Maandelijks archief: september 2006

Manuel II Paleologos

Wie was de man die afgelopen week door de paus geciteerd werd?

Benedictus XVI in RegensburgDe islam lijkt zichzelf steeds meer te ontmaskeren als een religieuze ideologie die geen kritiek verdraagt en dreigt met het kopje kleiner maken van iedereen die kritiek heeft op ‘de Profeet’, in psychologisch opzicht het brandpunt van trots en eer van bijna iedere moslim. Na de Deense cartoonrellen, lijkt paus Benedictus XVI een nieuwe rel ontketend te hebben met zijn toespraak aan de universiteit van Regensburg afgelopen week. Trouw schrijft vandaag in haar commentaar:

Als we het woord spot even tussen haakjes zetten is dit (kritiek) precies wat paus Benedictus XVI in praktijk bracht toen hij deze week in een theologische lezing aan de universiteit van Regensburg de veertiende-eeuwse Byzantijnse keizer Manuel II citeerde. Hij zei over de profeet:
‘Laat me zien wat Mohammed voor nieuws heeft gebracht. Wat je dan tegenkomt is niets dan kwaads en onmenselijks, zoals zijn bevel om het geloof dat hij predikte met het zwaard te verbreiden’

Zo„n tekst komt hard aan. En als het over geweld gaat had de paus ook wel wat nadrukkelijker naar de eigen kerkgeschiedenis kunnen verwijzen met zijn kruistochten en heksenverbrandingen. Dat neemt niet weg dat de boodschap van het Nieuwe Testament er niet één is van geweld. Anders gezegd, hier ligt een belangrijk verschil in uitgangspunt, dat in een goede dialoog tussen beide godsdiensten niet weggemoffeld mag worden. De expliciete vraag is: hoe vat de islam deze boodschap van de profeet op en hoe gaat men daarmee om in een wereld waarin het woord djihad en het gebruik van geweld een geladen betekenis hebben gekregen?
 
Bron: trouw.nl

Vanmorgen ben ik op het web gaan zoeken naar wie deze Byzantijnse keizer Manuel II Paleologos nu precies was. Als zo vaak kwam ik bij een van de 1.386.667 artikelen op de Engelstalige wikipedia terecht. De kracht van deze online en open encyclopedie bleek weer eens uit de zeer recente informatie over de controverse tussen de uitspraak van de paus en de moslimgemeenschap.

Pope Benedict XVI quoted in his September 12 speech at the University of Regensburg parts from a dispute between Manuel II and a Persian scholar, in which Palaiologos was quoted by as saying, “Show me just what Muhammad brought that was new and there you will find things only evil and inhuman, such as his command to spread by the sword the faith he preached”[1], triggering outrage from Muslim organizations: Ali Bardakoglu opined that Benedict has a “crusader mentality”, Mahdi Akef called Muslim states to discontinue relations with the Vatican and al-Arabiya predicted the quote would provoke the “anger of the Muslim world”.
 
While the speech discussed the issue of transcendence, Manuel II’s original writings reflect the rise of Islam (the original letters were penned sometime around 1391, when the Ottomans had conquered most of the Byzantine provinces. A mere 200 years earlier, it was Catholicism which represented the greater threat to the Byzantine Empire’s stability, as exemplified by the events of the Fourth Crusade, but by Manuel II’s time, Turkish power had become the predominant threat. Professor Adel Theodor Khoury, editor of the cited writings, criticized the lack of understanding of the historical context in the debate and denounced both the Emperor’s argument and the Islamist reaction to the Pope’s speech
 
Bron: en.wikipedia.org

Om de uitspraak van Manuel II Paleologos goed te kunnen begrijpen, moeten we naar de geopolitieke achtergrond van zijn tijd kijken: de islamitische (Ottomaanse) dreiging .

Byzantijnse Rijk 1265
Het Byzantijnse Rijk in 1265

Het Byzantijnse Rijk had zich in 1265 weer hersteld van de Latijnse overheersing, maar zou tweehonderd jaar later niet meer bestaan. Rond 1400, tijdens het bewind van Manuel II Paleologos waren alleen nog de laatste bolwerken (Constantinopel, Thessaloniki, Chalkidiki en de Zuidelijke Peloponnesos) overgebleven.

Byzantijnse Rijk 1403
Het Byzantijnse Rijk rond 1400 ten tijde van Manuel II Paleologos
polderpeil Trouw

overpeinzingen [4]

achteraf genoteerde gedachten tijdens het schilderen

werkwijze: opbouw van een schilderij
Wanneer ik aan het schilderen ben, gaat het meestal om meerdere zaken tegelijk. Het gaat over het waarnemen van kleur, van licht en donker, van verhoudingen, van richtingen en dat allemaal in één globale blik. Bovendien ben ik mij ervan bewust dat ik in deze wereld en in deze tijd leef, dus dat ik in een schilderkunstige traditie sta. Maar tijdens het schilderen wil ik niet reflecteren maar schilderen. Toch is de reflectie op de achtergrond voortdurend aanwezig. In de beginfase waarin ik de basis van het schilderij opzet, concentreer ik mij op de grote vormen waarbij ik de juiste toon en de juiste verhouding probeer te vinden. Wanneer ik de ogen half dichtknijp, dwing ik mijzelf tot het waarnemen van de grote vormen. Het schilderij moet na deze fase overeenkomen met het onscherpe totaalbeeld van mijn onderwerp. Wanneer ik tevreden ben, ga ik iets scherper stellen, zonder nog teveel op de details te letten.

plein air
In het bos is het geen seconde hetzelfde, overal wemelt het van kleurvlekjes. Hoe schilder je iets dat voortdurend verandert?

werkwijze en zienswijze
Deze liggen in elkaars verlengde. Wanneer ik bijvoorbeeld met brede kwasten schilder, dan ga ik ook op een andere manier kijken omdat ik een minder gedetaileerd beeld kan schilderen. Ik ga met een bredere kwast dus ook ‘breder’ kijken. Omdat ik weinig controle heb over de details, moet ik ze met brede streken suggereren. Ik kan niet als een fijnschilder met een fijn penseel ‘articuleren.’

de juiste maat
Met een fijn penseel kan gemakkelijk een peuterig breiwerk ontstaan. Het is de kunst om een fijn penseel met mate te gebruiken voor de essentiële details, bij een portret bijvoorbeeld bij accentueringen in de ogen, mond en neus. Het is belangrijk dat deze fijnere streken integreren met de brede streken, zodat het schilderij een eenheid wordt.

alle overpeinzingen [2006] | oude overpeinzingen [1996]

2314 zelfportretten

Philip Akkerman : Tweeduizendzes
2314 zelfportretten 1981-2005, De Hallen, Haarlem 09.09 – 19.11

Vijfentwintig jaar alleen maar je eigen kop schilderen, Philip Akkerman heeft bewezen dat zoiets mogelijk is. Je houdt dat natuurlijk alleen maar vol als je boven je onderwerp weet uit te stijgen. Saai is zijn werk beslist niet. Stilistisch en coloristisch trekt hij telkens weer nieuwe registers open en hij maakt je deelgenoot van zijn eigen verbazing op deze ontdekkingsreis van het oog.

AkkermanDoor zijn nimmer aflatende toewijding aan één en hetzelfde onderwerp, zijn eigen beeltenis, neemt Philip Akkerman al jarenlang een unieke positie in de kunstwereld in. Zijn zelfportretten zijn inmiddels beroemd over de hele wereld: hij heeft er tot nu toe zo„n 2400 geschilderd, in een grote variëteit aan stijlen en technieken. Van flamboyant en expressief tot serieus en ingetogen, van realistisch-figuratief tot totaal abstract. Akkermans oeuvre laat zich beschouwen als een zinderende reis langs alle uithoeken van de schilderkunst, binnen de lijnen van één en hetzelfde gezicht. De tentoonstelling in De Hallen kent een zeer bijzonder uitgangspunt. Alle zelfportretten die sinds het verschijnen van Akkermans oeuvrecatalogus 2314 zijn gemaakt, worden chronologisch en zonder selectie getoond.
 
AkkermanNooit eerder kreeg het publiek zo„n openhartig kijkje in de keuken bij de kunstenaar: de ontwikkelingen in het schilderkunstig onderzoek zijn hier stapje voor stapje, van schilderij tot schilderij waarneembaar. Zo zien we hoe de keuze voor een bepaalde stijl en techniek langzaam tot technische perfectie wordt gevoerd, alvorens Akkerman zich door momenten van crisis en twijfel genoodzaakt ziet van koers te veranderen – soms voorzichtig, dan weer radicaal. Balancerend tussen overtuiging en onzekerheid, beperking en totale vrijheid, laat Philip Akkerman zien hoe avontuurlijk het zelfportret kan zijn.
 
Bron: dehallen.com