Maandelijks archief: april 2010

Vrolijk, vet & veelkleurig

gisteren gezien op Net 5 : Hairspray (2007)

Vette musicalfilm met knipoog naar Grease. Meesterzet in deze remake naar het origineel uit 1988 is de rol van John Travolta als Edna Turnblad. Art Director Dennis Davenport en Set Decorator Gordon Sim tekenen voor de toonzetting in de stijl van de late jaren vijftig/vroege jaren zestig. Anders dan in Mad Men of in het afgelopen dinsdag door de ZDF uitgezonden docudrama Dutschke is de reconstructie van het tijdsbeeld niet realistisch maar juist karikaturaal en vooral kleurrijk. Hairspray is evenals Moulin Rouge (2001) vet aangezet en drijft op Shrek-achtige ironie. Het sprankelende gevoel van de sixties dat een musicalfilm Les demoiselles de Rochefort (1967) van binnenuit en naturel liet zien, is veertig jaar later in Hairspray grotesk geworden.

Hairspray
Hairspray kleurrijke & swingende retro

Hairspray [ imdb.com ]

La journée sera rude

de terechtstelling van Robert François Damiens in 1757
en Jean Calas in 1762 onder Lodewijk XV

In Frankrijk bestonden er 250 jaar geleden nog verschrikkelijke openbare executies. De afschrikwekkendste voorbeelden zijn de terechtstellingen van Robert François Damiens (vierendeling) en Jean Calas (het rad). Verlichte geesten probeerden een einde te maken aan deze middeleeuwse praktijken. Maar de Verlichting bewerkstelligde hoogstens een “verlichte” doodstraf: de guillotine. Het zou daarna nog bijna tweehonderd jaar duren voordat de doodstraf in Frankrijk definitief werd afgeschaft op 9 oktober 1981. Tot 27 juni is in het Musée d’Orsay in Parijs de tentoonstelling Crime et châtiment te zien.

de terechtstelling van Jean Calas
de terechtstelling van Damiens in 1757
Damiens diende in het leger, was bediende en had verschillende andere baantjes. Hij was een goedgelovige en beïnvloedbare man die zich vaak ophield in kringen van het Parlement van Parijs, een rechtbank die in verschillende conflicten had met Lodewijk XV gewikkeld was, en waar opruiende taal tegen de koning gebruikt werd. Op 5 januari 1757 bracht de koning een bezoek aan een van zijn dochters in het kasteel van Versailles. Toen hij in zijn koets wilde stappen kwam Damiens naar voren en stak de koning met een mes, waarbij slechts een oppervlakkige wond ontstond. Damiens werd onmiddellijk gearresteerd. De koning zélf vond de zaak nauwelijks de moeite waard, maar het proces werd voor het Parlement van Parijs gebracht, dat geen moeite spaarde om te verdoezelen dat de eigen magistraten door hun opruiende taal zélf de inspirators tot de moordpoging waren geweest. De morele schuld werd uiteindelijk op perfide wijze bij de Jezuïeten gelegd. Vanwege van deze poging tot koningsmoord (regicide) werd hij op 26 maart 1757 veroordeeld tot de dood door middel van vierendeling. Bij de aankondiging van de straf antwoordde Damiens met de woorden “La journée sera rude” (vertaling: ‘t wordt een zware dag). De terechtstelling vond twee dagen later plaats op het Place de Grève voor het stadhuis van Parijs, en werd bijgewoond door onder andere Casanova.
 
Bron: nl.wikipedia.org
de terechtstelling van Jean Calas
de terechtstelling van Jean Calas in 1762
Calas, along with his wife, was a Protestant. France was then a mostly Catholic country; Catholicism was the state religion. While the harsh oppression of Protestantism initiated by King Louis XIV had largely receded, Protestants were, at best, tolerated. Louis, one of the Calas’ sons, converted to Catholicism in 1756. On October 13-October 14, 1761, another of the Calas’ sons, Marc-Antoine, was found dead on the ground floor of the family’s home. Rumors had it that Jean Calas had killed his son because he, too, intended to convert to Catholicism. The family, interrogated, first claimed that Marc-Antoine had been killed by a murderer. Then they declared that they had found Marc-Antoine dead, hanged; since suicide was then considered a heinous crime against oneself, and the dead bodies of suicides were defiled, they had arranged for their son’s suicide to look like a murder. On March 9, 1762, the parlement (appellate court) of Toulouse sentenced Jean Calas to death on the wheel. On March 10, at the age of 64, he died tortured on the wheel, while still very firmly claiming his innocence. Voltaire, contacted about the case, after initial suspicions that Calas was guilty of anti-Catholic fanaticism had subsided, began a campaign to get Calas‘ sentence overturned.
 
Bron: en.wikipedia.org
guillotine
Lodewijk XVI met zijn hoofd onder de guillotine op 21 januari 1793 in Parijs

executedtoday.com

Misdaad en straf

Crime et châtiment
Musée d’Orsay, Parijs, 16 maart t/m 27 juni 2010
Théodore Géricault
Théodore Géricault (1791-1824)
studie van afgehouwen ledematen, 1819
© Musée Fabre de Montpellier Agglomération
The exhibition Crime and Punishment looks at a period of some two hundred years: from 1791, when Le Peletier de Saint-Fargeau called for the abolition of the death penalty, to 30 September 1981, the date the bill was passed to abolish it in France. Throughout these years, literature created many criminal characters. The title of the exhibition is itself taken from a work by Dostoyevsky. In the press, particularly the illustrated daily newspapers, the powerful fantasy of violent crime was greatly increased through novels.
 
At the same time, the criminal theme came into the visual arts. In the work of the greatest painters, Goya, Géricault, Picasso and Magritte, images of crime or capital punishment resulted in the most striking works. The cinema too was not slow to assimilate the equivocal charms of extreme violence, transformed by its representation into something pleasurable, perhaps even into sensual pleasure.
 
It was at the end of the 19th century that a new theory appeared purporting to establish a scientific approach to the criminal mind. This tried to demonstrate that the character traits claimed to be found in all criminals, could also be found in their physiological features. Theories like these had a great influence on painting, sculpture and photography. Finally, the violence of the crime was answered by the violence of the punishment: how can we forget the ever-present themes of the gibbet, the garrotte, the guillotine and the electric chair?
 
Beyond crime, there is still the perpetual problem of Evil, and beyond social circumstances, metaphysical anxiety. Art brings a spectacular answer to these questions. The aesthetic of violence and the violence of the aesthetic – this exhibition aims to bring them together through music, literature and a wide range of images.
 
Bron: musee-orsay.fr

gids voor de verdoolden

gids voor de verdoolden (1977) van E.F. Schuhmacher

gids voor de verdooldenToen E.F. Schuhmacher in 1968 in Sint Petersburg was, dat toen nog Leningrad heette, zag hij verschillende kerkgebouwen om zich heen, terwijl er op de kaart geen kerkgebouwen stonden aangegeven, behalve kerken die als museum waren ingericht, zoals de Izaakijevskije Sobor die in 1930 was omgedoopt in het Soviet Museum of Scientific Atheism. “Levende kerken laten we op onze kaarten niet zien”, verklaarde de gids.

Veertig jaar later is de situatie in Rusland volkomen veranderd. Toen ik in 2005 een bezoek aan Sint Petersburg bracht waren er alleen al in het begin van de Nevski Prospect een handvol kerken dagelijks geopend die eveneens keurig op de kaart vermeld stonden. Niet alleen in Rusland is religie in het openbare leven teruggekeerd. Ook in Nederland is religie weer terug van weggeweest en wordt er in het publieke debat zelfs weer over God gesproken. Maar toen E.F. Schuhmacher aan het eind van zijn leven gids voor de verdoolden schreef, leek religie iets voor het museum geworden. Religie mag als thema misschien weer terug zijn in de samenleving, God lijkt nog even ver weg als 33 jaar geleden toen gids voor de verdoolden verscheen.

isaac kathedraal
De Izaakijevskije Sobor is op de kaart van Sint Petersburg niet meer over het hoofd te zien
Wie alles zonder meer gelooft, loopt het risico zich te vergissen. Toch, als ik alleen maar dingen wil weten die ik boven alle twijfel verheven acht, loop ik wel zo min mogelijk gevaar me te vergissen, maar het het gevaar dat misschien het fijnst, belangrijkste en kostbaarste van het leven mij ontgaat, wordt daarmee des te groter. Thomas van Aquino heeft, in navolging van Aristoteles, gezegd dat ‘de vaagste kennis die van het hoogste te verwerven is, te verkiezen is boven de meest stellige kennis die over het lagere is vergaard.”
 
uit: gids der verdoolden, Ambo, Baarn, 1977
isaac kathedraal en pantheon
De Izaakijevskije Sobor in Sint Petersburg en het Pantheon in Parijs. De Isaac kathedraal is nu weer de zetel van het patriarchaat van Sint-Petersburg waar de Liturgie weer gevierd kan worden. Het Pantheon in Parijs is nog altijd een museum, waar naast de Slinger van Foucault ook de kille geest van de Verlichting hangt.

Ernst Friedrich SchumacherErnst Friedrich “Fritz” Schumacher (1911-1977) was een invloedrijk economisch denker met een statistische achtergrond. Schumacher verliet vóór de Tweede Wereldoorlog al zijn geboorteland Duitsland, onder meer voor studies in Oxford (waarvoor hij een Rhodesbeurs kreeg) en aan Columbia University in New York. Na de oorlog werkte hij van 1950 tot 1970 als adviseur voor de Britse National Coal Board. Hij voorzag dat de energievoorziening van het land niet enkel op steenkool kon blijven draaien, maar tegelijk beschouwde hij aardolie evenzeer als niet onuitputtelijk. Bovendien waarschuwde hij dat de olievoorraden zich bevonden in ‘s werelds meest onstabiele landen. Als economisch raadgever bezocht bij meerdere derde-wereldlanden en steunde die in hun streven naar meer zelfvoorziening (self-reliance). Hij is gekend voor zijn kritiek op de Westerse economieën en zijn voorstellen voor op mensenmaat aangepaste en gedecentraliseerde technologieën. Volgens de Times Literary Supplement hoort zijn boek Small Is Beautiful (1973), (de schoonheid van het kleine), in het Nederlands uitgebracht onder de titel Hou het klein, bij de honderd meest invloedrijke boeken van na de Tweede Wereldoorlog. Schumacher‘s ontwikkelingstheorieën kunnen samengevat worden met de termen intermediate size en intermediate technology. In tegenstelling tot veel klassieke economen was hij op zoek naar een alternatieve economie. In die geest schreef hij zelfs een essay over boeddhistische economie. Hij schreef over economie in The Times, The Economist en Resurgence. (Bron: nl.wikipedia.org)

schumacher.org.uk

fundi light [ 1 ]

ben ik een fundamentalist? doe de funditest !

In de jaren zeventig was het woordje fascist een verbaal projectiel waarmee je elk debat kon saboteren. Tegenwoordig lijkt het woordje fundamentalist die functie te hebben overgenomen. Daarmee wordt dan een religieuze fanaticus of betweter bedoeld. In ieder geval een gesloten persoon die niet echt open staat voor de ander. Maar misschien zijn we zélf fundamentalistischer dan we denken. Wanneer we tolerantie tegenover fundamentalisme stellen en vervolgens daarboven verheffen, nemen we ongemerkt eenzelfde positie in als dat verfoeide fundamentalisme. Tolerantie is misschien eerder een eigenschap die het eigen gelijk siert, en juist niet het tegendeel van fundamentalisme.

Ik ben het oneens met wat je zegt, maar ik zal tot de dood je recht verdedigen om het te zeggen

Voltaire

De funditest lijkt ontworpen vanuit de idee dat tolerantie en fundamentalisme tegengesteld zijn aan elkaar en elkaar dus min of meer uitsluiten. Hoe lager je score in deze test, hoe toleranter en zelfs hoe ruimdenkender je zou zijn. Wordt tolerantie (of ruimdenkendheid) in de funditest niet teveel opgevat als het ruimhartige eigen gelijk dat te prefereren is boven het gelijk van “de fundamentalist”?

fundi test
Fundamentalist is een vaag scheldwoord voor iedereen
waar je het niet mee eens bent

Herman Philipse

uitslag
volgens de funditest ben ik een Fundi Light

doe de funditest

het betoverde oog

tentoonstelling het betoverde oog van Thijn van de Ven
Museum Elisabeth Weeshuis te Culemborg, 27 april t/m 9 mei 2010
U bent van harte uitgenodigd om (…) fotograaf/kunstenaar Thijn van de Ven aan het werk te zien in een tweekamer setting: een Lichte Kamer, het Vermeer-interieur en een Donkere Kamer, de Camera Obscura. Thijn van de Ven is al vele jaren gefascineerd door de schilderijen van Johannes Vermeer en de voor hedendaagse ogen „fotografische look„ van Vermeers schilderkunst. Wat Van de Ven drijft is de liefde voor Vermeer en zijn artistieke zoektocht naar het licht; om met oude en moderne media een eigen draai te geven aan de visie van Vermeer. Op een speelse manier werkt Van de Ven met theater, licht, optica, projecties en schilderkunst/fotografie. De „Vermeer-weken„ zullen plaatsvinden van 27 april t/m 9 mei 2010. Tevens wordt een korte film opgenomen in de setting van de Muziekles van Vermeer. Op zondag 2 mei verzorgt VJ Martijn Grootendorst een optreden waarin moderne lichtprojecties en muziek een dialoog aangaan met het licht van Vermeer.
 
Bron: museumculemborg.nl
Het betoverde oog
foto van Thijn van de Ven naar de muziekles (ca. 1662-1664) van Johannes Vermeer

museumculemborg.nl

fundament & fragment

gelezen in Letter & Geest (Trouw) :
Lofzang op het fundamentalisme door Rik Torfs

Rick TorfsIn Letter & Geest, de weekendbijlage van Trouw, las ik een bijdrage van Rik Torfs, hoogleraar kerkelijk recht aan de Katholieke Universiteit Leuven. In Lofzang op het fundamentalisme vergelijkt hij de afgeronde levensvisie (het katholicisme van Evelyn Waugh) met het aftasten van Patrick Modiano van zijn verleden. Niet als zoektocht, maar juist om thuis te blijven. Al blijft dit verleden vaak bij fragmenten, ze vormen wel degelijk een fundament onder ons bestaan. Modiano is evenmin als Torfs een existentialist, die het bestaan beschouwt als een intrinsiek doelloze en zinloze zwerftocht.

Onze onmacht om onszelf, ons leven, onze God van vroeger een plaats te geven, dichten wij aan een grotere, alomvattende zinloosheid toe. Als wij geen zin kunnen vinden, is het omdat die er niet is. Raar. Wanneer iemand een onbevredigende relatie heeft met zijn vriendin, en daaruit afleidt dat goede relaties niet bestaan, haasten wij ons om de beperktheid van die visie aan het licht te brengen. Gaat het echter om zin, dan verheffen wij ons falen tot norm. Als wij niet kunnen geloven, komt dat omdat God er niet in slaagt te bestaan.
 
Bron: trouw.nl

Torfs besluit zijn essay met de transsubstantiatie. Het heiligste sacrament (mysterie) van de Kerk (de verandering van brood en wijn in het Bloed en Lichaam van Christus) kan de rationele mens uitsluitend symbolisch interpreteren. Symboliek is een soort één-tweetje in ons hoofd. Het Mysterie dat ons hart wil binnendringen, wordt ergens in ons hoofd opgelost: “o ja, dat moet je symbolisch zien!”

Zo heb ik vandaag, wie weet door aandachtiger te leven, meer sympathie voor de traditionele katholieke opvatting over transsubstantiatie dan vroeger. De transsubstantiatie: door de instellingswoorden tijdens de eucharistie worden brood en wijn het lichaam en bloed van Christus. Tegelijk houden zij op brood en wijn te zijn. Lange tijd dacht ik, zoals vele hedendaagse katholieken: we moeten dat allemaal symbolisch opvatten. Het brood blijft brood, de wijn blijft wijn. Vandaag weet ik dat niet meer zo. Symboliek is saai en simpel. Is het symbool geen vlucht voor wat confronterend, en tegelijk voor wat inspirerend is? Brood en wijn die werkelijk lichaam en bloed worden, klinkt dat niet veel spannender? Er komt een moment in je leven waarop je niet langer wil dat waarheid onaantrekkelijk is.
 
Bron: trouw.nl

Rick Torfs : Wie gaat er dan de wereld redden?