Maandelijks archief: januari 2007

op zoek naar het echte leven

vrijdagavond gezien op België2:
Almost Famous van Cameron Crowe (2000)

Bitterzoete film over een schooljongen van vijftien die als junior-popjournalist voor Rolling Stone Magazine in 1973 meetoert met de fictieve band Stillwater. Fijn tijdsbeeld van de nadagen van de flower power. En mooie rollen van Patrick Fugit als het onwapenende groentje en Kate Hudson als dolende groupie op zoek naar het echte leven. Beiden komen tot de ontdekking dat je beter eerlijk kunt zijn dan cool. Naast ontroerende momenten zijn er ook heel vermakelijke scenes in deze film; heb een paar keer echt moeten schateren.

almost famous posterAlmost famous is geen realistische film, maar een sprookje. Kleine gebeurtenissen zijn uitvergroot en de anno 1973 niet (meer) zo gemoedelijke sfeer in de Amerikaanse rockscène is bewust geromantiseerd. Toch is het een eerlijke film. Almost famous is Cameron Crowe’s persoonlijke waarheid en bij het vertellen daarvan valt hij niet op leugens te betrappen. Zelfs niet in de scène waarin de beginnende, vijftienjarige popjournalist William Miller (Patrick Fugit) door een stel groupies wordt ontmaagd. Die valt in dezelfde categorie als de scène in High fidelity waarin John Cusack als tweedehands platenhandelaar een liefdesnacht beleeft met een mooie singer-songwriter – de categorie waarin de wens vader is van de gedachte en de grens tussen werkelijkheid en fantasie wat dunner is dan anders. En de waarheid verfraaien is, zoals iedere journalist weet, heel iets anders dan liegen.
almost famous
Stillwater met meetoerende groupies
een van de meest hartveroverende films ooit over popmuziek gemaakt

Oene Kummer in de Filmkrant

Het overgrote deel van de scènes in Almost famous is uit het leven gegrepen. Het is bijvoorbeeld tragikomisch en herkenbaar hoe Miller zich tijdens zijn eerste journalistieke opdracht via de achteringang van de concertzaal toegang probeert te verschaffen tot de kleedkamer van Black Sabbath. Eerst wordt hij door een botte security man afgebekt. Vervolgens staat hij met zijn mond vol tanden als de bandleden arriveren en hem zonder blikken of blozen voorbijlopen. De groupies vinden hem schattig, maar hebben zo hun eigen prioriteiten. Hoe vaker William over het stukje toegangsweg heen en weer loopt, hoe grappiger de scène wordt. Pas als hij de leden van de (fictieve) supportact Stillwater op precies de juiste loftuitingen trakteert, mag hij mee naar binnen.
 
Bron: filmkrant.nl

Almost Famous

de paleizen van het geheugen

Augustinus in de Belijdenissen over het geheugen

In het Tiende Boek van de Belijdenissen onderzoekt Augustinus het menselijk brein. Deze tekst van 1600 jaar oud overtreft in frisheid en verwondering veel moderne psychologische teksten.

.. En dan kom ik aan de velden en de weidse gebouwen van het geheugen, waar zich de schatkamers bevinden met de talloze beelden die daar van alle soorten waargenomen dingen binnen zijn gebracht. Daar ligt ook alles wat wij met vergrotingen of verkleiningen of onverschillig welke wijzingen van de door onze waarneming aangeraakte dingen hebben gedacht, en ook alles wat er verder nog in bewaring is gegeven of neergelegd, voorzover het niet is opgezogen en bedolven door het vergeten.
 
Wanneer ik daar ben, beveel ik dat te voorschijn wordt gebracht wat ik maar verkies: bepaalde dingen komen dan onverwijld opdagen, terwijl naar andere langer wordt gezocht en deze om zo te zeggen uit verderweg gelegen bergplaatsen worden opgediept; er zijn er ook die in zwermen komen aanvliegen en die terwijl naar iets anders gevraagd en gezocht wordt, tussenbeide springen, alsof ze willen zeggen: ‘Zijn wij het soms niet?’ En met de hand van mijn hart blijf ik ze wegduwen van het aangezicht van mijn herinneren, net zolang totdat het gewenste doorbreekt en uit de verborgenheid voor mijn ogen treedt. Andere dingen bieden zich zonder moeilijkheden en in ongestoorde volgorde aan, juist zoals ze worden opgeroepen: het voorafgaande maakt plaats voor het volgende en wordt, terwijl het zo plaatsmaakt, opgeborgen om te voorschijn te komen wanneer ik dat weer wens. Dit alles doet zich voor wanneer ik uit mijn herinnering iets aan het vertellen ben.
Rembrandt: de filosoof
Rembrandt: de filosoof
Goed geordend en soort bij soort liggen daar al de dingen opgeborgen, die ieder langs zijn eigen toegang naar binnen zijn gebracht: zo zijn bijvoorbeeld het licht en alle kleuren en vormen van lichamen langs de ogen gekomen, langs de oren alle soorten klanken, alle geuren langs de neusgaten, alle smaken langs de mond, terwijl van het over geheel het lichaam verspreide zintuig gekomen is wat hard is of zacht, wat koud is of warm, glad of ruw, zwaar of licht, hetzij buiten, hetzij binnen het lichaam.
 
Om het mogelijk te maken dat al deze dingen zo nodig worden hervat en hernomen, worden ze geherbergd in de wijde verborgenheid van het geheugen, in zijn-hoe moet ik het zeggen?-ontoegankelijke en niet onder woorden te brengen ruimten: ze komen er allemaal langs hun eigen deuren naar binnen en worden er opgeborgen. Overigens zijn het niet de dingen zelf die er binnenkomen: het zijn veeleer de beelden van de waargenomen dingen, die daar ten beschikking staan van het denken dat zich hen herinnert.
 
Hoe die beelden tot stand zijn gebracht? Wie zal het zeggen, ook al blijkt duidelijk door welke zintuigen ze zijn gegrepen en daarbinnen opgeborgen? Want ook al vertoef ik in duisternis en stilte, ik breng, als ik dat wil, in mijn geheugen kleuren te voorschijn en maak onderscheid tussen wit en zwart en tussen andere kleuren waar ik dat wil; daarbij komen geen klanken tussenbeide die storend werken op wat ik door mijn ogen heb opgenomen en bezig ben te beschouwen, en dit terwijl toch ook die klanken zich daar bevinden en er als het ware in een afzonderlijke bergplaats bewaard worden. Ook die klanken immers roep ik op wanneer mij dat zint, en ze zijn dan onverwijld bij de hand; en met mijn tong in rust en mijn keel zonder geluid zing ik dan zoveel ik wil, en die beelden van kleuren, die zich daar toch evengoed bevinden, komen niet storend tussenbeide bij het ophalen van de andere voorraad, die via de oren is binnengestroomd.
 
lees verder…

mens, kom tot je zelf

Het mooiste preekfragment aller tijden:
Augustinus (354-430), bisschop van Hippo Regius

Tien jaar geleden gaf Thérèse mij na mijn myronzalving een mooie oude uitgave van de Belijdenissen van Augustinus uit 1928 in de vertaling van Dr. A.Sizoo. Ik las weer eens in het adembenemend mooie Tiende Boek en zal er de komende dagen wat uit citeren. Maar eerst een fragment uit een preek van Augustinus die volgens de lezers van Trouw de mooiste preek aller tijden is.

Wie is er nu niet afgemat in deze wereld? Kan iemand mij zeggen wie er niet afgemat is van het werken of van het piekeren?

De arme is afgemat van het werken, de rijke van het piekeren. De arme is afgemat omdat hij streeft naar bezit, de rijke omdat hij streeft naar behoud. En omdat hij ook nog winst wil maken, is de rijke nog veel afgematter. Je draagt dus in feite je eigen last: de zonden waaronder je gebukt gaat. En toch probeer je je te verheffen, ondanks het enorme gewicht van de zonden. En je trots zwelt op, ook al ben je zwaar beladen.
Daarom zegt de Heer… Nou, wat zegt Hij? Juist, „Ik zal u verkwikken. Neem mijn juk op en leer van Mij.„ Wat kunnen we dan van U leren, Heer? Wij weten dat u in het begin het Woord was, en dat het Woord bij God was en dat het Woord God was. Wij weten dat alles door U is gemaakt, het zichtbare en het onzichtbare. Wat kunnen wij van u leren? De hemel ophangen? De aarde vastzetten? De zee uitspreiden? De lucht uitspannen? Alle vier de elementen van de bijpassende wezens voorzien? De tijdperken ordenen? De afwisseling in de jaargetijden aanbrengen? Is dat wat wij van U kunnen leren? Of wilt u ons misschien leren wat U op aarde hebt gedaan? Wilt U ons dát leren? Dan kunnen we van U leren hoe we melaatsen moeten reinigen, hoe we demonen moeten uitdrijven, koortsen verjagen, de golven van de zee tot bedaren brengen, doden tot leven wekken…
„Niets van dat alles„, zegt Hij.
Maar wat dan wel?

Zachtmoedigheid
en nederigheid van hart

Schaam je, trotse mens, schaam je voor God. Het Woord van God zegt, God zegt, de Eniggeborene zegt, de Allerhoogste zegt: „Leer van Mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart„. Zijn hoge majesteit is afgedaald naar de nederigheid. En dan durf jij, mens, je nog op te blazen? Mens, kom tot jezelf, breng jezelf terug tot de nederigheid van Christus en blaas jezelf niet op tot je van trots uit elkaar barst.
 
Bron: augustijnsinstituut.nl

Gozzoli
Augustinus leest Paulus
door Bennozo Gozzoli

Het leven van Augustinus geschilderd door Benozzo Gozzoli in 1463