
schetsboek [ 6 ]


De tv-serie Mad Men, over een groot reclamebureau in New York in de jaren zestig, past uitstekend bij het thema van de inmiddels verstreken Maand van de Filosofie: Het echte leven. In de openingsanimatie van elke aflevering zien we het silhouet van een vallende reclameman. Dat heeft uiteraard een symbolische betekenis. De wereld van Sterling-Cooper aan de Madison Avenue (vandaar de naam (M)ad Men) is een lucratieve schijnwereld van leugens. In deze corrumperende biotoop probeert iedereen zich staande te houden en succes uit te stralen. Maar diep in je hart voel je aan dat deze wereld vroeg of laat als een kaartenhuis in elkaar moet storten. De schijn van het maatschappelijk succes tegenover het echte leven van de val. Wie zou dat niet kunnen herkennen?

Bedenker en scenarist Matthew Weiner is een tovenaar in het neerzetten van personages die overtuigende en messcherpe dialogen met elkaar voeren. Zijn ‘palet’ lijkt hij te hebben opgebouwd tussen de duidelijke personages Roger Sterling en Peggy Olson. Het groene blaadje Peggy is in het verdorven Manhattan een katholiek meisje gebleven met een zuiver hart, terwijl Roger Sterling het prototype is van de kapitalistische zakenhufter: arrogant, gewetenloos en altijd op zoek naar persoonlijk gewin. In de morele twilight zone waarin Peggy en Roger de uitersten zijn, bewegen zich de anderen.
Hoofdpersoon Don Draper is een complexe en raadselachtige figuur. Hij is een notoire leugenaar en vreemdganger, maar doordat we hem via zijn verleden steeds beter leren kennen, gaan we toch sympathie voor hem voelen. Maar Weiner brengt ons ook telkens terug bij diepe afkeer voor zijn gedrag.
De bewondering die zijn collega’s voor hem hebben, is begrijpelijk. Don is een brilliant reclameman met een diep intuïtief gevoel voor wat de consument wil. Terwijl Roger de leeuwentemmer is, die klanten met zijn kille charme intimideren kan, is Don de creatieve tovenaar die met zijn idee en overtuigingskracht de klant laat zien hoe de consument zich laat verleiden.
Mad Men speelt zich af in de jaren zestig, wanneer de commercie en massamedia de maatschappij in hun greep hebben gekregen. Guy Debord schreef in 1967 La Société du spectacle waarin hij aantoont hoe ons leven beheerst wordt door wat de massamedia ons laten denken. Sterling-Cooper is een van de werkplaatsen van ‘de Spektakelmaatschappij’, waarin de American Dream van beelden wordt voorzien. De beelden roepen vervolgens gedachten op waarmee we onszelf kunnen identificeren en waardoor de reclame werkt. Tenslotte is een reclamecampagne een ‘veldtocht’ in de strijd om de consument. Het verkopen van een product is in de eerste plaats het verkopen van een idee.
Mad Men brengt ook ideëele reclame naar voren, waarbij de reclamejongens aan de Madison Avenue bepaalde gewetensbezwaren die er maatschappelijk zijn, onschadelijk moeten maken. Campagne voeren is vaak politiek bedrijven en het witwassen van een slecht geweten.
Guy Debord
Het gehele leven van de samenlevingen waarin de moderne productieverhoudingen heersen, dient zich aan als een ontzaglijke opeenhoping van spektakels. Al wat direct werd geleefd, heeft zich in een voorstelling verwijderd. De beelden die zich van ieder aspect van het leven hebben losgemaakt, versmelten in een gemeenschappelijke stroom, waarin de eenheid van dit leven niet meer kan worden hersteld. De gedeeltelijk beschouwde werkelijkheid ontvouwt zich in haar eigen algemene eenheid als afzonderlijke schijnwereld, slechts object van aanschouwing. De verbijzondering van de beelden van de wereld wordt in voltooide vorm teruggevonden in de wereld van het autonoom geworden beeld, waar het leugenachtige zichzelf belogen heeft. Het spektakel is in het algemeen, als concrete omkering van het leven, de autonome beweging van het niet-levende. (Bron: Guy Debord, De Spektakelmaatschappij)
Guy Debord

Erg flauwe komedie die het huwelijksleven op kluchtige wijze als een ramp benadert. Jack Lemmon speelt net als in The Apartment (1960) weer een eigenaar van een appartement en heeft net als in Some Like it Hot (1959) weer een blonde seksbom als tegenspeelster. Maar How to murder your wife is toch een stuk minder leuk. Dat komt natuurlijk omdat het scenario niet van Billy Wilder is, maar ook omdat Jack Lemmon en Virna Lisi geen Dorris Day en Rock Hudson zijn. Wat mij wéll boeit aan deze film is het aardige tijdsbeeld. Neem bijvoorbeeld de deinende en kolossale Lincoln Continental 1964 uit het begin van de film. Maar het leukste vind ik dat de hoofdpersoon een striptekenaar is (Stanley Ford gespeeld door Jack Lemmon). Fragmenten uit het verhaal keren terug in de stroken die hij dagelijks voor de krant tekent. De Amerikaanse tekenaar Mel Keefer heeft ze getekend en in 1965 verschenen ze ter promotie tijdelijk in enkele dagbladen.


In de voetsporen van Heidegger
Voetnoten bij de 19e eeuw
Amerikaanse Burgeroorlog
Napoleon en zijn schilders
Landschapsschilders uit de Goethezeit
Schilders in Italië
De schilder en zijn broodheer
De waakzaamheid van het hart
Ovidius’ Metamorphosen
Dantes Divina Commedia
Wolkenkrabbers
Op zoek naar de atoomstijl
Een avontuur van luitenant Blueberry
My favourite things