De western Shane werd in 1953 voor zes oscars genomineerd. Regisseur George Stevens greep zelf tweemaal naast. De oscars voor de beste film en beste regisseur gingen dat jaar naar Buddy Adler en Fred Zinnemann voor From here to eternity. Shane verzilverde wéll de oscar voor de beste cinematografie van Loyal Griggs. Het onderwerp en het verhaal doen mij aan twee latere westerns denken. Clint Eastwood speelde in 1985 al in een remake van Shane (Pale Rider) voordat hij zeven jaar later Unforgiven (1992) maakte. Daarbij heeft hij zich duidelijk door Shane laten inspireren. Ook hier gaat het over het ellendige bestaan van een keuterboertje op een hoogvlakte in de Rocky Mountains en is er Bijbelse symboliek. De andere western is de tamelijk onbekende psychedelische western (ja, dat is een genre) The Hired Hand (1971) van en met Peter Fonda. Beide films verenigen de hired hand en de lonesome cowboy in de hoofdpersoon, een man van weinig woorden uiteraard. Want in westerns hoort dat zo. En Clint Eastwood en Peter Fonda zijn al helemaal geen praters.

Hoofdrolspeler Allan Ladd speelde na Shane nog in twintig films. Ook al had hij met Shane zijn beroemdste rol, ik zie hem toch liever samen met Veronica Lake in een film noir, bijvoorbeeld The Glass Key (1942), This Gun for Hire (1942) of The Blue Dahlia (1946).
In de serie Volgens Verhoeven in De Volkskrant schreven Paul Verhoeven en Bob Scheers in november een korte beschouwing over Shane. Volgens Paul Verhoeven is Shane zonder meer een Jezusfiguur. In de allereerste scene komt hij van links naar rechts de film ingereden. Dat betekent in de taal van de western dat we met een good guy te maken hebben. Bovendien is hij gekleed in licht suede. Regisseur George Stevens, die 12 jaar later de Jezusfilm The Greatest Story Ever Told zou maken, heeft al die Jezussymboliek in Shane er bewust ingebracht. Het legendarische einde met de schreeuwende Joey: “Shane, come back!” duidt volgens Verhoeven op de wederkomst van Christus.
Volgende maand hopen we München te bezoeken. Als liefhebbers van de Jugendstil, zitten we in München goed. Jugend, het tijdschrift waar de Jugendstil ( of Art Nouveau, Nieuwe Kunst en Secession) haar naam aan te danken heeft, verscheen voor het eerst in 1896 in München. Rond de schilder 
Toen ik negen jaar was, kreeg mijn grote broer een abonnement op het legendarische stripweekblad PEP en werd de Donald Duck voor mij alleen. Toch vond ik de PEP veel spannender om te lezen. Zo’n veertig jaar geleden tekende de crème de la crème van de Nederlandse (strip)tekenaars voor PEP: Hans G.Kresse (1921-1992), Peter van Straten (1935), Daan Jippes (1945), Fred Julsing (1942-2005), Dick Matena (1943), Martin Lodewijk (1939) en Peter de Smet (1944-2003). Wie hier ook niet vergeten mag worden, is Willy Lohmann (1936). 












