Maandelijks archief: september 2006

Kritiek van de praktische rede

Kritik der praktischen Vernunft (1788) in het Nederlands vertaald

Jabik Veenbaas (foto rechtsonder), een van de vertalers van Immanuel Kant’s Kritik der praktischen Vernunft, schrijft dit weekend in Trouw

Wij maken deel uit van een wereld die aan alle kanten beheerst wordt door het kennen, door de wetenschap, en door de toepassing daarvan, de techniek. En natuurlijk, die wetenschap heeft haar geweldige kanten. Maar ze bedreigt ons ook. Jabik VeenbaasEn dan doel ik op de dreiging van een denktrant, van een wereldbeeld. Er bestaat een neiging om onze hele wereld in wetenschappelijke termen te benoemen. DNA, quasars, snaren – dat alles zoemt en wervelt om ons heen. De wetenschappelijke kwalificering lijkt de mens te reduceren tot een wirwar van deeltjes en processen, tot een kluwentje dat hulpeloos rondspartelt in een kleine uithoek van het heelal.
 
Kants filosofie toont ons een uitweg uit dat wereldbeeld. De mens is niet alleen een radartje, opgenomen in een causaal gedetermineerd geheel, hij is dat zelfs niet in de eerste plaats, hij is voor alles een wezen dat moreel handelt en zich als zodanig tot het hele universum moet en kan verhouden. Zo kan hij zich staande houden in dat immense, door wetmatigheden beheerste heelal. Daarin bestaat zijn waardigheid. Dat is uiteindelijk de betekenis van Kants veel geciteerde uitspraak aan het slot van de Kritiek van de praktische rede:
‘Twee dingen vervullen de geest met steeds nieuwe en toenemende bewondering en eerbied, hoe vaker en langduriger het denken zich ermee bezighoudt: de sterrenhemel boven mij en de morele wet in mij’

Boeken van Immanuel Kant bij Uitgeverij Boom
De drie kritieken
Kritiek van de zuivere rede (vert. Jabik Veenbaas en Willem Visser)
De religie binnen de grenzen van de rede
Naar de eeuwige vrede
Kritiek van de praktische rede (vert. Jabik Veenbaas en Willem Visser)
Prolegomena (vert. Jabik Veenbaas en Willem Visser)
Fundering voor de metafysica van de zeden
Bron: immanuelkant.nl (doorlink naar boomsun.nl)

integrale grondtekst van de drie kritieken in het Duits:
Kritik der reinen Vernunft, 1787 (Wat kan in weten?)
Kritik der praktischen Vernunft, 1788 (Wat moet ik doen en mag ik hopen?)
Kritik der Urteilskraft, 1790

Kritiek van de praktische redeIn de Kritiek van de zuivere rede had Kant de mogelijkheidonderzocht van de menselijke kennis. Hij kwam tot de slotsom dat die beperkt blijft tot het domein van de zintuiglijke ervaring, en dat we niets kunnen weten over zaken die die ervaring te boven gaan: over de ziel, de wereld als geheel en God. In de Kritiek van de praktische rede stelt Kant echter dat we als praktische, moreel handelende wezens onafhankelijk zijn van de zintuiglijke wereld en deel krijgen aan de wereld van de bovenzin-tuiglijke dingen. Omdat alle belang uiteindelijk moreel is, heeft de praktische rede voor Kant het primaat boven de zuivere rede. Kants tweede Kritiek is de „sluitsteen„ van zijn filosofische systematiek en het kloppende hart van zijn filosofisch oeuvre.
 
Bron: boomsun.nl

Adzer van der Molen

Adzer van der Molen (1959) is een schilder uit Amsterdam
Adzer van der Molen
Sentimental Journey, 2004
olieverf op doek, 105×90 cm
De motieven in mijn werk hebben te maken met ideeën over vrijheid en verlangen. Ideëen die een dominante rol spelen in onze cultuur. Ze worden uitgewerkt in klassiek gecomponeerde landschappen waarbij metaforische en verhalende mogelijkheden worden onderzocht.
 
De doeken refereren vaak aan bestaande beelden. Hierbij worden romantische cliché’s, zoals het schilderij met het weggetje naar de einder, niet geschuwd, maar herzien en opnieuw geïnterpreteerd. Het “Laantje te Middelharnis” van de schilder Hobbema is een autoweg geworden.
 
Bron: adzervandermolen.nl/words.html

adzervandermolen.nl

overpeinzingen [5]

achteraf genoteerde gedachten tijdens het schilderen

mimesis: veredeld navolgen
Het Griekse filosofische begrip Mimesis betekent meer dan louter imitatie. Het is niet alleen nabootsing van de natuur, maar een ‘veredeld’ navolgen van de natuur, het spiegelen van de uiterlijke aan de innerlijke natuur. Een schilderij van een landschap kan zo een weergave van dat landschap zijn en tegelijkertijd een spiegel van het innerlijk.

panta rhei
De werkelijkheid is eigenlijk niet te volgen, niet te schilderen. Als je wel eens in de openlucht geschilderd hebt, dan weet je dit. Niet alleen omdat de ‘dingen’ bewegen, maar vooral ook omdat het licht ieder moment verandert. Om de werkelijkheid toch te kunnen schilderen, hebben we schema’s nodig. Er zijn aangeleerde schema’s en er zijn schema’s die we zelf ontwikkeld hebben. Tot in de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden alle schilderijen op het atelier, ook de landschappen. Deze waren niet rechtstreeks naar de waarneming geschilderd maar werden met behulp van schema’s en visuele trucks geconstrueerd. Wel werden op lokatie allerlei studies van het onderwerp gemaakt, maar het schilderij zelf werd op het atelier in elkaar gezet. Cut and paste dus. Het zijn de schilders van de School van Barbizon geweest en later de impressionisten (zelf noemden ze zich overigens realisten) die de rechtstreekse confrontatie met de werkelijkheid opzochten. Ze zagen dat de werkelijkheid voortdurend verandert door het wisselende licht. Dit probeerden ze te vangen terwijl ze wisten dat het slechts bij benadering mogelijk is.

plein air
Gisteren begonnen om ongeveer 11.00 en gestopt om 13.00. Niet alleen veranderen de schaduwen elk moment, het licht wordt harder naarmate de zon hoger komt.

ik wil je omhelzen maar je bent te groot voor mij
Het bos is tijdloos. Tweeduizend jaar geleden zag het er precies zo uit als nu. Niets in het bos is door mensenhanden gemaakt. De natuur is een mysterie. Hoe alledaags een bospad ook is, wanneer je afdaalt in het mysterie van de natuur gaat het je duizelen. Want je komt tegenover de oneindigheid te staan. Het enige dat zinvol is, is loslaten en meegaan in de stroom. De natuur is niet te schilderen. Het is meer dan een oneindig aantal schilderijen. Toch wil ik het schilderen, het mysterie (be)naderen. Ik wil je zo graag omhelzen, maar je bent te groot voor mij.

alle overpeinzingen [2006] | oude overpeinzingen [1996]