Maandelijks archief: maart 2008

Italiëgangers [ 1 ]

Karl Eduard Ferdinand Blechen (1798-1840)
en Josephus Augustus Knip (1776-1846)

De Alte Nationalgalerie in Berlijn is vooral bekend vanwege de Duitse romantische schilderkunst met de Caspar David Friedrich-zaal als hoogtepunt. Op dezelfde verdieping vinden we ook een deel van de 34 schilderijen die het museum van Karl Blechen in bezit heeft. Karl Blechen is bij ons tamelijk onbekend, maar wat mij betreft staat hij samen met Friedrich aan de top van de Duitse romantische landschapsschilderkunst.

Karl Blechen
Karl Blechen, Amalfi, capucijner klooster
dit Italiaanse landschap ademt eenzelfde rust als de landschappen van Corot

In 1823 ontmoette Blechen als student de 24 jaar oudere Caspar David Friedrich in Dresden. Na zijn studietijd werkte hij eerst als decoratieschilder en maakte in 1828/29 een reis naar Italië. In tegenstelling tot de schilderijen van zijn voorbeeld Friedrich die Italiënooit bezocht heeft, is het werk van Blechen vaak licht en kleurrijk.

Karl Blechen
Bocht van Rapallo, 1829/30
Deze olieverfschets die Blechen in de buitenlucht maakte, doet denken aan de atmosferische momentopnamen van Turner

Ook stond Blechen in Italiëaan het begin van wat men in Duitsland de Freilichtmalerei noemt; in Nederland zijn we de Franse term plein air gaan gebruiken omdat het vooral de Franse Barbizonschilders waren die buiten gingen schilderen. Jean Baptiste Camille Corot, ook een echte Italiëganger, stond net als Blechen aan het begin van deze revolutionaire verandering in de landschapsschilderkunst.

Und trotzdem: wir fahren nach Italien
Erlagen die Mittel- und Nordeuropäer nicht immer schon der Faszination und der Magie des südlichen Lichts, in dem die Küsten Italiens wie Sehnsuchtsorte erster Güte erstrahlten? Im 18. und 19. Jahrhundert waren es noch vorwiegend junge Adlige und Künstler, die dieser Sehnsucht folgten und die atemberaubenden Landschaften und spektakulären Überreste antiker Kultur bereisten, bewunderten und darzustellen versuchten.

Karl BlechenUnter ihnen war auch der Maler Karl Eduard Ferdinand Blechen (Cottbus 1798 – 1840 Berlin), der 1828/29 den lang gehegten Wunsch einer Italienreise verwirklichen konnte. Bis zu diesem Zeitpunkt vor allem durch Caspar David Friedrich (Greifswald 1774 – 1840 Dresden) und Johan Christian Clausen Dahl (Bergen 1788 – 1857 Dresden) beeinflußt (s. hierzu kleines Bild), verhalf ihm sein Italienaufenthalt zu einer lichtdurchfluteten Malerei von vorimpressionistischer Leichtigkeit.
( Bron: museenkoeln.de )

Knip: De Golf van Napels
Josephus Augustus Knip
Golf van Napels, 1818

Ook Nederland kende in het begin van de negentiende eeuw Italiëgangers, zoals bijvoorbeeld Josephus Augustus Knip die in 1808 de eerste Nederlandse Prix de Rome won en naar Italiëvertrok. Vijf jaar na zijn terugkeer, schilderde hij in 1818 bovenstaand Italiaans landschap in een geïdealiseerde en classisistische stijl. Knip liet zich inspireren door zeventiende eeuwse voorbeelden als Jan Dirckzn. Both. Op de website van het Rijksmuseum (Aria) wordt het schilderij geanalyseerd. Er zijn vier tekeningen en schetsen bewaard gebleven die hij ter plekke maakte en samenvoegde in dit atelierstuk.

De Prix de Rome is de oudste kunstprijs van Nederland. De Prix de Rome werd in 1808 door Lodewijk Napoleon in Nederland ingevoerd. Met de oprichting van de Rijksakademie van beeldende kunsten in 1870 legde koning Willem III de staatsprijs vast in de Wet op de Rijksakademie.
prixderome.nl

Und trotzdem: wir fahren nach Italien

boze wereld vol slechteriken

gezien: The Good, the Bad and the Ugly (1966)

DVDLos van de overtuigende cinematografie en filmmuziek viel mij op dat het in deze western juist niet om geloofwaardigheid gaat. Net als in James Bond-films gaat het om de mythe van ‘de man-die-alles-kan’. Dit ‘alles’ wordt gemakshalve even beperkt tot het koelbloedige neerschieten van de tegenstander. De man als rover en revolverheld.

Eigenlijk zijn alle films waarin mensen worden vermoord walgelijk en het moet gezegd: vrouwen willen dat doorgaans veel beter inzien dan mannen. De man is een jager en onder de andere mannen veroordeeld tot jager onder de jagers. Door competitie wordt het killerinstinct aangesproken. Dat maakt in principe elke man tot tegenstander. Homo homini lupus. Zo gezien kan de man in het Wilde Westen waar elke moraal versmald is tot the survival of the fittest (de snelste, de wreedste, de gemeenste, enz…) eigenlijk geen vrienden hebben, maar is elke soortgenoot een tegenstander.

The Good, the Bad and the Ugly
de blik van het roofdier

Dit is het boze universum waarin The Good, the Bad and the Ugly zich afspeelt. De man moet koelbloedig, genadeloos en snel zijn en mag de ander nooit vertrouwen. Wanneer we als filmkijker de moraal achter ons laten en ons in de drie bandieten verplaatsen (dus alleen nog maar aan onszelf denken) hebben we de inwonende slechterik in onszelf gevonden. In deze film is hij er in drie uitvoeringen en kunnen we eventueel kiezen: een échte slechte, een weerzinwekkende maar grappige slechte én een slechte die eigenlijk zo slecht nog niet is. Met The Good (gespeeld door Clint Eastwood) wordt het verlangen naar rechtvaardigheid, ook in deze wereld vol slechterikken, enigszins nog bevredigd.

The Good, the Bad and the Ugly vertelt het verhaal over drie criminelen die tijdens de Amerikaanse burgeroorlog jacht maken op een goudschat. Hoewel ze elkaar voortdurend haten, worden ze door een samenloop van omstandigheden steeds gedwongen tot samenwerking. The Good, the Bad and the Ugly is een studie naar de hebzucht in de mens. Iedereen in de film is hebberig, achterbaks, corrupt en a-moralistisch. Leone schetst een wereld vol chaos waarin iedereen individueel zijn hoofd boven water moet houden. Het verhaal wordt verteld in een vreemde combinbatie van experimentele stijloefeningen, cynische humor, keiharde acties, opera-achtige dramatiek en episch-historische scènes. Volgens velen is The Good, the Bad and the Ugly een van de beste westerns ooit gemaakt.
 
Bron: wikipedia
The Good, the Bad and the Ugly
v.l.n.r. Clint Eastwood, Eli Wallach en Lee van Cleef als the Good, the Ugly en the Bad

The Good, the Bad and the Ugly Na a Fistful of Dollars en For a Few Dollars More is deze film de definitieve afsluiting van het drieluik. Leone’s regiestijl is nu tot in het perfecte doorgevoerd. Ontelbare close-ups, talloze langzaam opgebouwde scènes en talloze vreemde totaalshots maken van deze film een experimenteel staaltje avant-garde cinema. Het verhaal is volledig ondergeschikt gemaakt aan het beeld. Het is slechts dit keer een achtervolging door het wilde westen waarbij de personages van de ene locatie naar en van de ene actiescène naar de andere lopen. Terwijl de vorige twee delen zich nog afspeelden in een niet nader genoemde periode, is deze film duidelijk geplaatst tegen een historische setting. De Amerikaanse burgeroorlog is een perfecte achtergrond voor het verhaaltje van hebzucht en verraad. Het is een duidelijke studie naar het slechte in de mens en de aanwezigheid van een zinloze oorlog geeft de film een extra dimensie.

De muziek van Ennio Morricone is zowaar beroemder geworden dan de film zelf en het fluitdeuntje wordt tegenwoordig door iedereen geassocieerd met het wilde westen. In deze film is de muziek nog nadrukkelijker aanwezig dan de vorige delen. De combinatie tussen beeld en muziek begint hier zelf opera-achtige proporties aan te nemen. Voor een aantal scènes is aparte muziek geschreven die speciaal bij die ene scène past. Die scènes worden dan gedragen door de muziek zoals zangpartijen dat bij een opera doen.

Volgens Leone zelf was de aanwezigheid van Tuco (Eli Wallach) de grootste bijdrage aan de film. Hij zorgt voor een komische noot en geeft tegengas aan de sombere dramatiek en al het geweld. Eastwood en Van Cleef kopiëren eigenlijk hun rollen uit de eerdere twee films. Eli Wallach zet als hyperactieve, druk pratende, diepgelovige, laffe, achterbakse, hebzuchtige en vooral smerige bandiet een humoristisch personage neer dat nog niet eerder in een western voorkwam. Hij is eigenlijk een soort parodie op de slechtheid van de mens.
( Bron: wikipedia)

The Good, the Bad and the Ugly [ moviemeter.nl ] [ movie2movie.nl]
Once Upon a Time in the West [woest & vredig]

‘t zit in de genen

Vier schilders in één gezin: Dirck, Jan, Joseph en Salomon de Bray
Frans Hals Museum Haarlem, 2 februari – 22 juni 2008

Tijdens de tentoonstelling Hollanders in Beeld in Het Mauritshuis, zag ik in november een familieportret uit 1652 geschilderd door Jan de Bray. Daarin beeldt hij zijn ouders, de schilder, architect en dichter Salomon de Bray en zijn moeder Anna Westerbaen af als Marcus Antonius en Cleopatra. Er bestaan van dit familieportret twee versies die allebei in het buitenland terecht zijn gekomen. De versie hieronder hangt in de Royal Collection van koningin Elisabeth II. De andere versie hangt in het Currier Museum of Art in Manchester, New Hampshire, Verenigde Staten.

familie De Bray
Jan de Bray, Het banket van Marcus Antonius en Cleopatra, familieportret van Salomon de Bray en zijn vrouw Anna Westerbaen. Zijn zoon Jan staat links met hellebaard.

Het Frans Hals Museum heeft nu een tentoonstelling gewijd aan het gezin van Salomon de Bray, waaronder we vier schilders kunnen rekenen: Tot nog toe kenden we vooral de vader Salomon en zijn oudste zoon Jan, maar nu worden ook de jongere zonen Dirck en Joseph beter belicht. De familie De Bray was katholiek en dat kwam in het protestantse Haarlem van de zeventiende eeuw niet vaak voor. Hun kinderen staan bijvoorbeeld niet in het doopregister van de stad Haarlem ingeschreven en daarom is het op het schilderij moeilijk te bepalen wie van de kinderen wie is. Maar doorgaans gaat men ervan uit dat de jongeman rechtsachter Cleopatra (zijn moeder Anna Westerbaen) Dirck de Bray is.

Van 2 februari tot en met 22 juni 2008 is in het Frans Hals Museum een unieke overzichtstentoonstelling te zien van vier schilders in één gezin: Dirck, Jan, Joseph en Salomon de Bray. Uitzonderlijk schilderstalent zat bij alle vier in de genen. In het Frans Hals Museum komen ze na eeuwen voor het eerst weer tezamen. Vader Salomon en zoon Jan gelden als de grootste historieschilders die Haarlem heeft voortgebracht. Hun classicistische, verhalende en theatrale werken hebben een opvallende positie in de schilderkunst van de Gouden Eeuw. De jongere zonen Dirck en Joseph produceerden op hun beurt verfijnde bloemstillevens van een uitzonderlijke kwaliteit. Een veelzijdige familie, katholiek, universeel onderlegd en de spil van het culturele leven van het Haarlem in de Gouden Eeuw. De schilderijen zijn behalve uit de eigen collectie, afkomstig uit musea en privé-collecties uit Europa en de Verenigde Staten.
 
Bron: franshalsmuseum.nl

Salomon de Bray (1597-1664) | Jan de Bray (1627-1697)