Maandelijks archief: juni 2011

radio

mijn radio uit 1978 doet het nog steeds …

Als Michaela in de keuken bezig is, heeft ze meestal de radio aan. Het is de radio die ik voor mijn vijftiende verjaardag van mijn ouders kreeg en ik ben blij dat het mahoniehouten tafelmodel na drieëndertig jaar nog altijd dienst doet. Ik weet nog precies het moment dat ik voor het eerst naar deze radio luisterde. Het was zaterdagmiddag 6 mei 1978 en op het journaal van één uur hoorde ik dat Ko van Dijk was overleden. (Diezelfde dag zou ook Piet Muijselaar overlijden). Ik heb het van de radio gehoord terwijl een radio zelf van niets weet. De radio is slechts een doorgeefluik in de geschiedenis zonder de geschiedenis te kennen. Een dom ding dus. En toch hou ik van mijn radio!

radio 1978
al drieëndertig jaar mijn radio

beschouwing van een voyeur

kijken en bekeken worden in het zwembad

Ik lig met mijn buik in het gras, voel de zon op mijn rug branden terwijl het zomerse geroezemoes op de zonneweide in mijn oren zoemt. Mijn buitenste oog houd ik gesloten terwijl mijn binnenste oog van onder de brug van mijn neus een paar kinderen in de gaten houdt, een paar meter verderop. Een jongetje van een jaar of elf draait om twee meisjes. Met zijn mobieltje maakt hij foto’s. Het ene meisje is blijkbaar het bevoorrechte slachtoffer terwijl het andere met haar mobieltje het jongetje onder schot houdt. Ik sluit mijn loerend spiedersoog. Even later zie ik het jongetje in het gras zitten terwijl hij op zijn mobieltje de foto’s van de meisjes bekijkt, als een roofdier over zijn prooi gebogen. De twee meisjes kijken nieuwsgierig op hun mobieltje naar de foto van het jongetje.

zwembad

Blijkbaar hebben we stilstaande beelden nodig om in de veranderlijkheid van het leven betekenis te kunnen zien. Een levend gezicht toont vele gezichten terwijl een foto maar één gezicht tegelijk laat zien. Een momentopname laat dus altijd iemand zien die we óók zijn. Maar stel nu eens dat die ene foto het ultieme beeld zou representeren, zouden we die persoon dan ook écht willen zijn? De wil tot macht concentreert zich op het gewenste beeld. Ik moet even denken aan de trampolinescene uit de strandfilm Don’t make waves (1967) met Sharon Tate en Tony Curtis, een voorloper van de tv-serie Baywatch.

Sharon Tate op de trampoline
in Don’t make waves (1967)

De conservering van het perfecte lichaam van Sharon Tate op het witte doek valt hier samen met een onverwoestbaar apollinisch beeld. Dat haar ideale lijf twee jaar later in een bacchantische razernij van een stel gekken verwoest werd, tast het ideaalbeeld niet aan. Het beeld onderhoudt blijkbaar geheimzinnige betrekkingen met het onvergankelijke.