Met Koninginnedag leek het prozaïsche Veenendaal even veranderd in Rio toen de koninklijke familie er afgelopen maandag op bezoek was. De horeca in de Sandenbrinkstraat had er wellicht op aangedrongen om het stijfburgerlijke imago dat aan Veenendaal kleeft aan de kant te schuiven met een samba. En zo schalde op deze zonnige voorjaarsdag Mas que Nada door de straat om de koninklijke benen wat losser te maken. “Mas que nada, Sai da minha frente, Eu quero passar , Pois o samba está animado, O que eu quero é sambar.” Je hoeft er geen Portugees voor te kennen om de boodschap te verstaan.
Mas que Nada
De samba deed Michaela stralen. “Signor Rossi!” riep ze heel blij, “Signor Rossi!”. “Het is Sergio Mendes” verbeterde ik haar en toen begon ik te twijfelen. Had ze ooit met een Italiaan op de samba van Sergio Mendes gedanst? Het bleek onschuldiger. Signor Rossi was een figuurtje uit een tekenfilmserie die in het begin van de jaren zeventig op de Duitse televisie werd uitgezonden. Het was getekend in een wat achteloze cartoon modern stijl en net als de Pink Panther had het een swingende intro. Op youtube liet Michaela mij het beginfilmpje van Signor Rossi zien met de samba Viva La Felicita van de Italiaanse componist Franco Godi. Het was mij ineens duidelijk waarom Mas que Nada haar bij Signor Rossi had gebracht.
Viva La Felicita van Franco Godi
De volgende dag las ik in De Gids de Kousbroeklezing van Ian Buruma: Hoe vroeger voelde. In de nostalgie gaan we terug naar het gevoel dat we vroeger hadden. Toen Michaela via Mas que nada het gevoel van Viva La Felicita kreeg, was ze weer terug bij dat gevoel van veertig jaar geleden. Ze was zélf weer even terug, dat blije meisje dat van binnenuit straalt.
Ian Buruma in zijn Kousbroeklezing
Rudy Kousbroek was een onvermoeibare promotor van het redelijke verstand. Nochtans werd hij om het op zijn Kousbroekiaans te zeggen, opvallend vaak overmand door zijn gevoelens, met name het gevoel van weemoed. Het geluid van een oude Franse auto, een foto van een dier, een geur die hem herinnerde aan Indië, en hij was weer even terug, als het ware. Nostalgie is een verlangen, niet zozeer om daadwerkelijk terug te zijn in de verleden tijd, want dat zou absurd zijn, maar om een gevoel uit het verleden terug te vinden; niet hoe het werkelijk was, maar hoe het voelde.Bron: Hoe vroeger voelde door Ian Buruma in De Gids

In 1985 las ik voor het eerst een boek van Hermann Hesse. Zijn roman Demian uit 1919 maakte enorme indruk op mij. De ontreddering maar ook de loutering van de Eerste Wereldoorlog klonken er in door. Ik vertelde mijn docente psychologie enthousiast over het boek en of ze wel eens iets van Hermann Hesse gelezen had. “Ja, toen ik jong was!” was haar antwoord. Later begreep ik dat Hermann Hesse een schrijver voor adolescenten is en dat er in de literaire wereld een beetje meewarig over hem gedaan wordt. Maar in 1985 hoorde ik als 22-jarige helemaal bij de doelgroep. Demian had een een elektriserende werking op mij. Nog ieder jaar worden er bij uitgeverij Suhrkamp 300.000 exemplaren van zijn romans gedrukt. Zolang er nog adolescenten blijven komen, zal Hermann Hesse een arm om hen heen slaan.
Hermann Hesse liest man nicht einfach so: Hermann Hesse ist eher eine Erfahrung als eine Lektüre. Udo Lindenberg hat seinem Idol einen Song gewidmet und exklusiv für die ARD-Hesse-Verfilmung “Die Heimkehr” aufgenommen. Er erinnert sich: “Ich dachte: Wie kann der über mein Leben schreiben? – Ja, das war genau meine Story. Ich mein, der kennt mich ja gar nicht. Aber ich sah diese Parallelitäten, hab mich darin total wiedergefunden.” So wie Udo ging es auch anderen Künstlern und Prominenten, die in der Dokumentation zu Wort kommen. Der Hesse-Darsteller August Zirner, der ARD-Literaturkritiker Denis Scheck, Konstantin Wecker, Peter Härtling. Und noch vielen Millionen Menschen überall auf dem Planeten.













