Europa zou groeien wanneer we ons wat bewuster worden van de geschiedenis van Oost-Europa.

In 1848 stond geschreven in het boek van het noodlot dat niets uitgericht kon worden tegen het Habsburgse Rijk. Als we ons toen neergelegd hadden bij deze uitspraak dan was dat ons lot geweest en de Duitse zee zou de Hongaren opgeslokt hebben. In 1956 stond geschreven in het boek van het noodlot dat we bestemd waren een bezet en gesovjetiseerd land te worden waar het patriottisme in de laatste Hongaar opgedroogd zou zijn. Als we toen berust hadden bij dat vooruitzicht dan zou ons lot bezegeld zijn geweest en de sovjetzee zou alle Hongaren opgedronken hebben. Vandaag de dag staat geschreven in het boek van het noodlot dat verborgen gelaatloze wereldse machten al datgene wat uniek is, willen doen laten verdwijnen. Al datgene wat zelfstandig is, eeuwenoud en nationaal. Ze willen culturen samensmelten en met hen de religies, de bevolkingen, opdat tenslotte ons trotse Europa met al haar facetten omgebogen zal worden tot een bloedeloos en tam geheel. En als wij ons hierbij zullen neerleggen en dit het eindresultaat zal zijn, is ons lot al getekend en dan zullen we opgeslokt en verteerd worden in de enorme buik van de Verenigde Staten van Europa.
 
Viktor Orbán in zijn speech op 15 maart 2016