Maandelijks archief: mei 2006

hoelang kijken we nog weg?

dit weekend in de bijlage Letter & Geest (Trouw):
Piet Winnubst: de sjaria bestaat echt

Vorige maand schreef ik hier over het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over het islamitisch activisme. Opvallend is dat het rapport lijkt te ontkennen dat dé islam of dé sjaria bestaat. De angst voor confrontatie tussen de autochtone Nederlandse bevolking en de bijna 1 miljoen islamitische Nederlanders is groot. Het is begrijpelijk dat beleidsvoerders kiezen voor een bezwerende mantra als ‘dé islam bestaat niet’. Maar lost het iets op om weg te kijken voor de realiteit? Dit weekend schrijft Piet Winnubst, die jarenlang als voormalig VN-diplomaat in verschillende islamitische landen woonde, in Trouw in ondubbelzinnig: de sjaria bestaat echt. Bij het artikel staat een weerzinwekkende foto van twee minderjarige jongens met een strop om de nek. Ze werden vorig jaar op 19 juli in Mashad (Iran) opgehangen omdat ze zich schuldig zouden hebben gemaakt aan homosexuele handelingen.

sharia
Mahmoud Asgari en Ayaz Marhoni worden in het openbaar opgehangen, 19 juli 2005
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) trekt in haar, „op eigen initiatief geschreven rapport over islamitisch activisme„ verbazingwekkende conclusies. Volgens de WRR kunnen ’spanningen en conflicten tussen ons en de islam„ worden opgelost. Als wij de islamitische staten een beetje tegemoet komen, zullen zij ook onze normen en waarden gaan respecteren. De WRR meent dat „de belemmeringen voor democratisering en mensenrechten in veel van deze (islamitische) landen meestal weinig met de islam zelf van doen hebben„. De WRR meent dat „het in de grondwet opnemen van de sjaria als basisnorm*. een belangrijke voorwaarde is voor verdere ontwikkeling naar een democratische rechtsstaat„. (Blz. 142-3.)
 
In zijn column „Door het bos de bomen niet meer zien„ (Trouw, 22 april) wijt J.A.A. van Doorn de „onwelwillende ontvangst„ van dit WRR-rapport aan „hetzelfde schematische denken als dat waaraan de oude socialisten leden en de moderne globalisten lijden„. De critici van het WRR-rapport zouden „islamcritici„ zijn die geen rekening willen houden met het feit dat er, aldus Van Doorn, geen sjaria bestaat. Wat er wel bestaat, zo ontdekte hij na lezing van het rapport, is de „buitengewoon gedifferentieerde werkelijkheid ter zake van het rechtsbestel in moslimlanden„.
 
Van Doorn is van mening, dat men schematisch denken moet vermijden: „De werkelijkheid is altijd gedifferentieerder dan ambitieuze schema’s suggereren.„ Een correcte observatie die Van Doorn ook zelf ter harte moet nemen. Hij toont zich namelijk een typische vertegenwoordiger van het schematische denken dat sinds de Verlichting voor velen het klassieke denkpatroon is geworden. De essentie daarvan is, dat men vaststelt de waarheid niet te kunnen kennen en zich daarom primair, zo niet uitsluitend, met haar verschijningsvormen bezig gaat houden. We vergeten het bos en houden ons bezig met de bomen. Het WRR-rapport volgt deze lijn, en ook voor Van Doorn is het „„zonneklaar dat van „de„ sjaria geen sprake is„„. De sjaria kennen we niet; laten wij ons daarom bezighouden met de verschillende verschijningsvormen.
 
trouw.nl

schepping of existentiële leegte

dit weekend in de bijlage Letter & Geest (Trouw): een verkorte versie
van een hoofdstuk uit De Berg van Cézanne door Jurrian Benschop
Het schilderij doet verschillende dingen. Het zet je als toeschouwer aan de rand van het bestaan, nog even een klein stukje land rest er als een vluchtheuvel en dan is er de slokkende zee. Tegelijk toont het de weidsheid van het bestaan, de eindeloosheid ook, wie zou daar geen deel van uitmaken? Een existentieel moment vol paradoxen. het schilderij is er zowel voor de gelovige die in de natuur vol ontzag God’s schepping ervaart, als voor de atheïst, die er het niets de existentiële leegte in bevestigd ziet. Beide beleven een gouden moment omdat hun bewustzijn zich verhevigt. Een moment dat hun bestaan wordt onderstreept.
 
Bron: trouw.nl
Monch am Meer
Caspar David Friedrich
Monch am Meer, 1810
Sentiments upon Viewing Friedrich’s Seascape. Caspar David Friedrich’s painting “Monk by the Sea”, viewed by Clemens Brentano, Achim von Arnim and Heinrich von Kleist
 
With this exhibition, one of the most important paintings of Romanticism, Caspar David Friedrich’s “Monk by the Sea”, is put into the context of contemporary literature and art theory. “Sentiments upon Viewing Friedrich’s Seascape” was the title of an article that appeared on 13 October 1810 in the “Berliner Abendblätter”, a newspaper of which Heinrich von Kleist was the editor. The painting under discussion by Friedrich had first been presented to the public at the Berlin Academy exhibition in September 1810, only a few weeks prior to the article’s publication. Today, the “Monk by the Sea” belongs to the highlights of the National Gallery’s collection. Heinrich von Kleist, having asked Clemens Brentano and Achim von Armin to write a review of the picture, had received four handwritten manuscript pages, two by each author. Kleist reworked and extended this text, giving it a new direction of thought. Both Kleist’s and Brentano’s comments belong to the most memorable and profound reflections on the Romantic idea of landscape, the most modern of its time. The studio exhibition in the Caspar-David-Friedrich-Room of the Old National Gallery is a cooperation with the Kleistmuseum in Frankfurt/Oder and the Freier Deutscher Hochstift in Frankfurt/Main. This show is the first to bring together Friedrich’s painting, the precious autographs on loan from the Frankfurt Goethe Museum, and the printed versions (differing from the handwritten text), supplemented by additional exhibits relevant to the subject.
 
Bron: smb.spk-berlin.de

Caspar David Friedrich bij artchive | webmuseum | artcyclopedia

monument voor een dode man

gelezen: Metabletica van God van J.H.van den Berg

Metabletica van GodIn het boek Metabletica van God van J.H.van den Berg, staat een passage over de bouw van de nieuwe Sint Pieter in Rome (1506-1626) Om deze kolos te kunnen bouwen, moest eerst de Constantijnse basiliek worden gesloopt. Deze was gebouwd op de plaats waar de beenderen van Petrus lagen en stond er al vanaf 324, op dat moment dus al bijna 1200 jaar. Paus Julius II stelde Donato Bramante aan als bouwmeester en deze begon eerst als een waanzinnige te slopen. Wat onmiddellijk opvalt bij het ontwerp van Bramante, is dat hij centraalbouw voor ogen had. De nieuwe Sint Pieter zou het grondplan krijgen van een Grieks kruis (een kruis met gelijke armen). In tegenstelling met de oude basilicavorm zou er dus geen langwerpig schip meer zijn.

Bramante plattegrond
het ontwerp van Bramante met het grondplan van een Grieks kruis

Eigenlijk was Bramante’s ontwerp een ontwerp voor een grafkerk. Dit moment in de geschiedenis van de Kerk is niet zonder betekenis. De oude basiliek was nog verbonden met het vroege christendom, de nieuwe Sint Pieter werd een barokkerk in de geest van de contrareformatie, eerder een overrompelende moloch met theatrale effecten dan een ingetogen godshuis. Maar het contrast met de oude basiliek is volgens J.H. van den Berg nog groter: De basiliek was een sacrale ruimte die leidde naar het altaar van de Opgestane Heer, de nieuwe Sint Pieter was een monument voor een dode man.

basiliek van Constantijn tekening

de basiliek van Constantijn, 324-1506
De eerste Sint-Pieter werd gebouwd door Keizer Constantijn in 324, maar dit gebouw was tegen de zestiende eeuw in een zeer slechte staat. Paus Nicolaas V liet Bernardo Rossellino het gebouw opknappen, maar de pogingen werden al gauw gestaakt. In 1506 werd de oude basilica gesloopt en een nieuwe kerk ontworpen voor Paus Julius II. Na Bramante’s oorspronkelijke ontwerp, gebaseerd op het Griekse kruis, worden door de daaropvolgende hoofdarchitecten grotere en kleine veranderingen doorgevoerd. Wanneer Bramante sterft zijn slechts de funderingen voor het koor gelegd, en onder Rafaël’s leiding wordt het geheel weer gesloopt en opnieuw opgebouwd. Het schip wordt in zijn ontwerpen verlengd, waardoor alsnog een Latijns kruis ontstaat als grondvorm. De volgende bouwleider was Antonio de Sangallo, die voortborduurde op Rafaël’s ontwerp, maar desondanks een gedeelte van de kerk weer liet slopen. Als Sangallo in 1546 overlijdt, is men net begonnen met de absis en de bogen die de grote koepel zullen ondersteunen. Voor de vierde keer echter wordt de basiliek ontmanteld, wanneer Michelangelo de bouw overneemt. Hij gebruikt Bramante’s bouwtekeningen en bouwt de kerk in de vorm van een Grieks kruis. Het schip werd in 1615 alsnog uitgebreid door de architect Carlo Maderno, omdat de kerk groter moest worden dan oorspronkelijk gepland. Na deze verlenging is het schip veertig meter lang. Veel van de interne decoraties, waaronder het reusachtige baldakijn onder de koepel, zijn gemaakt door de Italiaan Bernini, die ook elders in Rome veel sporen heeft nagelaten. Momenteel bevinden zich in de Sint-Pieter 395 beelden, 44 altaren en 135 mozaïeken. De Sint-Pieter heeft een oppervlakte van 23.000 vierkante meter, en biedt ruimte aan ongeveer 50.000 mensen.
 
Bron: nl.wikipedia.org

De bouwgeschiedenis van de Sint Pieter was zeer bewogen. Na Bramante werd Raphael aangesteld als architect en hij wijzigde het ontwerp ingrijpend. Omdat de kardinalen graag processies wilden, bepleitten zij een kerk met een schip. Raphael werd opgevolgd door de architecten Sangallo en Michelangelo. Deze laatste ontwierp niet alleen de imposante koepel, maar ging ook weer zoveel mogelijk terug naar het oorspronkelijke ontwerp van Bramante, zodat het schip weer kwam te vervallen. Na zijn dood werd hij opgevolgd door Fontana, mar het was onder Maderna dat de nieuwe Sint Pieter zijn uiteindelijke gestaalte kreeg.

plattegrond Sint Pieter
het uiteindelijke grondplan van Maderna
Sint Pieter
de basiliek Het complete verhaal over het meest kostbare bouwwerk aller tijden. James-Charles Noonan vertelt in De Basiliek over de zeventien eeuwen omspannende geschiedenis van de unieke cultuurschat die het hart vormt van de machtigste kerk ter wereld.
 
Noonan vertelt over de oude Sint-Pieter – door Constantijn in de vierde eeuw gebouwd – en de nieuwe Sint Pieter, verrezen in de zestiende eeuw en gefinancierd met de door Luther zo gehate aflaten. Hij beschrijft niet alleen de zeventien eeuwen durende geschiedenis van het bouwwerk en zijn wonderbaarlijke archtitectonische eigenschappen, maar ook degenen die de bouw mogelijk maakten.
 

de oude basiliek van Constantijn | Sint-Pietersbasiliek | plattegrond van de Sint Pieter