door Friedrich W. von Schadow, Carl J. Begas en Friedrich Amerling
Eenvoudige, intieme en ijverig geschilderde Biedermeier portretten kunnen mij soms erg raken. Het portret van de Deense beeldhouwer Bertel Thorvaldsen door de Oostenrijkse schilder Friedrich Amerling (rechtsonder) is een prachtig voorbeeld van zo’n Biedermeier portret. Amerling schilderde de 73-jarige beeldhouwer in 1843, een jaar voor zijn dood, toen de fotografie nog in de kinderschoenen stond. Het portret ademt iets van een Daguerreotypie waarbij de geportretteerde in een bevroren houding de lange sluitertijd trotseert. Het is een droge, maar zeer nauwkeurige registratie.

Wanneer je Amerlings portret vergelijkt met een ander portret van Thorvaldsen, dat ongeveer 23 jaar eerder geschilderd werd door Carl Joseph Begas (linksboven), zie je een heel andere visie. Begas presenteert zijn model hier in een 16e eeuwse setting die associaties oproept met portretten van oude Duitse meesters. Nog een ander portret van Thorvaldsen is geschilderd door Friedrich Wilhelm von Schadow (onder). In 1816 beeldde hij zichzelf af samen met zijn broer Rudolph en de beroemde beeldhouwer. Ook zijn visie is historisch bepaald. Maar het portret van Amerling is eigentijds en loopt vooruit op de objectiviteit, die door de fotografie gerepresenteerd wordt.

La Grande Bouffe is zo’n typische film uit het begin van de jaren ’70 waarin het publiek geshockeerd moest worden. Bijna veertig jaar later verbazen we ons erover dat men destijds zo geschokt kon worden door dergelijke films. Blijkbaar zijn we zo aan de expliciete seks en het geweld gewend geraakt dat we op dit vlak zijn afgestompt. Anno 2010 blijft er nog heel weinig over van La Grande Bouffe, of je moet de lange scheten van Picolet ontzettend leuk vinden. Met een quasi-diepzinnige beschouwing over deze ‘satire op de consumptiemaatschappij’ wordt de film niet gered. Maatschappijkritiek waarbij ons ‘een spiegel wordt voorgehouden’ ontaardt meestal in het ‘over the top’ tillen van datgene wat kritiek behoeft. Amusementswaarde lijkt daarbij belangrijker dan reflectie. Eigenlijk gaat het in deze film gewoon om het veroorzaken van een schandaaltje én het bieden van het allerplatste vermaak: vreten, neuken en scheten laten. En aan het eind is iedereen dood. De meeste filmcritici durven het nog steeds niet aan om films als ‘La Grande Bouffe‘, ‘Turks Fruits‘ of ‘A Clockwork Orange‘ te ontmaskeren als puberale films die over hun houdbaarheidsdatum heen zijn.













