Maandelijks archief: januari 2008

nogmaals herrijzend Nederland

Ook Maria Austria (1915-1975) fotografeerde de wederopbouwjaren
Maria Austria
meisje met poppenwagen in het Vondelpark, 1956
© Maria Austria Instituut

Maria AustriaMet Henk Jonker, Aart Klein en Wim Zilver Rupe richtte Maria Austria in 1945 het fotobureau Particam Pictures op. Het persbureau richtte zich op onderwerpen uit het gewone leven. Op de documentaire reportages voor kranten en tijdschriften stond de werkende mens centraal. Maria Austria fotografeerde de opbouw van Nederland door de lens te richten op bijvoorbeeld de huishoudbeurs en de bevolking in een typische Amsterdamse buurt als de Jordaan. Ook na de oorlog maakte Maria Austria veel portretten. Zij kreeg acteurs, cabaretiers, dansers, regisseurs en musici voor de camera. Austria en Jonker werden bovendien gevraagd om de eerste voorstellingen in de Amsterdamse Stadsschouwburg vast te leggen. Deze opdracht vormde de kiem voor het specialisme van Austria en Jonker, de theaterfotografie. Zo fotografeerde het paar (in 1950 huwden Maria en Henk) vanaf 1947 ook het Holland Festival. Later kregen ze ook opdrachten van de Nederlandse Opera Stichting, het Concertgebouworkest en tal van andere gezelschappen. Met een rubriek in het Algemeen Handelsblad boden ze elke week een visueel verslag over belangrijke maatschappelijke gebeurtenissen.
Bron: cultuurarchief.nl

Maria Austria
wandelen in het Vondelpark, 1964
© Maria Austria Instituut

maria-austria-instituut.nl | beeldbank.amsterdam.nl

wederopbouw in zwart-wit

Aart Klein (1909-2001) portretteerde ons land in de jaren vijftig en zestig

Een paar jaar geleden besteedde ik in deze rubriek aandacht aan de fotograaf Frits Weeda die tussen 1958 en 1965 actief was. Zijn foto’s tonen een somber beeld van de jaren zestig: troosteloze nieuwbouw in druilige polders, bermen vol zwerfafval en naargeestige industriële landschappen. Het optimisme van de wederopbouwjaren zie je in de foto’s van Aart Klein wéll terug. De bedrijvigheid van het naoorlogse Nederland legde hij gretig vast. Bekend werd hij o.a. door een lange reeks foto’s over de Deltawerken, waarbij ‘onze strijd tegen het water’ haast mythische proporties kreeg. En tegelijkertijd bleef het ook zo heel gewoon, zo heel Nederlands handen uit de mouwen.

Aart Klein
hoogbouw Rotterdam, 1962
© Nederlands Fotomuseum

Het mooist vind ik zijn foto’s van de naoorlogse nieuwbouw: de eerste galerijflats, genadeloos strakke trottoirs en rijen lantaarnpalen door kale vlakten, lege parkeerterreinen met iele jonge aanplant. Een nieuwe schone wereld vol optimisme zoals de planologen het graag zagen, zonder onbehagen, zonder graffiti.

Aart Klein
Hoogvliet Rotterdam, 1957-1962
© Nederlands Fotomuseum

Aart KleinIn 1945 was Aart Klein een van de medeoprichters van de groep Particam, later op initiatief van Klein omgedoopt tot Particam Pictures. Dit bureau, waar onder anderen ook Maria Austria deel van uitmaakte, verwierf in de eerste jaren na de oorlog een monopolie op het gebied van de theaterfotografie. Daarnaast maakten de leden reportages over de meest uiteenlopende onderwerpen. Het waren de jaren van opbouw en optimisme en deze facetten kwamen in de fotografie van de Particam-fotografen vaak naar voren. In 1956 besloot Aart Klein zich te vestigen als zelfstandig fotograaf en richtte zich op bedrijfsfotografie. Zijn opdrachtfotografie zou steeds meer een ongebonden karakter krijgen; hij vond zijn eigen stijl in een uitgesproken ‘wit-zwart’ fotografie. Aart Klein is actief geweest binnen diverse fotografische organisaties. Zo was hij in 1945 een van de medeoprichters van de Nederlandse Vereniging van Fotojournalisten en maakte gedurende vier jaar, van 1956 tot 1960, deel uit van het bestuur van de GKf. Hij heeft zich altijd ingezet voor de verbetering van de positie van fotografen in Nederland.
Bron: sbk.nl

nederlandsfotomuseum.nl | geheugenvannederland.nl

joie de vivre

gezien: les demoiselles de Rochefort (1967)
van Jacques Demy met muziek van Michel Legrand

Luchtig, swingend en een lust voor het oog. Les demoiselles de Rochefort van Jacques Demy is een heerlijk ongecompliceerde film, die het optimisme van de jaren zestig kleurrijk weerspiegelt. Met in de hoofdrollen Catherine Deneuve en haar zusje Françoise Dorléac die in de musical de zusjes Delphine en Solange spelen. En Gene Kelly als l’étranger Andy. Françoise Dorléac, de oudere zus van Catherine Deneuve kwam vlak na de opnamen op 25-jarige leeftijd bij een auto-ongeluk om het leven.

les demoiselles de Rochefort
de zingende zusjes Françoise Dorléac en Catherine Deneuve
Demy also understood color as sheer entertainment, and that’s probably why, if you can let yourself sink into the plush hues and visual lyricism of “The Young Girls of Rochefort,” its various little problems shrink away. Yet the movie isn’t just a piece of froth. Even in the midst of all those cheerful French blues and cherry reds, Demy has shown us his characters’ longing so vividly that it can never quite be erased. Even after they’ve all found their happiness, you don’t think they’ll ever quite forget what loneliness is — it’s the cloudy landscape you leave behind as you drive into the sunny horizon ahead. The traveling carnival workers in the movie sing a silly, wonderful number about their freewheeling life, moving from town to town and from girl to girl: “They call us carnies, but poets are what we are.” That’s Demy in a single line. ( Bron: salon.com )
les demoiselles de Rochefort
stills uit de kleurrijke sixties musical
les demoiselles de Rochefort

les demoiselles de Rochefort | Michel Legrand [ fr.wikipedia.org ]