
Tommy van Leeuwen


Rond 1280 studeerde Dante in Parijs. In die tijd was de Sorbonne hét centrum van de scholastiek, die bij Thomas van Aquino (1225-1275) een hoogtepunt had bereikt. Ook Conrad Busken Huet woont een periode van zijn leven in Parijs, waar hij tussen 1882 en 1884 het bekende standaardwerk over de Nederlandse cultuurgeschiedenis schrijft, Het land van Rembrand. In Parijs volgt hij ook Dante die daar 600 jaar eerder onderricht ontving van de omstreden scholasticus Siger van Brabant
Met blijkbaar welgevallen vertoeft Dante’s herinnering bij den tijd toen hijzelf, naar Parijs getogen als student (omstreeks 1280), er in de Rue du Fouarre de lessen van een bemind leermeester volgde. Met de vrijmoedigheid van het dichterlijk genie wijst hij den parijschen scolasticus Siger de Brabant, naderhand gevallen als een slagtoffer van staatkundigen hartstogt, voor alle volgende eeuwen eene plaats in den Hemel aan.Paradiso X : 136-138
In een geschrift van een zijner leerlingen, dat over politiek handelt, vindt men met ingenomenheid herinnerd hoe welsprekend Siger de aristotelische stelling plag te verdedigen: dat het „verweg beter is voor den Staat te worden geregeerd door goede wetten dan door brave personen, daar ook de braafste lieden op den duur zoo braaf niet kunnen zijn, of zij blijken toegankelijk voor opwellingen van toorn, haat, partijdige vriendschap, vrees, begeerlijkheid.„
Onze weetlust wordt door deze karige gegevens niet bevredigd. Zij maken alleen verklaarbaar dat Dante in zijne jonge jaren krachtig en blijvend geboeid werd
Bron: dbnl.org
Conrad Busken Huet werd geboren in Den Haag, als zoon van een ambtenaar. Hij studeerde theologie in Leiden. Van 1851 tot 1862 was Busken Huet Waals predikant in de Église Walonne te Haarlem. Hij nam zelf ontslag om literair criticus te worden. Door E.J. Potgieter was hij gevraagd om in de redactie van het bekende literaire tijdschrift De Gids zitting te nemen. Zijn opdracht als redacteur was om één kritiek per maand af te leveren.
Huet zag literatuur als een uiting van beschaving; hij vond dan ook dat men aan de kwaliteit van de literatuur van een maatschappij de stand van de beschaving kon aflezen. Huet vergeleek in zijn kritieken de boeken van Nederlandse schrijvers vaak met de door hem hoger gewaardeerde literatuur uit landen als Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Hij leverde scherpe kritiek, soms op spottende toon geschreven, ook en vooral op gevestigde schrijvers.
Huet vestigde zich in 1876 in Parijs. Zijn neef J. l’Ange Huet nam het redacteurschap over, maar vanuit Parijs hield Busken Huet een stevige vinger in de pap, en bleef kritische bijdragen leveren. Dit leidde ertoe dat l’Ange Huet, als verantwoordelijk redacteur, op Java een gevangenisstraf opgelegd kreeg. Ook schreef hij daar zijn bekende Nederlandse cultuurgeschiedenis Het land van Rembrand (2 dln, 1882-1884; Huet spelde de naam met een -d), mede als gevolg waarvan de 17e eeuw voortaan als de Gouden Eeuw in de Nederlandse kunst zou worden beschouwd, en Rembrandt als haar grootste schilder. Conrad Busken Huet overleed te Parijs in 1886.
Bron: nl.wikipedia.org
In de voetsporen van Heidegger
Voetnoten bij de 19e eeuw
Amerikaanse Burgeroorlog
Napoleon en zijn schilders
Landschapsschilders uit de Goethezeit
Schilders in Italië
De schilder en zijn broodheer
De waakzaamheid van het hart
Ovidius’ Metamorphosen
Dantes Divina Commedia
Wolkenkrabbers
Op zoek naar de atoomstijl
Een avontuur van luitenant Blueberry
My favourite things