Maandelijks archief: mei 2007

en nooit weerom [ 1 ]

Ik luisterde gisterenavond weer eens naar En Nooit Weerom (1974)
van Herman van Veen met teksten van Rob Chrispijn

Nel

En nooit weeromHoe gaat het toch met
Je weet wel
Zij
Met die te vroeg te grote
Ze liet me altijd
Zo verbaasd beminnen
En vroeg daarna
Waarom je dat deed
Je zei dan
Dat het je speet
Maar dat dacht je niet

Hoe heet ze nu toch
Je weet wel
Ze was toen getrouwd met die dichter

Beroemd geworden om zijn
Op haar lijf geschreven verzen
Dan ben ik dichterbij
Dichtte hij
Toen zijn naam
Van de bestsellerslijst
Verdwenen was
Ging hij ook snel

Hoe gaat het toch met
Je weet wel
Is haar zoon
Nu werkelijk bij z’n vader

Ze zeggen
Dat ze met die jongen sliep
En toen de rechter vroeg
Waarom ze dat deed
Heeft ze zich
Voor zijn ogen
Uitgekleed
Toen begreep die rechter het wel

Bron: nomorelyrics.net

Discografie Herman van Veen

jaren van verwondering

Geluisterd naar Bloesem (1972) van Herman van Veen

Vijfentwintig jaar geleden, in het voorjaar van 1982, draaide ik platen van Herman van Veen grijs. Aan het onderstaande lied heb ik een bijzondere herinnering. Ik had net eindexamen VWO gedaan en het zag er naar uit dat ik gezakt was. Ik wachtte de uitslag niet af, maar gaf eind mei alvast een feest. Een oom van mij had een grote boerderij en in een van de schuren op het land mochten we de beest uithangen. Als voorproef op het komende studentenleven, braken we de nacht door. Toen het licht werd, liet ik met een kater om half vijf ‘s morgens keihard Ochtend in de stad over de weilanden schallen:

Net als vroeger is er weer een dag geboren, maar de jaren van verwondering zijn voorbij

Die nacht en die morgen zouden niet alleen een voorproef zijn op het studentenleven, maar ook op de weltschmerz en de wrange ‘verzachtende’ humor van het adolescentenbestaan.

Ochtend in de stad

Licht gaat branden achter sommige gordijnen
Hier en daar een mens op straat, ietwat verdwaald
Rokershoest weerklinkt alom, lantarens kwijnen
Als er hier een haan was, had ie al gekraaid

Mensen overwegen om in bed te blijven
Zien er toch maar weer vanaf uit goed fatsoen
En een oude man wordt wakker met een stijve
Maar heeft niemand om een vluggertje te doen

Ergens laat zich al de helse toeter horen
Van een matineuze heer in het verkeer
Achter grote gele vensters van kantoren
Zijn de werksters met hun emmers in de weer

En wie in zijn diepste nachtelijke dromen
Is gezworven naar de bron van zijn bestaan
Mag zo dadelijk weer op het matje komen
Aangezien hij een vergissing heeft begaan

Net als vroeger is er weer een dag geboren
Maar de jaren van verwondering zijn voorbij
En ook zijn er hier geen vogels meer te horen
Behalve twee minuten op de vierde mei

Maar ach, het leven nam ons allen op de korrel
En de dood genaakt met een klapperend gebit
Ja, wij verlangen naar het uur dat de eerste borrel
Goed en wel weer achter onze kiezen zit

helden van weleer

32 jaar geleden maakte ik kennis met Lefranc

PEP 19 19758 mei 1975. Tweeëndertig jaar geleden, een week voor mijn twaalfde verjaardag, viel deze PEP op de mat. Het was mijn eerste kennismaking met Lefranc, een personage van de Franse striptekenaar Jacques Martin (bekend van de reeks Alex). Ik was zo onder de indruk van Het sein staat op rood dat ik zelf een stripverhaal begon te tekenen. Toen de meester in de zesde klas van de lagere school mij vroeg wat ik wilde worden, wist ik het wel. In de klas moesten ze lachen natuurlijk, maar het was heel serieus bedoeld. Tot mijn achttiende bleef ik mijn jongensdroom koesteren en tekende ik vele verhalen.

Drie decennia later zijn er in Nederland nauwelijks nog striptekenaars omdat er onder de jeugd weinig strips meer worden gelezen. Jongens van twaalf spelen liever computerspelletjes en vinden strips waarschijnlijk maar suf. Maar toen Lefranc in 1952 het levenslicht zag, was dat anders. In de moralistische jaren vijftig vonden de ouders strips niet fatsoenlijk en Lefranc moet voor de jeugd ooit een hippe held geweest zijn. Moeilijk voor te stellen. Lefranc is voor mij nostalgie geworden en Het sein staat op rood blijft een prachtig, rijk geïllustreerd jongensboek.

Lefranc
Het sein staat op rood, 1952

Jacques Martin (Straatsburg 25 september 1921) is een Frans striptekenaar. Samen met Hergé (Kuifje) en Edgar P. Jacobs (Blake en Mortimer) wordt hij tot de drie groten van de zogenaamde “Brusselse school“ gerekend. In zijn jeugd had Jacques Martin drie passies : klassieke kunst, stripverhalen en geschiedenis. Hij schrijft zich in voor een opleiding aan de school “Kunst en beroep” waar hij een puur technische opleiding krijgt. Maar het artistieke neemt dan toch de bovenhand. (…) In 1948 creëert hij de reeks Alex dat in het weekblad Kuifje verschijnt. In dat zelfde weekblad verschijnt in 1952 zijn nieuwe creatie Lefranc.

Herge en Martin
Hergé en Martin
in de jaren vijftig

In 1953 treedt hij toe tot de studio Hergé, waar hij meewerkt aan diverse avonturen van Kuifje. Maar zijn eigen creaties vergeet hij niet : in de Kuifje-periode die 19 jaar duurt, publiceert hij zeven Alex- en drie Lefranc albums. Nadat hij Kuifje verlaat, publiceert hij op 10 jaar tijd nog eens negen Alex- en vier Lefranc albums. En in 1978 start hij samen met Jean Pleyers de serie “Jhen“. In 1983 start hij “Arno“ samen met André Juillard en in 1990 begint hij aan de reeks “Orion“. In 1996 verschijnt de 20e Alex. In 1998 ontsnapt Jacques Martin niet langer aan de tand des tijds : zijn ogen gaan erop achteruit en hij zoekt jonge artiesten om zijn levenswerk verder te zetten. Voor de reeks “Alex“ werkt hij samen met Rafael Morales en voor “Lefranc“ vindt hij een medewerker in Gilles Chaillet en later Christophe Simon, die dan ook al “Orion“ heeft overgenomen.

Bron: nl.wikipedia.org