Maandelijks archief: mei 2012

vorticisme

Percy Wyndham Lewis (1882-1957)

Blast 1915Ik dacht dat ik mijn stromingen kende, maar van het vorticisme had ik nog nooit gehoord. Je kunt het ergens plaatsen tussen kubisme, expressionisme en futurisme, in de jaren vlak voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog. Om te kunnen oordelen of een kunstwerk nu kubistisch, expressionistisch, futuristisch of vortistisch is, daarvoor heb je fingerspitzengefühl nodig. De stroming dankt haar naam aan de dichter Ezra Pound die de term in 1913 voor het eerst gebruikte. Percy Wyndham Lewis (1882-1957) is de ‘uitvinder’ van het vorticisme, dat gekenmerkt wordt door scherpe, hoekige vormen. Op de beroemde cover van Blast lijkt de tekening door een granaat verscheurd. De fragmentatie die in het kubisme begint, gaat in het vorticisme een stap verder. De verscheurende kracht van de loopgravenoorlog komt in deze stroming doeltreffend tot uitdrukking. Er hoort dan ook geen positief mensbeeld bij:

Alles wordt georganiseerd met oorlog in het achterhoofd. Moord en vernieling is de fundamentele bezigheid van de mens.

Percy Wyndham Lewis, 1915

Percy Wyndham LewisPercy Wyndham Lewis werd geboren aan boord van het jacht van zijn ouders, voor de kust van Nova Scotia. Zijn vader was Amerikaans, zijn moeder Britse. Hij bezocht de Rugby School en later de Slade School of Fine Art in London, maar werd van beide opleidingen verwijderd. In 1912 reisde hij naar Europa en studeerde een tijdlang kunst te Parijs, waar hij vriendschap sloot met Ezra Pound. Uit deze vriendschap kwam in 1914 Blast voort, het tijdschrift voor Vorticisme. Vorticisme werd geïnspireerd door het kubisme, het futurisme (…) en kenmerkte zich met name in de schilderkunst door scherpe contouren en contrasterende kleuren. In de schrijfkunst verdedigde Lewis de „externe stijl„, een heldere, objectieve en vooral visuele verteltechniek, met vaak mechanische personages. Lewis zette zich fel af tegen het subjectieve van bijvoorbeeld D.H. Lawrence en tegen modernistische schrijvers als James Joyce en Gertrude Stein, mede vanuit een negativistische houding ten opzichte van seks en wantrouwen tegen het onderbewuste. Hij was een bewonderaar van Friedrich Nietzsche en Henri Bergson (die hij later overigens ook weer bekritiseerde).
 
Bron: nl.wikipedia.org

Vorticism [ en.wikipedia.org ]

Antwerpen – Amsterdam

Gisteren en eergisteren waren we in Antwerpen
Vanmiddag ben ik in Amsterdam

AntwerpenVierhonderd jaar geleden behoorden Antwerpen en Amsterdam, twee steden die maar honderdvijftig kilometer van elkaar af liggen, samen met Venetië tot de belangrijkste handelscentra in de wereld. Antwerpen en Amsterdam zijn twee communicerende vaten aan zee, en door de afsluiting van de Schelde door de Spanjaarden kon de haven van Amsterdam tot grote bloei komen. Antwerpen zou na 1585 nooit meer haar oude positie heroveren. Sindsdien is de zestiende eeuw de Gouden Eeuw van Antwerpen gebleven. De positie van de stad was toen vergelijkbaar met die van New York of Shanghai in onze tijd.

Na 1585 vertrokken veel Vlaamse en Brabantse schilders naar de noordelijke Nederlanden, nu het daar economisch voor de wind ging. Frans Hals is misschien wel de beroemdste schilder die in Antwerpen geboren werd en die naar Holland verhuisde. Kort na zijn geboorte vertrokken zijn ouders naar Haarlem, waar hij zijn hele leven zou blijven wonen en werken. Toch bleef Antwerpen na 1585 als kunstcentrum een rol van betekenis spelen. Dat is vooral te danken aan een superster uit die tijd: Pieter Pauwel Rubens, dé opvolger van Titiaan en de grote Venetiaanse schilders uit de zestiende eeuw.

Zoals Amsterdam de stad van Rembrandt is, zo is Antwerpen de stad van Rubens. De levensgrote verschillen tussen Rubens (1577-1640) en Rembrandt (1606-1669) weerspiegelen ook de verschillen tussen Amsterdam en Antwerpen en tussen de zuidelijke en de noordelijke Nederlanden. Er is een geheimzinnige wisselwerking tussen cultuur en volksaard, geschiedenis en identiteit. Was Rubens anders dan Rembrandt omdat hij uit Antwerpen kwam, of zijn Antwerpenaren anders dan Amsterdammers omdat ze erfgenamen zijn van Rubens en de Antwerpse cultuur. Op de Antwerpse identiteitskaart mag de kop van Rubens eigenlijk niet ontbreken, hij is immers de Grote Antwerpenaar en is op een of andere manier bepalend voor elke jongen of meisje dat in de Scheldestad geboren wordt.

Als schilder was Rubens veel meer een Italiaan dan Rembrandt. Hij verbleef ook jaren in Italiëterwijl Rembrandt helemaal geen behoefte had om naar het verre Italië te reizen. Aanvankelijk oriënteerde hij zich ook op de Italiaanse schilderkunst onder invloed van zijn leermeester Pieter Lastman. Maar behalve het licht-donkercontrast en het realisme van Caravaggio nam hij de geest van de Italiaanse kunst niet zo over. Bij Rembrandt vinden we dus geen imposante altaarstukken van zes meter de hoogte in geschilderd in stralende Venetiaanse kleuren, theatrale gebaren en zwermen putti.

Rubens en Rembrandt
Rubens kruisafname, ca. 1614
Rembrandt kruisafname, ca. 1632

Wanneer Rembrandt in 1630 een grote opdracht krijgt van Frederik Hendrik om een kruisafname te schilderen, is dat tegelijkertijd een uitdaging om zich spiegelen aan de superstar uit Antwerpen, dus om de stadhouder van de Republiek eens een poepje te laten ruiken. Rembrandt neemt de compositie van zijn grote voorbeeld Rubens over maar maakt er toch een heel eigen voorstelling van. Gisteren zag ik in de Lieve Vrouwe Kathedraal in Antwerpen voor het eerst van mijn leven de wereldberoemde kruisoprichting en kruisafname van Rubens, geschilderd tussen 1610 en 1614, dus zo´n vierhonderd jaar geleden. Ik heb er gemengde gevoelens bij. Aan de ene kant is het met een verbluffende virtuositeit geschilderd. Rubens was niet voor niets de grootste schilder van zijn tijd. Maar aan de andere kant is het Venetiaans spierballenwerk. Een werk ván een rijke vóór de rijken. Het mist het gewone en natuurlijke dat Rembrandt heeft weten te bewaren.

Rubens introduceert de barok maar staat nog duidelijk met één been in het maniërisme en dus in het onvermijdelijke, verwrongen bloot. Waarschijnlijk komt mijn voorkeur voor Rembrandt door mijn verbondenheid met de nuchtere Hollandse cultuur. De uitbundige Venetiaanse cultuur die Rubens zo hartstochtelijk geadopteerd heeft, staat ver van mij af. Terwijl Rubens de Moeder Gods schildert als een schatrijke Venetiaanse courtisane, lijkt ze bij Rembrandt meer op een boerenmeid, zoals Karl Marx opmerkte. Het is maar waar je de voorkeur aan geeft.

You’ve got a friend

dinsdagavond gezien in het Uur van de Wolf: Poptempel California
James Taylor en Carole King in Concert

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig brak er in Amerika een golf van soloartiesten door die eenzaam voor zich uit tokkelend commentaar leverden bij het leven in een overspannen mediacultuur. Voor het genre singer-composer betekende de Troubadour in Los Angeles niet alleen een podium maar ook een springplank naar de platenindustrie en het grote publiek. De documentaire die in Het Uur van de Wolf werd uitgezonden, concentreerde zich rond een optreden van James Taylor en Carole King in de Troubadour in 2007.

In 2007 keren James Taylor en Carole King terug naar Californiëom de vijftigste verjaardag van de Troubadour te vieren. Dit is het startpunt van de documentaire, die een beeld schetst van de achterliggende turbulente jaren, waarin alcohol en drugs de bodem vormt voor veel mooie muziek en hechte vriendschappen. Komiek en filmacteur Steve Martin vat de tijdsgeest en ontdekkingen van de jonge Troubadours samen: “Hoe lang kan vrije liefde en marihuana als bron van creativiteit bestaan; dat kan eigenlijk niet.“ Ook Jackson Browne kijkt terug op de muziek die in de Troubadour wordt gespeeld. Hij spreekt van „intense persoonlijke liedjes„. Precies dat is waar Carole King het succes in haar jonge jaren aan toeschrijft: de hang naar intimiteit en het persoonlijke verhaal. En dat heeft een relatie met de sfeer van de jaren zeventig, met de vele confrontaties tussen generaties.
 
Bron: programma.ntr.nl
fragment met een live uitvoering van Fire and Rain van James Taylor uit 1969 op het Newport Folk Festival (3’10″)
James TaylorJames Taylor bracht zijn gelijknamige debuutalbum uit in 1968 en vanaf dat moment heeft hij de schijnwerpers nooit verlaten. Zijn grootste hit scoorde hij in 1971 met het door Carole King geschreven’You’ve got a friend‘.
 
Miljoenenverkopende platen zoals ‘Sweet Baby James‘ en ‘October Road‘ en maar liefst vijf Grammy Awards zorgden voor hoge pieken in zijn carrière. Maar door zijn drugsverslaving en scheidingen weet hij ook wat diepe dalen zijn. Genoeg inspiratie dus voor een niet aflatende stroom platen. Ruim vier decennia later heeft de legendarische folk-rock zanger met zijn sonore stem nog miljoenen trouwe fans. Vorig jaar ontving Taylor de hoogste onderscheiding die een artiest in de Verenigde Staten kan ontvangen, de National Medal of the Arts, uit handen van President Barack Obama. Taylor’s laatste optreden in Nederland tijdens het North Sea Jazz Festival in 2009 werd omschreven als één van de hoogtepunten van het festival.
 
Bron: heineken-music-hall.nl

recensie van het concert van James Taylor op 16 mei in Amsterdam