Maandelijks archief: oktober 2011

bordkartonnen Middeleeuwen

De ontdekking van de Middeleeuwen
geschiedenis van een illusie door Peter Raedts

de ontdekking van de MiddeleeuwenOp de omslag van De ontdekking van de Middeleeuwen staat een bekend schilderij van de Duitse romantische schilder Caspar David Friedrich afgebeeld. Het past uitstekend bij de ondertitel “geschiedenis van een illusie”. De ruïne van de kathedraal lijkt op een theaterdecor, plat en aan één kant betoverend. Zo zijn we sinds de Romantiek ook tegen de Middeleeuwen aan gaan kijken.

Vooral in Duitsland kwamen na 1800 de fantasierijke Middeleeuwen weer tot leven als een reactie op de rationele Verlichting. Men verlangde natuurlijk niet terug naar de barbaarsheid van de duistere eeuwen, maar wéll naar verbeelding, kleinschaligheid, handwerk, universeel geloof en supranationale gemeenschap. Toch zouden de Middeleeuwen ook gebruikt worden voor nationalistische ideeën. Zo werd in het verbrokkelde Duitsland in de eerste helft van de negentiende eeuw keizer Barbarossa een inspirerende figuur voor Duitse nationale eenheid.

Tot aan het einde van de achttiende eeuw werden de Middeleeuwen afgedaan als een duister, barbaars tijdperk tussen de klassieke Oudheid en de Verlichting. Petrarca vond het een diepe afgrond. Erasmus verafschuwde de steriele geleerdheid van de Middeleeuwen. Voltaire haatte de middeleeuwse kerk, die het leven van mensen vergiftigde. En Adam Smith betreurde de macht van de gilden, die een vrije markt van vraag en aanbod in de weg stonden. Rond 1800 veranderde dat ineens. De Middeleeuwen waren nu een voorbeeld van authentieke menselijkheid, onderlinge verbondenheid en wederzijdse verantwoordelijkheid in hechte volksgemeenschappen. De Duitse dichter Novalis sprak van „schone schitterende tijden, toen Europa één christelijk land was„, Walter Scott verheerlijkte in Ivanhoe de belangeloze trouw van de ridder, Karl Marx en William Morris zagen in de middeleeuwse gilden een voorafspiegeling van de solidariteit van de arbeidende klasse.
 
Bron: vanstockum.nl

De ontdekking van de Middeleeuwen [ nrclux.nl ]

Luipaard & Fox terriër

vanmiddag gezien op Een: Bringing up Baby (1938)

Ik ben beslist geen liefhebber van screwball comedies maar vanmiddag keek ik toch naar Bringing up Baby met Cary Grant en Katharine Hepburn. Het is een echte klassieker en volgens kenners een van de grappigste films die er ooit in Hollywood zijn gemaakt. In 1938 moet het een sprankelende film geweest zijn, maar bijna vijfenzeventig jaar later zijn de grappen toch wel flauw en belegen. Een fox terriër die er met het bot van een brontosaurus skelet vandoor gaat, waar kende ik dat ook alweer van? Heeft Hergé nu naar Bringing up Baby gekeken, of heeft Howard Hawks naar Hergé geknipoogd?

Bringing up Baby
Bringing up Baby filmposter

Bringing up Baby verscheen in maart 1938 in de bioscoop. De scene waarin Bobbie er met het bot van een diplodocus vandoor gaat, komt voor in Le Sceptre d’Ottokar dat op 4 augustus 1938 voor het eerst verscheen in Le Petit Vingtième. Hergé moet de film in het voorjaar of in de zomer gezien hebben.

Bringing up Baby [ imdb.com ]

romantiek & expressionisme

De invloed van de Oostenrijkse schilder Moritz von Schwind
op de Duitse filmpionier Paul Wegener

WegenerDe Duitse toneelspeler en regisseur Paul Wegener speelde al voor de Eerste Wereldoorlog in films en kreeg bekendheid met zijn rol als Balduin in Der Student von Praag (1913). Vanaf 1916 ging hij zelf films regisseren. Der Yoghi, Rübezahls Hochzeit, Der Golem und die Tänzerin, Hans Trutz im Schlaraffenland, Der Rattenfänger von Hameln en Der fremde Fürst verschenen allemaal nog in het Duitse keizerrijk en zouden invloed hebben op de expressionistische film van de Weimar Republiek. Wegener koos voor de sprookjes- en fantasyfilm, een genre dat is voortgekomen uit de Duitse Romantiek. De expressionistische film die in wezen neoromantisch was, sloot daar precies bij aan. Paul Wegener keek al vóór Murnau en Lang goed naar de schilderkunst. Het personage voor de film Rübezahls Hochzeit (1916) ontleende hij van de laat-romantische Oostenrijkse schilder Moritz von Schwind die de sprookjesfiguur Rübezahl als een noordelijke faun had uitgebeeld.

Rübezahls  door Schwind
Rübezahl door Moritz von Schwind in 1830 en 1859. De tweede versie leent zich door zijn expressieve profiel goed voor een van de voorlopers van de expressionistische film.
Wegener en Schwind
stills uit Rübezahls Hochzeit (1916) van Paul Wegener en het schilderij dat Moritz von Schwind in 1859 van Rübezahl maakte
It is reasonable to argue that the German cinema is a development of German Romanticism, and that modern technique merely lends visible form to Romantic fantasies

Lotte Eisner in “Murnau” (1967)

Morgenstunde
Moritz von Schwind Morgenstunde
Zowel Wegener als Murnau gebruikten dit tafereel voor een van hun films

Paul Wegener – Frühe Moderne in Film [ sensesofcinema.com ]