Maandelijks archief: april 2017

tijdcapsule

200 jaar terug in de tijd met 1817 now

@pastnow_ is een twitteraccount van een romanticus uit Engeland die via Twitter dagelijks bericht over het nieuws van precies 200 jaar geleden. De focus ligt op Engelse dichters en schrijvers en passeren Mary Shelley, Lord Byron, John Keats en William Blake en William Wordsworth bijna dagelijks. (Jane Austen stierf in 1816 dus over haar geen berichten meer op 1817 now). De berichten zijn meestal voorzien van een schilderij, tekening of gravure uit 1817. Een aardige tijdcapsule voor wie niet vies is van de Engelse romantiek.

Blake en Goethe
William Blake in 1807 (door Thomas Phillips) en Goethe in 1828 (door Karl Joseph Stieler). Het romantische genie werd bij voorkeur afgebeeld als een mysticus die een privéverbinding heeft met het Allerhoogste. Blake werd 60 in 1817. Goethe 68.

twitter.com/universalpast

politiek messianisme

gelezen: Hoofdstuk 5 van Aardse Machten (2005) van Michael Burleigh

Aardse MachtenIn het hoofdstuk Uitverkoren volkeren: politiek messianisme van Aardse Machten (2005) beschrijft Michael Burleigh de vrijheidsstrijd in de negentiende eeuw van achtereenvolgens de Grieken, de Polen, de Ieren en de Italianen. Hij begint het hoofdstuk met een uiteenzetting van het nationalisme dat begint tijdens de Verlichting bij Rousseau en Herder en dat in de Reden an die Deutsche Nation (1807) van Fichte een hoogtepunt vindt. Het nationalisme zal naast de wetenschap dé stuwende kracht van de negentiende eeuw zijn.

De negentiende eeuw werd geboren uit de Franse Revolutie, die je als de politieke consequentie van de Verlichting zou kunnen zien. De idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap werden maatschappelijk uitgewerkt. Met de Restauratie werd de revolutie weer teruggedraaid maar de geest was uit de fles. Uit de drie idealen van de Franse Revolutie zouden zich in de negentiende eeuw ideologieën ontwikkelen. Het ideaal van vrijheid werd uitgewerkt door het liberalisme, het ideaal van gelijkheid door het socialisme en tenslotte het ideaal van broederschap door het nationalisme. Het mag duidelijk zijn dat deze idealen altijd met elkaar verbonden zijn en in elkaar overlopen.

Michael Burleigh spreekt over “politieke religies” en ik vind dat een goed gekozen begrip. Tijdens de Verlichting werd duidelijk dat zich een paradigma omwenteling aan het voltrekken was: van een christelijk mens- en wereldbeeld naar een humanistisch en wetenschappelijk mens- en wereldbeeld. God en de kerk waren niet langer het middelpunt van de samenleving maar de mens en de staat. Door deze verschuiving werd de mens zich bewust van zijn ik en ontwaakte hij als een politiek wezen. In de maatschappij ging politiek steeds meer de plaats van religie innemen. Nu is dat net zo vanzelfsprekend als onze hartslag, maar ooit was dit een aardverschuiving in het menselijk Dasein.

Van alle politieke ideologieën (of politieke religies) die Burleigh in zijn omvangrijke studie behandelt, vind ik het nationalisme de meest fascinerende. Dat is niet alleen omdat we in onze tijd van globalisering weer een opleving van het nationalisme beleven, maar vooral omdat nationalisme zich direct verbindt met onze identiteit.

In het postmoderne denken gaan we ervan uit dat identiteit per definitie een constructie is. Nationale identiteit zou een product uit de negentiende eeuw zijn. Voor een deel is dat ook zo. Toch worden we ook met een identiteit geboren. Het woord nationalisme is trouwens van “geboorte” afgeleid. Identiteit komt dus vóór de eigen keuze. Je kunt voor een imago kiezen, maar nooit voor identiteit. Dat wordt de postmoderne visie op identiteit nogal eens vergeten: nationale mythen uit de negentiende eeuw zijn weliswaar imagebuilding, maar daaronder ligt wel degelijk de diepere werkelijkheid van de identiteit.

Omdat nationalisme de identiteit raakt, raakt het ons wezen. Anders dan de idealen vrijheid en gelijkheid die bij uitstek voor het individu gelden, gaat het derde ideaal over de gemeenschap, over de mystieke verbinding ik-wij. En dat is in wezen religieus. In het vijfde hoofdstuk Uitverkoren volkeren: politiek messianisme laat Burleigh zien hoe diep deze gemeenschap kan gaan. Na de val van Napoleon ontstonden, met name in Italië, geheime genootschappen waarin het nationalisme beleden werd. De bekendste daarvan waren de Carbonari. Tijdens de Restauratie werden deze genootschappen streng vervolgd, want nationale en liberale bewegingen waren meestal één en dezelfde.

In de vierde paragraaf van dit hoofdstuk staat Giuseppe Mazzini (1805-1872) centraal, die in 1831 de oprichter was van La Giovine Italia (Jong Italië). Drie jaar later volgde Giovine Europa. Het nationalisme in Europa had een naam gekregen. Mazzini vermengde politiek en religie. In een van zijn geschriften lezen we: “Als bij de geboorte van Jong Europa alle altaren van de oude wereld zijn gevallen, zullen er twee altaren worden opgericht op de grond die het goddelijk woord vruchtbaar heeft gemaakt; in een van die altaren zal de vinger van het boodschappervolk griffen: Vaderland, in het andere: Mensheid.”

Dio e popolo
Italiaanse vlag uit de 1831 met het motto van Mazzini: Dio e popolo (God en volk) Mazzini vermengde politiek en religie en fundeerde zijn gemeenschap op de relatie tussen God en zijn (uitverkoren!) volk
Als bij de geboorte van Jong Europa alle altaren van de oude wereld zijn gevallen, zullen er twee altaren worden opgericht op de grond die het goddelijk woord vruchtbaar heeft gemaakt; in een van die altaren zal de vinger van het boodschappervolk griffen: Vaderland, in het andere: Mensheid.”

Uit deze typisch Italiaanse mix van katholicisme en politiek zal in de twintigste eeuw het fascisme voortkomen. De retoriek van Hitler (Ein Volk, Ein Reich, Ein Führer) vinden we al bij Giusseppe Mazzini (1805-1872). Omdat er een ononderbroken lijn loopt van het nationalisme van de negentiende eeuw naar het fascisme zijn we sinds 1945 huiverig geworden voor nationalisme. Door de besmetting van het fascisme en het nationaalsocialisme is het bijna onmogelijk om nog te geloven in de zuiverheid van het ideaal van broederschap.

Toch volgen de tegenstanders van de huidige populisten en patriotten ook hun ideaal van broederschap. Herder, samen met Rousseau, de vader van het nationalisme, was uitgesproken kosmopolitisch. Een Verenigd Europa dat als tegengif zou moeten dienen tegen populisme is uiteindelijk ook weer een broederschap van Europeanen, die enerzijds het nationalisme wil overstijgen, maar anderzijds weer een nieuwe identiteit construeert: “de Europeaan.” Het bewijst voor mij dat identiteit altijd dieper ligt dan een constructie. Europeaan is nog een bloedeloze identiteit. Blijkbaar is de band met de lokale gemeenschap warmbloediger dan kosmopolitisme.

Liberalisme en nationalisme [ W&V ]

Miklós Rózsa 110

vandaag is het de 110e geboortedag van Miklós Rózsa

Vandaag is het 110 jaar geleden dat in Boedapest een van de grootste filmcomponisten van de 20e eeuw geboren werd. Miklós Rózsa schreef tussen 1937 en 1994 scores voor bijna honderd films, eerst in Europa, daarna in de Verenigde Staten. Jungle Book (1942) was de eerste Amerikaanse film waarvoor hij de muziek schreef. Hij werd de huiscomponist voor MGM. In 1946 won hij zijn eerste oscar voor de score van Spellbound en vier jaar later zijn tweede voor A double Life. Zijn derde oscar kreeg hij voor de soundtrack bij Ben Hur (1959). Mijn favoriete scores: Double Indemnity (een oscar nominatie in 1945) en vooral El Cid (een oscar nominatie in 1962). Het gevoelige love theme (the falcon and the dove) uit El Cid contrasteert met het doorgaans bombastische werk van Rózsa.

Double Indemnity
Double Indemnity (1944)
Ben Hur
Ben Hur (1959)

Rózsa schreef tussen 1951 en 1961 epische filmmuziek voor spektakelfilms als Quo Vadis (1951), Ivanhoe (1952), Julius Caesar (1953), Ben Hur (1959), King of Kings (1961) en El Cid (1961). Het monumentale karakter van de laatste drie films werd gevisualiseerd in monumentale typografie.

El Cid
El Cid (1961)

Miklós RózsaMiklós Rózsa (1907-1995)
Hij kreeg op 5-jarige leeftijd viool- en altvioollessen van zijn oom Lajos Berkovits in zijn geboortestad. Berkovits was lid van het orkest van de Koninklijke Hongaarse opera. Van zijn moeder, die een collega van Béla Bartók aan het conservatorium in Boedapest geweest was, leerde hij pianospelen. Op het gymnasium werd hij voorzitter van het “Ferenc Liszt-gezelschap” en zette zich voor de uitvoering van eigentijdse Hongaarse muziek in. De familie had een eigen huis in Nagylóc, noordelijk van Boedapest. Daar kwam hij met muziek van de plattelandsbevolking (boeren en zigeuners) in contact. Aldaar musiceerde hij met muzikanten en verzamelde melodieën. Op 7-jarige leeftijd schreef hij zijn eerste kleine stukken. Van 1925 tot 1929 bezocht hij de Felix Mendelssohnschool voor muziek en theater te Leipzig en studeerde compositie bij Hermann Grabner, alsook aan de Universiteit Leipzig musicologie bij Theodor Kroyer. In 1929 gingen zijn Noord-Hongaarse Boerenliederen en -dansen, voor viool en orkest, op.5a in première.
 
Bron: nl.wikipedia.org

The Miklós Rózsa Treasury (1949–1968) [ filmscoremonthly.com ]

Pasen 2017 [ 2 ]

Pascha 2017
Paas brunch
de paastafel
Christus ist auferstanden von den Toten
hat den Tod durch den Tod zertreten
und denen in den Gräbern das Leben geschenkt!
 
Христос воскресe из мертвых,
смертию смерть поправ,
и сущим во гробех,
живот даровав!
 
Χριστὸς ἀνέστη ἐκ νεκρῶν,
θανάτῳ θάνατον πατήσας,
καὶ τοῖς ἐν τοῖς μνήμασι,
ζωὴν χαρισάμενος!

vedute in Engelse collecties

Claude Jospeh Vernet en Canaletto in Engelse collecties

Op de Engelse website artuk.org ontdekte ik 65 werken van de Franse schilder Claude Jospeh Vernet (1714-1789). Hij werkte in de traditie van zijn landgenoot Claude Lorrain en verbleef net als zijn voorbeeld lange tijd in Rome. Daar stond hij onder invloed van de beroemde veduteschilder Giovanni Paolo Pannini (1691-1765) die zich gespecialiseerd had in Romeinse oudheden. Pannini componeerde graag capricci, architectonische fantasieën. Vernet volgde hem daarin en voegde naast fantasiearchitectuur in zijn landschappen vaak grillige rotspartijen toe.

Vernet
Claude Jospeh Vernet op artuk.org

De belangrijkste afnemers van stadsgezichten waar rijke Engelse toeristen die in de achttiende eeuw hun Grand Tour maakten. Dat verklaart waarom er zoveel schilderijen van Vernet in Engelse verzamelingen terecht zijn gekomen. Canaletto, de beroemdste veduteschilder van de achttiende eeuw, verhuisde zelfs naar Engeland om daar ter plekke stadsgezichten en topografische landschappen te schilderen. De Engelse verzamelaar kon er geen genoeg van krijgen.

Canaletto
Canaletto op artuk.org

artuk.org

Jaarmarkt aan de Rhône

Les Abords d’une foire (1774) van Claude Joseph Vernet

In hetzelfde jaar dat hij La construction d’un grand chemin schilderde, werkte Claude Joseph Vernet aan een ander pronkstuk. Les Abords d’une foire (vrij vertaald: aan de rand van een jaarmarkt) is een overzicht van dagelijks leven in 1774. Het schilderij meet 98 bij 163 cm en hangt in het Musée Fabre in Montpellier.

C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
Les Abords d’une foire

In de achttiende eeuw was de stad Beaucaire in de Languedoc bekend door haar jaarmarkt. Vernet geeft vanaf de andere zijde van de Rhône een blik op de jaarmarkt. De bergen op de achtergrond fantaseert hij erbij. Émile Levasseur schrijft in Traité du Commerce en France avant 1789 over het internationale karakter van de Foire de Beaucaire:

Dans le Languedoc du XIIIe siècle, la foire de Beaucaire tenait la tête. Placée au débouché du Rhône, elle attirait les marchands orientaux de Tunis, d’Alexandrie, de Syrie et de Constantinople, les Grecs, les Italiens de Venise et de Gênes ; les Aragonais et les Catalans de Barcelone ; des Portugais, des Anglais, même les Allemands et les marchands de France, venus de tous les points du territoire.
 
Bron: fr.wikipedia.org
C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
Les Abords d’une foire (detail)

Vernet leerde het schilderen van stadsgezichten in Rome waar hij de kunst afkeek bij Giovanni Paolo Pannini. Dat is ook duidelijk te zien in de figuren. De hele mis en scene oogt spontaan, maar is zorgvuldig gecomponeerd.

C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
Les Abords d’une foire (detail)
C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
Les Abords d’une foire (detail)
C.J.Vernet
Claude Joseph Vernet 1774
Les Abords d’une foire (detail)