Maandelijks archief: november 2006

Franse Passie

Courbet, Daubigny, Monet: Franse schilderkunst in Nederlands bezit
Centraal Museum Utrecht, 11 november 2006 t/m 11 maart 2007

Gisteren besteedde ik aandacht aan de tentoonstelling Van Corot tot Cézanne twee jaar geleden in het Haags Gemeentemuseum. Helaas heb ik deze toen moeten missen. Maar gelukkig is er nu weer een tentoonstelling van negentiende eeuwse Franse schilders in het Centraal Museum Utrecht: Franse Passie. Deze draait nog tot 11 maart 2007, maar ik kan hem beter maar gelijk gaan zien.

Daubigny
Daubigny, l’Ile d’amour, 1852
bruikleen Van Baaren collectie

Veel nieuws toont deze tentoonstelling overigens niet, want het zijn allemaal werken uit Nederlands bezit. Het grootste deel van de getoonde schilderijen komt uit de Van Baaren collectie(zie kader). Maar alleen al voor bovenstaande Daubigny die permanent in het Centraal Museum hangt, heb ik een reisje Utrecht over.

Rond 1830 trokken de eerste kunstenaars naar de landelijke gebieden rond Parijs om in de open lucht te gaan schilderen. In „Franse Passie„ zijn werken te zien van bijvoorbeeld Charles Daubigny en Theodore Rousseau. Meerdere kunstenaars schilderden vanaf de jaren zestig niet langer het geïdealiseerde landschap, zoals het aan de academies werd onderwezen, maar gaven een „impressie„ van de natuur. Daarnaast zijn er in „Franse Passie„ werken te zien van de meer klassieke „salon- en genreschilderkunst„, met kunstenaars als Bouguereau en Bonvin. Modernistische ontwikkelingen in de Franse schilderkunst zijn te zien in de werken van o.a. Monet, Signac, Gauguin, Cézanne, Sisley en anderen. „Franse Passie„ toont ca. 120 schilderijen van 55 kunstenaars uit de periode ca. 1830 tot 1900.
 
Bron: centraalmuseum.nl

Van Baaren collectie
Josephina Francisca van Baaren (1890-1959) en haar broer Lambertus Hendricus van Baaren (1888-1964) verzamelden tussen 1925 en 1964 ongeveer 420 kunstvoorwerpen, bestemd voor hun woonhuis aan de Utrechtse Oudegracht. Rond de 120 schilderijen in hun collectie zijn van Franse meesters. Sinds 1980 beheert het Centraal Museum de Van Baaren Collectie, die vooral wat betreft de Franse negentiende-eeuwse schilderkunst een belangrijke aanvulling op de collectie vormt. Veel meer Nederlandse privé-collectioneurs hebben werk van Franse meesters aangekocht in de negentiende en vroeg twintigste eeuw. Ze zijn zo van grote betekenis geweest voor de aanwezigheid van Franse schilderkunst in Nederlandse musea. Een groot aantal van deze werken is te zien in Franse Passie.

Iets over de restyling van centraalmuseum.nl
Op 6 oktober heeft de website van het Centraal Museum Utrecht een restyling ondergaan. Musea met moderne kunst in hun collectie volgen vrijwel allemaal een soort anti-design en dat leidt tot een zekere inteelt. In elk marktsegment is dat eigenlijk onvermijdelijk, maar bij veel websites over hedendaagse kunst treedt het wel erg storend op de voorgrond: moedwillige doorbreking van tekstblokken door kaders of lijnen, vaak harde kleuren of een opzettelijke pixellook. Ook de typografie is vaak bewust elementair gehouden. Het ‘no-nonsense design’ van de website van het Stedelijk Museum Amsterdam is zo helder en transparant dat het design zich prettig op de achtergrond houdt, maar op de website van het Centraal Museum Utrecht dringt het design zich teveel op.

Van Corot tot Cézanne

Van Corot tot Cézanne, De natuur als atelier
Haags GemeenteMuseum, 31 januari 2004 t/m 9 mei 2004

Een tentoonstelling die ik twee jaar geleden helaas gemist heb. Gelukkig staat het miniboekje dat bij deze tentoonstelling verscheen op de website van het Haags GemeenteMuseum.

Corot
Jean Baptiste Camille Corot, 1796-1875
Het is tegenwoordig moeilijk voor te stellen dat het woord „landschap„, in de betekenis van „voorstelling van een stuk land„ pas in de loop van de vijftiende eeuw zijn intrede in Europa deed. Op dat moment begon, door de open samenlevingen en handelsbetrekkingen van Noord-Vlaanderen tot Zuid-Italië, de onderzoekende geest van de westerse kunst zich te ontwikkelen. In de Middeleeuwen werd de natuur op schilderijen meestal nog voorgesteld door een reeks motieven met een symbolische of decoratieve waarde. Een boom, rots, wolk en grot waren accessoires, die naar formaat op het doek zelden strookten met de optische realiteit. Pas door de perspectivische ruimte, uitgevonden in de renaissance, kon het landschap gaan dienen als een echt decor voor figuren en portretten. Vanaf de zeventiende eeuw begonnen grote historieschilders het landschap steeds vaker te behandelen als zelfstandig thema. Al snel ontstonden er twee „scholen„ in de behandeling van het landschap.
 
gemeentemuseum.nl


De School van Barbizon [ metmuseum.org ]

dooie mus

De Grote Huismus Tentoonstelling
Natuurhistorisch Museum Rotterdam, 14 november 2006 t/m 13 mei 2007
sperwer en dooie mus
Sperwer en dooie mus
De Vogelbescherming, Partij voor de Dieren, WNF, wij doen toch heel erg ons best! Jammer dat er onder de vogels zelf nog zo weinig eensgezindheid is
Wie kent hem niet, de vogel die met zijn vrolijke getjilp en brutale, opportunistische gedrag de mens tot in de verste uithoeken van de aardbol gevolgd is? Maar wat is een huismus eigenlijk en waarom verdwijnt hij in West Europa langzaam maar gestaag uit steden en van het platteland, terwijl hij in grote delen van de wereld nog steeds talrijk of zelfs een plaag is? De tentoonstelling geeft antwoord op die vragen en vertelt ook – in samenwerking met Vogelbescherming – hoe u zelf kunt helpen de huismus weer terug in het straatbeeld te krijgen.
 
Bron: nmr.nl
mus
‘MUS – natuur en cultuur van de huismus’, met bijdragen van mussenkenners en -adepten Midas Dekkers, Kees Heij, Peter Vos, Hans Peeters, Peter Müller, e.v.a.

Stichting De Mus