Maandelijks archief: september 2006

het oerboek van de romantiek

Heinrich von Ofterdingen van Novalis eindelijk vertaald

Zoals A Rebours (1884) van J.K.Huysmans de Bijbel van de decadentie werd, zo werd 85 jaar eerder Heinrich von Ofterdingen (1799-1801) van Novalis het oerboek van de romantiek Eindelijk verscheen er nu een Nederlandse vertaling bij Atheneum-Polak & Van Gennep door Ria van Hengel met een nawoord van Arnold Heulkemakers.

Blaue BlumeZelfportret als minstreel
In een middeleeuws handschrift is het portret overgeleverd van een minstreel wiens werk verloren is gegaan: Heinrich von Ofterdingen. Aan de hand van deze figuur heeft de romantische schrijver Novalis de ontwikkeling van een jonge dichter vormgegeven. Die dichter is geen middeleeuwer, Heinrich von Ofterdingen is geen echte historische roman geworden. Je zou eerder zeggen dat Novalis ons een zelfportret als minstreel geeft: een echt romantische dweper op zoek naar de blauwe bloem (het hoogste ideaal), op reis door Duitsland, die door ontmoetingen met een Goethe-achtige mentor en een al spoedig door de dood onbereikbare geliefde wordt gesterkt, terneergeslagen en gelouterd tot hij openstaat voor het hogere, voor schoonheid en waarheid. Novalis schrijft met een nog steeds schokkende originaliteit en een hartroerende urgentie, die dit boek, zijn enige en door zijn vroege dood onvoltooid gebleven roman, voor latere generaties hebben gemaakt tot de romantische roman bij uitstek.
Bron: boekboek.nl

NovalisFriedrich von Hardenberg (1772-1801) werd opgeleid tot mijnbouwkundige. Als dichter gebruikte hij het pseudoniem Novalis, Latijn voor Ontginner – hij is dan ook de origineelste figuur uit de Duitse Romantiek. Dat blijkt uit zijn aforismen, die hijzelf van de titel Blütenstaub (Stuifmeel) voorzag, het blijkt misschien nog wel meer uit zijn enige, door zijn vroege dood onvoltooid gebleven roman, Heinrich von Ofterdingen. Dat boek is autobiografisch: we lezen er over een jeugd tussen de Harz en het Ertsgebergte, we lezen over de mijnbouw, we lezen vooral veel over de ontdekking van het grootste wereldwonder, de dichtkunst; en ook de vervoering van de verliefdheid en de rouw om de jonggestorven geliefde zijn duidelijk naar de natuur beschreven. Tegelijkertijd is het een historisch werk: de hoofdpersoon is een dertiende-eeuwse minstreel, die is weggelopen uit het vanwege zijn fraaie illustraties befaamde Manessische handschrift. Die minstreel groeit op in Eisenach, leert het volle leven kennen in de grote stad Augsburg, en was de Alpen overgetrokken om aan het hof van Keizer Frederik II terecht te komen – wanneer Novalis daaraan toegekomen was.
 
Bron: boekboek.nl

Novalis und sein Heinrich von Ofterdingen

overpeinzingen [1]

achteraf genoteerde gedachten tijdens het schilderen

kleurgevoel
Het palet van de 17e eeuwse schilder is beperkt vergeleken bij het palet van de impressionist of de hedendaagse schilder. Toch waren de 17e eeuwers echte coloristen. Door veel kleuren te gebruiken, ben je nog geen colorist. Dat ben je omdat je een sterk ontwikkeld kleurgevoel hebt.

‘bruine’ Rembrandt
Tegenwoordig vinden we Rembrandt meestal te bruin. Dat kan een belemmering zijn om goed naar zijn schilderijen te kijken. Rembrandt’s palet is beperkt maar zijn kleurgebruik is bijzonder subtiel. Anders dan zijn leermeester Pieter Lastman gebruikt hij geen opvallende lokale kleuren of vaste kleurenschema’s die we kennen uit de Italiaanse schilderkunst. In plaats daarvan drenkt hij alles in een okeren grondtoon.

verf & voorstelling
Fijnschilders volgen en beheersen hun onderwerp tot in de details. De verf verliest daardoor vaak zijn expressieve kracht. Ook verliest het schilderij als voorstelling in verf meestal zijn mysterie. Hoewel ik een mateloze bewondering voor de fijnschilderkunst kan hebben, ligt mijn hart meer bij schilderijen die balanceren op de rand tussen verf en voorstelling. Het gaat om het geheimzinnige grensgebied waarin de materie nog rauw is en waarin je de voorstelling geboren ziet worden. Schilderijen die nog niet helemaal af en dus nog aan het ontstaan zijn, hebben een restwaarde die door de blik van de beschouwer ingevuld mag worden.

alle overpeinzingen [2006] | oude overpeinzingen [1996]

handel in meesterwerken

Rembrandt en Uylenburg, handel in meesterwerken
tentoonstelling in het Rembrandthuis Amsterdam, 16.9 – 10.12

Het Rembrandtjaar gaat in Amsterdam afsluiten met een veelbelovende najaars- tentoonstelling in het Rembrandthuis die de relatie belicht tussen de schilder en zijn schoonvader en kunsthandelaar Hendrick Uylenburgh. De organisatoren hebben prachtige portretten weten te lenen, waaronder het onderstaande portret dat Rembrandt schilderde op 26-jarige leeftijd om zijn vaardigheden mee te demonstreren.

Rembrandt
De nobele slaaf, 1632
The Metropolitan Museum of Art, New York
In 1631 verhuisde Rembrandt van Leiden naar Amsterdam. Daar werkte hij vier jaar lang in de schilderswerkplaats van Hendrick Uylenburgh. Het bedrijf van deze kunsthandelaar speelde een sleutelrol in het culturele leven van de 17de eeuw. Gelanceerd door Uylenburgh maakte Rembrandt in korte tijd naam als de belangrijkste portretschilder van zijn tijd. Museum Het Rembrandthuis brengt een groot aantal schilderijen samen die tussen 1625 en 1675 door de firma Uylenburgh zijn verhandeld. Bijna twintig topstukken van Rembrandt en werken van tijdgenoten zoals Govert Flinck, Caspar Netscher en Gerard de Lairesse werpen nieuw licht op de betekenis van deze kunsthandel.
 
Bron: rembrandthuis.nl

Ook zal het prachtige portret van Agatha Bas, dat normaal bij Queen Elisabeth II thuis hangt, vanaf aanstaande zaterdag in het Rembrandthuis te zien zijn.

Agatha Bas
Portret van Agatha Bas,
The Royal Collection, Buckingham Palace

meer portretten van Rembrandt uit The Metropolitan Museum of Art