Maandelijks archief: mei 2011

gemoedelijke godloochenaar

vandaag is het de 300e geboortedag van David Hume (1711-1776)

A Treatise of Human NatureDe Schotse filosoof David Hume schreef op zijn 26e al zijn hoofdwerk A Treatise of Human Nature (1739-1740) Tachtig jaar vóór Die Welt als Wille und Vorstellung van Arthur Schopenhauer beschrijft hij al de wanhoop van de mens die metafysisch dakloos is geraakt: “Waar ben ik? Wie ben ik? Wat heeft mijn bestaan veroorzaakt? Deze vragen brengen mij totaal in de war en ik begin mij te verbeelden dat ik in de meest wanhopige situatie verkeer die men zich voor kan stellen, omgeven door totale duisternis.”

In Nederland is Hume vooral actueel in de discussie over het recht op zelfdoding door zijn verhandeling On Suicide uit 1755 waarin hij zelfmoord decriminaliseert. Minder bekend is Hume door zijn Natural History of Religion (1757) waarin hij honderd jaar voor Charles Darwin een ‘evolutietheorie’ over de godsdienst beschrijft. In den beginne was er animisme. Daaruit ontstond het polytheïsme en tenslotte ontwikkelde zich daaruit het monotheïsme. Hume was zélf overtuigd atheïst. In de eerste helft van de achttiende eeuw lag dat maatschappelijk nog erg gevoelig, maar met de komst van de Franse Philosophes na 1750 begon het atheïsme salonfähig te worden. Tijdens een etentje met baron Dietrich von Holbach merkt Hume op dat hij vele malen van atheïsme is beschuldigd, maar dat hij zélf nog nooit een atheïst heeft gezien. Holbach antwoordt hem dat er aan tafel vijftien mensen zitten die atheïst zijn en dat drie het nog niet zeker weten.

The Great Infidel

bijnaam van David Hume

Op een van zijn dagelijkse wandelingen in de omgeving van Edinburgh gleed Hume van het pad en viel in een moddersloot, waaruit hij tevergeefs trachtte zich los te werken. Na enige tijd geworsteld te hebben, wist hij de aandacht van een met vis ventende vrouw te trekken, die echter, toen ze de beruchte atheïst herkende, twijfelde, of zij er wel goed aan zou doen, hem uit zijn kritieke situatie te bevrijden.
‘Maar goede vrouw’ – zo betoogde Hume vanuit zijn benarde positie, ‘gebiedt Uw christendom U niet Uw medemensen goed te doen, zelfs wanneer zij uw vijanden zijn?’
‘Dat kan wel zijn’, antwoordde het vrouwtje, ‘maar U komt er niet uit voordat Uzelf een christen zijt geworden en het Onze Vader en de Twaalf Artikelen des Geloofs hebt opgezegd.’
Tot haar verbazing kweet Hume zich grif van deze taak, waarna hij uit de modder werd getrokken. Voortaan beweerde hij altijd, dat deze Edingburghse visvrouw de meest gewiekste godgeleerde was, die hij ooit ontmoet had, een pienter wijfje, dat wist, hoe zij een godloochenaar moest aanpakken.
 
Bron: Dr. J.KL. Snethlage, David Hume. Kruseman, Den Haag 1963

De Schotse schrijver James Boswell (1740-1975) die David Hume persoonlijk kent, begrijpt niet hoe een gemoedelijke en eerzame man als Hume in hemelsnaam atheïst kan zijn. Wanneer hij het leven na de dood ter sprake brengt in gesprek met hem, is dat volgens Humea most unreasonably fancy‘. Op zijn sterfbed, schrijft Hume op één dag (18 april 1776) zijn autobiografie My Own Life. Niets daarin over een mogelijke bekering. Na zijn dood bezoekt James Boswell zijn graf in de hoop er tekenen van bekering te vinden. Tevergeefs. Jaren later krijgt Boswell ‘antwoord’ in een droom. Hij droomt dat hij geheime dagboekaantekeningen van Hume gevonden heeft, waarin de atheïstische filosoof bekent dat hij in het geheim is blijven geloven. Voor Boswell was de vraag ‘is er leven na de dood?’ blijkbaar identiek met de vraag ‘gelooft David Hume in een hiernamaals?’

‘He was an Atheist!’
‘No matter, he was
an honest man!’

reacties tijdens Hume’s begrafenis

HumeDavid Hume is vereeuwigd op een van de mooiste filosofenportretten die ik ken. Het is geschilderd door de Schotse schilder Allan Ramsay (1713-1784) in 1766. Zijn scharlaken mantel met goudbrokaat roept bij mij onmiddellijk Rembrandt’s portret van Jan Six in de herinnering. Ook de belichting is Rembrandtiek. Tegelijkertijd herinnert de kalme ontspannen pose die door de schilderkunstige abstrahering nog versterkt wordt mij aan Ramsay‘s tijdgenoot Chardin (1699-1779)

Hume Tercentenary [ iash.ed.ac.uk ]
The Scottish Enlightenment [ scotland.org ]

eigentijdse heiland anno 1927

opnieuw gezien: de gerestaureerde versie van Metropolis (1927/2010)

MetropolisBegin jaren zeventig was de stomme film nog volop aanwezig op de televisie. Toen ik zes of zeven jaar oud was, keek ik het liefst naar Comedy Capers met de aanstekelijke begintune van Jack Saunders (‘daar komen die keepurs’ maakte ik er van). Ook naar de legendarische VPRO tv-programma’s “horen, zien en zwijgen” en “zwijgen is goud” van cinefiel Maarten van Rooijen keek ik graag. Tot 1975 stond er bij ons thuis nog geen kleurentelevisie zodat de zwartwitfilm geen concurrentie had van de kleurenfilm. Voor mij als jongetje was de stomme film synoniem met slapstick en onbedaarlijk hard lachen.

Films met Laurel en Hardy, Charley Chaplin, Buster Keaton, Harold Lloyd, Harry Langdon en Ben Turpin behoorden voor mij tot het leukste dat er op de televisie te zien was. Later ontdekte ik dat er ook serieuze stomme films waren, maar daar vond ik toen niets aan. Weer later, toen ik op de kunstacademie zat, hoorde ik over de Duitse expressionistische film en leerde ik verbanden te zien tussen de schilderkunst, film en tijdgeest. Sindsdien ben ik geboeid door de expressionistische film en de uitvergrote manier van acteren.

Op 12 februari 2010 zag ik op Arte de wereldpremière van de gerestaureerde versie van Metropolis met orkest in Berlijn die live op een scherm op de Brandenburger Tor te zien was. Op 10 januari 1927 was de première van de duurste film uit de jaren twintig ook al niet ongemerkt voorbijgegaan. Hindenburg en de hele Duitse regering waren in de zaal aanwezig. Tegenwoordig staat Metropolis op de Unesco-lijst van werelderfgoed en beschouwt men de film als een van de beroemdste uit de geschiedenis.

Metropolis
stills uit Metropolis
de boze uitvinder Rotwang heeft de robot het gezicht van Maria gegeven

Wat mij ditmaal sterk opviel, is dat Metropolis op het kruispunt staat van de negentiende naar de twintigste eeuw. Vooral in het acteerwerk worden gevoelens reusachtig opgeblazen, waardoor de film soms aanzwelt tot een pathetische, Wagneriaanse opera. Maar in thematiek neemt de film een voorschot op de toekomst, op een eeuw die inmiddels achter ons ligt. Er is veel geschreven over de nationaal-socialistische aspecten in Metropolis . Vooral de rol van Freder Fredersen als Mittler (bemiddelaar) wordt dan vergeleken met die van de Führer die zes jaar later aan de macht zou komen. Ook het beeld van de massamens wordt in de film treffend weergegeven. In de onderwereld van Metropolis zijn de arbeiders een soort zombies geworden, die hun persoonlijkheid zijn kwijtgeraakt. De arbeiders die schouder aan schouder als robots naar hun werk marcheren, lijken veel op de soldaten die je acht jaar later op de partijdag in Neurenberg ziet in de film Triumph des Willens. Maar Fritz Lang was geen Leni Riefenstahl. Zoals algemeen bekend is, was Hitler erg onder de indruk van Metropolis en had hij Fritz Lang graag als ‘hofregisseur’ gehad. Maar Lang vluchtte in 1933 het land uit en vertrok naar de Verenigde Staten.

Metropolis
De hoer van Babylon in Metropolis wordt aanbeden. Vervang haar door Hitler en je hebt bijna een beeld uit Riefenstahl’s Triumph des Willens.

Metropolis wordt gezien als de eerste grote science fiction film met (zeker voor die tijd) indrukwekkende special effects. Maar net als 2001: A Space Odyssey, Star Wars en The Matrix is Metropolis ook een modern sprookje. De film vertelt niet alleen een verhaaltje over de nabije toekomst (2026 in dit geval), maar vooral ook iets over de tijd waarin wij nu leven, een tijd waarin de toekomstnachtmerrie uit de film al in voorbereiding is.

Mittler zwischen
Hirn und Händen
muss das Herz sein.

motto van Metropolis

Het is opvallend hoeveel Bijbelse motieven er in het scenario zijn verwerkt: Moloch, de torenbouw van Babel, Maria, de messias (der Mittler), de openbaringen van Johannes, de hoer van Babylon, de vader en de zoon… Metropolis wortelt dus in de Bijbelse traditie, maar er wordt een invulling gegeven die je helemaal ‘twintigste eeuws’ kunt noemen. Want de oplossing komt in Metropolis niet meer van boven, maar van een bemiddelaar, een mediator zouden we nu zeggen. ‘Een sterke man’, zei men in de Weimar Republiek. In deze zin wordt in Metropolis de eigentijdse en menselijke heiland gelegitimeerd, al heeft Fritz Lang nooit enig heil verwacht van Mittler Hitler.

Metropolis [ de.wikipedia.org ] | Metropolis [ imdb.com ]

het echte leven volgens Soφie

gelezen: het nieuwste nummer van Soφie

Soφie nummer 2Soφie, een uitgave van de Stichting voor Christelijke Filosofie, gaat in het tweede nummer (mei 2011) nog even door op het thema van de afgelopen Maand van de Filosofie: Het echte leven. Er is echt een levensgroot verschil in hoe christenen en niet-christenen over ‘het echte leven’ filosoferen. In Filosofie Magazine gaat bijna iedereen ervan uit dat ‘het echte leven’ een constructie is. Maarten Doorman schrijft in het aprilnummer bijvoorbeeld dat ‘het echte leven’ een romantisch bedenksel is, dat nu aan het verdwijnen is. De meeste denkers die over ‘het echte leven’ reflecteren, beschouwen ‘het echte leven’ als een menselijke constructie.

De meeste denkers die over „het echte leven„ reflecteren, beschouwen ‘het echte leven’ als een menselijke constructie.
De dringende vraag naar echtheid is een signaal dat er in de cultuur iets aan het verschuiven is. Het duidt op een collectief afscheid van de levenshouding die met een vage en inadequate term als ‘postmodernisme’ werd aangeduid. Wat dit postmoderne ook inhield, men was het er in elk geval over eens dat alles een kwestie is van stijl. Postmodern denken was een leerschool in het herkennen en doorzien van stijl en constructie. We leerden te zien dat wat echt lijkt vaak een kwestie van fictie is. Echte gevoelens en gedachten – ook de meest intieme – kunnen tot stand komen door citeren of imiteren, zoals Roland Barthes dat liet zien voor de taal die verliefden spreken. Niemand kon zo schitterend uitleggen als hij dat de frase ‘ik hou van jou’ in feite niets betekent, en dat het schijnbaar onomstotelijke feit van ons verliefde gevoel op fictie en taalspel berust. De taal van de verliefden beschrijft niet de werkelijkheid van mijn verliefdheid, want buiten de taal om betekent die verliefdheid niets. Verliefdheid is een en al verbeelding, en de taalfiguren zijn de pogingen van de verliefde om zich die onherbergzame wereld een plaats te verschaffen.
 
uit: Renée van Riessen, Wil je het echte leven? Lees dan Lolita. in Soφie #2 2011

Het postmoderne monisme (‘alles is constructie’) kun je herleiden tot wat Immanuel Kant over de menselijke geest heeft gezegd. Onze geest richt zich niet naar de dingen, maar de dingen richten zich naar onze geest. In de perceptie en receptie worden de prikkels die we met onze zintuigen uit de buitenwereld hebben opgevangen tot ‘beelden’ geconstrueerd. Hoe de wereld in werkelijkheid is, dus ook hoe het échte leven is, daarover kunnen we met ons verstand geen enkele uitspraak doen. Kant noemt ‘het échte leven’ eigenlijk het Ding an Sich. Vervolgens duikt de Duitse identiteitsfilosofie er bovenop. Fichte doopt het Ding an Sich om in het Ich. Hegel in Absolute Geist en Schopenhauer noemt het Wille. Maar voor het postmodernisme blijven dit allemaal weer menselijke constructies, táálconstructies. Taal is in het postmodernisme de grote gelijkmaker en maakt alle filosofie, de Grote Verhalen en de Grote Woorden met de grond gelijk. Waarheid bestaat niet, er zijn alleen ‘eigen waarheden’ (meningen). Met ons verstand hebben we geen toegang tot de Waarheid, alleen tot geconstrueerde waarheid, en die moet klein gehouden worden, want grote waarheden kunnen levensgevaarlijk zijn. De postmoderne mens is namelijk in de eerste plaats een zeer wantrouwende mens.

Niemand kon zo schitterend uitleggen als hij dat de frase
„ik hou van jou„ in feite niets betekent.

R. van Riessen over Roland Barthes

Het christelijk geloof geeft wéll toegang tot de Waarheid en het échte Leven: Jezus Christus. Voor het verstand alléén blijft deze Weg gesloten. Het verstand benadert geloofswaarheden als menselijke constructies. Met de basispremisse dat alle spreken over boven van beneden komt, heeft de moderne theologie met het fileermes van het ‘gezond’ verstand de geloofsopenbaring in mootjes gesneden en is ze de dienstmaagd van de wetenschap geworden.

Maar de meeste bijdragen in Soφie zijn geschreven door gelovige denkers. Vanuit de geloofopenbaring wélten zij dat ‘het échte leven’ bestaat en dat het tenslotte geen menselijke constructie is, maar het werk van de Schepper en de Verlosser. Na de boeiende artikelen over ‘het echte leven’ (als constructie) in Filosofie Magazine gaat Soφie voor mij persoonlijk nét iets verder. Daar waar het verstand niet volgen kan. In het échte leven van geloofsopenbaring, vertrouwen en geborgenheid waardoor het kind in ons kan (her)leven.

Sophie [ bewegingonline.nl ]