Maandelijks archief: juni 2011

Looser !

gekeken op DVD naar MAD MEN Season 4 Episode 7: The Suitcase

mad men 4Zaterdag kwam de DVD-box van het vierde seizoen MAD MEN in huis en gisterenavond keek ik alweer naar de zevende episode. Het scenario concentreert zich op de avond van 25 mei 1965, de avond van de legendarische bokswedstrijd Muhammad Ali vs. Sonny Liston. De bedenker van MAD MEN en schrijver Matthew Weiner heeft tegen de achtergrond van deze historische match een intens scenario geschreven. The suitcase is een emotional rollercoaster tussen creative director Don Draper en zijn copywriter Peggy Olson. Zij vormen samen de meest intrigerende karaktercombinatie uit de serie. In de verhouding tussen de creative director en zijn copywriter tekent zich de essentie van de reclamewereld af. En dat wordt in deze sterke episode gecombineerd met het wereldkampioenschap zwaargewicht, dat je als een metafoor zou kunnen zien van het kapitalisme. Terwijl de producenten achter de consumptiemaatschappij hun klanten een aards paradijs vol luxe proberen voor te schotelen, wordt er eigenlijk een strijd op leven en dood gestreden.

Ali Liston II May 25th 1965
Muhammad Ali vs. Sonny Liston
icoon over winnen en verliezen
Creative director Don Draper
over Muhammad Ali tegen zijn copywriter Peggy Olson:
“I’m the greatest! …
not if you have to say it”

uit: episode 7 – the suitcase

In de reclamewereld moeten de maskers niet alleen voortdurend opgehouden worden, maar moeten er ook telkens nieuwe maskers worden uitgevonden, onder druk van de steeds dreigende ontmaskering. Business as usual betekent op een de werkvloer van het reclamebureau per definitie The show must go on!

De reclamejongen moet in zijn rol blijven als charmeur en als grote verleider. Hij moet in zijn spel en daarom in zichzelf geloven, terwijl hij voortdurend in de vuurlinie ligt van zijn concurrenten op de werkvloer. Door bluf wordt snel heen geprikt. Het gaat erom telkens te winnen met de innerlijke overtuiging de grootste en de beste te zijn, zonder het te zeggen.

Roger Sterling en Don DraperIn MAD MEN zitten veel hilarische situaties en dialogen. De scenaristen maken regelmatig gebruik van schaamteloos seksisme, rascisme en anti-semitisme dat vijftig jaar geleden op een Amerikaans kantoor heel gewoon was. Als de humeurige secretaresse Miss Blankenship hoort dat iedereen naar de bokswedstrijd gaat kijken, merkt ze zonder ironie op : “If I wanted to see two Negroes fight, I’d throw a dollar bill out my window.” Ook het bijtende sarcasme van Roger Sterling is vaak wreed komisch. Als Don Draper zich tegenover Roger verontschuldigt dat hij niet mee gaat naar de bokswedstrijd “I wouldn’t be good company anyway”, heeft deze zijn antwoord onmiddellijk klaar: “That’s never bothered me before.”

the suitcase [ amctv.com ] | the suitcase [ imdb.com ]

twee “kunstenaarsbergen”

Mathildehöhe (Darmstadt) en Monte Verità (Ascona)

Vakantie gaat bij mij vaak samen met voorpret. Sinds internet 2.0 er is, kun je virtueel op reis gaan, een route uitstippelen via Google Maps, inzoomen met de satelliet en zelfs ter plekke om je heen kijken. Ook al zou de reis tenslotte niet doorgaan of de andere kant opgaan, de voorpret van de virtuele reis pakt niemand je meer af. De route die op dit moment staat uitgestippeld, loopt tussen twee kunstenaarskolonies van de Jahrhundertwende: de Mathildehöhe in Darmstadt en de Monte Verità aan het Lago Maggiore bij Ascona.

Mathildehöhe
de Mathildehöhe in Darmstadt vlak na de voltooiing ruim honderd jaar geleden
Die Künstlerkolonie Mathildehöhe wurde 1899 durch Großherzog Ernst Ludwig von Hessen und bei Rhein (Hessen-Darmstadt) ins Leben gerufen. Unter dem Leitspruch “Mein Hessenland blühe und in ihm die Kunst” erwartete er aus einer Verbindung von Kunst und Handwerk eine wirtschaftliche Belebung für sein Land. Das Ziel der Künstler sollte die Erarbeitung neuzeitlicher und zukunftsweisender Bau- und Wohnformen sein. Dafür berief Ernst-Ludwig als Mäzen die Jugendstilkünstler Peter Behrens, Paul Bürck, Rudolf Bosselt, Hans Christiansen, Ludwig Habich, Patriz Huber und Joseph Maria Olbrich nach Darmstadt.
 
Bron: de.wikipedia.org
Monte Verità
twee boeken over de kunstenaarskolonie Monte Verità met de onvermijdelijke naaktlopers
Von 1900 bis 1920 betrieben Ida Hofmann und Henri Oedekoven auf dem Monte Verità ein vegetarisches Naturheilsanatorium. Mit Rohkosternährung, »Lichtluftkuren« und Sonnenbädern wollten sie ihre Gäste zu einem »naturgemäßen« Leben führen. Sie verfochten hohe Ansprüche und suchten mit Frauenemanzipation, Genossenschaftswesen und Gemeinbesitz ein Modell für ein neues Leben zu schaffen. Unter ihrer Leitung entstand ein Zentrum für Sinnsucher und Lebensreformer, die sich in »Reformkleidern« ablichten ließen. Da sich aber ihre Ziele nicht erfüllten, verließen Ida Hofmann und Henri Oedenkoven 1920 den Monte Verità  und wanderten über Spanien nach Brasilien aus.
 
Bron: limmatverlag.ch

mathildenhoehe.info | monteverita.org

Fidus

neoromantiek vanaf 1890 : Hugo Höppener (1868-1948)

Romantiek. Een Duitse AffaireTerwijl de Romantiek als tijdvak meestal tussen 1795 en 1820 gesitueerd wordt, zijn romantische tendenzen in de negentiende en twintigste eeuw zich blijven ontwikkelen. In het tweede deel van Romantiek. Een Duitse Affaire volgt Rüdiger Safranski het romantische spoor van 1820 tot in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Het romantische is in de Biedermeiertijd (1815-1848) nog zo sterk vertegenwoordigd dat men vaak over de ‘late Romantiek’ spreekt. Als na 1848 het geestelijk klimaat verzakelijkt, stroomt het romantische ondergronds door en beleeft het bij Wagner en Nietzsche heftige uitbarstingen. In hoofdstuk 15 is Safranski aangekomen in de jaren negentig van de negentiende eeuw. Nietzsche was in 1890 afgezonken in een geestelijke afgrond waar hij nooit meer uit zou komen. Veel intellectuelen beschouwden hem nu als een ‘martelaar van de geest’ en in er ontstond zelfs een hype rond zijn persoon en zijn ‘profeet’ Zarathustra. Safranski schrijft over het geestelijke klimaat in de jaren negentig:

‘Leven’ werd het begrip waar alles om draaide, zoals vroeger ‘zijn’, ‘natuur’, ‘God’ of ‘ik’, een strijdbegrip bovendien dat op twee fronten werd ingezet. Enerzijds tegen het halfhartige idealisme van de plicht, zoals het op Duitse leerstoelen, in de retoriek van de officiële instanties en door de burgerlijke conventies werd uitgedragen. Anderzijds was het parool ‘leven’ gericht tegen een zielloos materialisme, dus tegen de erfenis van de op zijn eind lopende eeuw. ‘Leven’ betekende de eenheid van lichaam en ziel, dynamiek en creativiteit. Er vond een herhaling plaats van het protest van de Sturm und Drang en van de Romantiek. Toentertijd waren ‘natuur’ respectievelijk ‘geest’ de strijdleuzen tegen rationalisme en materialisme geweest. Het begrip ‘leven’ heeft nu diezelfde functie.
 
uit: Romantiek. Een Duitse Affaire. Hoofdstuk 15, blz. 302-303 (vertaling: Mark Wildschut)

LichtgebetNietzsche en het toverwoord ‘leven’ inspireren na 1890 het symbolisme en allerlei expressionistische tendenzen. Maar ook de Jugendstil ontstaat in het de neoromantische klimaat aan het einde van de negentiende eeuw. In de decoratieve Jugendstil wordt vooral het plantaardige leven afgebeeld, het groeien uit de aarde naar het licht. “Wees de aarde trouw” had Nietzsche verkondigd. De Duitse schilder Hugo Höppener (1868-1948) noemde zich Fidus (‘de getrouwe’) en schilderde vanaf 1908 vele versies van een zonaanbiddende figuur die zich als een zonnebloem naar de zon uitstrekt. Lichtgebet werd de icoon van de Reformbeweging, van Freie Körper Kultur en van communes als de Neue Gemeinschaft van Gustav Landauer en de Brüder Hart en de Kosmischer Kreis rond Alfred Schuler en Ludwig Klages. Rond 1910 bloeide er een nieuw heidendom en droomde men van een universele natuurreligie. Maar de vruchten van het neopaganisme waren niet goed. In de jaren twintig trok ‘de Nieuwe Mensch’ de laarzen aan. En een bruin uniform.

Hugo HöppenerHugo Höppener wurde am 8. Oktober 1868 (…) in Lübeck geboren. Ostern 1887 wurde er von seinen Eltern auf die Vorschule der Münchner Akademie geschickt. Nach nur drei Monaten verließ er die Akademie und wurde Schüler des Malers und Naturapostels Karl Wilhelm Diefenbach in Höllriegelskreuth, von dem er seine stilistische Prägung und den Künstlernamen „Fidus“ (Der Getreue) erhielt. Er verschrieb sich den lebensreformerischen Ideen des Vegetarismus, der Lichtgläubigkeit, der Freikörperkultur und einer naturgemäßen Lebensweise.
 
Anarcho-sozialistische Vorstellungen von Bodenreform und vegetarischer Pazifismus beherrschten die Geisteswelt des jungen Fidus. So war Fidus unter anderen Mitglied der lebensreformerischen Verbände Deutsche Gartenstadtgesellschaft, des Bundes Deutscher Bodenreformer sowie Mitglied im Bund für allseitige Lebensreform des gesamten Deutschtums, im Verein für Körperkultur und im Deutschen Verein für vernünftige Leibeszucht.
 
1889 setzte Fidus sein Studium an der Münchner Akademie fort. Die Bekanntschaft mit dem Theosophen Wilhelm Hübbe-Schleiden führte zur Mitarbeit als Illustrator der Zeitschrift Sphinx. Fidus vertrat fortan eine mystische Naturreligion und setzte sich für Ideen einer Sexualreform ein. Der spezifische Jugendstil seiner Bilder wurde fortan mit esoterischen Symbolen – Lotosblüten, Eiformen, Kreuzen und Sonnenzeichen – angereichert. Die zyklische Kreisstruktur des Lebens, die Rückkehr des Mannes in den göttlichen Mutterschoß, die Verschmelzung der Geschlechter und die Erlösung durch das Licht waren immer wiederkehrende Bildmotive. Zudem entwarf er Pläne zu gigantischen Tempelanlagen für eine neue Natur- und Lichtreligion, in denen sich das Volk zur Andacht versammeln sollte. Sein berühmtestes Bild wurde das in mehrfacher Ausfertigung, erstmals 1908, entstandene „Lichtgebet“. Es zeigt einen jungen, schlanken, fast androgynen Mann auf einem Berggipfel, die Arme in Form einer Lebensrune spreizend und die Sonne anbetend. Dieses Bild wurde zur Ikone der Jugendbewegung.
 
Bron: de.wikipedia.org

Altijd de ramen openlaten [ nrcboeken.nl ]