woensdag 30 november 2005
zwerkwerk [ 1 ]

Nu ik weer aan het schilderen ben, ditmaal een serie luchten in olieverf, blijf ik het web gebruiken voor documentatie. Zoals marineschilders verstand moesten hebben van scheepsbouw, pluimveeschilders van pluimvee, vanitasschilders van emblemata, zo moet elke landschapschilder verstand hebben van luchten. Al is ‘verstand’ niet het juiste woord, want een kunstschilder hoeft geen weerman te zijn. Oog en gevoel voor het licht en de ruimte, daar gaat het om. Pieter Rim en Maarten de Kroon maakten in 2003 een bekroonde film over het Hollands licht. Er is ook een mooie site over gemaakt.

(… ) Hollands licht, als het bestaat vinden we ook terug op de schilderijen van onze befaamde landschapsschilders in de Gouden Eeuw. Van Goyen, Ruysdael, Vermeer en noem maar op, zij maakten wereldwijd indruk met hun Hollandse Luchten en waren de eersten in de geschiedenis die de schoonheid van de lucht ontdekten. “Hollandse schilders hebben iets met licht, op stillevens net zo goed als op landschappen, binnen en buiten, altijd is het licht zo geschilderd alsof het je niet alleen mogelijk maakt de dingen te zien. Het is zelf te zien; belangrijker dan de asperges, de melk of het tin, de koeien, de molens, de zee” ( … )
 
Bron: www.knmi.nl

recensie over Hollands Licht in De Filmkrant
hollandslicht.nl

dinsdag 29 november 2005
Jezus hot, Zijn Kerk not

Twee weken geleden stonden hier een paar citaten van Anton van Harskamp die soloreligieuzen de bange meesters van hun eigen geloof noemde. Vandaag verscheen er in Trouw een reactie van Govert Jan Bach (pastoraal psycholoog en geestelijk verzorger). Hij is het niet eens met Van Harskamp, die beweert dat solo-religieuzen een antichristelijke spits zouden hebben.

In de laatste alinea heeft hij (Van Harskamp) het over een antichristelijke spits, waarmee hij wil aangeven dat het denken van solo-religieuzen zich niet goed verhoudt met het christelijke erfgoed. Hij bedoelt waarschijnlijk meer een anti-kerkelijke spits, want het is nog maar de vraag of onze solo-religieuzen niet een heel eind op weg kunnen met Jezus, die ongetwijfeld ook een mysticus was en een soort solo-religieus.
 
Waar ze wars van zijn is: kerkelijkheid en niet spiritualiteit. Als ze ergens bang voor zijn, dan is het wel de geborneerdheid en angstvalligheid van het kerkelijke en theologische gefundeerde christendom.

Het hoort natuurlijk allemaal bij het individualisme van onze tijd: geloven á la carte. De Kerk is voor het individu per definitie een vrijheidsbeperkend machtsinstituut (met een strafblad) geworden. Jezus daarentegen was OK, een ideale mens, revolutionair, gnosticus, solo-religieus, broeder, vriend, enz…

Maar Zoon van God? Dat is natuurlijk een strategische zet van de geïnstitutionaliseerde Kerk geweest om een machtspositie te veroveren. Voor de solo-religieus is het allemaal allang ontmaskerd. Jezus is tegenwoordig los verkrijgbaar.

maandag 28 november 2005
het papieren theater

Vorige week ben ik begonnen met het maken van een gipsen minitheater voor kleianimaties. Via Google Afbeeldingen kwam ik terecht op een paar websites van liefhebbers, bijvoorbeeld die van Harry Oudekerk en Ab Vissers. Maar zeker ook in het buitenland zijn er mensen die hun liefde voor het papieren theater niet verbergen. Zo vond ik ook de site van Trish Lewis Fargo met waarschijnlijk de enige weblog ter wereld die alleen maar over het papieren theater gaat.

Toy_Theatre
Het Papieren theater is een van de huiselijke genoegens van de kinderen in het 19e eeuwse burgelijke gezin, naast de stereoscoop, de toverlantaarn en de poppenkast.
 
In tegenstelling tot deze laatste is het papieren- of miniatuurtheater in Nederland nauwelijks populair geweest en daardoor bijna onbekend. Als theatervorm wordt het naast schimmen, marionetten en handpoppen tot het poppenspel gerekend. Maar een miniatuur-poppenkast is het niet.
 
Het papieren theater imiteert in theaterbouw en effecten, in decors en figuren en in de gespeelde stukken rechtstreeks zijn grote voorbeeld; het echte theater. Het repertoire bestond uit de klassieke sprookjes en uit speciaal gekuiste en sterk verkorte stukken en opera’s uit het grote theater.
 
Bron: Ab Vissers Phoenix Papierentheater
zondag 27 november 2005
por dios! wat een blad [ 1 ]

pepPiet Bakker heeft een mooie website gemaakt over het legendarische stripblad PEP (por Dios wat een blad!) uit de jaren 60 en eerste helft van de jaren 70. Hij heeft alle jaargangen van 1962 tot 1969 keurig geindexeerd. Zelf heb ik de jaargangen 1972-1975 nog compleet bewaard. Deze week is daar na 35 jaar eindelijk de jaargang van 1970 bijgekomen. Nu nog op zoek naar de pepjes van ‘71…
 

Indexen
De PEP-site van Piet Bakker
PEP-index 1962-1975 van Dik Winter
EPPO-index 1975-1985 van Dik Winter
EPPO-index 1975-1985 van Floris Wiesman
PEP-EPPO-Wham!-Wordt Vervolgd-Sjosji-Stripparazzi-Myx-Index van Martijn Moree

zaterdag 26 november 2005
zeventiende eeuws jasje

Van 1996 tot 1999 onderzocht ik op mijn atelier zeventiende eeuwse schildertechnieken en kopieerde ik gretig een aantal zelfportretten van Rembrandt. Ook plaatste ik mijn eigen kop letterlijk op een zeventiende eeuws jasje. Photoshoppen met verf dus.

Een paar jaar later ontdekte ik via Google het werk van de Noorse schilder Odd Nerdrum. Behalve de aardappelneus tonen zijn zelfportretten sprekende gelijkenis met die van de Hollandse meester. Nerdrum heeft grondig Rembrandt’s techniek bestudeerd en overgenomen. Je zult ze zijn doeken dan ook wel bij de neus kunnen aanpakken.

Nerdrum lijkt 400 jaar te laat geboren en lijkt in dat opzicht op onze eigen Cornelis LeMaire. Maar Nerdrum is in zijn onderwerpen toch heel wat orgineler. Onderstaand werk getuigt daar zeker niet van, maar moet als een provocatie (tegenover de hedendaagse kunst) worden opgevat. De schilder beeldt zichzelf uit als profeet luisterend naar de naam King of Kitsch.

Odd Nerdrum
Zelfportret als profeet
The Norwegian artist Odd Nerdrum is one of the greatest painters of the century. Unfortunately, according to his detractors, the century in question is the seventeenth. Thus Nerdrum has emerged as one of the most controversial artists of our day. His admirers praise him for his superb Old Master technique, while his critics condemn him as hopelessly reactionary. His work calls into question all our customary narratives about art history, and especially the modernist dogma that the artist can be creative only by turning his back on the past.
 
Nerdrum has openly acknowledged his debt to the Old Masters. He uses heavy layers of paint to create chiaroscuro effects reminiscent of Caravaggio and Rembrandt, and he also continually recalls the achievement of the great Italian and Dutch painters in his ability to capture the texture of things on canvas – from shiny metals to rich fabrics. Above all, he knows how to convey every shade of human flesh. And yet the subject matter of Nerdrum’s works is usually enough to place him in the modern world. His dark palette seems to underwrite a disturbing vision of the end of civilization as we know it. For those who have not seen Nerdrum’s paintings, I try to describe them this way: imagine the result if Rembrandt had painted the sets of The Road Warrior.
 
Nerdrum’s career thus presents a challenge to the modernist establishment that still dominates the international art scene. He refuses to paint like a modernist, but thematically he seems to be responding to a crisis in the modern world; indeed he seems to be coming to grips with the spiritual state of modernity in a way far more profound than that pursued by most modernist painters. As a result, few contemporary painters have managed to enrage the modernist establishment as much as Nerdrum has. The artists, critics, and curators who comprise the modernist establishment somehow sense that if Nerdrum is right, then they must be wrong. By returning to the Old Masters, Nerdrum is violating what has come to be the fundamental convention of modernist art. Thumbing his nose at the whole art establishment, Nerdrum used the occasion of a series of exhibitions of his paintings from 1998 to 2000 in Norway to proclaim himself publicly the King of Kitsch.(…)
 
Bron: artcyclopedia.com

nerdrum.com

vrijdag 25 november 2005
twee nijmeegse schilders

Rene stuurde mij een linkje naar galerie Magenta in Nijmegen om mij een paar schilderijen van Diederik Grootjans te laten zien: rauwgeschilderde Nijmeegse stadsgezichten. Net zoals de Fransen over de Haagse School zeggen ("Je moet niet allergisch voor koeien zijn"), zo kun je over het werk van Grootjans zeggen dat je veel auto’s, stoplichten en zebrapaden moet kunnen verdragen.

Diederik Grootjans
Stadsgezicht van Diederik Grootjans
De stadsgezichten die hij de laatste jaren maakt zijn voor hem dan ook vooral aantrekkelijk vanwege de mogelijkheden in vlakverdeling en niet zozeer omdat hij iets heeft met de locaties. Hij is vooral met het beeld bezig, met kijken naar wat er is en dat schilderen. Zijn stadsgezichten zijn ontstaan vanuit een opmerkelijk perspectief. Doordat hij recent zijn rijbewijs haalde, kreeg Grootjans een nieuwe kijk op zijn omgeving. Al rijdend zag hij door de voorruit en in de achteruitkijkspiegel van zijn auto de mooiste afbeeldingen. Dit perspectief is duidelijk terug te vinden in de composities van de schilderijen. Het zijn heel Hollands ogende beelden: regenachtige straten met veel autos in mooie blauwen en grijzen geschilderd. De stijl is te omschrijven als een slordig fotorealisme, dat er van een afstand heel vanzelfsprekend en realistisch uitziet, terwijl je van dichtbij ziet dat het verfvlekken zijn die de illusie oproepen van autos of van een fietser. Diederik Grootjans (Purmerend, 1960) studeerde gedurende een aantal jaren sociologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Als schilder is hij autodidact. Hij woont en werkt in Nijmegen.
 
Bron: galeriemagenta.nl

Naast het werk van Grootjans liep ik ook tegen de stillevens van Jos van Riswick aan. Vorige week presenteerde ik een lijst met ruim 100 hedendaagse Nederlandse stillevenschilders. Jos van Riswick zat daar ook tussen. Hij heeft een uitgebreide site , compleet met webcam.

Jos van Riswick
Stilleven van Jos van Riswick
Bij voorkeur beeld ik de voorwerpen in de stillevens op ware grootte of iets groter af dan ze in werkelijkheid zijn. Aspecten die me boeien in een schilderij zijn de ritmiek, de kleur, het licht en de structuur van de verfhuid. Ik probeer een realistisch stilleven schilderen maar een echte fijnschilder ben ik niet en mijn schilderijen vallen dan ook niet onder het foto-realisme. Het realisme probeer ik meer door middel van illusionistische truuks te bereiken. De penseelvoering speelt dan ook een grote rol.
 
Bron: josvanriswick.nl
donderdag 24 november 2005
Van Mastenbroek

Gustav Breuer, de achterkleinzoon van de Rotterdamse schilder J.H.van Mastenbroek (1875-1945) heeft twee jaar geleden een indrukwekkende site geopend over het oeuvre van zijn overgrootvader. Het J.H. van Mastenbroek Archief telt honderden werken met afbeeldingen op groot formaat.

J.H.Mastenbroek
Sluisje in Monnickendam 1937
olie op doek 50,2 x 70,4 cm
collectie Simonis & Buunk, Ede
Johan Hendrik van Mastenbroek is bekend geworden als schilder van de Rotterdamse havens, de Maas en de Zuiderzeewerken. Zijn werk documenteert als het ware de grote technische vooruitgang en de snel toenemende bedrijvigheid in de Rotterdamse havens na 1900. De schilder schetste graag buiten bij regenachtig weer om de schoonheid van de luchten en de heldere kleuren: ‘Ik kon staan smullen van de heerlijke wolkenformaties en van den aan kleuren zo rijken strijd tusschen zon en wolken’ schreef hij aan een vriend in 1945. Mastenrboek oogstte bij zijn leven al in brede kring veel succes met zijn werk. Musea: o.a. Haags Gemeentemuseum en Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam.
 
Bron: Simonis & Buunk
woensdag 23 november 2005
My favourite things [ 13 ]
Strip Noir van Maarten Vande Wiele

Struinend op comicbase.nl kwam ik een recensie tegen van het nieuwste stripalbum van de Vlaamse tekenaar Maarten Vande Wiele tegen, getekend in swingende retrostijl. Direct na het lezen van de recensies ging ik kijken op zijn eigen website, die mij qua stijl wat doet denken aan Jotto, een van mijn favourite tekenaars.

Stilistisch gezien is Maarten Vande Wiele een van de grootste talenten uit het Vlaamse stripcircuit. Bries bundelde drie ‘film noir’-pastiches in zijn zwierige retrostijl.
 
De expressieve lijnvoering van Vande Wiele doet denken aan het Meccano-werk van Hanco Kolk. Het verbaasde me dan ook niks dat ik Kolk en Vande Wiele vorig jaar samen tegenkwam in Amsterdam, wandelend langs de Keizersgracht: de jonge Vlaming kan veel opsteken van zijn geroutineerde noorderbuur.
 
Het nieuwe boekje Strip Noir (geen debuut, want Vande Wiele publiceerde al bij Incognito en in de Pincetreeks van, jawel, Hanco Kolk) appeleert nadrukkelijk aan de nostalgische ‘film noir’-sfeer. Telkens speelt een vrouw de hoofdrol: de aan lagerwal geraakte B-actrice die ten koste van alles haar carrière weer op gang wil helpen, de door verdriet verscheurde vrouw die ongewild getuige is van een beraamde moord en enkele doortrapte vrouwen die een miljoenenerfenis proberen binnen te slepen.
 
Lees verder de recensie van Jeroen Mirck op comicbase.nl
strip noir
Omslag van Strip Noir
verschenen bij Uitgeverij Bries, 2005
De Vlaamse tekenaar Maarten Vande Wiele mag geen onbekende worden genoemd in de Nederlandstalige stripwereld. Al in 2000 deed deze auteur van zich spreken met Glamourissimo, verschenen in de Pincet Reeks. Het in 2001 verschenen album Best Girlfriends Forever 2000 betekende vervolgens de definitieve doorbraak. Daarnaast is zijn werk te bewonderen in verschillende stripbladen als Beeldstorm en Zone 5300. Wat direct opvalt is de eigenzinnige tekenstijl en de aan de televisiesoaps van de jaren 80 schatplichtige verhaallijnen.
 
Het is goed te zien dat Vande Wiele zich verder heeft bekwaamd in dit stilistische gedachtegoed. Het nieuwe album Strip Noir bevat drie korte verhalen, geënt op televisieseries als Dynasty. Het mag dan ook niet verwonderen dat iedere passage gedragen wordt door een aantrekkelijke glamour girl. Ieder van hen vertelt een eigen verhaal dat op vakkundige wijze in beeld wordt gebracht. Het dynamisch perspectievenspel verhoogt het leesplezier en tovert de personages om tot wezens van vlees en bloed. De keuze van de uitgeverij om te werken met een enkele steunkleur pakt hier verbazend goed uit. Niet alleen zorgt dit voor een authentieke sfeer, het verleent het geheel tevens een chique uitstraling.
 
Lees verder de recensie van Danny Koningstein in 8weekly.nl

my other favourite things

dinsdag 22 november 2005
schilderijen kijken in ede
Jaarlijkse najaarstentoonstelling Simonis & Buunk
1 tot en met 17 december 2005, Ede

De allereerste website die ik ooit bezocht in begin december 1996 met Netscape 2.0 , was de site van kunsthandel Simonis & Buunk uit Ede. Sinds 1997 krijg ik ieder jaar de catalogus toegestuurd van de wintersalon, traditiegetrouw als twee afzonderlijke deeltjes: 19e en 20e eeuw. Ze zijn zorgvuldig vormgegeven en voortreffelijk gedrukt door Waanders, dé uitgever van kunstcatalogi. Ik koester alle catalogi met een plekje naast de museumcatalogi. Welke kunsthandel doet dit na?

Simonis & Buunk catalogus 2005
De nieuwe 2005 catalogus van
kunsthandel Simonis & Buunk

Dit jaar is de catalogus voor het eerst één boek geworden, met de titel Harmonie & Contrast, ®evolutie in de Nederlandse schilderkunst 1820-1970 waarbij de collectie onderverdeeld is in een aantal thema’s en Nederlandse schilderijen toont tussen 1820 en 1970. Op de website kun je overigens de oude catalogi vanaf 1999 nog nabestellen.

Nieuw! 19e en 20e eeuw bijeen
De tentoonstelling gaat dit jaar vergezeld van een lijvige catalogus (224 pagina’s), volgens een nieuw concept. Verschenen de afgelopen zeven jaar steeds twee aparte catalogi bij de najaarstentoonstelling - 19e eeuw en 20e eeuw - nu is er sprake van een geïntegreerde catalogus, waarin beide eeuwen zijn opgenomen. Het thema is ‘Harmonie en Contrast. ®evolutie in de Nederlandse schilderkunst 1820-1970’.
 
De traditionele, chronologische volgorde van de schilderijen is vervangen door een rangschikking naar thema. ‘Pronk en kleur’ (bloemstillevens), ‘Stad en Dorp’, ‘Denkend aan Holland’ en ‘Reis naar het onbekende’ zijn enkele van de thema’s, waarbinnen schilderijen voor vergelijking en tegenstelling naast elkaar zijn gezet. Elk katern wordt ingeleid met een tekst waarin de ontwikkeling van het onderwerp in de afgelopen twee eeuwen wordt samengevat. De thematische indeling zal, om praktische redenen, niet in de tentoonstelling tot uiting komen. De 19e-eeuwse collectie en de verzameling modernen worden als vanouds gescheiden gepresenteerd, in aparte panden, met een in stijl aansluitend interieur. (…)
 
Persbericht Harmonie & Contrast
maandag 21 november 2005
inspiratie [ 2 ]
In 1925 vindt Max Ernst de frottage-techniek uit
Beginnend met een herinnering uit mijn kindertijd .. voor mijn bed was een wandpaneel van namaakmahony-hout wat de rol speelde van optische provokateur van een beeld uit de haldslaap. Ik verbleef later, in 1925 tijdens een regenachtige avond in een kroeg aan zee, waar ik intens werd geboeid door de vloerplanken waarin duizenden boenbeurten de groeven hadden vergroot. Ik besloot toen de symboliek van mijn obsessie te gaan onderzoeken en om mijn meditatieve en hallucinatoire eigenschappen (vgl. Masson, fh) te helpen maakte ik van de vloerplanken een serie tekeningen door op willekuerige wijze vellen papier over de planken neer te leggen en daar met zwart potlood over te krassen. Ik bekeek heel aandachtig de aldus verkregen tekeningen die heel donkerzwarte partijen hadden gekregen, maar ook partijen met een zachte, lichte halftoon; ik raakte verbaasd over de intensiteit die mijn visuele eigenschappen hierdoor verkreeg..
Max Ernst
..Ik begon later hetzelfde experiment te onderzoeken, waarbij ik dezelfde middelen gebruikte, maar ook allerlei andere materialen die zich in mijn blikveld bevonden, bladeren,.. ..en daar begonnnen mijn ogen menselijke hoofden te ontdekken, dieren, een gevecht dat eindigde in een kus. ..Ik benadruk het feit dat de tekeningen die ik aldus verkreeg meer en meer de eigenschappen van het oorspronkelijke materiaal (het hout bijvoorbeeld) verloren en aspecten van beelden gingen verkrijgen met een niet van te voren verwachte precisie, waarschijnlijk van een soort die de eerste oorzaak van mijn obsessie openbaarde, of die een overeenkomstig beeld van die oorzaak produceerde.
Bron: dekunsten.net

meer inspiratie

zondag 20 november 2005
de koker van tom barman

Tom BarmanIk kende de Belgische band dEUS alleen van horen zeggen. Alleen naar de naam luisterend, maakte ik een associatie met die paar latijnse woorden van H.P.Blavatsky: Demon est Deus inversus. Keer het respect in de naam van God om en je schrijft gOD, ofwel dEUS. Maar omkering en tegendraadsheid is lifestyle geworden en worden in de popmuziek slaafs nagevolgd. Het hoort er nu eenmaal bij.
 
Maar goed, de muziek kende ik dus niet en na het beluisteren van de nieuwste CD Pocket Revolution moet ik bekennen dat ik om ben. Het is een veelzijdig album, vakkundig gemaakte retropop, vaak stoer & stevig. Uit wel ingelichte bron heb ik vernomen dat het allemaal uit de koker van Tom Barman komt. Om jaloers op te worden.

tekening van Don Lawrence
op CD-cover van Pocket Revolution

Pocket Revolution is de eerste CD van dEUS na 6 jaar. In de tussentijd hield Barman zich o.a. bezig met filmen. Twee jaar geleden zag ik zijn film Any Way The Wind Blows maar ik vond die niet echt interessant. De titel dekte de lading wel, het is allemaal al lang weggewaaid.

Wel merk je dat je met een vakman te maken, hij heeft een feilloos gevoel voor ‘hoe het moet’ en schaamt zich niet voor zijn voorbeelden. Maar ik hou nu eenmaal niet zo van de films van Jim Jarmusch en het koesteren van de dolende ziel.

Links
dEUS, Official Site
Any Way the Wind Blows, Official Site
Tom Barman in Zomergasten
Interviews met Tom Barman in De Groene en in Zone 03
De grootste Belg [ # 65 ]
Bespreking van Any Way the Wind Blows in de filmkrant.nl

zaterdag 19 november 2005
Bang voor de Eenheid
Vandaag : Nederlands-Vlaamse Filosofiedag
De Doelen, Rotterdam

Vanmorgen spreekt de Leuvense filosoof Samuel IJsseling tijdens de Nederlands-Vlaamse Filosofiedag in Rotterdam over het thema: Uitdagingen voor de filosofie in de 21e eeuw.

In een kort vraaggesprek dat Wouter Sanderse met hem had in Trouw geeft hij antwoord op wat de grootste wijsgerige uitdaging is voor de 21ste eeuw. Filosofie moet van die ene waarheid af, staat er boven het stukje.

Zijn die (uitdagingen) er nog?
Jazeker: De veelheid als veelheid denken. Het uitgangspunt van de traditionele westerse wijsbegeerte is het verlangen naar eenheid: één rede, één waarheid, één religie en één Verhaal waarvan alle verhalen deel uitmaken. Dit verlangen beheerste de filosofie van Plato tot en met Hegel.
 
Wat is daar tegen?
Neem het verlangen naar één wereldtaal, zoals het Engels. Daardoor gaan betekenisnuances verloren. Ook binnen talen zijn veelheid en verschil onmisbaar. Eén enkele letter maakt een verschil, zoals tussen stad of stap.
Of kijk naar de democratie, een staatsvorm die gebaseerd is op het menselijke gelijkheidsideaal. In een democratie moet ruimte zijn voor verschillende opvattingen. Die ideëen moet je niet tot een eenheid terugbrengen. Een begrip als integratie veronderstelt dat er verschillen tot eenheid gesmeed worden.
 
Wat is het grootste gevaar?
Dat is de vorige eeuw wel duidelijk geworden. Het eenheidsstreven zoals dat doorklinkt in ein Volk, ein Reich, ein Führer kan tot absolutisme en totalitarisme leiden. Het hoeft niet gevaarlijk te zijn, maar het blijft een erg kwetsbaar begrip.
 
Wat kan de filosofie hiermee?
Onze hele hedendaagse bestaanservaring wordt door veelheid gekenmerkt. We zien een enorme verscheidenheid aan culturen, talen, religies en media om ons heen. Voorvoegsels als multi-, pluri-, en poly- kom je overal tegen.
Filosofen staan voor de uitdaging om die veelheid niet tot een oorspronkelijke eenheid terug te brengen, maar echt als veelheid te denken. Verschillende moralen, culturen, religies, waarheden en verhalen moeten niet onder één noemer gebracht worden.
Georg Wilhelm Friedrich Hegel
De Grote Duitse Eenheidsdenker

IJsseling lijkt blind voor het feit dat het postmodernisme ongemerkt(?) van een anti-waarheidsclaim uitgaat: Namelijk: het grote Verhaal, dé Waarheid, het Ene, enz… mag niet bestaan omdat het gevaarlijk kan zijn. Juist in zijn angst voor totalitarisme haalt de postmodernist met het Einde van de Grote Verhalen een Paard van Troje in huis.

De Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga zegt dat we de waarheidsclaims (of onze eigen unificerende principes) eerlijk tegenover elkaar moeten zetten in het debat en de ander niet te snel van dogmatisme moeten beschuldigen.

Nakomende vraag aan IJsseling: Kan het postmodernisme het totalitarisme van de 21ste eeuw worden?

mogen ze bang zijn ?

Vandaag reageerde in Trouw een lezer op het stukje van Anton van Harskamp (zie post van gisteren). Hij vindt sommige uitspraken weinig invoelend en neerbuigend.

Harskamp zegt: “de soloreligieus wil meester zijn", maar hij/zij worstelt juist met het meester worden over het machtstreven van het kleine zelf voordat hij/zij kan gaan werken met de Kracht en de Liefde van de innerlijke Grootheid, het Zelf met hoofdletter. Wanneer mensen wakker worden voor dit Weten, gaan ze allerlei wegen bewandelen, hoe vreemd de kronkels ook lijken te zijn. Die pogingen vragen respect. Mogen ze twijfelen, mogen ze bang zijn? Dat is, lijkt me, juist gezond om te groeien.

Eigenlijk zie ik in de worsteling waar deze briefschrijver over spreekt, juist een bevestiging van de uitspraak van Harskamp dat de soloreligieus “meester wil zijn". Hij/zij zoekt naar een toestand waarin “hij/zij kan gaan werken met de Kracht van Liefde van de innerlijke Grootheid".

Is dat geen wil tot macht in het kwadraat?

vrijdag 18 november 2005
bange trans-religieuzen ?

Jan OegemaAnton van Harskamp, hoogleraar Religie, Identiteit en Civil Religion aan de VU, schreef afgelopen dinsdag in Trouw een raak stukje over soloreligieuzen. De uitgever Jan Oegema (foto) die deze term bedacht, sprak vorig weekend tijdens een bijeenkomst in de Rode Hoed. De godsdienst is dood, lang leve de religie. Wat beweegt de trans-religieus?

Interessant vind ik Harskamp hij de soloreligieuzen ontmaskert als zielen die meester willen zijn over hun eigen geloof en dus bang zijn voor de overgave.

Wie zijn de soloreligieuzen en wat houdt hun religiositeit in?
Gebruikmakend van Jan Oegema’s appèl tot religieuze ’outcoming’: soloreligieuzen zijn mensen die het verkerkelijkte christendom verlaten hebben, maar toch nog steeds waarde hechten aan de mystieke traditie van datzelfde christendom. En het zijn mensen die uit literatuur hun religiositeit alleen construeren, ’onder de leeslamp’, terwijl ze toch enig verlangen hebben naar gezamenlijkheid.
 
En hun religiositeit? Het gaat om mensen die in plaats van het geloof aan een Vadergod daarboven, een besef hebben gekregen van het goddelijke als de eenheid of de samenhang van al wat ’leven’ is. En het gaat óók nog eens om mensen die die eenheid van het ’leven’ via de introspectie van het eigen innerlijk ervaren, én zich daarin onthechten van hun ego, kennelijk om bij een niet-zelf of een hoger of dieper ’zelf’ uit te komen.
 
Maar er ís wat met die soloreligieuzen. Want ze zijn bang, bang om voor hun religiositeit uit te komen. Ze dúrven niet wat Willem Jan Otten durfde, geeft Jan Oegema aan.
 
Maar: dat is niet juist! We moeten zeggen: de solo’s wíllen niet wat Otten durfde. Want Otten heeft het juist over een persoonlijke God, zelfs over een Vader die hem gevonden heeft. Ook heeft Otten in de katholieke kerk een ritueel thuis gevonden. En, om nog maar één ding te noemen: Otten schrijft en spreekt van kwaad, ook kwaad in hem, van zonde dus, én van zijn behoefte aan vergeving, een behoefte die voor hem een reden is om te leven in dat geloof aan een persoonlijke God. Nee, Otten is een anti-soloreligieus.

Tenslotte vat hij het als volgt samen::

Soloreligiositeit heeft een familiegelijkenis met nieuwetijdsachtige spiritualiteit. Ze heeft een antichristelijke spits. En: de nog niet voltooide soloreligieuzen zijn bang. Dat zullen ze altijd blijven, zolang ze toegeven aan de wil om meester te zijn over hun eigen geloof, want die wil verraadt bangheid. Zij zijn daarom niets anders dan ’de bange meesters van hun eigen geloof’.

Godsbeelden [ Trouw.nl ]

donderdag 17 november 2005
stillevenschilders

Zondag kwam ik met een lijst Noordelijke Realisten, vandaag zijn de stillevenschilders aan de beurt. Ruim 100 namen vond ik op stillevenschilders.nl, waaronder ook weer een aantal realisten uit Groningen.

Jan van der Kooi
Jan van der Kooi
Aad Hofman
Adriana van Zoest
Albert Greving
Alex de Vrede
Anneke van Brussel
Annelies Jonkhart
Annemiek Groenhout
Arnout van Albada
Ben Rikken
Ben Snijders
Berry Kuiper
Hendrik Brandtsoen
Cornelis le Mair
Jos van Riswick
Dennis Mogelgaard
Derk van Dijken
Eric de Vree
Evert Dijkstra
Frans Brommer
Frans Klerkx
Fred Smoolenaers
Gerrit Wijngaarden
Ger Stallenberg
Guy De Jaegher
Hanneke de Jager
Hans Bulder
Hans Deuss
Hans Robben
Hans Parlevliet
Harry Meerveld
Henk Helmantel
Henk Renting
Henk van der Wal
Henry te Wildt
Chris Herenius
Herman Tulp
Hub Pollen
Jaap Roose
Jan Nagtegaal
Jan Sijpestijn
Jan Teunissen
Jan van der Kooi
Jef Diels
Jeroen Advokaat
Jo Gielen
Joke Frima
Jos Renders
Kees Blom
Kenne Gregoire
Kitty Dillen
Klaas Wiedijk
Leon Spierenburg
Lieve DeJonghe
Lion Arie Feijen
Lita van Engelenhoven
Maarten ‘t Hart
Mario ter Braak
Marius van Dokkum
Maria Johanna Smit
Marina Radius
Martin Sijbesma
Max Stokvis
Nanny Luysterburg
Nico Heijligers
Noud Adams
Olav van Overbeek
Paul van Ernich
Peer Verrijt
Pieter Knorr
Piet Gutter
Piet Sebens
Pieter Wagemans
Reinout Krajenbrink
Rein Pol
Rene Jansen
Robert Willem Daalmeijer
Rob Mohlmann
Roelof Smelt
Matthijs Roling
Peter Krol
Peter de Volder
Peter Veltman
Ronald Raaijmakers
Ronald Stam
Rudy Beckers
Ruth van Royen
Ruud Verkerk
Sietse Jonker
Simeon Nijenhuis
Susan Seunke
Tjalf Sparnaay
Ted de Keijzer
Ton van Meerendonk
Hennie van der Vegt
Bernard Verkaaik
Volkert Olij
Walter Elst
Willie Berkers
Wijnand Warendorf
Willem de Bont
Willem Mook
Wim Bals
Yt Osinga

Bron: stillevenschilders.nl

Matthijs Röling
Matthijs Röling
woensdag 16 november 2005
in de schaduw van de welvaart
Het Uur van de Wolf: Frits Weeda
Vanavond op NPS Nederland 3 om 20.55

Vanavond komt op het Uur van de Wolf een documentaire over de Amsterdamse fotograaf Frits Weeda. Het gemeentearchief in Amsterdam bewaart foto’s van hem uit de epriode 1958-1965. Afgelopen voorjaar was daar een expositie over zijn werk te zien en verscheen het boek In de schaduw van de welvaart.

Zelden is het gevoel van weemoed in de Nederlandse fotografie zo sterk tot uitdrukking gebracht als door Frits Weeda in zijn documentatie van Amsterdam uit de jaren 1958 tot 1965. Met het Waterlooplein en omgeving als uitvalsbasis richtte hij zijn camera op de vervuilde grachten, het groeiende parkeerprobleem, kinderen spelend tussen de autowrakken en de oprukkende infrastructuur van ringwegen. Aan de rand van Amsterdam documenteerde hij de bedreigde landelijkheid van dorpjes als Buiksloot en Sloterdijk.
In de schaduw van de welvaart
In de schaduw van de welvaart
Amsterdam 1958 – 1965
Fotograaf Frits Weeda (geboren in 1937) is nog relatief onbekend bij een groter publiek. Het Gemeentearchief onderhoudt al jaren een nauwe band met hem. Vanaf de vroege jaren zestig werd zijn werk aangekocht en in 1987 organiseerde het archief als eerste een tentoonstelling van Weeda’s foto’s. Onlangs is zijn complete fotoarchief van ruim zesduizend negatieven in beheer genomen. Dat is de directe aanleiding om zijn werk in een tentoonstelling en op de website van het archief aan het publiek te laten zien.
 
Op de beeldbank van het Amsterdamse gemeentearchief zal een ruime selectie te zien zijn van enkele honderden foto´s. Op de tentoonstelling worden ruim 150 foto´s gepresenteerd, waaronder niet eerder gepubliceerd vroeg werk en een serie panorama´s van de stad.
 
Bij uitgeverij De Verbeelding verschijnt de publicatie Frits Weeda: ‘In de schaduw van de welvaart, Amsterdam 1958 – 1965’, met meer dan 130 foto’s en een inleidende tekst van Rik Suermondt.
Bron: galeries.nl

Het Uur van de Wolf: Frits Weeda

dinsdag 15 november 2005
blauwbilgorgel?

Mijn broer maakt maffe beelden. Onderstaand creatuur heb ik van hem in bruikleen gekregen. Volgens mij is het familie van…

beeldje van Ton

een porgel of een porulan. Daar komen rare afgietsels van…

maandag 14 november 2005
Noordelijk realisme

Jarenlang ben ik haar ontrouw geweest, zat ik overspelig achter de Mac pixels te smeren. Maar Vrouwe Schilderkunst is niet jaloers, ze heeft altijd geweten dat ik weer bij haar terug zou komen. Vorige week heb ik voor het eerst sinds een jaar of zeven weer een paar doeken opgespannen en geprepareerd.

image
Pieter Pander

Omdat ik nu eenmaal een hybride leven leidt, pendelend tussen virtual reality en real life, ben ik op het web eens gaan kijken hoe het er op dit moment bij staat met de realistische schilderkunst in Nederland. De meeste realisten van nationaal en internationaal niveau hebben hun opleiding genoten bij Kunstacademie Minerva en hebben zich gevestigd in het noorden. Vandaar dat over het Noordelijk Realisme gesproken wordt.

image
Piet Sebens

Ik kende natuurlijk al wat namen en het werk van de nestors van deze school: Matthijs Rölling, Henk Helmantel en Rein Pol. Maar er blijken er dus veel meer te zijn dan ik dacht. De meeste schilders uit de onderstaande lijst behoren tot het Noordelijk Realisme.

image
Henk Helmantel
Johan Abeling
Arnout van Albada
Annette Beiboer
Gerard Boersma
Dinie Boogaart
Loïs Boomsma
Paul Boswijk
Annemarie Busschers
Jan Dits
Janhendrik Dolsma
Joost Doornik
Peter Durieux
Jaap van Dijk
Ger Eikendal
Douwe Elias
Flip Gaasendam
Albert Greving
Berend Groen
Cor Groenenberg
Ewoud de Groot
Maarten ‘t Hart
Henk Helmantel
Chris Herenius
Annet Hiltermann
Reinder Homan
Herman van Hoogdalem
Jopie Huisman
René Jansen
Jacqueline Kasemier
Jannes Kleiker
Tanja Klein
Jan van der Kooi
Diederik Kraaijpoel
Jan van Loon
Rikus van der Meer
Wout Muller
Hans Musters
Simeon Nijenhuis
Erik van Ommen
Theo Onnes
Pieter Pander
Hans Parlevliet
Peter van de Ploeg
Rein Pol
Ben Rikken
Roelof de Roo
Matthijs Röling
Piet Sebens
Robin D’Arcy Shillcock
Ger Siks
Ben Snijders
Fokko Timersma
Ion Toporan
Herman Tulp
Rene Tweehuysen
Van der Vegt
Gerrie Wachtmeester
Gerard van de Weerd
Olga Wiese
Marijke ten Wolde

Bron: stoneart.nl/realisten

image

Tegenwoordig geven Roling, Helmantel, Pol en Sebens masterclasses aan de Klassieke Academie voor Schilderkunst.

zondag 13 november 2005
zelfportretten
Wie ben ik als niemand kijkt.
tot 8 januari 2006, Karmelklooster te Drachten
wie ben ik als niemand kijkt
Afgelopen jaar hebben we in het Karmelklooster in Drachten een tentoonstelling gehad met 20 noordelijke figuratieve schilders rond het thema Liefde en dood: portretten van nabij. De kunstenaars brachten schilderijen in van hun dierbaren, geschilderd in goede gezondheid, op de grens van het leven en na de dood. Het waren werken, die zij nog niet eerder hadden getoond, vanwege beladenheid en emotie.
 
Bij deze expositie verscheen het boek Liefde en dood: portretten van nabij. We hebben voor deze expositie veel publiciteit gehad in kunst- en landelijke dagbladen. In overleg met de schilders is nu gekozen voor het thema Wie ben ik als niemand kijkt.
 
De Figuratieven verheugen zich in toenemende belangstelling. In feite is de top van de Nederlandse figuratieve kunstenaars gevestigd in Friesland en Groningen. De kunstenaars brengen meerdere werken in. Bij het vergelijken van de verschillende zelfportretten per kunstenaar openbaart zich iets meer van het geheim van het eigen ik. De kunstenaar verkent bij het maken van een zelfportret niet alleen de grenzen van het eigen ik, maar ziet het zelfportret ook als een kans om technisch verder te komen. Er wacht immers niet een geportretteerde, die aan het eind van de rit zucht: ben ik dat? De schilder is vrij. Hij is alleen met zichzelf, de kwasten en de verf, alleen met zijn talent, zijn hoop en wanhoop. Dan kan het gebeuren, dat het ware zelf zich toont, inclusief de eigen zwakten, soms ook met het uitvergroten van de eigen kracht. Hier valt veel te ontdekken en te genieten.

karmelklooster.nl

zaterdag 12 november 2005
Miniaturen turen

Vorig weekend bezocht ik de blockbuster van de Limburg Brothers in Nijmegen. Het was vreselijk druk en bovendien was ik mijn vergrootglas vergeten zodat de miniaturen grotendeels aan mijn oog voorbijgegaan zijn. Dan helpt de PC achteraf om eens te goed te bekijken wat je eigenlijk goed had moeten kunnen zien en volgens de conservatoren nooit meer te zien krijgt. Ik refereerde op 5 september al aan twee websites met het werk van de gebroeders van Limburg waarvan vooral de site van de Stichting De Gebroeders van Limburg enorm veel beeldmateriaal bevat.

Met de smaak van de Middeleeuwen in mijn mond ging ik verder en vond nog veel meer. Geen gebroeders, maar wel prachtige getijdenboeken. Allereerst de website van het Museum Meermanno in Den Haag. Daar moet ik nu echt eens een keer naar toe, dus het is een goede opwarmer deze site eerst eens te bezoeken. Ik vond er een leuke pagina over monsters. Vorig jaar heb ik hier al eens iets laten zien van monsters in Der Naturen Bloeme van Jacob van Maerlant.

(…)Het Museum Meermanno in Den Haag heeft een grote verzameling middeleeuwse boeken. Sommige van deze manuscripten worden bevolkt door bijzondere monsters en fantasiewezens.
Meermanno De Roman van de Roos, een boek uit de 14de eeuw, is een van de vele middeleeuwse handgeschreven boeken uit Museum Meermanno. Zodra je het openslaat op de eerste bladzijde zie je meteen een miniatuur vol kleuren. Als je de bladzijde beter bekijkt merk je kleine eekhoorntjes op aan de randen.
Waarschijnlijk zijn ze er door de tekenaar even snel bij getekend. Verder kijkend, zie je nog meer. Bijvoorbeeld een draak die voortkomt uit lijntjes, links aan de pagina. Het eekhoorntje is echt, maar die draak is verzonnen. (…)
Bron: Museum Meermanno Den Haag

Vervolgens de website literatuurgeschiedenis.nl waar ik het mooie getijdenboek van de Meester van Catharina van Kleef vond. Hij maakte het rond 1460, een halve eeuw dus na de werken van de gebroeders van Limburg. De afbeeldingen op deze site zijn van zeer goede kwaliteit en je kunt ze op groot formaat (900px x 1200px) downloaden. Ook leuk op deze site zijn de lessen Middelnederlands

Nog meer websites over middeleeuwse miniaturen bekijken? Otto Vervaart heeft op zijn site een reeks links verzameld, ook van indrukwekkende internationale databanken, zoals de Library of Congress, de British Library en de Piermont Morgan Library. Maar voordat je daar gaat kijken, eerst zien wat de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag voor moois bewaard.

vrijdag 11 november 2005
my favourite things [ 12 ]

Vandaag kreeg ik de nieuwe catalogus van Taschen binnen. Vorige maand is een nieuw boek verschenen waarin het werk van 150 eigentijdse illustratoren wordt getoond: Illustration now! Een must have. Maar ik moet eerst deze nog kopen!

Illustration now!
Drawing power: the world’s hottest illustrators A to Z.
From magazines and newspapers to ads, websites, album covers, and even mobile phone wallpaper, illustration is a crucial element in visual communication today. With unlimited creative possibilities, illustration is as unbound as imagination itself; whether it’s a simple pencil drawing, an ornate airbrushed painting, or a computer-generated image, an illustration speaks the international language of ideas. This comprehensive guide showcases 150 of today’s best commercial and editorial illustrators from over 50 countries; each entry highlights examples of recent work and includes the artist’s contact information, favorite media, awards, clients, and work philosophy. Look no further for what works and who’s who in the world of illustration: it’s all here.
 
Bron: taschen.com

my other favourite things

johannes@mimesis.nl

HTML Hit Counters
eXTReMe Tracker

het numineuze www.griffioen-beelden.nl

www.gerdrenshof.com

www.vanleestantiek.com

nl.orthodoxlogos.com

comics grafische vormgeving en webdesign muziek tekeningen en illustraties wetenschap taal & poëzie Rusland religie geschiedenis filosofie film boeken orthodoxie schilderkunst architectuur fotografie