Maandelijks archief: november 2009

de vergeten oorlog van Kieft

… begon met de moord op Claes Swits in 1641

indianenverhalenTerwijl Duitsland door de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) verscheurd werd, beleefde de Republiek der Verenigde Nederlanden een bloeiperiode. De Gouden Eeuw had echter wel een zwart randje. In ons nationale bewustzijn hebben we de oorlog van Kieft (1643 tot 1645) keurig verdrongen. Maar in het Hudsonjaar komen ook de zwarte bladzijden uit onze koloniale geschiedenis naar boven. Drie Nieuw-Nederland deskundigen, Kees-Jan Waterman, Jaap Jacobs en Charles T. Gehring schreven in het kader van het Hudsonjaar het boek IndianenverhalenDe vroegste beschrijvingen van Indianen langs de Hudsonrivier (1609-1690) en daarin wordt de wrede oorlog tussen de Hollandse kolonisten en de Wickquasgeek indianen niet vergeten.

De kolonisten wilden liever
geen oorlog omdat de indianen
hen waardevolle handelswaar
gaven als pelzen. De gouverneur
Kieft ging tegen wil en dank
toch door met zijn plan.
In augustus 1641 werd de kolonist Claes Swits in Nieuw-Amsterdam door een Wickquasgeek-Indiaan vermoord. Het motief was wraak voor een eerdere overval en moord vijftien jaar daarvoor door Europeanen op een Indiaanse familie. De toenmalige bestuurder van de kolonie, Willem Kieft, greep deze moord aan om af te rekenen met de indianen in de buurt. De kringen rond Kieft zagen de indianen als een hindernis om de kolonie verder te laten doorgroeien. Om steun te verwerven onder de Europese bevolking voor een aanval op de Indianen richtte Kieft een raad van twaalf op, bestaande uit twaalf prominenten van de kolonie, die hem moest adviseren. De raad ging akkoord dat de daders voor de moord moesten worden gestraft, maar vonden het toch raadzaam om eerst te zoeken naar een diplomatieke oplossing. De gouverneur moest volgens de raad de Indianen herhaaldelijk vriendelijk vragen de dader uit te leveren. Kieft weigerde dit advies te volgen en verbood ook nog enige verdere samenkomst van de raad, toen deze daadwerkelijk inspraak wilde. De kolonisten wilden liever geen oorlog omdat de indianen hen waardevolle handelswaar gaven als pelzen. De gouverneur Kieft ging tegen wil en dank toch door met zijn plan.
 
Bron: nl.wikipedia.org

detail kaart van Nicolaes Visscher

detail van een kaart van Nicolaes Visscher van Nieuw-Nederland uit 1656. Dit is een latere druk uit 1685 toen de Engelsen Nieuw-Amsterdam hadden omgedoopt tot New York
Indianenverhalen
Op zoek naar een doorgang naar Aziëvoer Henry Hudson in 1609 de rivier op die later zijn naam zou dragen. Daarmee legde hij de grondslag voor de kolonie Nieuw-Nederland, met als hoofdstad Nieuw-Amsterdam, het latere New York. Hudsons tocht en de inbezitname van het gebied rond het eiland Manhattan bracht Nederlandse handelaars en kolonisten in direct contact met Indianen. Nederlandse predikanten, bestuurders en reizigers deden verslag aan het thuisfront over hun ontmoetingen met „wilden„, zoals zij bijna consequent werden aangeduid. Verwondering, fascinatie, afschuw en soms bijna etnografische afstandelijkheid strijden om voorrang in de beschrijvingen. In reisverslagen, brieven en journalen berichtten de nieuwkomers over het uiterlijk en de gebruiken van de inheemse bevolking. Boeiend zijn ook hun observaties van hoe de Indiaanse samenleving omging met zaken als bijvoorbeeld bezit of macht.
 
In Indianenverhalen zijn de vroegste beschrijvingen van deze Indianen samengebracht, ingeleid en verklaard door drie Nieuw-Nederlanddeskundigen. Ondanks het ontbreken van Indiaanse geschreven bronnen beschikken we met deze overleveringen toch over kennis van de levenswijze van de oorspronkelijke Amerikanen. Bovendien kunnen we door deze geschriften ook meer over de 17de-eeuwse Nederlanders zelf te weten komen. Wat zeggen hun beschouwingen en interpretaties van de Indiaanse culturen over hén?
 
Indianenverhalen: De vroegste beschrijvingen van Indianen langs de Hudsonrivier (1609-1690) – Kees-Jan Waterman, Jaap Jacobs en Charles T. Gehring – Walburg Pers – ISBN: 9057306263 – 22,50
 
Bron: walburgpers.nl
indianen

Nederlandse indianenverhalen [ nos.nl ]

Victoriaans levenswerk

832 (botanische) schilderijen van Marianne North (1830-1890)
in de Marianne North Gallery Kew Gardens, Londen

Marianne NorthNet als bij de lange reeks aquarellen die Carl Ferdinand von Kügelgen (1772-1832) in opdracht van de Russische tsaar maakte, kan ik voor het werk van Marianne North niets anders dan mateloze bewondering hebben. Voornamelijk voor haar discipline. Marianne North schilderde 13 jaar lang gemiddeld 64 uiterst gedetailleerde en arbeidsintensieve schilderijen per jaar. En dat allemaal keurig in een consistente stijl. Net zoals Von Kügelgen. De opdrachtgever wist zo precies wat-ie kreeg. Vanuit artistiek oogpunt kun je dergelijke titanenarbeid schamperig wegzetten als ‘meer van hetzelfde’ of ‘dertien in een dozijn’. Maar ik kijk soms liever naar 1 kilometer transpiratie dan naar 1 millimeter inspiratie.

een reis om de wereld
in 13 jaar en 832 schilderijen
Marianne North
Street in Ajmere
and Gate of the Daghar Mosque
Marianne North English naturalist and flower-painter, was born at Hastings, the eldest daughter of a Norfolk landowner, descended from Roger North. She trained as a vocalist under Madame Sainton-Dolby, but her voice failed, and she then devoted herself to painting flowers. After the death of her mother in 1855 she constantly travelled with her father, who was then member of parliament for Hastings; and on his death in 1869 she resolved to realize her early ambition of painting the flora of distant countries. Marianne North‘s painting of Nepenthes northiana, showing a lower and an upper pitcher.
Marianne North Gallery
interieur van de Marianne North Gallery
Kew Gardens Londen
In 1871-1872 with this object she went to Canada, the United States and Jamaica, and spent a year in Brazil, where she did much of her work at a hut in the depths of a forest. In 1875, after a few months at Tenerife, she began a journey round the world, and for two years was occupied in painting the flora of California, Japan, Borneo, Java and Ceylon. The year 1878 she spent in India, and after her return she exhibited a number of her drawings in London. Her subsequent offer to present the collection to the Royal Botanic Gardens at Kew, and to erect a gallery for their reception, was accepted, and the new buildings, designed by James Ferguson, were begun in the same year. Kew Gardens is divided into three sections, east, west, and north; the North Gallery is in the east section.
Marianne North
A Clearing in the Forest of Tji Boddas, Java
with bank of Tree Ferns

Marianne NorthMarianne North was a remarkable Victorian artist who travelled the globe in order to satisfy her passion for recording the world’s flora with her paintbrush. The result of these epic journeys can be seen in the Marianne North Gallery at Kew, where tier upon tier of brightly coloured paintings of flowers, landscapes, animals and birds are arranged. There are 832 paintings, all completed in 13 years of travel round the world.
Bron: kew.org

Marianne North Gallery at Kew Gardens
Marianne North [ plantexplorers.com ]