Maandelijks archief: september 2005

perfectionistisch

Bliksem van WodanIn 1978, 14 jaar was ik toen, ontdekte ik de strip Yoko Tsuno van de Belgische striptekenaar Roger Leloup. De Japanse heldin bestond toen al bijna 10 jaar. In 37 jaar tijd zijn er 24 verhalen verschenen en is Leloup een van de ‘oude (Waalse) meesters’ in de stripwereld, samen met Hergé, Edgar P. Jakobs, Franquin, Morris, Roba, Jijé en Peyo. Zijn perfectionisme en humorloosheid zijn in de stripwereld ongeëvenaard. Alleen de Franse tekenaar Gilles Chaillet benadert hierin de Waalse meester. Vanmiddag herlas ik twee albums, eerst De Bliksem van Wodan en daarna Dochter van de Wind. Het zijn de verbluffend gedetaileerde, meestal technische illustraties die de strip voor mij interessant maken. De verhalen heb ik nooit echt boeiend gevonden. Dochter van de Wind Toch heb ik nog 15 albums in de kast staan, waarvan ik het album De Grens van Leven altijd de meeste indruk op mij heeft gemaakt. Het speelt zich voor een groot deel af in het pittoreske Middeleeuwse stadje Rothenburg. In 1979 ben ik zelfs op “bedevaart” geweest naar dit oord, in de voetsporen van mijn toenmalige Japanse stripheldin. Net zoals in James Bondfilms maakt Leloup graag gebruik van historische en spectaculaire lokaties. Om zijn vaak technische illustraties contrast te geven, gebruikt hij vaak historische decors van Middeleeuwse stadjes (Rothenburg, Brugge, kastelen aan de Rijn en Moezel, enz…)

Op het web vond ik een mooie nederlandstalige fansite van Ilse Cop. De meest functionele website met o.a. een druk bezocht forum is echter franstalig.

middeleeuws beeldverhaal

Duccio di Buoninsegna (1255 tot 1319)

Op dit moment ben ik weer aan het grasduinen in de Middeleeuwen. De overgang tussen de Byzantijnse kunst en de proto-Rennaissance waaruit alle Westerse kunst zich zou gaan ontwikkelen, boeit mij bijzonder. Wij zijn helemaal gewend aan de ruimtelijke illusie, maar in de Middeleeuwen was een afbeelding in de eerste plaats een plat vlak. Aan het einde van de 13e eeuw begonnen individuele schilders in de rijke Italiaanse stadsstaten Florence en Sienna, misschien zonder dat ze het zelf bewust waren, te breken met de Byzantijnse traditie en daarmee ook met de Traditie van de Kerk. In Florence had je Giotto en Cimabue, in Sienna Duccio di Buoninsegna die leefde van ca. 1255 tot 1319, een tijdgenoot dus van Dante Alighieri.

Geboren, werkzaam en overleden in Siena. Over zijn persoon is weinig bekend; de enige bronnen zijn officiële stukken. Zo weten we dat hij getrouwd was en zeven kinderen had. Duccio borduurde voort op de stijve, steriele Byzantijnse schilderkunst, maar wist veel meer levendigheid en gevoel in zijn werk te leggen dan zijn voorgangers. Grotere werken zijn omgeven door allerlei kleine tafereeltjes uit het dagelijks leven.
 
Voor zover bekend hebben tien van zijn werken de eeuwen doorstaan. Het bekendste is de Maestà, een altaarstuk in de Dom van Siena, gemaakt in opdracht van het stadsbestuur.

deel van de Maestà

Achterzijde van het altaarstuk de Maestà met verschillende scenes uit het leven van Christus
De aan beide zijden beschilderde maestà mat oorspronkelijk 5×5 meter. De titel slaat op het centrale deel ervan, dat een tronende Maria met Christus op schoot toont. Daaromheen bevonden zich tientallen kleinere panelen, waarvan enkele op deze site worden getoond. Het werk werd vervaardigd tussen 1308 en 1311; in 1711 werd het uit elkaar gehaald. De verschillende delen zijn nog altijd te bezichtigen in Siena.

Bron: Statenvertaling.net | afbeeldingen van Duccio

mildheid

Vele woestijnvaders zijn op het einde van hun leven, na een lange ascese van vechten tegen negatieve gedachten en emoties, naar diepe mildheid toegegroeid. Denken we maar aan het verhaal van de christelijke monnik Silouan. Na jaren vechten tegen demonen, tegen storende gevoelens van woede, jaloersheid, luiheid, haat, krijgt hij op een nacht een bijzondere ingeving, waardoor zijn innerlijk leven een andere wending krijgt.
 
„Er waren vijftien jaar verstreken sinds de dag waarop de Heer aan hem verschenen was. En zie, op een keer tijdens een van die kwellende nachtelijke worstelingen met de demonen, toen het hem ondanks alle inspanningen niet lukte om onverstrooid te bidden, stond Silouan van zijn krukje op en begon manden te maken. Opeens zag hij de kolossale gestalte van een demon die voor de iconen stond in afwachting dat er voor hem gebogen zou worden: zijn cel was vol met demonen. Vader Silouan ging weer op zijn kruk zitten, met gebogen hoofd en met pijn in zijn hart sprak hij toen dit gebed: “Heer, Gij ziet dat ik onverstrooid tot U wil bidden, maar de demonen beletten mij dit. Leer mij wat ik moet doen opdat zij mij niet hinderen.“ En in zijn ziel werd hem het antwoord gegeven: “De trotse mens heeft altijd op die wijze van de demonen te lijden“. “ Heer“, sprak Silouan, “leer mij wat ik doen moet, opdat mijn ziel nederig mag worden“. En opnieuw kwam het antwoord van God in zijn hart: “ Hou je geest in de hel en wanhoop niet“.
 
Nederigheid betekent waarheid: „zien wat is„. Als je weerstand en zelfveroordeling loslaat, is er gewoon plaats voor wat is. Het vraagt moed om de waarheid van je eigen hart te leren zien, om de confrontatie met licht én schaduw, engelen én demonen aan te gaan. Trots zijn wil juist zeggen: er weerstand tegen bieden, ertegen vechten. Hierdoor zullen de demonen nog sterker worden. Als je, bijvoorbeeld, vecht tegen angst, zal de angst nog meer macht over je krijgen. „Hou je geest in de hel„ wil zeggen: vlucht niet, vecht niet, wees aanwezig, hou je hart open in de pijn en wanhoop niet .

Bron: hantayo.nl