Maandelijks archief: augustus 2016

Augustinus van snoepgoed [ 1 ]

op 21 juli bezochten we de voormalige kloosterkerk van Rottenbuch
met Augustinuscyclus (ca. 1750) van Matthäus Günther (1705-1788)

Matthäus GüntherHet blijft mij intrigeren hoe de christelijke iconografie na 1730 met suikerfondant belegd werd. Ik heb daar een eigen theorie over. Na de Vrede van Utrecht (1713) waren de oorlogen tussen het katholicisme en het protestantisme voorbij. In de eeuw van de Verlichting werd alles lichter. Dat is heel duidelijk te zien in de schilderkunst. De zware en donkere barok van de Contrareformatie wordt na 1730 opvallend lichter en dat in de beide betekenissen van het woord licht: licht van kleur en licht van boodschap. Om het volk bij de katholieke kerk te houden, moesten er geen zware leerstukken meer verkondigd worden maar moesten de gelovigen betoverd worden als Hans en Grietje door “het huisje van knibbel knabbel knuisje”.

Om het volk bij de katholieke kerk te houden, moesten er geen zware leerstukken meer verkondigd worden, maar moesten de gelovigen betoverd worden als Hans en Grietje door “het huisje van knibbel knabbel knuisje”.

Zo ontstond de barok 2.0 : het rococo. Vooral in het katholieke Zuid-Duitsland en in Tirol kwam het rococo tot bloei. We bezochten ook deze zomer weer een paar kerken met interieurs uit het rococo. De meeste van deze kerkinterieurs ontstonden tussen 1740 en 1770.

In Rottenbuch (Beieren) stond ooit een groot vrouwenklooster. De kloosterkerk werd rond het midden van de 18e eeuw gedecoreerd. Matthäus Günther schilderde een omvangrijke een cyclus met episoden uit het leven van de heilige Augustinus. Door zijn Belijdenissen (397/8) , wel eens de eerste spirituele autobiografie uit de geschiedenis genoemd, weten we in vergelijking met andere heiligen veel over zijn levensloop. Een van de bekendste episoden uit Augustinus‘ leven is het moment dat een stem hem gebiedt de Bijbel te lezen. In het achtste boek van de Belijdenissen wordt dit beschreven:

En ineens, daar hoor ik een stem uit een naburig huis, een stem die zingende zei en steeds weer herhaalde, een stem als van een jongetje of van een meisje, ik weet het niet: “‘Tolle, lege! Tolle lege!’ (‘Neem en lees!’) En meteen veranderde mijn gezicht en begon ik ingespannen na te denken of kinderen bij een of ander spelletje iets van dien aard zingen; het wilde me niet te binnen schieten dat ik het ooit ergens had gehoord. Toen bedwong ik de heftige stroom van mijn tranen en stond op: de enige verklaring die ik kon geven was deze, dat ik van Godswege bevel kreeg om het boek te openen en de eerste passage waar mijn oog op viel te lezen.”
 
Bron: Belijdenissen, 8, XII, 29
Augustinus
Tolle, lege! (Neem, Lees!) in de interpretatie van Matthäus Günther
Augustinus ligt als een Junge Werther in het gras als hij overvallen wordt door een (innerlijke) stem.
Augustinus
Augustinus luistert naar de preek van de Ambrosius, de bisschop van Milaan
Augustinus
Augustinus vlucht naar Afrika
Augustinus
Valerius, de bisschop van Hippo, wijdt Augustinus in 395 tot coadjutor. Een jaar later volgt Augustinus hem op als bisschop van Hippo.

Wat gebeurt er met iconografie als je deze in een ander jasje hijst? De uitstraling verandert niet alleen, maar ook de inhoud. Immers: The medium is the message. Hoe beeld je iets onstoffelijks als de goddelijke genade uit? In de Byzantijnse iconografie wordt deze traditioneel weergegeven door een handje uit een wolk in de bovenhoek van de icoon. Maar wat zien we in de iconografie van het rococo? Cherubijntjes met roze billetjes en een Vrijmetselaarsoog! De goddelijke liefde krijgt zo een setting die doet denken aan het verlichte boudoir van Madame de Pompadour.

Augustinus
Augustinus wordt aangestoken door het vuur van de goddelijke liefde

Kloster Rottenbuch

Franz Anton Zeiller

gezien in Museum in Grünen Haus in Reutte: Mit Pinsel und Palette!
Zum 300. Geburtstag von Franz Anton Zeiller
(1716-1794)

Franz Anton ZeillerDriehonderd jaar geleden werd in Reutte (Tirol) de schilder Franz Anton Zeiller geboren. Ik had al wel eens van hem gehoord, maar buiten Oostenrijk is hij om verschillende redenen geen bekende schilder. De belangrijkste reden is waarschijnlijk dat hij een oeuvre schiep dat tegenwoordig heel ver van ons af staat, kerkelijke fresco’s en altaarstukken. Daarbij werkte hij ook nog eens in een stijl waar we sowieso niets meer mee hebben, het rococo. Zijn leven speelde zich voornamelijk af in Beieren, Noord- en Zuid-Tirol (sinds 1919 Italië). In zijn leerjaren bereisde hij wel Italië en woonde hij enkele jaren in Rome.

Franz Anton Zeiller is een van de vele schilders van religieuze kunst uit de achttiende eeuw waar je gewoon aan voorbij loopt. Of onderdoor loopt. Want veel van zijn werk zijn koepelfresco’s en plafondschilderingen in het middenschip. Het is vooral meer van hetzelfde. Geen grote kunst, wel degelijk ambachtswerk.

Franz Anton Zeiller
Het boomwonder van de heilige Martinus in de St. Martin in Sachsenried, de eerste zelfstandige opdracht van Zeiller in 1753.

In Beieren, Noord- en Zuid-Tirol is het bezaaid met kerkjes die aan de buitenkant vaak opvallend kaal en eenvoudig zijn, maar aan de binnenkant weelderig gedecoreerd zijn. Ontelbare schilders en andere ambachtslieden waren er in de achttiende eeuw druk mee. Het resultaat zijn kermisachtige interieurs en hebben dus een uitstraling die eerder frivool dan ernstig is. Alsof de muziek van Mozart gematerialiseerd is.

Franz Anton Zeiller
Het boomwonder van de heilige Martinus detail

Wat bijna alle schilders van kerkelijke kunst uit Beieren en Tirol in de achttiende eeuw met elkaar gemeen hebben, is het kleurgebruik en de theatraliteit. Beide zijn door en door Italiaans.

De Venetiaanse frescoschilder Tiepolo introduceerde rond 1730 een nieuw soort kleurgebruik. De barok had vooral onder invloed gestaan van Caravaggio, de schilder van dramatische lichteffecten die altijd heel veel donker nodig had in zijn werk. Maar 140 jaar na Caravaggio liet Tiepolo iets heel nieuws zien: voorstellingen waar de donkere tonen helemaal uit verdreven waren. De pasteltinten deden hun intrede in de schilderkunst. Het leek alsof de zon was doorgebroken. Dat gevoel werd effectief toegepast in koepelfresco’s waarin de hemel letterlijk openbrak en de Zon der Gerechtigheid, soms gezeten op een regenboog, in het gezicht scheen.

In het werk van Franz Anton Zeiller zie je overal de Italiaanse invloed. Hij bracht dan ook een uitzonderlijk lange studietijd in Italië door, van 1742 tot 1749. Toen hij terugkeerde in Tirol ging hij eerst aan het werk als assistent bij een meester. Maar in 1757 kreeg hij zijn eerste grote opdracht: een reeks grote plafondschilderingen in de abdijkerk van Ottobeuren. Hij zou er vier jaar aan werken, langer dan Tiepolo aan de fresco’s in de residentie van Würzburg had gewerkt.

Franz Anton Zeiller
In 1763, tien jaar na de fresco’s in de St. Martin in Sachsenried, schilderde Zeiler nogmaals Het boomwonder van de heilige Martinus in de St. Martin in Schlingen.

De opdracht in Ottobeuren zou de carrière van Zeiller veel goed doen. In 1766 werd hij door de bisschopsvorst van Brixen naar Zuid-Tirol gehaald om het priesterseminar te decoreren. Hij werd er zelfs tot hofschilder benoemd. Zeiller had nu het hoogste bereikt wat een eenvoudige schilder uit Reutte kon bereiken. Toen hij in 1783 (hij was toen 66 jaar) naar zijn geboorteplaats terugkeerde, was hij een belangrijk man geworden. Maar hij ging nooit met pensioen en werkte door tot in de jaren tachtig van de achttiende eeuw. Zijn laatste werken bevinden zich in Böhen (St. Georg), Matrei im Ost-Tirol (St. Alban), Bichlbach (St. Laurentius) en Wängle (St. Martin).

Grüne HausDer Museumsverein des Bezirkes Reutte gedenkt in der diesjährigen Sommerausstellung an den bedeutenden Reuttener Maler Franz Anton Zeiller. Er wurde am 18. April 1716 in Breitenwang getauft. Schon früh verlor er seine Eltern. So kam er in der Lehre seines Großonkels Paul Zeiller. Nach Lehrjahren in Augsburg und vor allem in Italien bekam er vor allem Aufträge im Allgäu und in Nordtirol.
 
1764 berief ihn der Brixener Fürstbischof in seine Residenzstadt und ernannte ihn 1768 zum Hofmaler. Jetzt waren vor allem das Pustertal und Osttirol sein bevorzugtes Betätigungsfeld. Nach dem Tod seines „Vetters“ Johann Jakob Zeiller kam Franz Anton ins Außerfern zurück und malte Deckenbilder für die Pfarrkirchen in Bichlbach, Wängle und Grän. Er starb am 4. März 1794 in Reutte als berühmter Sohn seiner Heimatgemeinde.
 
Bron: museum-reutte.at

Kerk of kermis? De rococo van de basiliek van Ottobeuren [ W&V ]