Maandelijks archief: mei 2010

het kapitaal

nieuwe herziene uitgave van Das Kapital van Karl Marx
Bernhard Hulsman en Hans Driessen over Het Kapitaal

Het KapitaalZowel NRC Handelsblad en Trouw besteedden dit weekend in hun boekenbijlagen aandacht aan de nieuwe Nederlandse uitgave van Het Kapitaal van Karl Marx. Kijken in de ziel van het monster heet de bijdrage van Bernhard Hulsman in NRC Handelsblad. Deze uitdrukking komt uit Het Kapitaal, het ambitieuze onderzoek waarin Marx de ziel van het kapitalisme (het monster) probeert bloot te leggen. Hulsman stelt vast dat er sinds de kredietcrisis weer veel belangstelling is voor Marx‘ hoofdwerk. Zelf heeft hij het boek gelezen in de jaren zeventig en bij herlezing valt hem weer op hoe lastig Het Kapitaal eigenlijk te lezen is. Dat heeft vooral ook te maken met lange en gedetailleerde beschrijvingen van productieprocessen en arbeidsverhoudingen in het Victoriaanse Engeland. Marx leefde van 1848 tot aan zijn dood in 1883 in Londen en zat dus met zijn neus bovenop het negentiende eeuwse kapitalisme. Engeland was het machtigste land ter wereld, maar tegelijkertijd was de “Verelendung” van het proletariaat hier het grootst. Hulsman geeft een korte samenvatting van Marx‘ diagnose van het kapitalisme en de, volgens hem, onvermijdelijke overgang naar het socialisme. In de laatste alinea’s stelt hij de vraag waarom Marx‘ voorspelling tenslotte niet is uitgekomen. Dat komt met name doordat Marx niet genoeg oog heeft gehad (maar waarschijnlijk ook nog geen oog kon hebben) voor de levensvatbaarheid van ‘het monster’ van het kapitalisme. Het bleef zichzelf telkens vernieuwen en ‘de truc van meerwaardevorming’ herhalen. Het kapitalisme zorgde niet voor zijn eigen einde, zoals Marx voorzag, maar voor zijn eigen voortbestaan. Volgens Hulsman ligt de actualiteit van Het Kapitaal vooral in het feit dat Marx heeft aangetoond dat economie niet de harde wetenschap is die hij voorstond. In wezen is economie een sociale wetenschap die vergeleken met de natuurwetenschappen niet of nauwelijks tot voorspellingen in staat is.

Karl Marx
Marx had een reusachtige impact op de geschiedenis van de twintigste eeuw

Trouw laat in de weekendbijlage Letter & Geest de vertaler en filosoof Hans Driessen aan het woord. Driessen redigeerde en actualiseerde de vertaling van Isaac Lipschits uit 1967. Waarom zouden we Het Kapitaal bijna 150 jaar na verschijnen nog lezen? vraagt hij zich af. Marx heeft als profeet van de socialistische heilstaat aan het begin van de eenentwintigste eeuw voorgoed afgedaan. Hij noemt twee redenen waarom Het Kapitaal nog steeds de moeite waard is. De eerste is inhoudelijk: Ook al is het kapitalisme tegenwoordig oneindig complexer dan 150 jaar geleden, bepaalde grondbeginselen die Marx stelde, staan nog steeds als een paal boven water. Koloniale uitbuiting bestaat nog altijd alleen heten koloniën nu “Derde Wereld”. En sinds de neo-liberale golf na 1989, de kredietcrisis en de bonussen voor topmanagers is wat Marx de “geeuwhonger naar meerwaarde” noemde, actueler dan ooit. Een tweede reden om Het Kapitaal te lezen, is een eshetische. Driessen noemt Marx een fenomenaal schrijver, een groot stilist en een geduldig didacticus. Ook is hij volgens hem een meester in het citeren en een groot polemist.

Er is nauwelijks een boek te noemen dat een groter stempel heeft gedrukt op de wereldgeschiedenis van de afgelopen bijna anderhalve eeuw, dan Het Kapitaal van Karl Marx. Bij Uitgeverij Boom is op 1 mei 2010 een geheel herziene editie verschenen van dit belangrijke werk. Hans Driessen (vertaler van onder meer Peter Sloterdijk) redigeerde en actualiseerde de vertaling van Isaac Lipschits uit 1967. Het resultaat is een boek dat nog altijd van een verbluffende actualiteit is. De belangstelling voor het leven en werk van Karl Marx is wereldwijd opnieuw enorm, niet in de laatste plaats door de diepe economische krisis. Deze nieuwe uitgave van Het kapitaal is voorzien van een uitgebreid register van namen en trefwoorden.
 
Bron: uitgeverijboom.nl
Het communisme schaft echter de eeuwige waarheden af, het schaft de religie af, de moraal, in plaats van ze een nieuwe vorm te geven; het weerspreekt dus alle tot dusver gekende historische ontwikkelingen.

uit: Het Communistisch Manifest

Ludwig FeuerbachZelf zal ik Het Kapitaal niet gaan lezen. Ik heb Marx altijd terzijde geschoven vanwege zijn materialisme. Zijn uitspraak dat godsdienst opium voor het volk is, was hem door Ludwig Feuerbach ingegeven, die in zijn geschrift “Über das ‘Wesen des Christentums’ in Beziehung auf den ‘Einzigen und sein Eigentum’ ” (1841) de religie psychologisch verklaard had als een wensdroom om de ontoereikendheid van het menselijk bestaan te compenseren. Ook bij Marx verschraalde het mens- en wereldbeeld in puur materialisme. Het geestelijke inzicht dat de mens niet van brood alleen leeft, werd verworpen. Zo schreef Feuerbach dat het er niet meer om gaat dat we in het brood het Lichaam van de Heer genieten, maar dat we brood voor ons eigen lichaam hebben. Marx schreef in zijn stellingen over Feuerbach in 1848 dat filosofen altijd op verschillende manieren de wereld hebben geïnterpreteerd, maar dat het er nu op aan komt de wereld te veranderen. Met deze elfde en laatste stelling gaf Marx in feite al het startschot voor de wereldrevolutie die 69 jaar later in Rusland zou losbarsten. De gevolgen van het marxisme in de twintigste eeuw zijn verschrikkelijk genoeg geweest om mij van Marx‘ materialistische heilsleer af te keren.

de terugkeer van het kapitaal

naar het licht & door het licht

In atmosferisch licht Picturalisme in de Nederlandse fotografie 1890-1925
Rembrandthuis Amsterdam, tot 20 juni 2010
Het picturalisme is in de decennia rond 1900 de eerste internationale artistieke beweging die de fotografie beleefde. De term picturalisme komt van pictorial, schilderachtig, wat vooral betrekking had op de foto’s en niet op de fotografen. Pas later werd picturalisme ook toegepast op de makers, de picturalisten. Meer dan een stijl, kan picturalisme worden gedefinieerd als het streven om van fotografie kunst te maken. De picturalisten onderhielden een levendig internationaal netwerk. Dit gebeurde via clubs, verenigingen, tijdschriften en vakliteratuur die werd vertaald en verspreid en daarnaast door tentoonstellingen en „salons„. De fotografen ontmoetten elkaar in het buitenland op tentoonstellingen en hielden schriftelijk contact. Niet alleen bereikten de picturalisten dat fotografie voor het eerst op de erkende kunstpodia verscheen, maar zij profileerden tevens de „verbeeldende„ fotografie als tegenovergestelde van de meer wetenschappelijke of instrumentele „straight„ fotografie. Een tweedeling die tot op de dag van vandaag in de fotografie voelbaar is.
 
Bron: rembrandthuis.nl
Bernard Eilers
Bernard F. Eilers Amsterdam 1901
Zóó moet men Rembrandt zien
“Rembrandt was een fotograaf; hij schilderde met ‘licht’, zelfs de factuur der schildering bewijst mij steeds zijn behoefte om alles met een magisch licht te omweven, maar ook de geheele compositie is als het ware, van uit de duisternis geboord naar het licht; door het licht. Zóó moet men Rembrandt zien.”
Bernard F. Eilers