De Top 2000 is behalve muziek ook nostalgie. Zo komt het ook dat iedereen zijn eigen hoekje in de Top 2000 heeft. De zestigplussers horen graag de singles terug uit de jaren zestig en de jongeren horen het liefst de mp3′s van nu. En een late veertiger als ik, die van 1975 tot 1983 intensief de hitlijst volgde, hoort graag muziek uit de tweede helft van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. Waarom? Niet omdat deze muziek beter is dan de andere, maar vooral omdat bij het horen van de platen uit die tijd herinneringen naar boven komen uit de jaren tussen mijn twaalfde en twintigste. Volgens de bioloog Midas Dekkers is dat dé periode in een mensenleven waarin popmuziek belangrijker is dan op welke leeftijd dan ook. Ik geloof dat ik het met hem eens ben. Daarom een selectie van platen tussen 1975 en 1983.

Vandaag op nummer
1966: Sailor (1975) van Sailor
1903: Zoek jezelf broeder (1975) van Het Simplisties Verbond
1895: Winter in America (1976) van Doug Ashdown
1861: Fame (1976) van David Bowie
1877: Copacabana (1978) van Barry Manilow
van Het Simplisties Verbond
Ik verstond: “wat moet je met Dianne Stok?” Van een Januskop had ik op mijn twaalfde nog nooit gehoord.
Bron: Milo Lambers donderdag 22 december in Trouw
Vanaf het balkon van Pierre”s appartement heb je een mooi panoramauitzicht over Parijs, compleet met Eiffeltoren en de druppelende pianoklanken van Eric Satie. Vooral bij een druilerig Parijs komen die goed tot hun recht. Beneden op straat wordt de blik aangetrokken door de groentenmarkt waar de Parijzenaars een gezicht krijgen. Pierre is doodziek, hij heeft waarschijnlijk niet lang meer te leven. Om de tijd die hij nog heeft te vullen, observeert hij de mensen beneden hem op straat. Wie zijn zij? Wat doen zij? Net als Amélie Poulain fantaseert hij over hun levens: het mooie meisje aan de overkant, de groenteboer op straat, de stagiair bij de bakker. Van Pierre‘s fantasieën over de levens van voorbijgangers springt Cédric Klapisch in zijn scenario naar hun werkelijke levens, die als draden door de stad lopen. De lichtjes van de metro die voorbij vliegt, de draden van de spoorwegen en het verkeer op straat zijn daar de metaforen van. Parijs, dat zijn miljoenen zielen die elkaar niet eens kennen maar toch op een of andere manier met elkaar verbonden zijn. Cédric Klapisch‘ film is een ode aan Parijs en een ode aan het leven. Je zou er het Parijse antwoord op Woody Allen’s “Manhattan“ of Robert Altman’s “Short Cuts“ in kunnen zien.














