door Jan Fontijn
Frederik van Eeden reisde graag en veel. In zijn jonge jaren trok hij naar Frankrijk, waar hij met de methoden van de artsen J.M. Charcot, Liébeault en H. Bernheim kennis maakte en een bewonderaar van Vincent van Gogh werd. Hij reisde ook naar Engeland, dat hem zo beïnvloedde dat hij in 1890 verklaarde ‘socialist’ te zijn. Daar maakte hij onder meer kennis met William Morris, Th.J. Cobden-Sanderson en de Russische ballingen P. Kropotkin en F. Stepniak. In Nederland zou hij helpen het tijdschrift Free Russia (Londen) te verspreiden. Verder werd hij er lid van de Society for Physical Research, kende L. Tuckey en F. Myers, gaf lezingen, maakte mediamieke seances mee en behandelde patiënten. In Nederland zou hij deze sterke belangstelling voor parapsychologie en spiritisme steeds meer plaats in zijn leven geven.
Hoewel uiterlijk opgewekt worstelde hij met zware depressies. Hij hield aantekening van zijn denken in Dagboeken en van dromen in dromenboekjes. In 1913 publiceerde hij A study of dreams, een analyse van zijn eigen dromen. In Nederland kreeg hij echter geen erkenning op zijn vakgebied. In Engeland leerde hij Lady Welby kennen (1892), die hem stimuleerde in zijn onderzoek naar de taal als communicatiemiddel. Naarmate mensen elkaar beter zouden begrijpen, zouden agressie en misverstand verminderen. Een voortzetting van deze belangstelling was zijn activiteit in signifische kring, waar de taalfilosofie in het middelpunt stond van hem en Jacob Israël de Haan, L.E.J. Brouwer, Gerrit Mannoury en J. van Ginniken. Zijn wijsgerige studies verschenen in verschillende tijdschriften, zo ook zijn Redekunstige grondslag van verstandhouding (1897) dat sterke verwantschap met het denken van Ludwig Wittgenstein vertoont. In de Studies I- VI (Amsterdam 1897-1918) heeft Van Eeden zijn belangrijkste essays op dit gebied verzameld.Bron: iisg.nl/bwsa/bios/eeden.html
Onder het pseudoniem Cornelis Paradijs schrijft Van Eeden zijn Grassprietjes, waarin hij zich laat zien als een plezierdichter (een vrome dat wel) die in ‘tik-tak-verzen’ als het onderstaande mij een beetje doet denken aan drs.P, vooral in schertsende zinnen als: ‘Doch rein is mijn verlangen / en mijn positie goed’.
Het ja-woord
Nu moet ik haar gaan vragen-
O welk een bange dag!
Doe God! mijn wenschen slagen-
Verschoon mij van dien slag!Uw grootheid zal ik eeren,
In aller eeuwigheid,
Mocht ik met haar verkeeren
In deugd en eerbaarheid.Ik voel mijn boezem prangen
Door bangen twijfelmoed-
Doch rein is mijn verlangen,
En mijn positie goed.Haar vader kent mijn ijver
En duldt mijn nadering,
Als veelbelovend schrijver
En deugdzaam jongeling.Hoop doet mijn hart herleven
En slaan met blijden slag:
Mijn bellen, haar gegeven,
Draagt zij nog iedren dag.Doch mocht zij ‘t woord niet spreken,
Waarnaar mijn boezem haakt,
Dan zal het hart mij breken,
Wijl het is afgeraakt.Dan zal ik eeuwig blijven
Versmolten in mijn smart,
Dan ga ik verzen schrijven,
Met wanhoop in het hart.uit: Grassprietjes, Cornelis Paradijs (ps. Frederik van Eeden)
Bron: dbnl.org


Van der Hem had zich intussen reeds geregeld op het terrein van de toegepaste grafiek begeven. Sinds het begin van zijn carrière deed hij – als nevenactiviteit – illustratiewerk voor kranten, tijdschriften en boeken. Verder ontwierp hij een groot aantal affiches. Vanaf 1914 tekende Van der Hem ook politieke prenten. Zijn vermogen om snelle en rake typeringen te geven, maakte hem in dit genre zeer geliefd. Werk van zijn hand verscheen onder meer in De Nieuwe Amsterdammer (1914-1920), de Haagsche Post (1920-1935) en de Haagsche Courant (1935-1941). Toen de Duitse censuur in 1941 de Nederlandse pers geheel beheerste, staakte Van der Hem zijn activiteiten als politiek tekenaar. Na de oorlog ging hij hier niet mee verder, en tot zijn overlijden in 1961 concentreerde hij zijn aandacht volledig op het portretschilderen.












