Maandelijks archief: juli 2011

Byzantium in Keulen

het jaarlijkse Theophanu-Gedenken in de St.Pantaleon in Keulen

Keizerin TheophanuNaar aanleiding van het stukje van donderdag over de Ottoonse Renaissance stuurde Patrick mij een linkje naar de website van de St-Pantaleon in Keulen. De laatste jaren wordt daar in de tweede week van juni een Theophanu-Gedenken georganiseerd. Keizerin Theophanu (956-991) was vanaf de dood van haar man Otto II regentes omdat haar zoontje Otto III pas drie jaar oud was toen zijn vader overleed. Tot haar dood heerste deze Byzantijnse (lees: Griekse) dame over een territorium dat samenvalt met het huidige Duitsland, Nederland en delen van Zwitserland, Oostenrijk, België, Frankrijk en Italië. Nu Europeanen zich in de Europese identiteit moeten vinden, symboliseert zij de verbinding tussen West- en Oost-Europa. En in het bijzonder voor de Grieken in Duitsland is zij een aansprekende figuur. Tijdens de herdenking is er een Griekse delegatie aanwezig en wordt er door rooms-katholieken en (voornamelijk Grieks-) orthodoxen een oecumenische dienst gehouden. Keizerin Theophanu overleed op 15 juni van het jaar 991 in Nijmegen.

Theophanu Gedenken 2005
In de crypte wordt bij de graftombe van keizerin Theophanu een mnemosynon gecelebreerd. (credits: St.Pantaleon Köln )

Keizerin Theophanu [ nl.wikipedia.org ]

angst

zondag gezien: docu over de achtste symfonie van Sjostakovitsj
met dirigent Jaap van Zweden en musicoloog Theodore van Houten
Dmitri SjostakovitsjSjostakowitsj schreef de 8e in de zomer van 1943 tijdens de beslissende oorlogsmaanden na de slag om Stalingrad. De première vond plaats in november 1943 en men verwachtte van de componist een overwinningssymfonie net zoals de 7e symfonie dat een jaar eerder was. Dat was niet zo, het is een beladen symfonie, waarin de verschrikkingen en het verdriet van een volk in oorlog uitgedrukt worden. In deze uitzending veel archiefbeelden van de componist, Rusland en Stalin.
 
Dmitri Sjostakowitsj werd geboren in 1906. Hij groeide op in een zeer goed milieu, had een eigen gouvernante en een pianoleraar. Hij heeft talent voor muziek en wordt in 1919 toegelaten tot het Conservatorium van Leningrad. Maar als zijn vader in 1922 overlijdt, moet hij de kost gaan verdienen voor zijn moeder en zussen. Naast zijn studie aan het conservatorium is hij bioscooppianist. Sjostakowitsj heeft een groot deel van zijn oeuvre geschreven tijdens het regime van Jozef Stalin en heeft net als de andere Russische componisten niet kunnen schrijven wat hij echt wilde. Het was een totalitair regime waarin de Partij bepaalde of muziek mooi of lelijk was. En waarin kunstenaars en schrijvers voor het minste geringste konden worden opgepakt. Toch heeft Sjostakowitsj - die bang en neurotisch was stukken geschreven “tégen“Stalin. Maar die werden vanzelfsprekend niet gepubliceerd. Ze verdwenen in een la.
 
Bron: cultura24.nl
Bijna vier decennia lang heeft Sjostakovitsj zich een gevangene in eigen land gevoeld. Natuurlijk heeft dit zijn muziek beïnvloed. Om te kunnen overleven moest Sjostakovitsj zich wel aanpassen. Hij wist echter zijn muziek zodanig te componeren, dat hij weliswaar voldeed aan de (wisselende) eisen van de overheid, maar waarin hij tegelijkertijd zijn gevoelens kon uiten en soms op verborgen wijze kritiek uitte.Ondanks alle moeilijkheden heeft Sjostakovitsj een groot oeuvre geschreven: met onder meer 15 symfonieën, 6 concerten, 5 opera’s, 15 strijkkwartetten en een groot aantal orkestwerken en muziek voor toneel en film. Zijn muziek is altijd zeer intens, soms ronduit satirisch en op andere momenten met veel humor.
 
Bron: musico.nl

Afgelopen zondagmiddag werd deze prachtige documentaire uit 2004 herhaald. Vanavond is deze om 23.23 nogmaals te zien, nu op de digitale zender Cultura .

Een leven in angst (Sjostakowitsj biografie van Theodore van Houten)

Ottoonse Renaissance op Reichenau

de fresco’s uit 980 in de Sankt Georg op het kloostereiland Reichenau

Drie weken geleden campeerden we op het eiland Reichenau in de Bodensee. Reichenau is afgeleid van ‘Reiche Aue‘ en Aue is een stuk grond aan een rivier. Het is dus het equivalent van Betuwe, dat een samentrekking is van ‘betere ouwe’ (vergeleken met ‘Veluwe‘ dat een samentrekking is van ‘vaele ouwe’).
Aue en Ouwe zijn dus identieke woorden en worden in het moderne Duits en Nederlands alleen anders gespeld. Op het eiland Reichenau zie je behalve veel fruitbomen ook veel glastuinbouw. Maar van oorsprong is Reichenau een kloostereiland. Ruim duizend (!) jaar lang stond er een abdij die in de Merovingische tijd gesticht werd door de heilige Pirmen. In de Karolingische tijd verrezen er diverse kerkjes en Reichenau ontwikkelde zich tot een van de belangrijkste centra van het Christendom boven de Alpen. Tegenwoordig geniet Reichenau de UNESCO World Heritage Site status.

Sankt GeorgDinsdag 28 juni was een bloedhete dag en ‘s avonds besloten we nog wat verkoeling te zoeken aan het water. We maakten eerst nog een klein ritje over het eiland dat nog geen vijf kilometer lang is en stopten bij de Sankt Georg, een romaans kerkje gewijd aan de heilige Georg. Over het voorportaal scheen een zacht avondlicht. We hadden ons erop ingesteld dat het kerkje ‘s avonds gesloten was, dus we waren verrast toen een vriendelijke dame ons uitnodigde met haar mee naar binnen te gaan. Er begon zojuist een koorrepetitie en wij mochten als toehoorders wel naar binnen. Toen ik het interieur zag, moest ik denken aan de vroeg-christelijke kerken in Ravenna die ik in 1980 heb bezocht. De ruimte is streng geordend, helder en overzichtelijk, zoals de basilica deze voorschrijft: een hoog ‘schip’ met plat zadeldak en twee lagere zijbeuken die gescheiden zijn door een zuilengalerij. Aan het einde van het schip in oostelijke richting bevindt zich het verhoogde koor. Ook is er een westelijk koor dat vroeger op zaterdagen gebruikt werd om er het officie aan de Moeder Gods op te dragen. Tussen de hoge vensters in het schip en de zuilengalerij bevinden zich de wereldberoemde fresco’s uit de Ottoonse tijd.

Sankt Georg
Christus brengt de storm tot rust op het meer van Genezareth, Sankt Georg, circa 980 (derde fresco op de noordwand )
Wanneer ik naar de schimmige fresco’s in de Sankt Georg kijk, stel ik in mijn verbeelding de voorstellingen op scherp met de afbeeldingen uit het Evangeliarium van Otto III

Tegenwoordig dateert men deze rond het jaar 980. Deze muurschilderingen zijn dus nog ouder dan fresco’s die ik in 2005 met René zag in het Mirozhsky klooster in het Russische Pskov. Ze worden beschouwd als de oudste Byzantijnse fresco’s boven de Alpen. Byzantijnse fresco’s in Zuid-Duitsland? Dat was ruim duizend jaar geleden niet zo verwonderlijk. Daarvoor moet je iets weten van het tijdperk dat historici de Ottoonse Renaissance noemen.

Hagen KellerDe volgende morgen koop ik in Konstanz het boekje Die Ottonen van Hagen Keller, een kenner van de vroege Middeleeuwen. Het boekje is verschenen in de reeks Wissen van uitgever C.H.Beck, een aanrader van Michaela. De dynastie die we de Ottonen (919-1024) zijn gaan noemen, bestaat uit Heinrich I, Otto I, Otto II, Otto III en Heinrich II. De belangrijkste heerser is Otto I (912-973) die daarom Otto de Grote wordt genoemd. Maar voor de Byzantijnse invloed in het Westen zijn Otto II en Otto III belangrijker geweest. Otto II trouwde in het jaar 972 met de Byzantijnse prinses Theophanu. Toen Otto II elf jaar later al stierf, was zijn zoontje Otto III pas drie jaar oud. Zijn moeder werd tot haar dood in 991 regentes. Wanneer je het evangeliarium van Otto III ziet, dan zie je overduidelijk de Byzantijnse invloed. Dit wereldberoemde handschrift werd verluchtigd door de monniken van de abdij in Reichenau en bevindt zich tegenwoordig in de Bayerische Staatsbibliothek in München. Wanneer ik naar de schimmige fresco’s in de Sankt Georg kijk, stel ik in mijn verbeelding de voorstellingen op scherp met de afbeeldingen uit het evangeliarium.

Otto III
nogmaals de storm op het meer, nu in het Evangeliarium van Otto III, circa 1000

Gisteren vertelde ik Patrick over ons bezoek aan de Sankt Georg. Ik bezocht met hem een paar jaar geleden de Valkhofkapel in Nijmegen, die gebouwd werd onder het regentschap van keizerin Theophanu. Tijdens haar korte leven zocht ze de kapel in Nijmegen telkens weer op en zou er tenslotte in 991 sterven. Patrick vertelde dat haar stoffelijk overschot werd overgebracht naar Keulen waar ze begraven ligt in de St. Pantaleon.

Sankt Georg
Christus geneest de bezetene uit Gerasa, Sankt Georg, circa 980 (eerste fresco op de noordwand ) Ook dit wonder van Christus kun je op scherp stellen met de corresponderende afbeelding uit het Evangeliarium van Otto III
Als Ottonische Renaissance wird teilweise die Anknüpfung an die byzantinische und spätantike Kunst während der politisch maßgeblich von den Ottonen beeinflussten 10. und 11. Jahrhunderten bezeichnet. Der Begriff ist nicht unproblematisch. Die Ottonische Renaissance spiegelt sich besonders in der Architektur und der Goldschmiedekunst durch Verwendung von Spolien und in der Buchmalerei wider. Besonders begünstigt wurde der Einfluss der byzantinischen Kultur durch die Heirat Ottos II. mit der byzantinischen Prinzessin Theophanu.
 
Problematisch ist an der Ottonischen Renaissance sowohl die Verknüpfung mit den Ottonen als auch der Begriff der Renaissance. Die Ottonen hatten zwar als Auftraggeber bedeutender Kunstwerke Einfluss auf die Moden ihrer Zeit, waren aber nur ein Geschlecht unter vielen, das Bauwerke oder Kunstwerke in Auftrag gab. Meinwerk, der Auftraggeber der Bartholomäuskapelle in Paderborn, die als erste Hallenkirche Deutschlands häufig als Beispiel der Ottonischen Renaissance bezeichnet wird, war mit den Ottonen nur sehr entfernt verwandt. Das um 1017 entstandene Bauwerk, an dem nach einer Quelle „griechische Baumeister“ beteiligt waren, weist zudem keine feststellbaren byzantinischen Einflüsse auf.
 
Bron: de.wikipedia.org

Sankt Georg Reichenau [ de.wikipedia.org ]