Maandelijks archief: november 2007

Weense vamp

biografie over Alma Mahler Werfel
van Oliver Hilmes in het Nederlands vertaald

Oostenrijk staat bekend om de export van mooie vrouwen. In juli schreef ik hier over de actrices Hedy Lamarr (Hedwig Kiesler) en Romy Schneider die resp. naar de Verenigde Staten en Frankrijk vertrokken. Ook de Weense vamp Alma Mahler Werfel bleef niet in Oostenrijk. Na talloze relaties en twee huwelijken met invloedrijke mannen, vluchtte ze uiteindelijk voor de nazi’s met haar man Franz Werfel naar Amerika. Ze had een reputatie opgebouwd van een seksueel roofdier dat met name kunstenaars verslond. Alma Mahler Werfel die zelf van Joodse afkomst was en tweemaal getrouwd was met een jood (Gustav Mahler en Franz Werfel) deed nooit geheimzinnig over haar antisemitische opvattingen.

Alma
de mooiste meid van Wenen (links)
op veertienjarige leeftijd in 1893 samen
met haar moeder Anna en halfzusje Grete
Alma biografieAlma Mahler, demasqué van een mythe
 
Biograaf en historicus Oliver Hilmes legt aan de hand van nieuwe documenten een ongekende zijde van Alma Mahler-Werfel, de ‘Circe van Wenen’, bloot. Achter haar zorgvuldig geregisseerde imago als Weense halfgodin ging een promiscue, op eigen roem bedachte narciste schuil. Terwijl ze uitgebreide relaties, ook liefdesrelaties, met leden van de joodse intelligentsia en kunstwereld onderhield, was ze een veel rabiater antisemiet dan tot nog toe bekend was. In de jaren dertig wist de handige intrigante haar radicale cultuurpolitieke ideeën achter de coulissen door te zetten. De beschrijving van haar leven leest als een who’s who van de twintigste eeuw. Want wie kende Alma niet? Maar wie was ze eigenlijk?

AlmaAlma Mahler (1879-1964)
groeide op in een bevoorrecht milieu als dochter van de landschapsschilder Emil Jakob Schindler en zijn vrouw Anna von Bergen. Ze was tevens de stiefdochter van de Sezession-schilder Carl Moll. Een van de vrienden van haar vader Schindler was de bekende schilder Gustav Klimt. Als jonge vrouw had ze kortstondige relaties met Klimt, theaterdirecteur Max Burckhard en componist Alexander Zemlinsky. Zelf had ze ook enig talent als componiste. Het was haar compositieleraar, Zemlinsky, die haar voor het eerst in contact bracht met Gustav Mahler.

Gustav MahlerIn 1902 huwde ze Gustav Mahler, die twintig jaar ouder was dan haar, in de Karlskirche in Wenen. Ze kregen twee dochters, Maria Anna (1902-1907) en Anna (1904-1988), die later beeldhouwer zou worden. Alma moest in haar huwelijk haar eigen artistieke interesses op het gebied van schilderen en muziek laten varen. Mahler moest niets van haar artistieke uitspattingen weten. Hij eiste per brief dat Alma zou ophouden met haar muziek en alleen voor de zijne zou leven. Hierop begon zij een affaire met Bauhaus-architect Walter Gropius.

Gustav Mahler heeft ooit
Dr. Sigmund Freud in Leiden bezocht om over de oorzaken van het slechte huwelijk te praten. Freud zei dat Mahler in elke vrouw zijn moeder zocht.

Walter GropiusMahler stierf in 1911. In de herfst van 1915 trouwde Alma met Walter Gropius. Ook dit huwelijk was tumultueus. Gedurende twee jaar, had Alma een affaire met schilder Oskar Kokoschka, die in zijn schilderij Die Windsbraut (1914) hun liefde tot uitdrukking bracht. Bang voor de passie die hij in haar losmaakte, verliet Alma Kokoschka voor schrijver Franz Werfel, van wie ze (waarschijnlijk) een kind kreeg, terwijl ze nog steeds getrouwd was met Gropius. Ze had Werfel leren kennen dankzij Franz Blei. Ze scheidde van Gropius en hertrouwde met Werfel in 1929, maar het kind, Martin Carl Johannes, werd te vroeg geboren en stierf op de leeftijd van tien maanden.

Alma en FranzIn 1938 vluchtten Alma Mahler Werfel en Franz Werfel van Oostenrijk naar Frankrijk vanwege de Anschluss. Door de Duitse invasie en bezetting van Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog, en de deportatie van de joden naar de Nazi-vernietigingskampen, moesten Alma en haar man ook Frankrijk ontvluchten. Met hulp van de Amerikaanse journalist Varian Fry in Marseille, ontsnapten ze via de Pyreneeën en Spanje naar Portugal, waarvandaan ze naar New York voeren. Uiteindelijk gingen ze wonen in Los Angeles, waar Werfel succes behaalde toen zijn Song of Bernadette in 1943 werd verfilmd. Na Werfels dood in 1945, verhuisde Alma terug naar New York, waar ze actief bleef in de culturele wereld tot haar dood in 1964. In 1946 had ze zich tot Amerikaans staatsburger laten naturaliseren.

Bron: nl.wikipedia.org

alma-mahler.at | Alma Mahler-Werfel [ de.wikipedia.org ]

jungle tussen de grassprietjes

zaterdagavond gezien met Michaela op DVD
Microcosmos Le Peuple de l’Herbe (1996)

MicrocosmosWanneer je deze film gezien hebt, zul je niet zo snel meer een vlieg doodslaan of een mier doodtrappen. Met het inzoomen op de kleine, vaak stille wereld van de insecten, word je met eerbied en ontroering getroffen. Mieren wassen zich als konijntjes, heel lief met hun pootjes over de kop. Ook de voelsprieten worden zorgvuldig schoongemaakt. Maar het is er niet alleen lief. Net als in de macrofauna ligt het gevaar steeds op de loer: spinnen, vleesetende plannen of een korhoender die bij een mierenhoop is neergestreken. Ik heb ademloos zitten kijken naar de wereld die door de biologen Claude Nuridsany en Marie Perennou is blootgelegd.

Microcosmos [dvd-home.nl]

zwart-wit

vorige week kocht ik de biografie van Frans Masereel
door Joris van Parys, uitgegeven bij Houtekiet, Antwerpen, 2005

Biografie MasereelWij hebben M.C. Escher , in Belgiëhebben ze Frans Masereel. In januari 2005 schreef ik hier al over deze Vlaamse graficus en houtsnijder. In Nederland is Masereel misschien geen klinkende naam als M.C. Escher maar toch is hij op sommige plaatsen in de wereld een beroemdheid. Toen de Belgische premier Leo Tindemans in september 1976 in China op bezoek was, vroeg Mao Tse-toeng hem hoe het nu toch met de grote kunstenaar Frans Masereel ging. Deze was toen al vier jaar dood, maar de premier liet zijn tolk antwoorden dat Masereel in prima gezondheid verkeerde.

Ik heb altijd gevonden dat, van de verschillende grafische technieken, de houtsnede de meest eenvoudige, eerlijke en directe techniek is (…) Ze is eenvoudig omdat er slechts een paar werktuigen aan te pas komen – guts, burijn of mes – en een blok hout, langs- of kopshout. Ze is eerlijk omdat je niets kunt bijwerken, opsieren, wegmoffelen, voorgoochelen. Direct tenslotte, omdat ze de kijker bij de eerste oogopslag uitsluitend boeit met de wisselwerking van zwart en wit.
 
Frans Masereel

Biografie Masereel Frans Masereel (1889 – 1972)
werd geboren in Blankenberge, aan de Belgische kust, als zoon van welgestelde ouders. Hij kreeg zijn academische opleiding (aan de Academie voor Schone Kunsten) te Gent bij de schilder Jean Delvin. Hij reisde veel. Rond 1910 ging hij in Parijs wonen en kwam daar toevallig in aanraking met de houtsnede. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak vluchte Masereel naar het Zwitserse Genève. Daar sloot hij vriendschap met de schrijvers Romain Rolland, Stefan Zweig en Andreas Latzko, wiens boeken hij illustreert. Hij debuteert er met drie anti-oorlogsalbums: “De doden spreken” en “De doden staan op” (1917) en “De hartstocht van een mens” (1918). Tot 1920 verschijnen een kleine duizend tekeningen in dagelijkse afleveringen in het pacifistische tijdschrift “La Feuille”, waarbij hij de verschrikkingen van de oorlog in beeld brengt. Hij werkt tevens als vertaler voor het Rode Kruis. De eerste jaren na de oorlog wordt hij door de Belgische regering beschouwd als dienstweigeraar. Hij gaat in 1920 weer in Parijs wonen en later in Equihen nabij Boulogne. Hij illustreert boeken van onder andere Victor Hugo, Tolstoi, Thomas Mann, Oscar Wilde en Hemingway. In 1926 maakt hij voor “De legende van Ulenspiegel” van Charles de Coster 167 houtsneden. In het boek “De stad” (1925) (voorw. van Jelle Troelstra) legt hij in honderd houtsneden zijn visie op het leven in de jaren twintig in de grote stad vast.
Bron: Frans Masereel [ wikipedia ]