Maandelijks archief: november 2009

kroniek Tatort

november 2009 : 20 jaar na de muur – 39 jaar na Taxi nach Leipzig

Natasja KinskiMijn eerste kennismaking met Tatort was als achtjarige in 1971. Ik moet toen iets uit een van de allereerste afleveringen hebben gezien, want de serie loopt vanaf 30 november 1970. In ieder geval duurde het nog tot het voorjaar van 1978 voordat ik bewust kennismaakte met de crimi der crimi’s. Maar toen (met de aflevering Reifezeuchnis, 1977) was het gelijk goed raak. Want wat moet je als vijftienjarige jongen als je de (in 1977) zestienjarige scholiere Natasjka Kinski naakt met haar leraar in bed ziet liggen? Inmiddels is Tatort ruim dertig jaar verder en is de serie een kroniek geworden van bijna veertig jaar Duitsland na 1970. Zo zien we ook het verenigde Duitsland na 1990 weerspiegeld in deze serie. Begon het allemaal 39 jaar geleden met een Taxi nach Leipzig ergens in de BRD, nu is Leipzig zelf ook Tatort geworden. Het team uit Leipzig dat bestaat uit de rechercheurs Bruno Ehrlicher en Kain (Peter Sodann en Bernd Michael Lade) is in de Saksische metropool zo populair dat ze beiden tot ereburgers zijn verheven.

de intro van Tatort ademt evenals de intro van James Bond de geest van de sixties maar is door eindeloze herhaling tijdloos geworden

Tatort is actief in 15 steden. Eigenlijk is de misdaadserie tegenwoordig een cluster van series geworden die elk door een regionale omroep (NDR, WDR, SWR, MDR, RBB, HR, BR) geproduceerd wordt. Zelfs de ORF doet mee omdat een van de teams standplaats Wenen heeft. Op 27 december zendt de SWR de 750e Tatort uit onder de naam Bluthochzeit.

Liste der 750 Tatort Folgen | Tatort | tatort-fundus.de | tatort-fans.de

God als mystery guest

het verschil tussen ietsisme en atheïsme
Schrijver Kluun in Filosofie Magazine

November is Maand van de Spiritualiteit en schrijver Kluun schreef in het kader daarvan het essay God is gek. In Filosofie Magazine reageert hij op een uitspraak van Nietzsche: “Het is de godsdienst die God verstikt heeft”. Atheïsme vindt hij dogmatisch, maar hij positioneert zichzelf niet expliciet als agnosticus. wéll heeft hij sympathie voor ietsisten, dat zijn mensen die geloven dat er meer is, alleen weten ze niet wat of wie die God-achtige macht dan is.

Deze zogenaamde ietsisten zouden intellectueel lui zijn: ze willen wel de geruststellende gedachte van een God, maar wijzen de sterke doctrine af. Onzin! Volgens mij denken ze juist eindelijk eens na. (…) Ze geven God dus de ruimte en verstikken Hem niet.

Wat mij opvalt is dat Kluun hier over “Hem” (God) spreekt en niet over “het”(goddelijke). Impliciet ziet hij God dus als Persoon, als Iemand. Geldt voor een relatie met God niet hetzelfde als voor een relatie met een mens? Wanneer je iemand wilt (leren) kennen, dan wil je toch weten hoe die persoon heet, waar die persoon woont en hoe je met die ander in contact kunt komen? Wanneer die Iemand nu God in hoogsteigen Persoon is, dan wil je toch weten hoe je een relatie met Hem kunt krijgen? Kun je God leren kennen door Hem volledig transcendent te houden? Kun je met Hem in contact komen, wanneer je Hem geen Naam wilt geven? Wij hebben zélf toch ook een naam waarmee anderen ons kunnen aanspreken en waarmee we gekend kunnen worden?

Super Nova
God als iets, bij voorkeur als energie
het beeld van een Super Nova als een van de laatste immananties vóór de volledige transcendentie en onbereikbaarheid van God

Welke waarde heeft het opzettelijk niet benoemen en het openlaten van “het God-achtige” door de ietsisten? Is het een deur waardoor God naar binnen kan komen? Of is dit “openlaten” juist een muur waarmee God, zoals Hij door ons gekend wil worden, wordt buitengesloten? Kun je een deur openhouden (of op een kier laten staan) voor iemand die per se onzichtbaar moet blijven? Ik denk het niet. Maar er is ook een andere houding die open maar gastvrij is: je erkent dat deze onzichtbare persoon al binnengekomen is en je behandelt Hem vervolgens als Mystery Guest: je wilt graag weten Wie Hij is.

Uit onderzoek blijkt dat maar 14 procent van de Nederlanders met zekerheid meent te weten dat er geen God of hogere macht bestaat. De rest, 86 procent, gelooft ergens in of weet het niet. Laat nou juist bijna alle zogenaamd weldenkende media-iconen – Jeroen Pauw, Paul Witteman, Theodor Holman, Max Pam, om er maar een paar te noemen – tot die 14 procent behoren. De atheïsten hebben het monopolie op weldenkendheid geclaimd. Dat is de dictatuur van het atheïsme.
 
Maar is het niet juist bijzonder dom om glashard te beweren dat God niet bestaat? Hoe weet jij dat zo zeker, terwijl geen enkele filosoof of wetenschapper dat durft te bevestigen? Door de mogelijkheid van een hogere macht niet open te houden, ben je minstens zo dogmatisch als de kerk. Bovendien, waarom maken die hedendaagse atheïsten zich zo druk? Waarom die zendingsdrang? Als ik niet van voetbal zou houden, zou ik er niet over schrijven.
 
Bron: Filosofie Magazine nummer 9 – 2009
De atheïsten hebben het monopolie op weldenkendheid geclaimd. Dat is de dictatuur
van het atheïsme.

Kluun in FM

filosofiemagazine.nl

The Mid-Century Modernist

The Mid-Century Modernist van grafisch ontwerper Stephen Coles
If good design is a balance of aesthetics and utility, the craft peaked in the years between 1945–1970. This era of modernism hit the design sweet spot: functional beauty. Finding harmony between the natural and the manmade, designers like Bertoia, Braakman, Deam, Eames, Ekselius, Heywood-Wakefield, Pierre Guariche, Jacobsen, Juhl, Kagen, Kjaerholm, Knoll, Loewy, McCobb, Noguchi, Nelson, Paulin, Prouvé, Pucci, Risom, Saarinen, Schultz, Van der Rohe, Vignelli, Vodder, Wegner, and Wormley created objects that were not merely easy on the eyes, but appealing because they served their purpose with organic grace.
 
Bron: midcenturymodernist.com
twee voorbeelden van Mid-Century Modern in de architectuur: Cape Shank House (Australië) en Bonneville Salt Flats Rest Stop Shelter
Mid-Century modern is an architectural, interior and product design form that generally describes mid-20th century developments in modern design, architecture, and urban development from roughly 1933 to 1965. The term was coined in 1983 by Cara Greenberg for the title of her ground-breaking book, Mid-Century Modern: Furniture of the 1950s (Random House), celebrating the style which is now recognized by scholars and museums worldwide as a significant design movement. Mid-century architecture was a further development of Frank Lloyd Wright’s principles of organic architecture combined with many elements reflected in the International and Bauhaus movements. Mid-century modernism, however, was much more organic in form and less formal than the International Style.
 
Scandinavian designers and architects were very influential at this time, with a style characterized by simplicity, democratic design and natural shapes. Like many of Wright‘s designs, Mid-Century architecture was frequently employed in residential structures with the goal of bringing modernism into America’s post-war suburbs. This style emphasized creating structures with ample windows and open floor-plans with the intention of opening up interior spaces and bringing the outdoors in. Many Mid-century houses utilized then-groundbreaking post and beam architectural design that eliminated bulky support walls in favor of walls seemingly made of glass. Function was as important as form in Mid-Century designs, with an emphasis placed specifically on targeting the needs of the average American family. Examples of residential Mid-Century modern architecture are frequently referred to as the California Modern style.
 
Bron: en.wikipedia.org