een interview met Bart Jan Spruyt
In de vijfde eeuw voor Christus was er in Athene een democratie. Dat was toen al iets bijzonders. Dus er waren filosofen die nadachten over de vraag wat democratie betekent. Het betekent dat het volk regeert, maar waarover? Over zichzelf. Maar kán een volk over zichzelf regeren en zo ja, onder welke voorwaarden? Daar heb ik eens een onderzoekje naar gedaan bij de oude filosofen. Ik vond een aantal centrale voorwaarden waaraan een democratie moet voldoen, wil ze goed functioneren. dat is dat je eerbied hebt voor ouderen, voor wat er aan je is voorafgegaan. Gehoorzaamheid aan de wetten. Respect voor de traditie. Onder traditie werd onder meer verstaan de verering van de goden. Dat is de basis van alles. Als dat besef van het heilige, van het sacramentele weg is, en als daaruit voortvloeiend vrijheid niet langer de betekenis heeft van de ruimte om te doen wat je behoort te doen, dan ontaardt democratie in een ochlocratie. Dan regeert niet de demos, het volk, maar de ochlos, de massamens. De ongevoelige, onopgevoede, slecht opgeleide massamens. Die alleen maar vrijheid wil, mateloosheid, en geen rekening met de ander houdt.Dat staat allemaal in Plato, Polybios en Cicero. Zij zeggen dat als dát gebeurt, je twee dingen kunt krijgen. Of het wordt steeds gekker en je krijgt chaos of anarchie, of mensen gaan denken: dit kan zo niet. Dan gaan mensen zoeken naar een nieuwe orde. Die orde moet worden gebracht door de sterke man of door de sterke staat. Al die boeken zijn 2500 jaar oud, maar het proces dat dar werd beschreven, zien we hier en nu gebeuren.
Wat ik hoop is dat als mensen dit doorzien er een bewustwordingsproces op gang komt. Waar is het fout gegaan? Dat is toch doordat we onze kinderen in geestelijke zin te vondeling hebben gelegd. We hebben hun niets meer meegegeven. We hebben niet meer nee durven te zeggen. We hebben geen grenzen meer durven stellen.
Bart Jan Spruyt in Beweging, 74e jaargang nummer 3
De reden waarom Gabriel Fauré het werk heeft gecomponeerd is niet bekend. Een mogelijke aanleiding kan de dood van zijn vader in 1885 zijn, en de dood van zijn moeder twee jaar later op oudejaarsavond 1887. Desalniettemin was Fauré al met het werk begonnen toen zijn moeder overleed. Fauré zei later over de reden tot componeren: “ik heb het nergens voor gecomponeerd gewoon voor het plezier, als u me dat toelaat te zeggen!“ Het eerst geschreven deel is het Libera Me, dat als een losstaand werk werd gecomponeerd in 1877. In het daaropvolgende jaar componeerde hij de eerste versie van het Requiem, welke hij Un Petit Requiem noemde. De eerste versie bestond uit vijf delen (Introitus et Kyrie, Sanctus, Pie Jesu, Agnus Dei en In Paradisum), maar bevatte nog niet het Libera Me. De eerste versie werd op 16 januari 1888 in La Madeleine te Parijs uitgevoerd. Fauré dirigeerde de uitvoering zelf. Het stuk werd opgedragen ter nagedachtenis aan de architect Joseph La Soufaché. In 1889 werd het ‘Hostias toegevoegd aan het Offertorium.














