Het schilderij Los fusilamientos del tres de mayo (1814) is misschien wel het bekendste doek van de Spaanse schilder Francisco Goya. In dit schilderij toont Goya zich een vertegenwoordiger van de donkere romantiek. Hij laat een werkelijkheid zien die ontspoord is en in het ravijn van angst, pijn en waanzin naar beneden stort. In de twintigste eeuw is men dit werk gaan waarderen als een vroege voorbode van de moderne schilderkunst: eenvoudig, abstraherend, rauw en confronterend. Maar Goya schilderde dit niet als kunstwerk maar als aanklacht tegen de oorlog.

266 х 345 cm. Museo del Prado, Madrid
123 jaar later zou zijn landgenoot Picasso hetzelfde doen met zijn Guernica. Daarbij was hij heel veel verschuldigd aan de expressiviteit van Goya. Deze brak definitief met de opvatting dat een schilderij als kunstwerk schoonheid zou moeten representeren. Een schilderij over de oorlog moest juist lelijk zijn, niet behagen maar schokken. De moderne schilderkunst die zich zou ontwikkelen in het tijdperk van de grauw geïndustrialiseerde wereld, herkende zich in deze missie. Goya staat zo aan het begin van het realisme, de kunst die de werkelijkheid ongecensureerd in beeld brengt en vaak helemaal niet mooi is.

268,5 x 347,5 cm. Museo del Prado, Madrid
Veel minder bekend is het andere grote doek dat Goya schilderde over de opstand in Madrid . Dit schilderij is een prequel van het beroemde Los fusilamientos del tres de mayo. In La carga de los mamelucos zien we hoe de Madrileense bevolking de Mamelukse gardisten van Napoleon aanvalt. De opstand van 2 mei 1808 zou het startschot blijken voor een gruwelijke guerilla die tot 1812 zou voortduren. Een kwart miljoen Franse soldaten kwamen daarbij om het leven en onder de Spaanse en Portugese bevolking vielen nog veel meer slachtoffers.

In La carga de los mamelucos werkt Goya net als zijn tijdgenoot Beethoven toe naar een crescendo in de emoties. In de Romantiek draaide het, net als in onze tijd, om de individuele emotie. Daarop wordt ingezoomd. Goya schildert niet netjes maar woest, woedend en niet van plan om er iets moois van te maken. Het nageslacht moet geschokt worden. De Opstand van 1808 en zijn gruwelijke gevolgen had Goya en zijn tijdgenoten verbijsterd. Zoals men zich na Auschwitz afvroeg of God nog langer kon bestaan, leek Goya zich af te vragen of na de verschrikkingen in zijn land de schoonheid nog bestaansrecht had.

Eigenlijk is het ongepast de twee schilderijen van de Madrileense Opstand “mooi” of “kunst” te noemen. Goya schilderde ze met de intentie van een oorlogsfotograaf. Als het dan toch een World Press Photo wordt, dan is het om de oorlog onder de aandacht te brengen en het publiek ervan te laten walgen.

Bron: museodelprado.es


Toen ik rond 1970 postzegels ging verzamelen, hield ik vooral van grote glanzende postzegels van Polska en Magyar Posta terwijl de ruwere postzegels van Sverige of France met hun tekenachtige ontwerpen mij totaal niet aanspraken. Tegenwoordig is het omgekeerd. Ik ben in de loop der jaren juist gaan houden van diepdruk, waarbij je het reliëf van de lijntjes in het papier met je duim kunt voelen. Het heeft letterlijk meer diepgang dan het vlakke offset. De mooiste postzegels zijn die met gegraveerde ontwerpen tussen 1850 tot 1950. Maar in de eenentwintigste eeuw worden er gelukkig nog steeds postzegels in diepdruk uitgegeven. Op 
















