Maandelijks archief: oktober 2010

van broederliefde tot Killadelphia

gezien: Law and Disorder in Philadelphia met Louis Theroux

De intenties waren zo mooi geweest. Anders dan de conquistadores die door hebzucht gedreven naar de Nieuwe Wereld waren gekomen, hadden de kolonisten in Noord-Amerika uit religieuze redenen de grote oversteek gewaagd. Ze zochten een wereld waarin ze in vrijheid hun geloof konden belijden. In het 16e een 17e eeuwse Europa was dat bepaald geen vanzelfsprekendheid. Puriteinen en quakers identificeerden zich met het volk van Israël, dat door de God bevrijd was uit het oude Europa en nu naar het Beloofde Land had geleid. De Nieuwe Wereld was God’s Own Country waar ze met een schone lei mochten beginnen. Dat ze de nieuwe plaatsen vaak noemden naar plaatsen in hun thuisland, had niets met heimwee te maken, maar alles met transformatie. New England was in die zin geen tweede Engeland, maar een béter Engeland, zonder religieuze vervolgingen.

William Penn
De landing van Wiliam Penn de stichter van Philadelphia bij Dock Creek in 1682
As a Quaker, William Penn had experienced religious persecution and wanted his colony to be a place where anyone could worship freely despite their religion, and this extreme tolerance which led to significantly healthier relationships with the local Native tribes than most other colonies had, also encouraged the rapid growth of Philadelphia into America’s most important city. Penn named the city Philadelphia, which is Greek for brotherly love.
 
Bron: en.wikipedia.org

Philadelphia PoliceNu lopen er op de wereld nauwelijks nog utopisten als William Penn rond. Dat de werkelijkheid niet met naïeviteit te verenigen is, wordt door de geschiedenis telkens bevestigd. Sinds Camden (een suburb van Philadelphia) in 2004 de gevaarlijkste stad van de Verenigde Staten werd, heeft Penn’s idealisme een pijnlijk ironische lading gekregen. Philadelphia wordt in de volksmond liefkozend Philly genoemd, maar je hoort nu ook steeds vaker Killadelphia. Van broederliefde tot broedermoord. Utopia op zijn kop gezet. Welcome to the real world. Louis Theroux loopt in de documentaire Law and Disorder in Philadelphia in een kogelvrijvest mee met de Philadelphia Police. We krijgen een veilige inkijk in de gevaarlijkste buurten van de stad, waar het recht van de sterkste geldt en waar je image bepalend is voor je overlevingskansen. Kaal geschoren hoofden, gouden kettingen, tatoeages, wapens en drugs maken het beeld uit. De broederliefde is cool gemaakt en het imago van de killer die respect eist, is door de globalisering van de gangster- en hiphopcultuur een sterk exportartikel geworden.

Law and Disorder in Philadelphia
Like many American cities, Philadelphia saw a gradual yet pronounced rise in crime in the years following World War II. There were 525 murders in 1990, a rate of 31.5 per 100,000. There were an average of about 600 murders a year for most of the 1990s. The murder count dropped in 2002 to 288, then rose four years later to 406 in 2006 and 392 in 2007. In 2006, Philadelphia‘s homicide rate of 27.7 per 100,000 people was the highest of the country’s 10 most poulous cities. In 2004, there were 7,513.5 crimes per 200,000 people in Philadelphia.
 
Bron: en.wikipedia.org

Louis Theroux : Killadelphia [ hollanddoc.nl ]

tatiësk :: niets is wat het lijkt

Tati, een kwestie van kijken van Ann Meskens

filmstillIemand zijn, spelen dat je iemand bent of doen alsof je speelt dat je iemand bent. De Vlaamse filosofe Ann Meskens schreef een boek over Jacques Tati en tegelijkertijd een pleidooi om meer oog te hebben voor het spel van de werkelijkheid. Zondagmorgen zag ik haar in gesprek met Wim Brands in het VPRO-programma Boeken waarbij, zoals je in een programma over boeken mag verwachten, weer verwezen werd naar andere boeken, o.a. Homo Ludens van Johan Huizinga, De Spektakelmaatschappij van Guy Debord en naar het omvangrijke oeuvre van de socioloog Henri Lefebvre. Ann Meskens vertelt in haar boek hoe de jonge Jacques Tati op een keer in de trein aan het perron stilstaat en opmerkt hoe in de tegenoverliggende wagon de treinpassagiers doen alsof ze treinpassagiers spelen. Door deze opmerkingsgave kan de werkelijkheid ineens opgetild worden, boven het alledaagse uitstijgen en poëzie worden. Mesken‘s boek over Tati is vooral een pleidooi voor deze opmerkingsgave die het leven rijker en gelukkiger kan maken.

Iemand zijn, spelen dat je iemand bent of doen alsof je speelt dat je iemand bent.
Tati, een kwestie van kijkenMet haar boek over de Franse acteur, komiek en regisseur Jacques Tati (1908-1982) leert de Vlaamse filosofe Ann Meskens ons anders naar het leven te kijken. Wat gebeurt er als je ontdekt dat wij allemaal figuranten zijn? Dat alles om ons heen in scene is gezet?
 
De jonge Jacques Tatischeff, zoals zijn officiële naam luidde, groeide op in een chique Parijse voorstad. Zijn vader was van Russische afkomst, zijn moeder van Nederlands-Italiaanse komaf. Hij genoot een strenge opvoeding, maar op school blonk hij niet uit. Na een kortstondige rugbycarrière belandde hij via het variététheater in de filmwereld.
  
Zijn eerste film Jour de Fête draaide Tati in 1947. Tijdens zijn filmcarrière maakte hij zes lange speelfilms, en vier korte films, waarin hij altijd zelf de hoofdrol speelde. Films die tot het genre slapstickcomedy worden gerekend en in de cinematografie als klassiekers worden beschouwd. Kenmerkend voor zijn stijl is zijn camerawerk. Hij filmde de scènes in totaalshot, zodat hij het gedrag van de mensheid kon vastleggen. Met zijn observaties kon hij de werkelijkheid optillen. In de scènes zitten voortdurend subtiele elementen verstopt, van verborgen grapjes tot moderne maatschappijkritiek, details die pas na grondig bestuderen zichtbaar worden.
 
Bron: boeken.vpro.nl

Ann Meskens kijkt met de ogen van Tati [ trouw.nl ]

kleur of zwart-wit

deze week gaat het proces tegen Geert Wilders verder…

Onderstaande still laat zien hoe Geert Wilders en Bram Moscowicz reageren op de reactie van rechter Jan Moors op het zwijgrecht van Wilders. Vooral Moscowicz‘ gezichtsuitdrukking spreekt boekdelen. Hij denkt er het zijne van. We horen dat even later: rechter Moors zou de schijn van partijdigheid hebben gewekt. Het verzoek om de rechters (waaronder Jan Moors) te vervangen, is door de rechtbank niet gehonoreerd omdat zij het er niet mee eens is dat de schijn van partijdigheid gewekt zou zijn. Toch ligt er een hemelsbreed verschil in de intonatie van Jan Moors en die van zijn collega die Moors de volgende dag citeert: “het lijkt erop dat u dit nu weer doet.” De collega citeert op vlakke toon, maar Moors heeft vanuit zichzelf gesproken en aan zijn woorden kleur gegeven.

Geert Wilders en Bram Moscowicz
onze waarneming is ingekleurd, vooringenomen. Hoe krijgen we een objectief beeld? Hoe toetsen we? Waaraan toetsen we?

Kleur. Het is een woord dat tegengestelde betekenissen kan krijgen. Wanneer we over onze samenleving spreken, is ‘kleur’ een positief woord en met ‘kleurrijk’ benadrukken we dan de pluriformiteit van de Nederlandse samenleving. Wanneer het woord “kleur” een positieve lading wordt gegeven, krijgt “zwart-wit” vanzelf een negatieve lading. “Denk niet zwart. Denk niet wit. denk niet zwart-wit.” zingt Frank Boeijen, “maar meer met de kleur van je hart” Helemaal waar, maar welke kleur heeft de kleur van je hart? Je mag toch aannemen een warme kleur. De rechter heeft nu het laatste woord gekregen en wordt bijgestaan door Vrouwe Justitia, geblinddoekt maar gewapend met een zwaard. Het recht scheidt messcherp leugen van waarheid in een rechtvaardig oordeel volgens de een en in een onrechtvaardig oordeel volgens de ander.

rechter Jan Moors reageert op het zwijgrecht van Geert Wilders [ nos.nl ]