



Journey to Pascha
A Daily Guide Through Holy WeekThe services of Holy Week transform us into eyewitnesses and direct participants in the awesome events of the Passion and Resurrection of Jesus Christ…
(Deze brochure is te downloaden op lent.goarch.org als PDF in twee formaten: 8.5x11 inch en 11x17 inch Format, beiden 13 MB groot)
De wereld is sinds de globalisering van de massamedia, de invoering van de computer en internet dramatisch veranderd. De snelheid waarmee de politieke, economische en culturele werkelijkheid zichzelf modificeert en uitvindt, is voor het beperkte bevattingsvermogen van de mens angstaanjagend. Elke vorm van rust is weg. Snelheid is de maat. Echter, de mens is nog steeds een traag wezen. Het mentale denkproces ging de trage fysieke werkelijkheid van de mens altijd ver te boven.

Marius Bauer volgde van 1878 tot 1885 de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, waar hij met onder andere zijn tijdgenoot Breitner les kreeg. Hij was lid van de Pulchri Studio en Arti et Amicitiae. In 1888 maakte hij een studiereis naar Istanboel. Vanaf dat moment is het ‘Oosten’ zijn hoofdonderwerp. Hij maakte hierna vele reizen naar Spanje, Rusland, Marokko, Algerije, Egypte, India, Ceylon en Nederlands-Indië.
Heidegger »Das ist Philosophie. Ich verstehe kein Wort. Aber das ist Philosophie«, meinte schon C.F. von Weizsäcker. Hier erklären bedeutende Heidegger-Kenner, was es mit seinem weitläufigen, oft unzugänglich wirkenden Werk auf sich hat. In 11 Beiträgen erläutern sie die Bedeutung und Originalität des Begründers der Fundamentalontologie: von seiner revolutionären Frage nach dem Sein bis zur Frankfurter Schule. Dabei wird auch Heideggers Verstrickung in den Faschismus nicht ausgespart. Dokumentationen, Interviews, Gespräche, Vorträge und Aufnahmen mit: Peter Sloterdijk, Karl Rahner, Hans-Georg Gadamer, Victor Farias, Alexander Schwan, Eugen Fink, Günther Anders, André Glucksmann, u.a. Die DVD enthält die einzigen Originalaufnahmen mit Martin Heidegger, u.a. 1964 im Gespräch mit dem buddhistischen Mönch Bhikku Maha Mani.In 1966 vond er een beroemd geworden interview plaats met de toen 77-jarige Martin Heidegger. De filosoof werd vooral ondervraagd over zijn omstreden nazi-verleden, maar ook over zijn visie op de rol van de techniek en de toekomst van de westerse wereld. Heideggers antwoord: “Nur ein Gott kann uns retten” Pas na zijn dood in 1976 mocht Der Spiegel het publiceren.

Der Spiegel #23 uit 1976 is te bestellen bij spodats.de en kost € 12.
download het interview als PDF [ engelse vertaling ]
Ik maakte het eerst kennis met Ad Verbrugge door een avondje Zomergast(en) in 2006. Verbrugge (Terneuzen, 1967) is een filosoof van mijn eigen generatie en stelt zich duidelijk pessimistischer op dan de voorgaande generatie, de babyboomers. Vorige week begon ik eindelijk aan Tijd van Onbehagen, een bundel filosofische esays over een cultuur op drift. Op de omslag staat het schilderij Erwartung (1935) van Richard Oelze afgebeeld. De onheilszwangere sfeer brengt Untergang des Abendlandes van cultuurpessimist Oswald Spengler in herinnering. Verbrugge is niet de enige die het interbellum (en zijn cultuurpessimisme) verbindt met onze tijd. Na de optimistische jaren vijftig en zestig waarin de babyboomers opgroeiden, volgden de moeilijke jaren zeventig en tachtig, waarin de generatie van Verbrugge tot bewustwording kwam. In de jaren negentig nam de welvaart weliswaar toe, maar tegelijkertijd werd de schaduwzijde steeds meer zichtbaar en in het nieuwe millennium moest ook de mondiale instabiliteit onder ogen gezien worden. Het maakbaarheidsideaal van de babyboomers kwam onder druk te staan.
Verbrugge sluit aan bij een groep denkers die zich communitaristen noemen. Deze leggen de nadruk eerder op het cement van de samenleving dan op de bouwstenen (het individu) en bekritiseren het individualisme dat in hun ogen sinds de jaren zestig te ver is doorgeslagen. Het gevolg is dat de boel uit elkaar dreigt te vallen. William Butler Yeats “Things fall apart, the centre cannot hold” wordt regelmatig geciteerd en ook worden parallelen getrokken met de duistere tijd waarin het nationaal socialisme zich kon ontwikkelen en presenteren als dé oplossing om de boel bij elkaar te houden. Religie speelt een centrale rol als het gaat om datgene wat mensen bindt. Niet voor niets maakte het nationaal socialisme gebruik van het mythische en (quasi-)religieuze. En niet voor niets is de mensheid na de oorlog huiverig geworden voor religie, ideologie en Grote Verhalen en laat de post-moderne mens zich liever leiden door relativisme. De ‘veilige’ optie van het relativisme ondermijnt echter ook de gemeenschap. Het bindmiddel van gemeenschappelijke waarden spoelt weg wanneer waarheid vervangen wordt door ‘eigen waarheid’ (lees: mening). Wat overblijft zijn losse individuen. Daarom is de voornaamste zorg van het communitarisme het vaststellen en beschermen van gemeenschappelijke waarden die een samenleving bij elkaar houden.
In het voorlaatste en langste essay De dood van God? uit de bundel Tijd van Onbehagen geeft Verbrugge en filosofisch en historisch overzicht van de (westerse) Verlichting en het onvermijdelijke gevolg daarvan, wat we na Nietzsche de dood van God zijn gaan noemen. Verbrugge vervangt Nietzsches uitroepteken met een vraagteken. Want religie en God zijn weer helemaal terug. Hoe kan dat eigenlijk? Het geseculariseerde westen wordt geconfronteerd met miljoenen migranten voor wie Allah springlevend is. Hebben we hier enkel te maken met een botsing van beschavingen of is er méér aan de hand? Is er toch méér tussen hemel en aarde zoals ietsisten menen. Of heeft deze wereld een sterk westers beschavingsoffensief nodig, m.a.w. moet de islam door de Verlichting worden gejaagd? Verbrugge gelooft niet in de Verlichting zoals zijn collega’s Paul Cliteur en Herman Philipse en dat maakt hem voor mij een open filosoof, die de zwakke plekken van de (westerse) Verlichting onder ogen wil zien.
Verbrugge groeide op in een gelovig protestants milieu in Terneuzen, waar hij ook de middelbare school doorliep en al vroeg in de weer was met vragen over het ontstaan van de wereld en de aard van de samenleving. Hij koos dan ook voor een studie filosofie, die hij volgde aan de Universiteit Leiden van 1985 tot 1991. In 1994 werd hij er benoemd tot universitair docent wijsgerige ethiek.
In 2006 was bij Tegenlicht de documentaire Energy War te zien waarover ik later in mijn blog schreef. Centraal in deze documentaire stond de visie van Thomas L. Friedman die hij in zijn boek Hot, flat and crowded presenteert. Afgelopen maandag volgde in Tegenlicht de documentaire Energy Risk waarin een aantal experts op het gebied van energie en geopolitiek aan het woord kwam. Ook aan hen werd weer de brandende vraag voorgelegd: Wat doen we straks als onze fossiele brandstoffen op zijn?

The New Cold War
Russia’s vengeful, xenophobic, and ruthless rulers have turned the sick man of Europe into a menacing bully. The rise to power of Vladimir Putin and his ex-KGB colleagues coincided with a tenfold rise in world oil prices. Though its incompetent authoritarian rule is a tragic missed opportunity for the Russian people, Kremlin, Inc. has paid off the state’s crippling debts and is restoring its clout at home and abroad. Inside Russia it has crushed every constraint, muzzling the media, brushing aside political opposition, castrating the courts and closing down critical pressure groups. The murders in 2006 of the journalist Anna Politkovskaya in Russia, and the British citizen Aleksandr Litvinenko, highlight the danger faced by anyone who stands in the Kremlin’s way. In eastern Europe, vulnerable and ill-run, and even in the complacent rich democracies, Russia is subverting the institutions of state and buying up the commanding heights of the economy.
Bron: edwardlucas.com

In de tentoonstelling zijn in totaal 85 werken van 32 outsiderkunstenaars te zien, waaronder Fritz Koller, Otto Prinz, Franz Artenjak en George Widener.
In het prentenkabinet toont het museum bronzen en keramische beelden van de Nederlandse kunstenaar Joost van den Toorn, in combinatie met een door de kunstenaar verzamelde collectie outsiderkunst. Van den Toorn vindt het bijzonder zijn collectie te tonen in het Kröller-Müller Museum vanwege de grote collectie schilderijen van Vincent van Gogh. Juist deze kunstenaar werd in zijn beginjaren, en ook daarna, gezien als outsider.
Sinds januari staat het hoogste gebouw ter wereld, de Burj Khalifa in Dubai. Met een hoogte van 828 meter laat het nummer twee, de Tapei 101 (508 m.) in Taiwan ver achter zich.

Honderd jaar geleden was de wedloop om het hoogste gebouw ter wereld een Amerikaanse affaire en was New York het terrein waar deze strijd gestreden werd. Wolkenkrabbers zagen er nog niet futuristisch uit, maar waren in neo-stijlen opgetrokken. Het neo-barokke Singer Building (187 m.) mocht van 1908 tot 1909 de titel van hoogste gebouw ter wereld dragen.

In 1909 nam de Metropolitan Life Insurance Company Tower (213 m.) de titel over. Dit gebouw is een vergrootte kopie van de toren aan het San Marcoplein in Venetië, die overigens ook te vinden is op het overzicht hierboven uit 1908.

Vier jaar later werd ook dit gebouw weer ingehaald door het neo-gothische Woolworth_Building (241 m.). Pas in 1930 zou deze wolkenkrabber weer overtroffen worden door het Chrysler Building (1930). Neo-stijlen waren inmiddels uit, de klassieke (art deco) wolkenkrabberstijl was geboren.


overzicht van hoogste gebouwen ter wereld (1890-2009)
meer wolkenkrabbers op deze blog


De stijlperiode tussen ‘Biedermeier’ en vóór Berlage wordt in Nederland wel eens met De Lelijke Tijd aangeduid. Het is de periode van het historisme (1835-1895). Daarin worden historische stijlen zoals rococo of gotiek geïnterpreteerd en gecombineerd tot een uitbundige - typisch 19de eeuwse - stijl.
Om ‘de kaalslag’ van het modernisme na de Eerste Wereldoorlog te kunnen begrijpen, zou je je eigenlijk eerst moeten ‘opsluiten’ in de negentiende eeuw. De regeerperiode van koningin Victoria (1837-1901) viel samen met het historisme, vandaar dat we deze tijd meestal het Victoriaanse tijdperk noemen. Maar we zouden het ook het tijdperk van Franz Jozef kunnen noemen. Deze was van 1848 tot 1916 keizer van Oostenrijk-Hongarije. Je hoeft maar naar films van D.W.Griffith te kijken om te weten dat de gezwollenheid van de negentiende eeuw tijdens de Eerste Wereldoorlog nog steeds niet echt was doorgeprikt. Maar na 1920 ging het ineens hard: het Russische constructivisme, het Bauhaus en De Stijl sloegen met hun sloophamers de negentiende eeuwse bombast aan barrels. De moderne twintigste eeuw moest nuchter, strak en zakelijk zijn.

In de winter van 1995 was er in het Rijksmuseum de tentoonstelling De Lelijke Tijd te zien met kunstnijverheid uit de periode 1835-1895. Ik heb die helaas niet gezien, maar wanneer ik op Google Images zoek op “Victorian furniture” dan haal ik al die lelijkheid weer ruimschoots in. Een bezoek aan Huis Doorn volstaat ook. De laatste Duitse keizer staat immers bekend om zijn bedorven smaak. Ook de Franse keizer Napoleon III leed aan ’stijl-boulimie’. Zo is de Opéra Garnier die onder Napoleon III gebouwd werd exemplarisch voor de neo-barok van het Tweede Keizerrijk. De neo-barok werd tot in de twintigste eeuw toegepast, van Duitsland (waar het de Wilhelminischer Stil genoemd werd met o.a. Reichstag, Bodemuseum, Berliner Dom) tot de Verenigde Staten (Philadelphia City Hall en Singer Building in New York).


De Lelijke Tijd
Ook zullen rijk versierde ‘tentoonstellingsstukken’ worden geëxposeerd die speciaal gemaakt werden voor nijverheids- en wereldtentoonstellingen. In de tweede helft van de negentiende eeuw was het scala van stijlen waaruit men putte enorm, zoals op de expositie moet blijken. Daarin wordt een belangrijke plaats ingeruimd voor Pierre Cuypers, de architect van het Rijksmuseum. Hij was niet alleen de bouwmeester bij de herbouw van kasteel De Haar bij Utrecht, en ontwerper van talloze gebouwen (kerken, stations, huizen) maar ontwierp ook de interieurs en de meubelen en ornamenten. Een selectie daarvan is in ‘De Lelijke tijd’ te zien.
De Lelijke Tijd [ volkskrant.nl ] | eclecticisme [ nl.wikipedia.org ]
Jaren geleden schreef ik iets over de boekjes Schilders in Oosterbeek van Victorine Hefting, Kneppelhout en de Veluwse schildersbent van Else Maas en twee boekjes van Peter van der Kuil: Jan Kneppelhout en zijn tijdgenoten plus een wandelgids langs verschillende markante plekken in de schilderachtige omgeving van Oosterbeek, verschenen bij Uitgeverij Kontrast. Enige tijd geleden verscheen bij Uitgeverij Waanders het boek Gekleurd Grijs, waarin het dagboek van Gerard Bilders (zoon van de Oosterbeekse schilder W.G. Bilders) én een deel van zijn briefwisseling met de Oosterbeekse mecenas Johannes Kneppelhout is opgenomen. De inleiding is van Wiepke Loos.
Gerard Bilders, dagboek, 26 mei 1862
De jonggestorven landschapschilder Gerard Bilders (1838-1865) wordt beschouwd als een van de voorlopers van de Haagse School. Naast een delicaat geschilderd oeuvre zijn er ook belangwekkende geschriften van zijn hand bewaard gebleven, die door de letterkundige Johannes Kneppelhout in een zeer gelimiteerde editie zijn uitgegeven.

Gerard Bilders, brieven en dagboek [ dbnl.org ]
Johannes Kneppelhout [ dbnl.org ]

deketelfactory.nl | kinkekooi.com | meer hedendaagse nederlandse tekenaars
‘Niet doorvertellen hoor…’ zegt de kleine prinses Marianne (het kleine zusje van Guillot, de latere koning Willem II) wanneer ze Anna Paulovna voor het eerst ontmoet, de zuster van tsaar Alexander II met wie haar grote broer in 1816 trouwt, ‘…maar de kroon van mijn vader is eigenlijk van hout hoor!’ De tolk die Anna en Guillot dag en nacht begeleidt, vertaalt het maar niet…

Waar de waarheid wordt gesproken over de hoofdbedekking van koning Willem I, zo onjuist is De Troon over de hoofdbedekking van de Russische geestelijkheid. Regisseur Erik de Bruyn zal misschien gedacht hebben dat met het gedragen orthodoxe gezang, de wierookvaten en het visueel rijke kerkinterieur bij de meeste kijkers het beeld van de Russische Kerk wel compleet zal zijn. Maar God zit in de details. Tijdens de huwelijkskroning in De Troon zien we twee Russische geestelijken met bisschopsmijters op. Ook is er in het interieur van de kerk geen iconostase te bekennen. Voor de art director en de regisseur misschien onbelangrijke details. Of gewoon gebrek aan geld? Het budget voor De Troon bedroeg namelijk maar twee miljoen Euro.

Erik de Bruyn had wat mij betreft beter een voorbeeld kunnen nemen aan Michael Cimino. De regisseur van The Deer Hunter laat tijdens de plechtige huwelijkskroning in de Saint Sergius de Russische kathedraal van Cleveland de priester figureren zónder hoofdbedekking. Ook al heeft deze baardloze priester iets katholieks over zich, de iconostase maakt in ieder geval duidelijk dat je hier in een orthodoxe kerk bent.
In de vierde aflevering van De Troon (niet vanavond maar over twee weken op 27 maart) gaat het o.a. over grondwetsherziening van 1848. Voor ons land is dat een erg belangrijke gebeurtenis geweest, omdat deze de basis heeft gelegd voor ons huidige stelsel van parlementaire democratie. Niet langer is de koning, maar zijn de ministers verantwoordelijk voor het beleid. De Tweede Kamer krijgt veel meer invloed en wordt bovendien rechtstreeks - weliswaar voorlopig nog door een beperkte groep kiezers - gekozen.
koning Willem II
Waarom draaide Willem II op 13 maart 1848 ineens 180 graden? In februari was in Frankrijk de burgerkoning Louis Philippe afgezet en was de Tweede Republiek uitgeroepen. En een maand later brak in Pruisen de Maart Revolutie uit waarbij door het volk democratische en liberale hervormingen werden afgedwongen. De conservatieve Oranje koning zag zijn hoofd al onderaan de guillotine liggen. Willem II zou met zijn beperkte macht niet lang meer leven. Een jaar na zijn ‘bekering’ tot liberaal, overlijdt hij op 17 maart 1849.
Kort na de afkondiging van de Grondwetsherziening van 1840 doet Willem I afstand van de troon ten gunste van zijn oudste zoon, die vanaf 7 oktober 1840 als koning Willem II i gaat regeren. Het bewind van de nieuwe koning verschilt niet zo veel van dat van zijn vader. Ook Willem II heeft veel invloed op het bestuur en bemoeit zich met allerlei detailzaken. Bovendien is er net als onder het bewind van zijn vader veel kritiek op het financiële beleid. De koning houdt bovendien lange tijd iedere democratische hervorming tegen, en wenst zeker geen grotere invloed van de Tweede Kamer op het bestuur. Als echter begin 1848 in Duitsland en Frankrijk revoluties uitbreken, wijzigt hij (in één nacht) van standpunt. Buiten zijn ministers om vraagt hij de Tweede Kamervoorzitter om advies. Er wordt vervolgens een Grondwetscommissie ingesteld onder leiding van de liberaal Thorbecke. Die commissie komt met ingrijpende wijzigingen. De nieuwe Grondwet is de basis van ons huidige parlementaire stelsel. Op 17 maart 1849, vier maanden nadat de Grondwetsherziening tot stand is gekomen, overlijdt Willem II.
Vóór de grondwetsherziening van 1848 had de koning zoveel vrijheid dat hij als een autocraat met zijn bevolking om kon gaan. In de jaren veertig groeide overal in Europa de kritiek en brokkelde de Restauratie van 1815 verder af. Populair werd het ‘Onze Vader’ van de journalist Jan de Vos:
Onze Koning, die in ’s-Gravenhage zijt!
Uw naam worde geëerbiedigd!
Uw Koninkrijk moge blijven bestaan!
Uw wil geschiede, zoowel aan het Hof als bij de burgerij!
Geef ons heden door wijze wetten,
dat wij tenminste ons dagelijks brood mogen verdienen.
En vergeef ons onze achterstallige belasting, gelijk ook wij wel moeten doen met hen, die het ons toekomende niet kunnen betalen!
Leid ons niet in verzoeking om U te haten,
maar verlos ons van eenige ministers…
Amen!Jan de Vos, 1845
Het topstuk op de Tefaf is dit jaar een paneeltje van Sandro Botticelli dat door kunsthandel Dickinson uit New York voor 11,1 miljoen Euro wordt aangeboden. Het schilderijtje maakte deel uit van de kunstcollectie van John D. Rockefeller jr en wordt daarom wel de Rockefeller Madonna genoemd, niet te verwarren met de Madonna of the Rocks van Leonardo da Vinci. Daar bestaan zelfs twee exemplaren van die nu waarschijnlijk voor altijd in het Louvre en in de National Gallery zullen blijven.

Mijn brein zit tegenwoordig zo in elkaar dat ik bij een zwartwitfoto in de krant langer stilsta dan bij een kleurenfoto. Nu kranten in kleur gedrukt worden, is een zwartwitfoto meestal een historische foto. En het verleden trekt mij aan als een magneet. De oppervlakte geeft zich meer bloot, als ik onder de waan van de dag mag kijken. Ik voel me dan weer het jongetje dat op zijn buik de ondiepe bodem van de plas bestudeert. Bovendien houd ik van zwartwit foto’s omdat ze een imaginaire zwartwit-werkelijkheid laten zien. Als ik filmopnamen uit de jaren dertig zie, dan stel ik mij wel eens voor dat mijn ouders die van 1930 zijn, in zwartwit geboren zijn in een zwartwit kinderkamer. Natuurlijk was het rood toen even rood als nu. Maar toch, volgens de metabletica van Jan Hendrik van den Berg kán het: de wereld was vroeger zwartwit en is kleur geworden.
Het bijzondere van de documentaire Apocalypse World War II die vanaf gisteren op Canvas de komende zes weken wordt uitgezonden, is dat alle beelden in kleur zijn. Dat is bedrieglijk. Ook al kon er in 1939 in technicolor gefilmd worden (denk aan The Wizard of Oz uit dat jaar), dat gebeurde nog sporadisch. De meeste beelden zijn (erg goed) ingekleurd. Toch brengt dat de Tweede Wereldoorlog ineens heel dichtbij. Vroeger zat er voor mijn gevoel altijd een enorm gat tussen de Tweede Wereldoorlog en de Vietnamoorlog (waarschijnlijk omdat ik in dat ‘gat’ geboren ben), maar in feite was het maar 20 jaar, terwijl de Vietnamoorlog alweer 35 jaar achter ons ligt. Zwartwit beelden zijn in zekere zin veilig omdat ze bij een grijs verleden horen dat ver achter ons ligt. De (in)kleur(ing) maakt Apocalypse World War II griezelig actueel.
Overigens loopt op de Duitse televisie (ARD) ook een korte serie met nieuw filmmateriaal over de Tweede Wereldoorlog. Der Krieg is nog één keer te zien, op maandagavond 15 maart om 21.00. Ook deze serie toont alles in kleur.
Zaterdagavond ging de Nederlandse dramaserie De Troon van start. Regisseur Erik de Bruyn had in interviews al gezegd dat hij zich had laten inspireren door de dynamiek en eigentijdse frisheid van Marie-Antoinette van Sophia Coppola. Dat was meteen al aan de openingsscene te zien waarin we regentes Emma en een lakei door de paleistuin zien rennen. En ook daarna zie je geregeld opgewonden adel en hofhouding door paleizen rennen, gefilmd in handheld. Sophia Coppola was zeker niet de eerste die de achttiende eeuw met veel dynamiek in beeld gebracht heeft. Ook in Orlando (1992) en The Madness of George III (1994) zien we ‘rennende kostuums’ door paleistuinen en horen we opgejaagde muziek. Geen plechtige Shakespeare-achtige tableau vivants zoals in Willem van Oranje (1984). Zó moest De Troon dus niet worden en zo is het ook dus ook niet geworden.

Het taalgebruik is bewust hedendaags gehouden en dat lijkt mij een logische keuze. Men sprak aan het hof voornamelijk Frans en Duits en als er al een Nederlands woord zou zijn gevallen, dan zou dat Nederlands op z’n Bilderdijks zijn geweest. “We moeten alles doen om een troon onder onze kont te krijgen” zegt Willem Frederik (de latere koning Willem I) tegen zijn zoontje Guillot (de latere koning Willem II) als hij op audiëntie gaat bij Napoleon. Die scene heeft iets lachwekkend amateuristisch maar dat is waarschijnlijk bewust zo gedaan om de kneuterigheid van de Oranjes op het Europese toneel te benadrukken. De vrouw van koning Willem II en zus van tsaar Alexander I, Anna Paulovna, sprak met Russisch accent van Kneuterdijk en bedoelde daar dan ons land mee.
Willem Frederik tegen zijn zoontje Guillot
Naast de tv-serie De Troon lees ik in De Drie Oranje Koningen van Oranjekenner J.G. Kikkert. Dit boek leek mij een betere keuze dan het omstreden Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren van Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra, het boek waarop Ger Beukenkamp het scenario van De Troon gebaseerd heeft. Jan Kikkert heeft een indrukwekkend aantal oranjebiografieën op zijn naam staan en Prins Bernhard noemde hem ‘een nephistoricus‘ wat zijn betrouwbaarheid dus vergroot. Koning Willem I komt na zijn bronnenonderzoek (de tekst is met veel noten) niet bijzonder sympathiek naar voren. Hij was toch vooral de man die de Oranje dynastie zijn fortuin gaf ‘over de magere ruggen van de Javanen en hun lotgenoten’, zoals Kikkert schrijft. Hij wist een trouwe aanhang voor zich te winnen door deze in de adelstand te verheffen. Schandalen gingen met zwijggeld in de doofpot. Als het boek al zo begint, wat heeft het dan nog in petto? De drie hoofdstukken die ieder een Willem behandelen, heten respectievelijk: “Dit verfoeylijk wezen", “Laten we niet teveel van hem verwachten” en “Koning Gorilla".




Prachtig melodramatisch verhaal van en met Charles Chaplin als de kleine vagebond. Het tijdperk van de talkie was net begonnen, maar Charley Chaplin bleef met zijn achtergrond als varieté-artiest het sterkst in de gestyleerde werkelijkheid van de stomme film. Tachtig jaar na de opnamen blijft de film amuseren en ontroeren. City Lights was de favouriete film van Orson Welles die zelf de beste Amerikaanse film van de twintigste eeuw maakte.

Andrei Tarkovsky
Chaplin was exceptionally nervous about the reception of the film just prior to its release in 1931. Silent films were a total anachronism by this time, with Hollywood having completely switched to sound films by the end of 1929. However, the film was enthusiastically received by Great Depression era audiences, and was one of Chaplin’s most financially successful and critically acclaimed releases. At the gala Hollywood premiere, Chaplin’s special guests were Albert Einstein and his wife Elsa. Chaplin wrote in his autobiography that he knew the film would be a success after watching the Einsteins‘ reactions. The film was theatrically re-released in 1950. Bron: en.wikipedia.org
Vorig jaar overleed de Amerikaanse schilder Andrew Wyeth. Hij was de zoon van de legendarische illustrator Newell Convers Wyeth (1882-1945). In 1945 kwam deze met een tragisch ongeval om het leven samen met zijn kleinzoon op de spoorwegovergang vlakbij huis in Chadds Ford, Pennsylvania. Zijn zoon Andrew maakte de opdracht af waaraan zijn vader vlak voor zijn dood aan werkte. Dat was een serie muurschilderingen voor de Metropolitan Life Insurance Company met als thema de pelgrims van de Plymouth kolonie. De voorstellingen doen denken aan oude schoolplaten, zoals die van Johan Herman Isings (1884-1977). Een paar jaar later, in 1948 schilderde Andrew Wyeth zijn bekendste schilderij, Christina’s World dat een van de iconen van de twintigste eeuwse Amerikaanse schilderkunst is geworden en in het Museum of Modern Arts in New York hangt.

Newell Convers Wyeth stierf in oktober 1945, wat een grote invloed op zijn zoon had. Hierna werd zijn werk emotioneler. Hoewel hij in zijn eerdere werk ook af en toe een menselijke figuur geschilderd had, bijvoorbeeld in Rum Runner (1944), begon hij pas na zijn vaders dood serieus mensen te schilderen. In 1966 trok een belangrijke overzichtstentoonstelling van Wyeth’s werk in de Pennsylvania Academy of Fine Arts in Philadelphia en het Baltimore Museum of Art in 1966-67 honderdduizenden bezoekers en brak bezoekersrecords in 1967 in het Whitney Museum voordat het naar het Art Institute of Chicago ging. In de periode 1971-1985 schilderde Andrew Wyeth een reeks portretten, getiteld de Helga Pictures. Hij maakte hiervoor 247 studies van hun buurvrouw, de Pruisische Helga Testorf, die onder meer muzikante was. In 1977 maakte Wyeth zijn eerste reis naar Europa, om geïnstalleerd te worden in de Franse Academie van de Schone Kunsten, de enige Amerikaanse kunstenaar sinds Singer Sargent die werd toegelaten tot de Academie. In 1978 werd hij door de Sovjet Academie van de Kunsten gekozen tot erelid. Recentelijk ontving Wyeth de 2007 National Medal of Arts.Newell Convers Wyeth [ ncwyeth.org ]
Andrew Newell Wyeth [ andrewwyeth.com ]



Bij de tentoonstelling Vergangene Welten (2006) in het Von der Heydt Museum in Wuppertal verscheen een dikke en fraai uitgevoerde catalogus. Gisteren kocht ik deze voor maar € 19,95 bij restseller Jokers in Düsseldorf. Het echtpaar Lohmann verzamelde ruim een halve eeuw prenten en bouwde een indrukwekkende collectie op met grafisch werk van 1500 tot de vroege twintigste eeuw. Daartoe behoren kopergravures van Albrecht Dürer (1471-1528), Lucas van Leyden (ca.1494-1533), Heinrich Aldegrever (1502-ca.1551/1561), Philipp Galle (1537-1612), Jacques Callot (1592-1635) en een puntgave serie kopergravures van Hendrick Goltzius (1554-1616) uit 1592, de negen muzen.

Deze Pegasus van Jacopo de’ Brabari behoort wel niet tot de Lohman Collectie, maar ze staat in duidelijk contrast met de kopergravures van Hendrick Goltzius. Wat ik aan de gravures van Goltzius zo bewonder, is de onberispelijke lijnvoering. Net als Ingres is hij een tekenaar die de perfecte vloeiende lijn beheerst. Nog meer dan de tekenaar moet de graveur kalligrafische kwaliteiten bezitten. De vloeiende lijn moet hij namelijk kunnen laten echoën in de arcering die nodig is om grijswaarden te scheppen. Wanneer ik Goltzius probeer te volgen, dan lijkt mijn lijnenspel meer op dat van Jacopo de’ Brabari: expressief misschien, maar ook onregelmatig.

Bij Goltzius lijkt het alsof hij over alles een grofmazige nylonkous trekt. Met zijn gevoelige naald fabriceert hij een soort 3D-wireframe met een bijna machinale consistentie en perfectie. Toch blijft zijn handschrift persoonlijk. Dat vind ik fascinerend om te zien.
Laatst weer eens gelezen in American Visions van Robert Hughes over de geschiedenis van de Amerikaanse kunst. In het hoofdstuk Steden van Cement schrijft hij over de tweede helft van de negentiende eeuw. Het was voor mij een verrassing te lezen dat de oorsprong van de wolkenkrabber teruggaat tot vóór de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Het begon dus niet met de architect Louis Sullivan in de 1890’s maar al vier decennia eerder…

Het eerste gebouw waarin de modulaire bouw met ijzer werd toegepast, was het Harpers & Brothers Building in New York ontworpen in 1854 door James Bogardus.

Harper & Brothers Building bestaat allang niet meer, maar toch zijn er in New York gelukkig nog oude ijzeren gebouwen van vóór de Amerikaanse Burgeroorlog bewaard gebleven. Op de blog The Masterpiece Next Door kwam ik een stukje tegen over Bruce Building in Canal Street. Mogelijk is het gebouwd door pionier James Bogardus. Het dateert uit 1856-57.


Een andere ijzeren prefab ‘wolkenkrabber’ uit de 1850’s is Haughwout Building op 488 Broadway, ontworpen door John Gaynor. De gietijzeren profielen werden gefabriceerd door Architectural Iron Works in New York van Daniel Badger. Deze fabriek had veel succes met de modellen van een Engelse ontwerper. Deze tekende catalogi vol met kroonlijsten, panelen en ballustrades die gebaseerd waren op historische stijlen. Ze gaven een facade klassieke uitstraling maar waren tegelijkertijd veel goedkoper dan beeldhouwwerk.

Rise of the New York Skyscraper: 1865-1913
A confluence of technology (the elevator), social change (the increase in the number of office workers), and geology (a downtown limited in area by surrounding water) transformed New York City from an expanse of low buildings to a forest of skyscrapers. Landau, an art history professor at New York University, and Condit, a professor emeritus of art history at Northwestern, explore the development of the skyscraper from the 1868 Equitable Building, the first to use elevators for people rather than freight, to the Woolworth Building, which was called the “Cathedral of Commerce” and for which President Woodrow Wilson traveled to New York to activate the building’s lights during its grand opening.
Bron: amazon.com
Elke vijfenveertigplusser herinnert zich waarschijnlijk nog de Tracy’s uit de Thunderbirds met hun aanstekelijke life style. De speelgoed SF-serie speelt zich af in het jaar 2065 maar ziet er erg 1965 uit. De Tracy’s wonen op hun privé tropisch eiland niet in een gewoon huis maar in een bungalow die John Lautner ontworpen zou kunnen hebben: strak, veel glas en in een ongerepte natuur, liefst half zwevend boven een waterval. Over John Lautner ging het gisteren in Close Up. Zaterdagmorgen volgt de herhaling op televisie, maar de documentaire is ook permanent in kleinbeeld op internet te zien.
