Maandelijks archief: april 2005

operatsaar

vandaag 400 jaar geleden gestorven:
Tsaar Boris Godoenov, 13 april 1605
Boris Godoenov (ca. 1551 – 13 april 1605) was de machtigste man van Rusland aan het eind van de 16e eeuw en tsaar van 1598 tot 1605. Toen Ivan de Verschrikkelijke in 1584 stierf, werd zijn zoon Fjodor tsaar. Fjodor was echter geen sterke monarch, en diverse edelen streden om de macht. Boris Godoenov, zwager van de tsaar, kwam als overwinnaar uit de strijd, en werd de facto heerser over Rusland.
 
BorisGodoenovs regering was succesvol. Vrede en rust keerden terug, en de economie bloeide. Diverse bouwprojekten kwamen tot stand:De stadsmuren van Moskou en Smolensk, uitbreiding van de haven van Archangelsk en een groot aantal kerken. Ook breidde hij de Russische macht uit in het zuiden (Oekraïne) en oosten (Siberië), en heroverde gebieden die verloren waren gegaan aan Zweden.
 
In 1598 stierf Fjodor kinderloos, en Godoenov werd op 1 september tot tsaar gekroond. Om de trek van de boeren van kleinere, vaak militair belangrijke, naar grotere commerciële boerderijen tegen te gaan, werden ze aan de grond gebonden, waarmee de al sterk in zijn rechten beperkte Russische boer volledig tot lijfeigene werd.
 
Godoenov kreeg nu met grote problemen te maken. Sommige boeren, uitgeknepen door hun landeigenaren, vormden roversbenden. Bovendien leidden opeenvolgende misoogsten in 1601-1603 tot een grote hongersnood. Godoenov liet weliswaar graan uitdelen, maar dat werd meest achtergehouden door handelaren en grootgrondbezitters. Ook waren er geruchten dat Godoenov leden van de oude tsarenfamilie had vermoord.
 
Een volksopstand van boeren, bandieten en gevluchte slaven werd in 1603 door het leger neergeslagen, maar het volgende jaar trok een man op naar Moskou die beweerde de (in werkelijkheid bij een aanslag omgekomen) zoon van Ivan de Verschrikkelijke, Dimitri te zijn. Deze ‘valse Dimitri’ bleek een charismatisch leider, en Godoenov had niet de macht zich tegen hem teweer te stellen.
Bron: wikipedia.org

sovjetheilige

vandaag 44 jaar geleden:
Joeri Gagarin eerste mens in de ruimte, 12 april 1961
Gagarin werd geboren in Gzjatsk, Smolensk Oblast, Rusland. Hij was piloot in de Russische luchtmacht en werd in 1960 samen met 19 collega’s geselecteerd voor de eerste groep die de training en opleiding tot ruimtevaarder gingen volgen. In eerste instantie werd Gherman Titov geselecteerd voor de eerste bemande ruimtevlucht. Maar omdat de Russische autoriteiten vonden dat zijn naam (Gherman) te Duits klonk werd Gagarin geselecteerd voor de lancering in de Vostok 1 op 12 april 1961. Door deze roemruchte vlucht werd Gagarin de eerste mens in de ruimte. Vanaf 1962 diende hij als representant in de Opperste sovjet.
Joeri Gagarin
communistische icoon:
Joeri de Grote, de eerste mens in de ruimte
Gagarin werd opgeleid als reservebemanning voor de Sojoez 1, de vlucht die op 24 april 1967 rampzalig eindigde met de dood van het enige bemanningslid, Vladimir Komarov. Gagarin werd ook geselecteerd voor de training voor een missie naar de maan. Die missie hebben de Russen uiteindelijk afgelast.
Er bestaan hardnekkige complottheoriëen dat vóór Gagarin minstens twee andere russen in de ruimte zijn geweest, maar dat die zwaar gewond zouden zijn geraakt of het zelfs niet hebben overleefd. Bewijzen die hiervoor zijn aangevoerd blijken allemaal gefingeerd te zijn.
Gagarin kwam op 27 maart 1968 op 34-jarige leeftijd om het leven bij een ongeluk met een MiG-15 straaljager tijdens een routine-trainingsvlucht nabij Moskou. Gagarin was gehuwd en had 2 kinderen.
Bron: wikipedia.org

eerste viervoeter in de ruimte

nacht van onbehagen

Afgelopen nacht debateerden
Ad Verbrugge en Dick Pels in de nacht van de Filosofie

In de bijlage Letter & Geest publiceert Trouw dit weekend een polemiek tussen de filosoof Ad Verbrugge en de socioloog Dick Pels.

De socioloog Dick Pels vindt het alom bejubelde boek ‘Tijd van onbehagen’ van de jonge filosoof Ad Verbrugge ‘een stuk gevaarlijker dan tot nu toe werd gesignaleerd’. Ad Verbrugge reageert fel: ‘Ik word gedegradeerd tot een vijand, die niet weerlegd maar ontmaskerd moet worden als een gevaarlijk kwaad – een manier van doen waar mensen met goede smaak zich toch eigenlijk verre van moesten houden.’
Ad VerbruggeAd Verbrugge (1967) is universitair hoofddocent sociaal-culturele wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zijn dissertatie, De verwaarlozing van het zijnde: een ethologische kritiek van Heideggers Sein und Zeit verscheen in 2001.
In 2004 verscheen zijn tweede boek, Tijd van onbehagen. Filosofische essays over een cultuur op drift. Het boek verwoordt een gevoel van onbehagen zoals dat in de huidige samenleving bestaat. In een zevental essays behandelt Verbrugge uiteenlopende actuele thema’s als de oorlog in Irak, zinloos geweld en de vereniging van Europa. Door deze essays heen loopt de gedachte dat de hedendaagse westerse cultuur „op drift„ is geraakt en de waarde van het individu en autonomie worden overschat. Het individualisme als hoogste waarde heeft geleid tot onverschilligheid, solipsisme en calculerend consumentisme. Een probleem als zinloos geweld blijkt dan niet een nare bijkomstigheid, maar juist een logisch onderdeel van deze samenleving.
Het alternatief zoekt Verbrugge in het herontdekken van culturele en historische waarden. De remedie tegen het hedendaagse onbehagen ligt volgens hem in het zoeken naar de waarden die een gemeenschap verbinden. Hij pleit ervoor de zinloosheid van de samenleving te bestrijden met behulp van een bezieling die boven het individu uitstijgt. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat we onze gemeenschappelijke christelijke achtergrond opnieuw moeten opzoeken.
Auteur van De verwaarlozing van het zijnde (2001), Tijd van onbehagen. Filosofische essays over een cultuur op drift (2004)
Dick PelsDick Pels (1948) is socioloog en publicist. Hij werkte aan de faculteit van Filosofie te Groningen en was professor in sociologie aan de Brunel Universiteit in Londen. Pels heeft onder andere de biografie van Pim Fortuyn geschreven: De geest van Pim, waar hij in 2004 de Socrateswisselbeker mee won. Daarvoor schreef hij Het democratische verschil (1993) en Jacques de Kadt en de nieuwe elite (1993) . De laatste tijd is hij veel in het nieuws geweest naar aanleiding van de oprichting van de linkse denktank Stichting Waterland. Daarvoor schreef hij het Progressief Manifest (2004) Volgens Pels moet links zichzelf opnieuw uitvinden, omdat oude linkse antwoorden vandaag niet meer voldoen als antwoord op onze problemen. Het ideaal is dat linkse waarden zoals solidariteit, vrijzinnigheid en democratie worden verwezenlijkt, terwijl de vrijheid van het individu gewaarborgd blijft. Hij pleit daarom voor sociaal-individualisme. Iedereen moet vrij zijn om zichzelf te ontplooien in zelf gekozen gemeenschappen, zolang anderen daar niet mee worden geschaad.
Auteur van o.a. Jacques de Kadt en de nieuwe elite (1993), Het democratische verschil (1993), De geest van Pim (2004)

Bron: Maand van de Filosofie