Maandelijks archief: januari 2010

achteruitkijkspiegel

eindeloos turen op tijdbalken…

Ik weet niet waar mijn belangstelling voor het verleden precies vandaan komt. Ongetwijfeld heeft het iets met de eigen identiteit te maken, met het opzoeken van mijn wortels en die van mijn voorouders. Door te graven in het verleden vinden we eigenlijk altijd scherven. Het verleden is veel te groot en ontsnapt aan ons beperkte zicht. Het is een onmogelijke opgave om de geschiedenis te kennen. Waarom zou je dan met jaartallen een net willen spannen over het verleden wanneer je weet dat je het nooit zult vangen? Maar met het grofmazige net dat we zélf kunnen knopen, kunnen we door de historische feiten die we daar mee vangen toch een beperkt overzicht van het verleden te krijgen.

willebroek.info
tijdbalk op willebroek.info

Voor mij is een tijdbalk zo’n net waarmee je de verleden tijd kunt vangen. Het is een soort doodskleed vol gaten dat over het lijk van de tijd ligt uitgespreid. Meestal heeft een tijdbalk een bewuste beperking en wordt bijvoorbeeld het overzicht beperkt tot de Nederlandse, Europese of Amerikaanse geschiedenis. Of de tijdbalk focust alleen in op kunst, wetenschap of politiek. Want het doel van de tijdbalk is het overzicht en dat is per definitie een groteske versimpeling van de werkelijkheid. Interessant wordt het wanneer het overzicht en de werkelijkheid elkaar weer gaan raken, wanneer ik in de veelheid van informatie het overzicht weer verlies en wordt teruggeworpen in het hier en nu, in de lévende tijd waarin ikzelf de enige ben die een stap naar voren kan zetten. Want ook al hou ik van het beeld in de achteruitkijkspiegel, de weg ligt vóór mij.

entoen.nu
de canon van Nederland

De canon van Nederland biedt een overzicht van de (Nederlandse) geschiedenis, samengevat in 50 ‘vensters’. Leerlingen (én leraren!) in de bovenbouw van het basisonderwijs worden geacht het uitzicht te kennen dat deze vensters op onze geschiedenis geven. Zonder historisch bewustzijn is er geen nationaal bewustzijn. En zonder nationaal bewustzijn zak je voor je ingeburgeringsexamen.

tijdbalk [ willebroek.info ] | de canon van Nederland [ entoen.nu ]

tweemaal Slag bij Waterloo

De Slag bij Waterloo door Jan Willem Pieneman en Louis Moritz

Napoleon BuonaparteOver vier jaar zullen er twee grote herdenkingen zijn. Het zal dan honderd jaar geleden zijn dat de Eerste Wereldoorlog begon en nog eens honderd jaar eerder het Congres van Wenen. Na de Napoleontische oorlogen en na de Eerste Wereldoorlog zou de kaart van Europa drastisch veranderen. Napoleon was in 1814 verbannen maar nog steeds niet definitief verslagen. Op 1 maart 1815 wist hij van Elba te ontsnappen en kwam nog eens voor honderd dagen terug op het Europese toneel. Op 18 juni 1815 na de Slag bij Waterloo moest hij voorgoed de aftocht blazen.

Op 1 maart 1815, toen het congres nog in volle gang was, wist Napoleon van Elba te ontsnappen. Al snel had hij weer een grote legermacht onder zijn bevel, waarmee hij opnieuw oprukte tegen de mogendheden. Uiteindelijk werd hij door Pruisische, Hollandse, Belgische, Nassause (onder aanvoering van de prins van Oranje) en Engelse legers verslagen bij Waterloo. Daarna aarzelde Willem niet langer en riep zich op 16 maart 1815 met instemming van de mogenheden uit tot Koning der Nederlanden, Willem I, nadat op 13 februari 1815 de Nederlanden definitief verenigd werden in het Traktaat van de 38 Artikelen. In september werd in Brussel de eenwording van de Noordelijke- en Zuidelijke Nederlanden plechtig gevierd.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Voor het nationale zelfbewustzijn van het piepjonge Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was de aanwezigheid van de prins van Oranje tijdens de Slag bij Waterloo van enorm belang. Bovendien was Napoleon voorgoed verslagen op het grondgebied van het koninkrijk, want Belgiëen Nederland waren toen nog verenigd. De jonge prins van Oranje en latere koning Willem II (1840-1849) werd tot nationale held gemaakt. Dat hij tijdens de veldslag (aan zijn schouder) gewond was geraakt, sprak nog meer tot de verbeelding. Voor de historieschilders was er werk aan de winkel. Het bekendst is het heldhaftige schilderij dat Jan Willem Pieneman in 1824 voltooide. Het is een doek van on-Nederlandse afmetingen (576 x 836 cm!) en hangt nu in het Rijksmuseum.

Pieneman
Jan Willem Pieneman 1824
De slag bij Waterloo, 18 juni 1815
Olieverf op doek, 576 x 836 cm
Centrale figuur is de hertog van Wellington terwijl de gewonde prins Willem II links staat afgebeeld
Jan Willem PienemanJan Willem Pieneman werkte jaren aan ‘Waterloo‘. In de jaren 1819-1821 was hij verschillende malen langdurig bij de hertog van Wellington te gast om portretstudies van Wellington en diens officieren te maken. Op het schilderij zijn 69 personen herkenbaar. Het enorme schilderij was in 1824 af. Koning Willem I kocht het voor zijn zoon. Het zou komen te hangen in diens Brusselse paleis. Maar voor het daarheen verhuisde, werd het tentoongesteld in Amsterdam, Gent, Brussel en Londen. Pieneman verdiende daar – bovenop de verkoopsom van veertigduizend gulden – nog eens vijftigduizend gulden extra mee: een vermogen toentertijd.
 
Bron: rijksmuseum.nl/aria
Pieneman
De slag bij Waterloo detail
Prins Willem II raakte tijdens de veldslag gewond
Geen wonder dat dadelijk door Hollandse kunstenaars de afbeelding in prent en schilderij ter hand werd genomen, niet alleen van de slag bij Waterloo, maar ook van het voorafgaande wapenfeit bij Quatre Bras, waar op 16 juni – in strijd met Wellingtons bevelen – de Nederlandse troepen waren geconcentreerd en onder aanvoering van de Prins van Oranje, de Franse aanvallen zolang wisten te weerstaan, dat daardoor het latere verloop van de veldslag ten goede werd beïnvloed. Dankzij die uitkomst kon zijn insubordinatie achteraf als een heldhaftig en beleidvol optreden worden bejubeld.
 
Bron: dbnl.org

Een veel minder bekend schilderij ( maar dan ook veel minder groot) is van Louis Moritz (1773-1850). Ook hij beeldt de gewonde prins van Oranje af maar dan bijna in het midden. Op het schilderij van Pieneman is de hertog van Wellington de centrale figuur. Maar deze had door bemiddeling van koning Willem I dan ook persoonlijk model willen zitten voor de schilder. Pienemans enorme schilderij was een attractie en werd tentoongesteld in Amsterdam, Gent, Brussel en Londen

Louis Moritz
Louis Moritz
De slag bij Waterloo, 18 juni 1815
Tot de eersten, die bij ons Waterloo in beeld brachten, behoorde Louis Moritz, wiens roeping en ervaring als historieschilder met een voorkeur voor paarden, hem hiertoe bijzonder geschikt maakten. Hij toog samen met C.L. Hansen en J. Kamphuysen aan het werk in een ambitieuze onderneming: het schilderen van een groot panorama van de slag bij Waterloo, dat in 1816 te Amsterdam, in een rond gebouwtje op het Leidseplein en naderhand in enkele andere plaatsen werd tentoongesteld. Zijn aandeel bestond in het schilderen van de levensgrote figuren en paarden. De exploitant was blijkbaar E. Maaskamp, die in een brochure van 1816 een uitvoerige beschrijving van het panorama publiceerde met een schematische afbeelding ervan, waarbij de inhoud der voorstelling tot in bijzonderheden werd aangeduid. Over de latere lotgevallen van dit panorama tasten wij in het duister.
 
Het hier getoonde schilderij, dat niet gedateerd is maar vermoedelijk ongeveer gelijktijdig ontstond, kan een indruk geven van de manier, waarop Moritz het onderwerp behandelde. Ook al is het moment van Oranjes verwonding hier op iets andere wijze in beeld gebracht dan in het desbetreffende stuk van het panorama, de schilder heeft hier stellig met evenveel accuratesse de juiste toedracht gevolgd als hij deed in het grote tafereel, dat volgens Maaskamp door de Prins „met de uiterste oplettendheid„ werd bekeken en „met het hoogste welgevallen goedgekeurd„.
 
Bron: dbnl.org

De Slag bij Waterloo [ rijksmuseum.nl/aria ]

bewijzen vermoeien de waarheid

begonnen aan het verbroken contract (1989) van George Steiner
het verbroken contractWe hebben het nog steeds over ‘zonsopkomst’ en ‘zonsondergang’, alsof het copernicaans model van het zonnestelsel niet voorgoed het ptolemeïsche wereldbeeld had vervangen. Vacante metaforen, versleten zegswijzen huizen vasthouden in onze woordenschat en grammatica. Ze worden betrapt in de hoeken en gaten van onze omgangstaal. Daar spoken ze rond, als oude vodden of geesten op zolder.
 
Dit is de reden waarom rationele mannen en vrouwen, vooral in de wetenschappelijke en technologische werkelijkheden van de westerse wereld het nog steeds over ‘God’ hebben. Daarom leeft het postulaat van het bestaan van God voort in zoveel veronachtzaamde uitdrukkingen en toespelingen. Geen plausibel denken of geloof garandeert Zijn bestaan. Er is ook geen begrijpelijk bewijs. Waar God met onze cultuur verbonden blijft, met onze vaste zegswijzen, is Hij een grammaticaal spook, een fossiel uit de kinderjaren van de rationele taal. Aldus Nietzsche (en velen na hem).
 
eerste twee alinea’s uit Het verbroken Contract van George Steiner (1989) vertaald door Herman Hendriks (1990)
De bewering van ‘de dood van God’ tast elke vezel van onze cultuur aan. Ze ligt ten grondslag aan de krachtige argumenten
voor afwezigheid, voor leegte
in hedendaagse analyses
van taal en vorm.

George SteinerHet thema van George Steiners werk is de geschiedenis, cultuur en literatuur van Europa. In zijn beschouwingen, zowel als in zijn romans en verhalen rond dit thema, nemen de cultuur en geschiedenis van het Jodendom en de Jodenvervolging in Europa daarbinnen een belangrijke plaats in: Europa pleegde zelfmoord door de Joden te doden, zei Steiner in 1969. Niettemin benadrukt hij ook de charmes van Europa, zoals de koffiehuizen en de klassieke muziek. In Nederland kreeg Steiner grotere publieke bekendheid door zijn deelname aan het interviewprogramma Nauwgezet en Wanhopig (VPRO-televisie, 1989) en het discussieprogramma Van de Schoonheid en de Troost (VPRO-televisie, 2000), beide van Wim Kayzer. Vanaf het eind van de jaren 60 begonnen er al diverse boeken van hem in Nederlandse vertaling te verschijnen bij verschillende uitgevers. In 1985 hield hij de Uhlenbeck-lezing aan het NIAS en in 1987 gaf hij in Leiden ook de Huizingalezing. In 2000, 2002, 2004 en 2008 was hij aanwezig op de conferenties van de Tilburgse stichting Nexus. ( Bron: nl.wikipedia.org )

George Steiner [ contemporarywriters.com ]